Inhoud.

                                                                 

Is onderverdeeld:

1      Inleiding.

2      Uitgangspunt.

3      Samenvatting.

4      Onderbouwing.

5      Bijlagen.

 

1  Inleiding.

 

Fundamentele stukken ruimte worden als volgt weergegeven:

o   Lsr ~ zd=3D ~ ϗg ~ (+én-) ~ ϗ*s.

o   Lsr ~ md=3D ~ kßy ~ (+én-) ~ ϗ*s.

o   En zo voort.

 

Slechts de eerste drie van vijf kenmerken is onderbouwd.

De overige kenmerken zijn onderwerp in andere modules.

 

2  Uitgangspunt.

 

Niet van toepassing.

 

3  Samenvatting.

 

3.1    Algemeen.

 

Er is de volgende soorten fundamenteel stukken ruimte:

o   Lsr ~ zd=3D ~ ϗg ~ (+én-) ~ ϗ*s.

Ø  Is een kubusvormig onbegrensd leeg stuk ruimte, bevat meerdere begrensde delen, lading is wél neutraal, is onbegrensd maal met zichzelf samengevoegd.

o   Lsr ~ md=3D ~ kßy ~ (+én-) ~ ϗ*s.

Ø  Is een kubusvormig begrensd leeg stuk ruimte, bevat één onbegrensd klein deel, lading is wél neutraal, is ϗ maal met zichzelf samengevoegd.

 

o   Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ M(+én-) ~ ϗ*s.

Ø  Is een (plastisch uitgedrukt) matroesjkaballon.

Matroesjkaballon is een aaneenschakeling van ϗ aantal ballonnen,

bevat meerdere ϗk delen, ballonwand behoort tot het massieve domein, ontstaat eenmalig uit lsr ~ md=3D, lading is wél neutraal, is ϗ maal met zichzelf samengevoegd.

 

o   Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ Mbg(+én-) ~ ϗ*s.

Ø  Is ballon als gedeelte van matroesjkaballon.

Elke ballon is onbegrensd maal met zichzelf samengevoegd.

Uit de ballonnen ontstaat meermalig gsr ~ md=3D ~ kßx ~ H(+én-) (is geest).

 

o   Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ Mbl(+én-) ~ ϗ*s.

Ø  Is ballon als gedeelte van matroesjkaballon.

Elke ballon is onbegrensd maal met zichzelf samengevoegd.

Uit de ballonnen ontstaat eenmalig gsr ~ md=3D ~ kßx ~ H(+óf-) (is lichaam).

 

o   Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ H(+óf-) ~ e of ß*s.

Ø  Is een bolvormig kß gevuld stuk ruimte, bevat meerdere ϗk delen, behoort tot het holle domein, ontstaat eenmalig uit ... ~ M, is het uitwendige (lichamelijke) deel van subatomair deeltje, lading is niét neutraal, is zowel enkelvoudig als ß maal samengevoegd.

o   Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ H(+én-) ~ e.

Ø  Is een bolvormig kß gevuld stuk ruimte, bevat meerdere ϗk delen, behoort tot het holle domein, ontstaat meermalig uit ... ~ M, is het inwendige (geestelijke) deel van subatomair deeltje, lading is wél neutraal, is uitsluitend enkelvoudig.

 

o   Gsr ~ md=3D ~ gßx ~ H(+én-) ~ e.

Ø  Is een bolvormig gß gevuld stuk ruimte, bevat meerdere ß delen, behoort tot het holle domein, is het universum, lading is wél neutraal, is uitsluitend enkelvoudig.

 

o   Gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+óf-) ~ e.

Ø  Is een balkvormig kß gevuld stuk ruimte, bevat meerdere ϗk delen, behoort tot het holle domein, lading is niét neutraal, is uitsluitend enkelvoudig.

o   Gsr ~ md≠3D ~ kßy ~ H(+óf-) ~ e.

Ø  Is een balkvormig kß gevuld stuk ruimte, bevat één ϗk deel, behoort tot het holle domein, lading is niét neutraal, is uitsluitend enkelvoudig.

 

o   Gsr ~ zd=3D ~ ϗk ~ (+én-).

Ø  Is een kubusvormig ϗk gevuld stuk ruimte, lading is wél neutraal.

o   Gsr ~ zd=3D ~ ϗk ~ (+óf-).

Ø  Is een kubusvormig ϗk gevuld stuk ruimte, lading is niét neutraal.

 

Er is 5 soorten hoofdgroepen:

o   Lsr ~ zd=3D.

o   Lsr ~ md=3D.

o   Gsr ~ md=3D.

o   Gsr ~ md≠3D.

o   Gsr ~ zd=3D.

 

Er is 12 soorten subgroepen:

o   Lsr ~ zd=3D ~ ϗg ~ (+én-).

o   Lsr ~ md=3D ~ kßy ~ (+én-).

o   Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ M(+én-).

o   Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ Mbl(+én-) (is ballon als ontstaan van lichaam).

o   Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ Mbg(+én-) (is ballon als ontstaan en verlaten van geest).

o   Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ H(+óf-).

o   Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ H(+én-).

o   Gsr ~ md=3D ~ gßx ~ H(+én-).

o   Gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+óf-).

o   Gsr ~ md≠3D ~ kßy ~ H(+óf-).

o   Gsr ~ zd=3D ~ ϗk ~ (+én-).

o   Gsr ~ zd=3D ~ ϗk ~ (+óf-).

 

3.2    Conclusies.

 

Er is gsr ~ md=3D ~ kß [1].

Er is gsr ~ md=3D ~ gß [2].

 

Er is zowel gsr ~ md=3D ~ kß als gß [3].

Ø  In de zin van: Het komt beide voor.

 

Er is uitsluitend gsr ~ md≠3D ~ kß [6].

Ø  In de zin van: Er is niét een gsr ~ md≠3D ~ gß.

Er is uitsluitend lsr ~ md=3D ~ kß [9].

Ø  In de zin van: Er is niét een lsr ~ md=3D ~ gß.

 

Er is gsr ~ md=3D ~ kßx [10].

Er is gsr ~ md=3D ~ gßx [11].

 

Er is uitsluitend gsr ~ md=3D ~ x [12].

Er is zowel gsr ~ md≠3D ~ kßx als kßy [15].

Ø  In de zin van: Het komt beide voor.

 

Er is uitsluitend lsr ~ zd=3D ~ ϗg [16].

Ø  In de zin van: Er is niét een lsr ~ zd=3D ~ ϗk.

Er is uitsluitend gsr ~ zd=3D ~ ϗk [17].

Ø  In de zin van: Er is niét een gsr ~ zd=3D ~ ϗg.

 

Er is uitsluitend lsr ~ md=3D ~ kßy [20].

Ø  In de zin van: Er is niét een lsr ~ md=3D ~ kßx.

 

Er is uitsluitend gsr ~ md=3D ~ kßx ~ H [21].

Ø  In de zin van: Er is niét een gsr ~ md=3D ~ kßy ~ H.

Er is uitsluitend gsr ~ md=3D ~ kßx ~ M [22].

Ø  In de zin van: Er is niét een gsr ~ md=3D ~ kßy ~ M.

 

Er is zowel gsr ~ md=3D ~ kßx ~ (+én-) als (+óf-) [23].

Ø  In de zin van: Het komt beide voor.

Er is uitsluitend gsr ~ md=3D ~ gßx ~ (+én-) [26].

Ø  In de zin van: Er is niét een gsr ~ md=3D ~ gßx ~ (+óf-).

 

Er is zowel gsr ~ md=3D ~ kßx als gßx [27].

Ø  In de zin van: Het komt beide voor.

Er is uitsluitend gsr ~ md≠3D ~ kßx [30].

Ø  In de zin van: Er is niét een gsr ~ md=3D ~ gßx.

 

Er is meerdere soorten stukken ruimte, ontstaan vanuit eob [31].

Er is één soort stuk ruimte, ontstaan vanuit lob [32].

Ø  Is gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+én-).

 

4  Onderbouwing.

 

1   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Uit ϗg^4 * gsr ~ zd=3D ~ ϗk ~ (+én-) ~ e ontstaat 1 * gsr ~ md=3D ~ kßx ~ M(+én-) ~ ϗ*s [Ontstaan gsr ~ md=3D ~ kßx ~ M].

2      Is ook waar:

o    Er is gsr ~ md=3D ~ kß.

3      Conclusie:

o    Er is gsr ~ md=3D ~ kß.

2   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is gsr ~ md=3D ~ [1].

o    DG-M omsluit DG-H [Domeinen].

2      Is ook waar:

o    Er is gsr ~ md=3D ~ .

3      Conclusie:

o    Er is gsr ~ md=3D ~ gß.

3   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is gsr ~ md=3D ~ gß [2].

o    Er is gsr ~ md=3D ~ kß [1].

2      Is ook waar:

o    Er is zowel gsr ~ md=3D ~ kß als gß.

Ø  In de zin van: Het komt beide voor.

3      Conclusie:

o    Er is zowel gsr ~ md=3D ~ kß als gß.

4   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is zowel gsr ~ md=3D ~ kß als gß [3].

Ø  In de zin van: Het komt beide voor.

2      Is ook waar:

o    Er is uitsluitend gsr ~ md≠3D ~ gß.

Ø  In de zin van: Er is niét een gsr ~ md≠3D ~ kß.

Of.

o    Er is uitsluitend gsr ~ md≠3D ~ kß.

Ø  In de zin van: Er is niét een gsr ~ md≠3D ~ gß.

3      Conclusie:

o    Er is keuze.

Stel: Er is uitsluitend gsr ~ md≠3D ~ gß.

 

5   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is uitsluitend gsr ~ md≠3D ~ gß.

Ø  In de zin van: Er is niét een gsr ~ md≠3D ~ kß.

o    Getallenlijn-gsr is een (dynamisch) ϗ aaneenschakeling van gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+óf-) ~ e [Getallenlijn-gsr vs. Getallenlijn-lsr].

Ø  Het (dynamisch) ϗ is het resultaat van herhaald (ϗ) optellen van gelijke β delen.

Er is wél sprake van een proces.

2      Is ook waar:

o    Proposities zijn strijdig met elkaar.

3      Conclusie:

o    Stelling: ‘Er is uitsluitend gsr ~ md≠3D ~ gß’, is onwaar.

6   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Stelling: ‘Er is uitsluitend gsr ~ md≠3D ~ gß’, is onwaar [5].

2      Is ook waar:

o    Stelling: ‘Er is uitsluitend gsr ~ md≠3D ~ kß’, is waar.

Ø  In de zin van: Er is niét een gsr ~ md≠3D ~ gß.

3      Conclusie:

o    Er is uitsluitend gsr ~ md≠3D ~ kß.

7   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is zowel gsr ~ md=3D ~ kß als gß [3].

Ø  In de zin van: Het komt beide voor.

2      Is ook waar:

o    Er is uitsluitend lsr ~ md=3D ~ gß.

Ø  In de zin van: Er is niét een lsr ~ md=3D ~ kß.

Of.

o    Er is uitsluitend lsr ~ md=3D ~ kß.

Ø  In de zin van: Er is niét een lsr ~ md=3D ~ gß.

3      Conclusie:

o    Er is keuze.

Stel: Er is uitsluitend lsr ~ md=3D ~ gß.

 

8   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is uitsluitend lsr ~ md=3D ~ gß.

Ø  In de zin van: Er is niét een lsr ~ md=3D ~ kß.

o    Er is ϗg^3 * lsr ~ md=3D ~ kß ~ (+én-) ~ ϗ*s als gedeelte van lsr ~ zd=3D ~ ϗg ~ (+én-) ~ ϗ*s [Ontstaan gsr ~ md=3D ~ kßx ~ M].

2      Is ook waar:

o    Proposities zijn strijdig met elkaar.

3      Conclusie:

o    Stelling: ‘Er is uitsluitend lsr ~ md=3D ~ gß’, is onwaar.

9   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Stelling: ‘Er is uitsluitend lsr ~ md=3D ~ gß’, is onwaar [8].

Ø  In de zin van: Er is niét een lsr ~ md=3D ~ kß.

2      Is ook waar:

o    Stelling: ‘Er is uitsluitend lsr ~ md=3D ~ kß’, is waar.

Ø  In de zin van: Er is niét een lsr ~ md=3D ~ gß.

3      Conclusie:

o    Er is uitsluitend lsr ~ md=3D ~ kß.

10 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is gsr ~ md=3D ~ kß [1].

o    Gsr ~ md=3D ~ kß is een aaneenschakeling van (zowel gedeeltelijk als geheel ) samengevoegd gsr ~ zd=3D [Gevuld vs. Leeg].

Ø  In de zin van: Het komt beide voor.

2      Is ook waar:

o    Er is gsr ~ md=3D ~ kßx.

3      Conclusie:

o    Er is gsr ~ md=3D ~ kßx.

11 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is gsr ~ md=3D ~ kßx [10].

2      Is ook waar:

o    Er is gsr ~ md=3D ~ gßx.

3      Conclusie:

o    Er is gsr ~ md=3D ~ gßx.

12 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is gsr ~ md=3D ~ gßx [11].

o    Er is gsr ~ md=3D ~ kßx [10].

2      Is ook waar:

o    Er is uitsluitend gsr ~ md=3D ~ x.

3      Conclusie:

o    Er is uitsluitend gsr ~ md=3D ~ x.

13 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is uitsluitend gsr ~ md=3D ~ x [12].

Ø  In de zin van: Het komt beide voor.

2      Is ook waar:

o    Er is uitsluitend gsr ~ md≠3D ~ y.

Ø  In de zin van: Er is niét een gsr ~ md≠3D ~ kßx.

Of.

o    Er is zowel gsr ~ md≠3D ~ x als y.

Ø  In de zin van: Het komt beide voor.

3      Conclusie:

o    Er is keuze.

Stel: Er is uitsluitend gsr ~ md≠3D ~ y.

 

14 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is uitsluitend gsr ~ md≠3D ~ y.

Ø  In de zin van: Er is niét een gsr ~ md≠3D ~ kßx.

o    Getallenlijn-gsr is een (dynamisch) ϗ aaneenschakeling van gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+óf-) ~ e [Getallenlijn-gsr vs. Getallenlijn-lsr].

2      Is ook waar:

o    Proposities zijn strijdig met elkaar.

3      Conclusie:

o    Stelling: ‘Er is uitsluitend gsr ~ md≠3D ~ y’, is onwaar.

15 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Stelling: ‘Er is uitsluitend gsr ~ md≠3D ~ y’, is onwaar [14].

Ø  In de zin van: Er is niét een gsr ~ md≠3D ~ kßx.

2      Is ook waar:

o    Stelling: ‘Er is zowel gsr ~ md≠3D ~ x als y, is waar.

Ø  In de zin van: Het komt beide voor.

3      Conclusie:

o    Er is zowel gsr ~ md≠3D ~ kßx als kßy.

16 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is ϗg^3 * lsr ~ md=3D ~ kß ~ (+én-) ~ ϗ*s als gedeelte van lsr ~ zd=3D ~ ϗg ~ (+én-) ~ ϗ*s [8 (Als waar is:)].

o    Lsr ~ md=3D ~ kß vereist één ϗk gsr [Gevuld vs. Leeg].

2      Is ook waar:

o    Er is uitsluitend lsr ~ zd=3D ~ ϗg.

Ø  In de zin van: Er is niét een lsr ~ zd=3D ~ ϗk.

3      Conclusie:

o    Er is uitsluitend lsr ~ zd=3D ~ ϗg.

17 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is uitsluitend lsr ~ zd=3D ~ ϗg [16].

Ø  In de zin van: Er is niét een lsr ~ zd=3D ~ ϗk.

2      Is ook waar:

o    Er is uitsluitend gsr ~ zd=3D ~ ϗk.

Ø  In de zin van: Er is niét een gsr ~ zd=3D ~ ϗg.

3      Conclusie:

o    Er is uitsluitend gsr ~ zd=3D ~ ϗk.

18 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is zowel gsr ~ md=3D ~ kßx als kßy [12].

Ø  In de zin van: Het komt beide voor.

2      Is ook waar:

o    Er is uitsluitend lsr ~ md=3D ~ kßx.

Ø  In de zin van: Er is niét een lsr ~ md=3D ~ kßy.

Of.

o    Er is uitsluitend lsr ~ md=3D ~ kßy.

Ø  In de zin van: Er is niét een lsr ~ md=3D ~ kßx.

3      Conclusie:

o    Er is keuze.

Stel: Er is uitsluitend lsr ~ md=3D ~ kßx.

 

19 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is uitsluitend lsr ~ md=3D ~ kßx.

Ø  In de zin van: Er is niét een lsr ~ md=3D ~ kßy.

o    Lsr ~ md=3D ~ kß is uitsluitend niét de som der delen [16 (Als waar is:)].

2      Is ook waar:

o    Proposities zijn strijdig met elkaar.

3      Conclusie:

o    Stelling: ‘Er is uitsluitend lsr ~ md=3D ~ kßx’, is onwaar.

20 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Stelling: ‘Er is uitsluitend lsr ~ md=3D ~ kßx’, is onwaar [19].

Ø  In de zin van: Er is niét een lsr ~ md=3D ~ kßy.

2      Is ook waar:

o    Stelling: ‘Er is uitsluitend lsr ~ md=3D ~ kßy’, is waar.

Ø  In de zin van: Er is niét een lsr ~ md=3D ~ kßx.

3      Conclusie:

o    Er is uitsluitend lsr ~ md=3D ~ kßy.

21 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Gsr ~ md=3D ~ kß is een aaneenschakeling van (zowel gedeeltelijk als geheel ) samengevoegd gsr ~ zd=3D [10 (Als waar is:)].

2      Is ook waar:

o    Er is uitsluitend gsr ~ md=3D ~ kßx ~ H.

Ø  In de zin van: Er is niét een gsr ~ md=3D ~ kßy ~ H.

3      Conclusie:

o    Er is uitsluitend gsr ~ md=3D ~ kßx ~ H.

22 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Gsr ~ md=3D ~ kß is een aaneenschakeling van (zowel gedeeltelijk als geheel ) samengevoegd gsr ~ zd=3D [10 (Als waar is:)].

2      Is ook waar:

o    Er is uitsluitend gsr ~ md=3D ~ kßx ~ M.

Ø  In de zin van: Er is niét een gsr ~ md=3D ~ kßy ~ M.

3      Conclusie:

o    Er is uitsluitend gsr ~ md=3D ~ kßx ~ M.

23 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is gsr ~ md=3D ~ kßx ~ (+én-).

o    Er is gsr ~ md=3D ~ kßx ~ (+óf-).

2      Is ook waar:

o    Er is zowel gsr ~ md=3D ~ kßx ~ (+én-) als (+óf-).

3      Conclusie:

o    Er is zowel gsr ~ md=3D ~ kßx ~ (+én-) als (+óf-).

24 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is zowel gsr ~ md=3D ~ kßx ~ (+én-) als (+óf-) [23].

2      Is ook waar:

o    Er is uitsluitend gsr ~ md=3D ~ gßx ~ (+én-).

Ø  In de zin van: Er is niet een gsr ~ md=3D ~ gßx ~ (+óf-).

Of.

o    Er is uitsluitend gsr ~ md=3D ~ gßx ~ (+óf-).

Ø  In de zin van: Er is niet een gsr ~ md=3D ~ gßx ~ (+én-).

3      Conclusie:

o    Er is keuze.

Stel: Er is uitsluitend gsr ~ md=3D ~ gßx ~ (+óf-).

 

25 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is uitsluitend gsr ~ md=3D ~ gßx ~ (+óf-).

Ø  In de zin van: Er is niet een gsr ~ md=3D ~ gßx ~ (+én-).

o    Gsr ~ md=3D ~ gßx ~ H heeft uitsluitend lading(+én-) [Lading(+én) vs. (+óf-)].

2      Is ook waar:

o    Stelling: ‘Er is uitsluitend gsr ~ md=3D ~ gßx ~ (+óf-)’, is onwaar.

Ø  In de zin van: Er is niet een gsr ~ md=3D ~ gßx ~ (+én-).

3      Conclusie:

o    Stelling: ‘Er is uitsluitend gsr ~ md=3D ~ gßx ~ (+óf-)’, is onwaar.

26 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Stelling: ‘Er is uitsluitend gsr ~ md=3D ~ gßx ~ (+óf-)’, is onwaar [25].

Ø  In de zin van: Er is niet een gsr ~ md=3D ~ gßx ~ (+én-).

2      Is ook waar:

o    Stelling: ‘Er is uitsluitend gsr ~ md=3D ~ gßx ~ (+én-)’, is waar.

Ø  In de zin van: Er is niet een gsr ~ md=3D ~ gßx ~ (+óf-).

3      Conclusie:

o    Er is uitsluitend gsr ~ md=3D ~ gßx ~ (+én-).

27 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is gsr ~ md=3D ~ kßx.

o    Er is gsr ~ md=3D ~ gßx.

2      Is ook waar:

o    Er is zowel gsr ~ md=3D ~ kßx als gßx.

3      Conclusie:

o    Er is zowel gsr ~ md=3D ~ kßx als gßx.

28 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is zowel gsr ~ md=3D ~ kßx als gßx.

2      Is ook waar:

o    Er is uitsluitend gsr ~ md≠3D ~ gßx.

Ø  In de zin van: Er is niet een gsr ~ md≠3D ~ kßx.

Of.

o    Er is uitsluitend gsr ~ md≠3D ~ kßx.

Ø  In de zin van: Er is niet een gsr ~ md≠3D ~ gßx.

3      Conclusie:

o    Er is keuze.

Stel: Er is uitsluitend gsr ~ md≠3D ~ gßx.

 

29 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is uitsluitend gsr ~ md≠3D ~ gßx.

Ø  In de zin van: Er is niet een gsr ~ md≠3D ~ gßx.

o    Getallenlijn-gsr is een (dynamisch) ϗ aaneenschakeling van gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+óf-) ~ e [Getallenlijn-gsr vs. Getallenlijn-lsr].

2      Is ook waar:

o    Stelling: ‘Er is uitsluitend gsr ~ md≠3D ~ gßx’, is onwaar’.

Ø  In de zin van: Er is niet een gsr ~ md≠3D ~ kßx.

3      Conclusie:

o    Stelling: ‘Er is uitsluitend gsr ~ md≠3D ~ gßx’, is onwaar’.

30 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Stelling: ‘Er is uitsluitend gsr ~ md≠3D ~ gßx’, is onwaar’ [29].

Ø  In de zin van: Er is niet een gsr ~ md≠3D ~ kßx.

2      Is ook waar:

o    Stelling: ‘Er is uitsluitend gsr ~ md≠3D ~ kßx’, is waar’.

Ø  In de zin van: Er is niet een gsr ~ md≠3D ~ gßx.

3      Conclusie:

o    Er is uitsluitend gsr ~ md≠3D ~ kßx.

31 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is gsr ~ md=3D ~ kßx ~ H(+én-).

o    Er is gsr ~ md=3D ~ kßx ~ H(+óf-).

2      Is ook waar:

o    Er is meerdere soorten stukken ruimte, ontstaan vanuit eob.

3      Conclusie:

o    Er is meerdere soorten stukken ruimte, ontstaan vanuit eob.

32 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is meerdere soorten stukken ruimte, ontstaan vanuit eob [31].

2      Is ook waar:

o    Er is één soort stuk ruimte, ontstaan vanuit lob.

Ø  Is gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+én-).

3      Conclusie:

o    Er is één soort stuk ruimte, ontstaan vanuit lob.

5  Bijlagen.

 

Geen.