Inhoud.

                                                                 

Is onderverdeeld:

1      Inleiding.

2      Uitgangspunt.

3      Samenvatting.

4      Onderbouwing.

5      Bijlagen.

 

1  Inleiding.

 

Zie module:

o   Inleiding.

 

Deze module gaat in op:

o   Snelheid van object.

 

Afkortingen:

o   ß = Begrensd(e).

o   = Grootstbegrensd ( = 1 / Planckafstand).

o   = Kleinstbegrensd ( = 1 * Planckafstand).

o   ϗ = Onbegrensd.

o   ϗg = Onbegrensd groot.

o   ϗk = Onbegrensd klein.

o   PD = Planckdeeltje.

o   PD-N = Niét aan uitwendige van SD gekoppeld PD.

o   PD-W = Wél aan uitwendige van SD gekoppeld PD.

o   SD = Subatomair Deeltje.

o   BSD = Bolvormig Subatomair Deeltje.

o   SSD = Spiraalvormig Subatomair Deeltje.

o   MB = MatroesjkaBallon.

o   c = Lichtsnelheid.

 

Onder ϗ wordt verstaan:

o   Aftelbaar ϗ (alef-nul).

 

2  Uitgangspunt.

    

Niet van toepassing.

 

3  Samenvatting.

 

Is onderverdeeld:

1      Algemeen.

2      Conclusie.

 

3.1    Algemeen.

 

 

Soort object

Soort beweging

Snelheid

Stelling

1

PD

Verplaatsing

= c

7

2

SSD (foton, gluon)

Verplaatsing

= c

10

3

BSD (overige SD)

Verplaatsing

< c

14

4

Materie, leven

Groei, krimp

< c

23

5

Ballon van/naar MB (ontstaan/vervallen PD)

Groei, krimp

> c

22

 

3.2    Conclusies.

 

Niet van toepassing.

 

4  Onderbouwing.

 

1        Als waar is:

o   Vanuit lege ruimte is rechte verplaatsingssnelheid van PD-N samen met kß afstand gedefinieerd.

2       Als waar is:

o   Voor PD geldt: Heeft uitsluitend niét massa [Massa - Niet vs. Wél].

3       Is ook waar:

o   Voor verplaatsingssnelheid-recht (in heenrichting) van PD-N geldt: Is uitsluitend gelijk aan één Plancktijd over uitsluitend kß rechte afstand (a-b).

 

3       Als waar is:

o   Voor verplaatsingssnelheid-recht (in heenrichting) van PD-N geldt: Is uitsluitend gelijk aan één Plancktijd over uitsluitend kß rechte afstand (a-b).

4       Is ook waar:

o   Voor verplaatsingssnelheid-recht (in terugrichting) van PD-N geldt: Is uitsluitend gelijk aan één Plancktijd over uitsluitend kß rechte afstand (b-a).

5        Is ook waar:

o   Voor verplaatsingssnelheid-recht van PD-N geldt: Is uitsluitend gelijk aan één Plancktijd over uitsluitend kß rechte afstand.

 

5       Als waar is:

o   Voor verplaatsingssnelheid-recht van PD-N geldt: Is uitsluitend gelijk aan één Plancktijd over uitsluitend kß rechte afstand.

6       Is ook waar:

o   Voor verplaatsingssnelheid-rond van PD-W geldt: Is uitsluitend gelijk aan één Plancktijd over uitsluitend kß ronde afstand.

7       Is ook waar:

o   Voor verplaatsingssnelheid van PD geldt: Is uitsluitend gelijk aan één Plancktijd over uitsluitend kß afstand.

 

7       Als waar is:

o   Voor verplaatsingssnelheid van PD geldt: Is uitsluitend gelijk aan één Plancktijd over uitsluitend kß afstand.

8       Is ook waar:

o   Voor verplaatsingssnelheid van SD geldt: Is in elk geval ongelijk aan één Plancktijd over uitsluitend kß afstand.

 

8       Als waar is:

o   Voor verplaatsingssnelheid van SD geldt: Is in elk geval ongelijk aan één Plancktijd over uitsluitend kß afstand.

9       Als waar is:

o   Voor uitsluitend SSD geldt: Heeft lichtsnelheid.

10     Is ook waar:

o   Voor verplaatsingssnelheid van SSD geldt: Is uitsluitend gelijk aan één Plancktijd over uitsluitend kß afstand.

 

10     Als waar is:

o   Voor verplaatsingssnelheid van SSD geldt: Is uitsluitend gelijk aan één Plancktijd over uitsluitend kß afstand.

11     Als waar is:

o   Er is niet een ander soort SD dan BSD en SSD [SD - Soorten].

12     Is ook waar:

o   Voor verplaatsingssnelheid van BSD geldt: Is in elk geval ongelijk aan één Plancktijd over uitsluitend kß afstand.

 

12     Als waar is:

o   Voor verplaatsingssnelheid van BSD geldt: Is in elk geval ongelijk aan één Plancktijd over uitsluitend kß afstand.

11     Als waar is:

o   Er is niet een ander soort SD dan BSD en SSD [SD - Soorten].

13     Als waar is:

o   Voor BSD geldt: Heeft uitsluitend wél massa [Massa - Niét vs. Wél].

14     Is ook waar:

o   Voor verplaatsingssnelheid van BSD geldt: Is uitsluitend ongelijk aan één Plancktijd over uitsluitend kß afstand.

 

15     Als waar is:

o   Voor verplaatsing object-heenrichting (over getallenlijn) geldt: Object gaat van 0(+én-) naar 1(+) óf 1(-).

16     Is ook waar:

o   Voor verplaatsing object-terugrichting (over getallenlijn) geldt: Object gaat van 1(+) óf 1(-) naar 0(+én-).

17     Is ook waar:

o   Voor verplaatsing object (over getallenlijn) geldt: Object gaat van 0(+én-) naar 1(+) óf 1(-) of andersom.

 

17     Als waar is:

o   Voor verplaatsing object (over getallenlijn) geldt: Object gaat van 0(+én-) naar 1(+) óf 1(-) of andersom.

18     Is ook waar:

o   Voor groei/krimp object (over getallenlijn) geldt: Object gaat van 0(+én-) naar 1(+) én 1(-) of andersom.

 

2       Als waar is:

o   Voor PD geldt: Heeft uitsluitend niét massa [Massa - Niét vs. Wél].

7       Als waar is:

o   Voor verplaatsingssnelheid van PD geldt: Is uitsluitend gelijk aan één Plancktijd over uitsluitend kß afstand.

10     Als waar is:

o   Voor verplaatsingssnelheid van SSD geldt: Is uitsluitend gelijk aan één Plancktijd over uitsluitend kß afstand.

11     Als waar is:

o   Er is niet een ander soort SD dan BSD en SSD [SD - Soorten].

13     Als waar is:

o   Voor BSD geldt: Heeft uitsluitend wél massa [Massa - Niét vs. Wél].

19     Is ook waar:

o   Voor verplaatsingssnelheid van object zonder massa geldt: Is uitsluitend gelijk aan één Plancktijd over uitsluitend kß afstand.

 

19     Als waar is:

o   Voor verplaatsingssnelheid van object zonder massa geldt: Is uitsluitend gelijk aan één Plancktijd over uitsluitend kß afstand.

20     Is ook waar:

o   Voor groei-/krimpsnelheid van object zonder massa geldt: Is uitsluitend gelijk aan één Plancktijd over in elk geval gß afstand.

 

20     Als waar is:

o   Voor groei-/krimpsnelheid van object zonder massa geldt: Is uitsluitend gelijk aan één Plancktijd over in elk geval gß afstand.

21     Als waar is:

o   Snelheid uitsluitend gelijk aan één Plancktijd over in elk geval gß afstand geldt automatisch ook voor kß afstand.

22     Is ook waar:

o   Voor groei-/krimpsnelheid van object zonder massa geldt: Is uitsluitend gelijk aan één Plancktijd over zowel gß als kß afstand.

 

22     Als waar is:

o   Voor groei-/krimpsnelheid van object zonder massa geldt: Is uitsluitend gelijk aan één Plancktijd over zowel gß als kß afstand.

23     Is ook waar:

o   Voor groei-/krimpsnelheid van object met massa geldt: Is in elk geval ongelijk aan één Plancktijd over zowel gß als kß afstand.

 

5  Bijlagen.

 

Geen.