Inhoud.
Is
onderverdeeld:
1 Inleiding.
2 Uitgangspunt.
3 Samenvatting.
4 Onderbouwing.
5 Bijlagen.
1 Inleiding.
In
deze module ligt het accent op de fundamenten van de euclidische meetkunde en
de getaltheorie.
Het
ontstaan van punten is in dit kader daarom niet relevant.
2 Uitgangspunt.
Zie module:
o UIG - Kenmerk - Algemeen.
3 Samenvatting.
3.1 Algemeen.
Een
niét met zichzelf samengevoegd Planckdeeltje (PD ~ e) bestaat uit ϗ^2 kß
lijnen.
Een
kß lijn bestaat uit ϗ aantal punten.
PD
~ e bestaat dan ook uit ϗ^3 punten.
Module:
‘UIG - Ontstaan’ heeft als uitkomst dat de oerknal ontstaat uit één onbegrensd
met zichzelf samengevoegd Planckdeeltje (PD ~ ϗ*s).
PD
~ ϗ*s bestaat dan ook uit ϗ^4 punten.
Conform
de dubbel-aspecttheorie komt PD ~ ϗ*s dubbel voor.
Dit
betekent dat ϗ^4 punten beschikbaar zijn voor drie dimensionaal cartesiaans
coördinatenstelsel (GCC).
GCC
omsluit dan ook het heelal.
Kortom.
Als
waar is: Voor PD ~ ϗ*s geldt: Is goed
voor GCC.
Is
ook waar: Voor PD ~ ß*s geldt Is goed
voor ICC.
Module:
‘Soorten stukken ruimte’ kan worden beschouwd als verdiepingsstof.
SCHEMA
GCC
|
|
|
|
Y |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Getal: |
… |
-2 |
-1 |
0 +1 |
+2 |
... |
|
X |
|
|
|
|
|
|
X |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Y |
|
|
|
|
GCC (uitvergroot)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0(-) |
0(-) |
|
|
|
|
0(+) |
0(+) |
|
|
|
0(+) |
|
|
|
|
|
|
0(-) |
|
|
|
0(-) |
0(-) |
|
|
|
|
0(+) |
0(+) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
ls |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
ls |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
ls |
|
|
|
|
|
|
|
|
ls |
|
|
|
|
||
Getal: |
-2 |
|
-1 |
|
|
|
|
0 |
|
|
|
|
+1 |
|
2 |
ICC
Y |
+1 |
||
Getal: |
-1 |
+1 |
|
X |
X |
||
Y |
-1 |
ICC (uitvergroot)
|
|
|
|
|||||||||||||
|
0(-) |
|
|
|
0(-) |
0(+) |
|
|
|
0(+) |
||||||
|
|
|
|
|
|
|
||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
||||||||||
ls |
ls |
|
||||||||||||||
Getal: |
-1 |
-0 |
+0 |
+1 |
||||||||||||
ls = kß lijn.
0(+,-) = Punt(+én-).
0(-) = Punt(-).
0(+) = Punt(+).
In het schema
zijn (om tekentechnische reden) de overige coördinaatassen achterwege gelaten.
3.2 Conclusies.
Niet van
toepassing.
4 Onderbouwing.
…a
= Als waar is:
…i
= Is ook waar:
1a Voor
GCC geldt: Bevat ϗ^4 (ϗ^meerdere)
maal K ~ ≠3D ~ RG ~ DG-H.
2i Voor
ICC geldt: Bevat ϗ^1 (ϗ^één) maal
K ~ ≠3D ~ RG ~ DG-H.
1a Voor GCC geldt: Bevat ϗ^4 (ϗ^meerdere) maal
K ~ ≠3D ~ RG ~ DG-H.
3a Voor PD ~ ϗ*s geldt: Bevat ϗ^4 maal K ~ ≠3D
~ RG ~ DG-H.
4i Voor PD ~ ϗ*s geldt: Heeft na ontmanteling
GCC als bestemming.
4a Voor PD ~ ϗ*s geldt: Heeft na ontmanteling GCC als bestemming.
5i Voor PD ~ ß*s geldt: Heeft na ontmanteling ICC als bestemming.
4a Voor PD ~ ϗ*s geldt: Heeft na ontmanteling
GCC als bestemming.
1a Voor GCC geldt: Bevat ϗ^4 (ϗ^meerdere) malen
K ~ ≠3D ~ RG ~ DG-H.
6a Voor G ~ =3D ~ RG ~ DG-H ~ (gbu) geldt: Is ß [UIG - Kenmerk
10].
7a Voor G ~ =3D ~ RG ~ DG-H ~ (gbu) geldt: Heeft wél een
midden [UIG - Kenmerk 1...9].
8i Voor GCC geldt: Omsluit G ~ =3D ~ RG ~
DG-H.
8a Voor
GCC geldt: Omsluit G ~ =3D ~ RG ~ DG-H.
9i Voor
ICC geldt: Omsluit K ~ =3D ~ RG ~ DG-H.
8a Voor
GCC geldt: Omsluit G ~ =3D ~ RG ~ DG-H.
10i Voor
GCC geldt: Bestaat uit meerdere kß lijnen(+óf-) per as [Schema].
10a Voor
GCC geldt: Bestaat uit meerdere kß lijnen(+óf-) per as.
11i Voor
ICC geldt: Bestaat uit één kß lijn(+óf-) per as.
12a Voor
K ~ ≠3D ~ RG ~ DG-H als deel van GCC
geldt: Heeft zowel (+én-) als (+óf-)
[Schema].
11a Voor
ICC geldt: Bestaat uit één kß lijn(+óf-) per as.
13i Voor
K ~ ≠3D ~ RG ~ DG-H als deel van ICC
geldt: Heeft uitsluitend (+óf-).
14a Voor
meerdere kß lijn(+óf-) van GCC geldt:
Is gekoppeld aan geheel getal(+óf-)
[Schema].
15i Voor
één kß lijn(+óf-) van GCC geldt: Is
gekoppeld aan gebroken getal(+óf-).
15a Voor
één kß lijn(+óf-) van GCC geldt: Is
gekoppeld aan gebroken getal(+óf-).
16i Voor
één kß lijn(+óf-) van ICC geldt: Is
gekoppeld aan geheel getal(+óf-).
11a Voor
ICC geldt: Bestaat uit één kß lijn(+óf-) per as.
17a Voor
kß lijn(+óf-) geldt: Is een ϗ aaneenschakeling van K ~ ≠3D ~ RG ~ DG-H ~ (+óf-)
[Schema].
18i ϗg(+)
* ϗk(+óf-) = 1(+óf-).
17a Voor kß lijn(+óf-) geldt: Is een ϗ
aaneenschakeling van K ~ ≠3D ~ RG ~ DG-H ~ (+óf-).
19a Voor K ~ ≠3D ~ RG ~ DG-H geldt: Is recht [UIG - Kenmerk 1...9].
20i Voor kß lijn(+óf-) geldt: Is uitsluitend recht.
20a Voor kß
lijn(+óf-) geldt: Is uitsluitend recht.
21i Voor
ϗg lijn(+óf-) geldt: Is uitsluitend
recht.
20a Voor kß lijn(+óf-)
geldt: Is uitsluitend recht.
22a Voor kß lijn(+en-) als deel van halfrechte
geldt: Is recht.
23i Voor kß lijn(+en-)
geldt: Is zowel recht als rond.
23a Voor kß
lijn(+en-) geldt: Is zowel recht als rond.
24i Voor ϗg
lijn(+en-) geldt: Is zowel recht als rond.
25a Voor ϗ lijn(+óf-)
geldt: Is (aftelbaar) ϗ aaneenschakeling van kß lijnen(+óf-) [Schema].
26i Voor ϗ lijn(+én-)
geldt: Is (aftelbaar) ϗ aaneenschakeling van kß lijnen(+én-).
9a Voor ICC geldt: Omsluit K ~ =3D ~ RG ~ DG-H.
11a Voor
ICC geldt: Bestaat uit één kß lijn(+óf-) per as.
27a Voor K ~ =3D ~ RG ~ DG-H ~ (gbi) geldt: Heeft
één grootte [UIG - Kenmerk 1...9].
28i Voor kß lijn(+óf-) geldt: Heeft een vaste
afstand.
28a Voor kß lijn(+óf-)
geldt: Heeft een vaste afstand.
29i Voor
kß lijn(+én-) geldt: Heeft een variabele afstand.
29a Voor
kß lijn(+én-) geldt: Heeft een variabele afstand.
23a Voor
kß lijn(+en-) geldt: Is zowel recht als rond.
30i Voor
kß lijn(+én-) geldt: Past zich aan naar de omstandigheden.
30a Voor
kß lijn(+én-) geldt: Past zich aan naar de omstandigheden.
23a Voor
kß lijn(+en-) geldt: Is zowel recht als rond.
31i Voor
loodlijn geldt: Land altijd op de grens van twee aaneengeschakelde kß
lijnen(+én-).
32i Voor
cirkel geldt: Heeft elke gewenste straal.
5 Bijlagen.
o
Afkortingen
en symbolen.