Inhoud.

                                                                 

Is onderverdeeld:

1      Inleiding.

2      Uitgangspunt.

3      Samenvatting.

4      Onderbouwing.

5      Bijlagen.

 

1  Inleiding.

 

Deze module kan worden beschouwd als pleidooi voor de theorie:

o   Er is een Natuurwet.

De Natuurwet luidt:

o   Het abstracte heeft een tegenpool met tegengestelde kenmerken, uitgezonderd het hiërarchisch hoogste.

De wet houdt in dat elk begrip een ander begrip als tegenpool heeft. De kenmerken van beide begrippen zijn tegengesteld aan elkaar. Beide begrippen hebben één gemeenschappelijk hoger begrip. Ook een hiërarchisch hoger begrip kan een ander begrip met tegengestelde kenmerken als tegenpool hebben.

 

Er is sprake van een hiërarchisch uiterste wanneer de bijbehorende kenmerken van een begrip een ontkenning is van kenmerken behorend bij de tegenpool.

Een voorbeeld van een hiërarchisch uiterste is het begrip ‘Ruimte’.

 

Omdat de wet vanuit lege ruimte (is ondoorgrondelijke geest) is ontstaan, kan de theorie nooit wetenschappelijk zijn. Op statistische gronden verdient de theorie (conform de zwaartekracht) toch serieus te worden genomen.

 

2  Uitgangspunt.

      

Er is de volgende soorten lege ruimte:

1      G ~ =3D ~ RL ~ DL-H (ϗg).

2      K ~ =3D ~ RL ~ DL-H (kß).

 

Uit lege ruimte ontstaat de volgende soorten ruimte als UIG:

1      K ~ =3D ~ RG ~ DL-H (MB).

2      K ~ =3D ~ RG ~ DG-M (Ballonwand MB).

3      G ~ =3D ~ RG ~ DG-H (Heelal).

4      K ~ =3D ~ RG ~ DG-H (PD).

5      K ~ ≠3D ~ RG ~ DG-H (Punt).

 

Module ‘UIG - Ontstaan’ gaat in op het ontstaan van ruimte.

 

3  Samenvatting.

 

3.1    Algemeen.

MB (= gevulde kubus in DL-H)

lege kubus in DL-H

Heelal (DG-H)

PD

DL-H

Uitersten in grootte van al wat is (gbu)

Ballonwand MB (DG-M)

ϗg lege kubus

Punt

 

Toelichting schema:

o   Voor grootte lege kubus geldt: Is kß voor God of gß voor de mens (is 1E+35 m).

o   Voor grootte MB (gbu) geldt: Is kß voor God of gß voor de mens (is 1E+35 m).

o   Voor grootte MB (gbi) geldt: Is ϗg.

o   Voor ballonwand MB geldt: Bestaat uit een ϗ aantal aaneengeschakelde ballonnen die samen de ballonwand vormen.

o   Voor ballon geldt: Wanddikte is ϗk; is ϗ met zichzelf samengevoegd.

o   Voor dikte ballonwand geldt: Is kß in DG (voor kß in DG-M geldt: Heeft meerdere grootte; minimaal 1E-35 m).

o   Voor inwendige MB geldt: Is het heelal.

o   Voor grootte PD geldt: Is kß in DG (voor kß in DG-H geldt: Heeft één grootte; 1E-35 m).

o   Voor grootte punt geldt: Is ϗk.

 

3.2    Conclusies.

 

o   Voor kans op 10 succesvolle kenmerken K ~ ≠3D ~ RG ~ DG-H bij willekeurige simulatie geldt: = 0,5^(10*1) = 1E-3.

Voor kans op bestaan van Natuurwet geldt: = 1 - 1E-3 %.

 

o   Wanneer er ook sprake is van 10 succesvolle kenmerken G ~ =3D ~ RG ~ DG-H ~  (gbi) dan geldt: = 0,5^(10*2) = 1E-6.

Voor kans op bestaan van Natuurwet geldt: = 1 - 1E-6 %.

 

o   Voor kenmerken van drie dimensionaal UIG in heelal geldt: Is relatief.

 

4  Onderbouwing.

 

4.1    Natuurwet.

 

…a    = Als waar is.

…i     = Is ook waar.

 

1a     Voor Natuurwet geldt: Al het abstracte heeft één tegenpool met tegengestelde kenmerken.

2i      Voor Natuurwet geldt: Al het concrete heeft meerdere tegenpolen met tegengestelde kenmerken.

 

4.2    Kenmerken UIG.

 

Voor UIG geldt: Er dient uit elk tegengesteld kenmerk een keuze te worden toegekend.

 

Het betreft de volgende tegengestelde kenmerken:

1      Abstract vs. Concreet.

2      Eén vs. Meerdere soorten.

3      Uitsluitend LP/SP(+én-) vs. zowel LP/SP(+én-) als LP/SP(+óf-).

4      Niét vs. Wél een midden.

5      Niet vs. Wél met zichzelf samengevoegd.

6      Eén vs. Meerdere grootte.

7      Eén vs. Meerdere plaatsen.

8      Massa = 0 vs. ≠ 0.

9      Recht vs. Rond.

10   ß vs. ϗ.

11   Gevuld vs. Leeg.

12   Hol vs. Massief.

 

Kenmerk 11 en 12 komt in naamgeving ruimte voor, zodat het niet geschikt is voor statistische analyse.

 

Merk op:

o   Getal twaalf is gekoppeld aan aantal soorten lepton en quark (zie module Fermion - Soorten).

 

4.2.1 G ~ =3D ~ RL ~ DL-H.

 

Grootst ~ 3-Dimensionaal ~ Ruimte-Leeg ~ in Domein-Leeg-Hol

heeft de volgende toegekende kenmerken:

1      Is abstract (denkbeeldig).

2      Er is daarvan één soort.

3      Heeft uitsluitend LP/SP(+én-).

4      Heeft wél een midden.

5      Is wél met zichzelf samengevoegd.

6      Heeft één grootte.

7      Heeft één plaats (rust).

8      Heeft massa = 0.

9      Is recht.

10   Is ϗ.

 

4.2.2 K ~ =3D ~ RL ~ DL-H.

 

Heeft de volgende kenmerken als uitkomst:

1      Is abstract (denkbeeldig).

2      Er is daarvan één soort.

3      Heeft uitsluitend LP/SP(+én-).

4      Heeft wél een midden.

5      Is wél met zichzelf samengevoegd.

6      Heeft één grootte.

7      Heeft één plaats (rust).

8      Heeft massa = 0.

9      Is recht.

10   Is ß (1E+35 m).

 

4.2.3 K ~ =3D ~ RG ~ DL-H.

 

Heeft de volgende kenmerken als uitkomst:

1      Is abstract (denkbeeldig).

2      Er is daarvan één soort.

3      Heeft uitsluitend LP/SP(+én-).

4      Heeft wél een midden.

5      Is wél met zichzelf samengevoegd.

6      Heeft één grootte.

7      Heeft één plaats (rust).

8      Heeft massa = 0.

9      Is recht.

10   Is ß (1E+35 m).

 

4.2.4 K ~ =3D ~ RG ~ DG-M.

 

Heeft de volgende kenmerken als uitkomst:

1      Is abstract (denkbeeldig).

2      Er is daarvan één soort.

3      Heeft uitsluitend LP/SP(+én-).

4      Heeft wél een midden.

5      Is wél met zichzelf samengevoegd.

6      Heeft één grootte.

7      Heeft één plaats (rust).

8      Heeft massa = 0.

9      Is recht.

10   Is ß (1E+35 m).

 

4.2.5 G ~ =3D ~ RG ~ DG-H ~ (gbi).

 

Heeft de volgende kenmerken als uitkomst:

1      Is concreet (werkelijk).

2      Er is daarvan meerdere soorten.

Toelichting:

o   Is heelal van zowel OM als ZM.

3      Heeft zowel LP/SP(+én-) als LP/SP(+óf-).

Toelichting:

o   Voor elektrostatisch veld van OM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Heeft LP(-) [Zwaartekracht].

o   Voor elektrostatisch veld van ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Heeft LP(+) [Zwaartekracht].

o   Voor foton geldt: Heeft LP/SP(+én-).

4      Heeft niét een midden.

Toelichting:

o   Is niét omsloten door GCC.

5      Is niét met zichzelf samengevoegd.

Toelichting:

o   OM is gescheiden van ZM.

6      Heeft meerdere grootte.

Toelichting:

o   Heelal dijt wél uit.

7      Heeft meerdere plaatsen (beweegt).

8      Heeft massa ≠ 0.

9      Is rond.

10   Is ϗ.

 

4.2.6 G ~ =3D ~ RG ~ DG-H ~ (gbu).

 

Heeft de volgende kenmerken als uitkomst:

1      Is abstract (denkbeeldig).

2      Er is daarvan één soort.

Toelichting:

o   Is heelal van uitsluitend materie.

3      Heeft uitsluitend LP/SP(+én-).

4      Heeft wél een midden.

Toelichting:

o   Is wél omsloten door GCC.

5      Is wél met zichzelf samengevoegd.

Toelichting:

o   OM is samengevoegd met ZM.

6      Heeft één grootte.

Toelichting:

o   Heelal dijt niét uit.

7      Heeft één plaats (rust).

8      Heeft massa = 0.

9      Is recht.

10   Is ß (1E+35 m).

 

Voor G ~ =3D ~ RG ~ DG-H ~ (gbu) geldt: Waarnemer bevindt zich in K ~ =3D ~ RG ~ DG-M.

 

4.2.7 K ~ =3D ~ RG ~ DG-H ~ (gbi).

 

Heeft de volgende kenmerken als uitkomst:

1      Is abstract (denkbeeldig).

2      Er is daarvan één soort.

3      Heeft uitsluitend LP/SP(+én-).

4      Heeft wél een midden.

5      Is wél met zichzelf samengevoegd.

6      Heeft één grootte.

7      Heeft één plaats (rust).

8      Heeft massa = 0.

9      Is recht.

10   Is ϗ.

 

4.2.8 K ~ =3D ~ RG ~ DG-H ~ (gbu).

 

Heeft de volgende kenmerken als uitkomst:

1      Is concreet (werkelijk).

2      Er is daarvan meerdere soorten.

3      Heeft zowel LP/SP(+én-) als LP/SP(+óf-).

Toelichting:

o   Voor PD als draaiend uitwendige geldt: Heeft LP/SP(+óf-).

o   Voor PD als centrum geldt: Heeft LP/SP(+én).

4      Heeft niét een midden.

5      Is niét met zichzelf samengevoegd.

6      Heeft meerdere grootte.

7      Heeft meerdere plaatsen (beweegt).

8      Heeft massa ≠ 0.

9      Is rond.

10   Is ß (1E-35 m).

 

Voor K ~ =3D ~ RG ~ DG-H ~ (gbu) geldt: Waarnemer bevindt zich in niét SS.

 

4.2.9 K ~ ≠3D ~ RG ~ DG-H.

 

Heeft de volgende kenmerken als uitkomst:

1      Is abstract (denkbeeldig).

2      Er is daarvan één soort.

3      Heeft uitsluitend LP/SP(+én-).

4      Heeft wél een midden.

5      Is wél met zichzelf samengevoegd.

6      Heeft één grootte.

7      Heeft één plaats (rust).

8      Heeft massa = 0.

9      Is recht.

10   Is ϗ.

 

4.3    Kans op bestaan Natuurwet.

 

o   Voor kans op 10 succesvolle kenmerken K ~ ≠3D ~ RG ~ DG-H bij willekeurige simulatie geldt: = 0,5^(10*1) = 1E-3.

Voor kans op bestaan van Natuurwet geldt: = 1 - 1E-3 %.

 

o   Wanneer er ook sprake is van 10 succesvolle kenmerken G ~ =3D ~ RG ~ DG-H ~ (gbi) dan geldt: = 0,5^(10*2) = 1E-6.

Voor kans op bestaan van Natuurwet geldt: = 1 - 1E-6 %.

 

4.4    Niét toetsbare voorspellingen.

 

Natuurwet leidt tot de volgende (niét toetsbare) voorspellingen:

1      Absolute NIETS bestaat niet.

2      Al het concrete met massa ≠ 0 wil snelheid = c.

3      In beide materiële domeinen komt alles gespiegeld voor.

4      OM is onmogelijk te detecteren.

5      Buitenaards leven bestaat niet.

 

4.4.1 Absolute NIETS bestaat niet.

 

…a    = Als waar is.

…i     = Is ook waar.

 

1a     Voor K ~ ≠3D ~ RG ~ DG-H geldt: Is omsloten door ruimte.

2a     Voor K ~ ≠3D ~ RG ~ DG-H geldt: Is zowel (gbi) als (gbu) ϗ [UIG - Kenmerk 1...9].

3i      Voor iets ≠3D wat zowel (gbi) als (gbu) ϗ is geldt: Is wél omsloten door ruimte.

 

3a     Voor iets ≠3D wat zowel (gbi) als (gbu) ϗ is geldt: Is wél omsloten door ruimte.

4i      Voor iets =3D wat zowel (gbi) als (gbu) ϗ is geldt: Is niét omsloten door ruimte.

 

4a     Voor iets =3D wat zowel (gbi) als (gbu) ϗ is geldt: Is niét omsloten door ruimte.

5i      Voor absolute NIETS geldt: Bestaat niet.

 

4.4.2 Al het concrete met massa ≠ 0 wil snelheid = c.

 

…a    = Als waar is.

…i     = Is ook waar.

 

1a     Voor lichtsnelheid geldt: Is quotiënt van gedefinieerd kß afstand en - kß tijd [UIG - Ontstaan].

2a     Voor foton en elektrostatisch (zwaartekracht) veld geldt: Is concreet.

3a     Voor foton en elektrostatisch (zwaartekracht) veld geldt: Heeft massa = 0.

4a     Voor foton en elektrostatisch (zwaartekracht) veld geldt: Heeft snelheid = c.

5a     Er is niet iets concreets met massa = 0 waarvoor geldt: Heeft snelheid ≠ c.

6i      Voor al het concrete met massa = 0 geldt: Heeft snelheid = c.

 

6a     Voor al het concrete met massa = 0 geldt: Heeft snelheid = c.

7i      Voor al het concrete met massa ≠ 0 geldt: Heeft snelheid ≠ c.

 

7a     Voor al het concrete met massa ≠ 0 geldt: Heeft snelheid ≠ c.

6a     Voor al het concrete met massa = 0 geldt: Heeft snelheid = c.

8i      Voor al het concrete geldt: Is in beweging.

 

8a     Voor al het concrete geldt: Is in beweging.

9i      Voor al het abstracte geldt: Is in rust.

 

10a   Voor bolvormige beweging uitwendige om centrum geldt: Uitwendige wil bij rechtlijnige beweging wél periodiek sneller gaan dan c [Bewegingsenergie (schema)].

11i    Voor spiraalvormige beweging uitwendige om centrum geldt: Uitwendige wil bij rechtlijnige beweging niét periodiek sneller gaan dan c.

 

11a   Voor spiraalvormige beweging uitwendige om centrum geldt: Uitwendige wil bij rechtlijnige beweging niét periodiek sneller gaan dan c.

8a     Voor al het concrete geldt: Is in beweging.

12a   Voor wél SS geldt: Delen hebben massa = 0 [Stelsels - Kenmerken].

13a   Voor wél SS geldt: Draaisnelheid uitwendige om centrum is = c [Stelsels - Kenmerken].

14i    Voor wél SS met spiraalvormige beweging uitwendige om centrum geldt: Uitwendige wil bij rechtlijnige beweging niét periodiek sneller gaan dan c.

 

14a   Voor wél SS met spiraalvormige beweging uitwendige om centrum geldt: Uitwendige wil bij rechtlijnige beweging niét periodiek sneller gaan dan c.

15i    Voor SSD geldt: Uitwendige wil bij rechtlijnige beweging niét periodiek sneller gaan dan c.

 

15a   Voor SSD geldt: Uitwendige wil bij rechtlijnige beweging niét periodiek sneller gaan dan c.

2a     Voor foton en elektrostatisch (zwaartekracht) veld geldt: Heeft snelheid = c.

3a     Voor foton en elektrostatisch (zwaartekracht) veld geldt: Heeft massa = 0.

4a     Voor foton en elektrostatisch (zwaartekracht) veld geldt: Is concreet.

6a     Voor al het concrete met massa = 0 geldt: Heeft snelheid = c.

8a     Voor al het concrete geldt: Is in beweging.

16i    Voor SSD geldt: Heeft snelheid = c.

17i    Voor SSD geldt: Heeft massa = 0.

 

16a   Voor SSD geldt: Heeft snelheid = c.

18i    Voor BSD geldt: Heeft snelheid ≠ c.

 

17a   Voor SSD geldt: Heeft massa = 0.

19i    Voor BSD geldt: Heeft massa ≠ 0.

 

19a   Voor BSD geldt: Heeft massa ≠ 0.

12a   Voor wél SS geldt: Delen hebben massa = 0.

20i    Voor ontstaan BSD geldt: Neemt rustenergie op.

         Toelichting (kort door de bocht):

o   PD(+óf-) als uitwendige met rechtlijnige snelheid = c gaat een samenwerking aan met PD(+én-) als centrum (ook met rechtlijnige snelheid = c).

o   PD(+óf-) gaat over in een bolvormige beweging en vormt daarmee het uitwendige van BSD.

o   Voor wél SS met bolvormige beweging uitwendige om centrum geldt: Uitwendige wil bij rechtlijnige beweging wél periodiek sneller gaan dan c [Bewegingsenergie (schema)].

o   PD(+én-) komt tot stilstand en vormt daarmee het inwendige van BSD (E = c^2).

o   Voor al het concrete geldt: Is in beweging.

o   BSD wil weer snelheid = c aannemen.

o   Rustenergie BSD (E = m * c^2) ontstaat.

o   Resultaat: Natuurlijke snelheid BSD is ≠ c.

o   Conclusie 1: Voor al het concrete met massa ≠ 0 geldt: Wil snelheid = c.

o   Conclusie 2: Voor al het concrete met massa = 0 geldt: Heeft snelheid = c.

 

20a   Voor ontstaan BSD geldt: Neemt rustenergie op.

         Toelichting:

o   In de vorm van PD.

21i    Voor verval BSD geldt: Staat rustenergie af.

         Toelichting:

o   SSD komt voort uit BSD.

 

22a   Voor vermeerdering snelheid BSD geldt: Neemt bewegingsenergie op.

23i    Voor vermindering snelheid BSD geldt: Staat bewegingsenergie af.

 

4.4.3 In beide materiële domeinen komt alles gespiegeld voor.

 

…a    = Als waar is.

…i     = Is ook waar.

 

1a     Voor elektron geldt: Heeft SP(+).

2a     Er is niét een ander soort SD waarvoor geldt: Heeft SP(-).

3a     Voor Higgsboson geldt: Heeft SP(+én-).

4a     Voor elektron en Higgsboson geldt: Is SD als deel van ZM (gezien vanuit domein ZM).

5i      Voor SD als deel van ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Heeft zowel SP(+én-) als SP(+).

 

5a     Voor SD als deel van ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Heeft zowel SP(+én-) als SP(+).

6i      Voor SD als deel van OM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Heeft zowel SP(+én-) als SP(-).

 

5a     Voor SD als deel van ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Heeft zowel SP(+én-) als SP(+).

7i      Voor SD als deel van ZM (gezien vanuit domein OM) geldt: Heeft zowel SP(+én-) als SP(-).

 

5a     Voor SD als deel van ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Heeft zowel SP(+én-) als SP(+).

8i      Voor SD als deel van OM (gezien vanuit domein OM) geldt: Heeft zowel SP(+én-) als SP(+).

 

5a     Voor SD als deel van ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Heeft zowel SP(+én-) als SP(+).

6a     Voor SD als deel van OM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Heeft zowel SP(+én-) als SP(-).

7a     Voor SD als deel van ZM (gezien vanuit domein OM) geldt: Heeft zowel SP(+én-) als SP(-).

8a     Voor SD als deel van OM (gezien vanuit domein OM) geldt: Heeft zowel SP(+én-) als SP(+).

9i      Voor SD als deel van heelal (gbi) geldt: Heeft zowel SP(+én-) als SP(+óf-).

 

9a     Voor SD als deel van heelal (gbi) geldt: Heeft zowel SP(+én-) als SP(+óf-).

10a   Voor G ~ =3D ~ RG ~ DG-H ~ (gbu) geldt: Heeft uitsluitend LP/SP(+én-) [UIG - Kenmerk 1...9].

11i    Voor SD als deel van heelal (gbu) geldt: Heeft uitsluitend LP/SP(+én-).

 

12a   Voor donkere materie en - energie (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt in meerdere mate t.o.v. zichtbare materie voor.

13i    Voor ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt in mindere mate voor.

        

13a   Voor ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt in mindere mate voor.

14i    Voor OM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt in meerdere mate voor.

 

13a   Voor ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt in mindere mate voor.

15i    Voor ZM (gezien vanuit domein OM) geldt: Komt in meerdere mate voor.

 

13a   Voor ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt in mindere mate voor.

16i    Voor OM (gezien vanuit domein OM) geldt: Komt in mindere mate voor.

 

13a   Voor ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt in mindere mate voor.

14a   Voor OM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt in meerdere mate voor.

15a   Voor ZM (gezien vanuit domein OM) geldt: Komt in meerdere mate voor.

16a   Voor OM (gezien vanuit domein OM) geldt: Komt in mindere mate voor.

17i    Voor OM en ZM (gezien van binnenuit heelal) geldt: Komt in ongelijke mate voor.

 

17a   Voor OM en ZM (gezien van binnenuit heelal) geldt: Komt in ongelijke mate voor.

18i    Voor OM en ZM (gezien van buitenaf heelal) geldt: Komt in gelijke mate voor.

 

19a   Voor elektron als deel van ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt in meerdere mate t.o.v. positron voor.

20i    Voor materie als deel van ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt in meerdere mate voor.

 

20a   Voor materie als deel van ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt in meerdere mate voor.

21i    Voor antimaterie als deel van ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt in mindere mate voor.

 

20a   Voor materie als deel van ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt in meerdere mate voor.

22i    Voor antimaterie als deel van ZM (gezien vanuit domein OM) geldt: Komt in meerdere mate voor.

 

20a   Voor materie als deel van ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt in meerdere mate voor.

23i    Voor antimaterie als deel van OM (gezien vanuit domein OM) geldt: Komt in mindere mate voor.

 

20a   Voor materie als deel van ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt in meerdere mate voor.

24i    Voor antimaterie als deel van OM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt in meerdere mate voor.

 

20a   Voor materie als deel van ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt in meerdere mate voor.

25i    Voor materie als deel van ZM (gezien vanuit domein OM) geldt: Komt in mindere mate voor.

 

20a   Voor materie als deel van ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt in meerdere mate voor.

26i    Voor materie als deel van OM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt in mindere mate voor.

 

20a   Voor materie als deel van ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt in meerdere mate voor.

27i    Voor materie als deel van OM (gezien vanuit domein OM) geldt: Komt in meerdere mate voor.

 

20a   Voor materie als deel van ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt in meerdere mate voor.

21a   Voor antimaterie als deel van ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt in mindere mate voor.

22a   Voor antimaterie als deel van ZM (gezien vanuit domein OM) geldt: Komt in meerdere mate voor.

23a   Voor antimaterie als deel van OM (gezien vanuit domein OM) geldt: Komt in mindere mate voor.

24a   Voor antimaterie als deel van OM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt in meerdere mate voor.

25a   Voor materie als deel van ZM (gezien vanuit domein OM) geldt: Komt in mindere mate voor.

26a   Voor materie als deel van OM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt in mindere mate voor.

27a   Voor materie als deel van OM (gezien vanuit domein OM) geldt: Komt in meerdere mate voor.

28i    Voor antimaterie en materie (gezien van binnenuit heelal) geldt: Komt in ongelijke mate voor.

 

28a   Voor antimaterie en materie (gezien van binnenuit heelal) geldt: Komt in ongelijke mate voor.

29i    Voor antimaterie en materie (gezien van buitenaf heelal) geldt: Komt in gelijke mate voor.

 

30a   Voor G ~ =3D ~ RG ~ DG-H ~ (gbi) geldt: Er is daarvan meerdere soorten [UIG - Kenmerk 1...9].

         Toelichting:

o    Is heelal van de OM.

o    Is heelal van de ZM.

31a   Voor G ~ =3D ~ RG ~ DG-H ~ (gbu) geldt: Er is daarvan één soort [UIG - Kenmerk 1...9].

32i    Voor G ~ =3D ~ RG ~ DG-H ~ (gbi) geldt: Er is sprake van spiegeling van beide soorten.

 

Merk op:

o   Voor negatief elektron geldt: Draait om positief proton.

o   Voor dubbele helix DNA geldt: Is rechtsdraaiend (al het leven op aarde).

o   Voor aminozuur geldt: Is linksdraaiend (bouwsteen van eiwit).

 

4.4.4 OM is onmogelijk te detecteren.

 

…a    = Als waar is.

…i     = Is ook waar.

 

1a     Voor bijvoorbeeld elektron geldt: Is door de mens te detecteren.

2i      Voor ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Is wél te detecteren.

 

2a     Voor ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Is wél te detecteren.

3i      Voor OM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Is niét te detecteren.

 

2a     Voor ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Is wél te detecteren.

4i      Voor ZM (gezien vanuit domein OM) geldt: Is niét te detecteren.

 

2a     Voor ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Is wél te detecteren.

5i      Voor OM (gezien vanuit domein OM) geldt: Is wél te detecteren.

 

4.4.5 Buitenaards leven bestaat niet.

 

…a    = Als waar is.

…i     = Is ook waar.

 

1a     Voor atomair stelsel geldt: Komt op meerdere plekken in heelal voor.

2a     Voor planeetstelsel geldt: Komt op meerdere plekken in heelal voor.

3a     Voor zonnestelsel geldt: Komt op meerdere plekken in heelal voor.

4a     Voor sterrenstelsel geldt: Komt op meerdere plekken in heelal voor.

5i      Voor dode als ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt op meerdere plekken in heelal voor.

 

5a     Voor dode als ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt op meerdere plekken in heelal voor.

6i      Voor dode als OM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt op één plek in heelal voor.

 

5a     Voor dode als ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt op meerdere plekken in heelal voor.

7i      Voor dode als ZM (gezien vanuit domein OM) geldt: Komt op één plek in heelal voor.

 

5a     Voor dode als ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt op meerdere plekken in heelal voor.

8i      Voor dode als OM (gezien vanuit domein OM) geldt: Komt op meerdere plekken in heelal voor.

 

5a     Voor dode als ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt op meerdere plekken in heelal voor.

9i      Voor leven als ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt op één plek in heelal voor.

 

5a     Voor dode als ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt op meerdere plekken in heelal voor.

10i    Voor leven als OM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt op meerdere plekken in heelal voor.

 

5a     Voor dode als ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt op meerdere plekken in heelal voor.

11i    Voor leven als ZM (gezien vanuit domein OM) geldt: Komt op meerdere plekken in heelal voor.

 

5a     Voor dode als ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt op meerdere plekken in heelal voor.

12i    Voor leven als OM (gezien vanuit domein OM) geldt: Komt op één plek in heelal voor.

 

9a     Voor leven als ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt op één plek in heelal voor.

10a   Voor leven als OM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Komt op meerdere plekken in heelal voor.

11a   Voor leven als ZM (gezien vanuit domein OM) geldt: Komt op meerdere plekken in heelal voor.

12a   Voor leven als OM (gezien vanuit domein OM) geldt: Komt op één plek in heelal voor.

13i    Voor leven als deel van heelal (gbi) geldt: Komt meerdere plekken voor.

         Toelichting:

o   Is leven in domein OM.

o   Is leven in domein ZM.

o   Op elke plek is goed en kwaad ruimtelijk samengevoegd (de mens).

 

13a   Voor leven als deel van heelal (gbi) geldt: Komt op meerdere plekken voor.

14i    Voor leven als deel van heelal (gbu) geldt: Komt op één plek voor.

         Toelichting:

o   Hier zou moeten staan: Goed en kwaad is ruimtelijk gescheiden (dat is niet zo).

o   Conform de huidige Natuurwet geldt: Goed en kwaad is ruimtelijk samengevoegd.

o   Conform de toekomstige Natuurwet geldt: Goed en kwaad is ruimtelijk gescheiden.

o   Voor leven in domein OM geldt: Bevat op termijn het goede of andersom.

o   Voor leven in domein ZM geldt: Bevat op termijn het kwade of andersom.

o   Voor leven (gbu) geldt: Bevat zowel het goede als het kwade.

        

4.5    Wél toetsbare voorspellingen.

 

Natuurwet leidt tot de volgende (wél toetsbare) voorspellingen:

1      Elektron is rond.

2      Higgs-boson bestaat.

3      Majorana-deeltje heeft niét antideeltje als tegenpool.

4      Met foton reist positief elektrostatisch veld mee.

5      Hoogst atoomnummer van chemisch element is 118.

6      Er is niet meer dan drie generaties Fermion.

 

4.5.1 Elektron is rond.

 

Zie module:

o   Axiale vs. Radiale beweging (onderbouwing).

o   Elektron - Straal (berekening grootte).

 

4.5.2 Higgs-boson bestaat.

 

Zie module:

o   SD-soorten.

 

4.5.3 Majorana-deeltje heeft niét antideeltje als tegenpool.

 

…a    = Als waar is.

…i     = Is ook waar.

 

1a     Voor elektron en muon geldt: Is SD.

2a     Voor elektron en muon geldt: Is niét boson.

3a     Voor elektron en muon geldt: Heeft wél antideeltje als tegenpool.

4i      Voor meerdere soorten SD als niét boson geldt: Heeft wél antideeltje als tegenpool.

 

4a     Voor meerdere soorten SD als niét boson geldt: Heeft wél antideeltje als tegenpool.

5i      Voor één soort SD als niét boson (Majorana-deeltje) geldt: Heeft niét antideeltje als tegenpool.

 

4.5.4 Met foton reist positief elektrostatisch veld mee.

 

Onderbouwing 1.

 

Zie module:

o   Foton.

 

Onderbouwing 2.

 

Zie module:

o   LP - Relatie met SP.

 

Beide onderbouwingen hebben afzonderlijke benaderingen.

 

Bijlage.

 

Zie document:

o   Lading - Toelichting.

 

4.5.5 Hoogst atoomnummer van chemisch element is 118.

 

Zie module:

o   AD-Soorten.

 

4.5.6 Er is niet meer dan drie generaties Fermion.

 

Zie module:

o   Fermion - Soorten.

 

5  Bijlagen.

 

o   Afkortingen en symbolen.

o   UIG - (gbi) vs. (gbu).

o   UIG - GCC vs. ICC.

o   UIG - Kenmerk 1...9.

o   UIG - Kenmerk 10.

o   UIG - Ontstaan.