Inhoud.

                                                                 

Is onderverdeeld:

1      Inleiding.

2      Uitgangspunt.

3      Samenvatting.

4      Onderbouwing.

5      Bijlagen.

 

1  Inleiding.

 

Zie module:

o   Inleiding.

 

Deze module gaat in op:

o   Trillen vs. Verplaatsen.

 

2  Uitgangspunt.

    

Niet van toepassing.

 

3  Samenvatting.

 

Is onderverdeeld:

1      Algemeen.

2      Conclusie.

 

3.1    Algemeen.

 

‘Trillen’ heeft ‘Verplaatsen’ als tegenpool.

 

Voor al wat niét massa heeft geldt: kan niét trillen.

 

3.2    Conclusie.

 

Niet van toepassing.

 

4  Onderbouwing.

 

…a    = Als waar is.

…i     = Is ook waar.

 

1a     Voor verplaatsen geldt:

1      Is verandering van plaats zonder tegengestelde richting.

2      Heeft niét een evenwichtsstand.

3      Heeft niét een frequentie.

4      Herhaalt zich niét.

2i       Voor trillen geldt:

1      Is verandering van plaats met tegengestelde richting.

2      Heeft wél een evenwichtsstand.

3      Heeft wél een frequentie.

4      Herhaalt zich wél.

3i      Voor ‘Trillen’ geldt: heeft ‘Verplaatsen’ als tegenpool.

 

4a     Voor verplaatsen – statisch geldt: mate van verandering plaats wijzigt niét.

5i       Voor verplaatsen – dynamisch geldt: mate van verandering plaats wijzigt wél.

 

5a     Voor verplaatsen – dynamisch geldt: mate van verandering plaats wijzigt wél.

4a     Voor verplaatsen – statisch geldt: mate van verandering plaats wijzigt niét.

6i       Voor verplaatsen geldt: mate van verandering plaats wijzigt zowel niét als wél.

 

6a     Voor verplaatsen geldt: mate van verandering plaats wijzigt zowel niét als wél.

7a     Voor ijzeratoom in vaste aggregatietoestand geldt: verandert niet van plaats.

8i       Voor trillen geldt: mate van verandering plaats wijzigt uitsluitend niét.

 

9a     Voor verplaatsen geldt: maximale mate van verandering plaats = c.

10i    Voor trillen geldt: maximale mate van verandering plaats c.

 

11a   Voor verplaatsen geldt: vereist zowel niét als wél massa.

12i    Voor trillen geldt: vereist uitsluitend wél massa.

 

12a   Voor trillen geldt: vereist uitsluitend wél massa.

13i     Voor al wat wél massa heeft geldt: kan wél trillen.

 

13a   Voor al wat wél massa heeft geldt: kan wél trillen.

14i     Voor al wat niét massa heeft geldt: kan niét trillen.

 

5  Bijlagen.

 

Geen.