Inhoud.

                                                                 

Is onderverdeeld:

1      Inleiding.

2      Uitgangspunt.

3      Samenvatting.

4      Onderbouwing.

5      Bijlagen.

 

1  Inleiding.

 

De module bevat een indeling van subatomaire deeltjes die Natuurwetproef is.

De wet wint aan kracht wanneer het gepaard gaat met toetsbare voorspellingen.

 

2  Uitgangspunt.

 

Lepton in beweging heeft wél bewegingsenergie [2].

Lepton heeft halftallige spin = 1/2(+) [3].

Uitsluitend hadron is samengesteld [20].

W/Z-boson heeft heeltallige spin = 1(+) [37].

Foton is drager van wél elektrischekracht [39].

Gluon is drager van niét elektrischekracht (kernkracht-sterk) [39].

W/Z-boson is drager van niét elektrischekracht (kernkracht-zwak) [41].

Higgs-boson is bolvormig [44].

Higgs-boson heeft zowel ladingpolariteit(+én-) als (+óf-) [44].

Higgs-boson is enkelvoudig [44].

Higgs-boson is niét krachtvoerend [44].

Higgs-boson heeft heeltallige lading [44].

Higgs-boson heeft heeltallige spin [44].

 

3  Samenvatting.

 

3.1    Algemeen.

 

SD heeft de volgende gemeenschappelijke kenmerken:

1      Bolvormig vs. Spiraalvormig.

2      Enkelvoudig vs. Samengesteld.

3      Niét krachtvoerend vs. Wél krachtvoerend.

4      Lading is gebrokentallig vs. Lading is heeltallig.

5      Spin is gebrokentallig (voldoet wél aan het uitsluitingsprincipe van Pauli) vs. Spin is heeltallig (voldoet niét aan het uitsluitingsprincipe van Pauli).

 

De kenmerken gelden zowel in het domein van de zichtbare als onzichtbare (donkere) materie.

 

Er is de volgende groepen SD:

1      SD ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; lepton.

2      SD ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; W/Z-boson, foton, gluon, X-boson.

3      SD ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; baryon.

4      SD ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=H; meson.

5      SD ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=H; Higgs-boson.

 

Er is de volgende subgroepen SD:

1      BSD(+én-) ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; lepton.

2      BSD(+óf-) ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; lepton.

3      BSD(+én-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; Z-boson.

4      BSD(+óf-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; W,X-boson.

5      BSD(+én-) ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; baryon.

6      BSD(+óf-) ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; baryon.

7      BSD(+én-) ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=H; meson.

8      BSD(+óf-) ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=H; meson.

9      BSD(+óf-) ~ E ~ NKVR ~ L=G ~ S=G; quark.

10   BSD(+én-) ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=H; Higgs-boson.

11   BSD(+óf-) ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=H; Higgs-boson.

12   SSD(+én-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; foton, gluon.

 

Merk op:

1      Als waar is:

o   Voor meerdere groepen subatomaire deeltjes geldt: Heeft wél een functie.

Is ook waar:

o   Voor één groep subatomair deeltje (Higgs-boson) geldt: Heeft niét een functie.

2      Als waar is:

o   Voor SD ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; lepton geldt: Er is daarvan meerdere soorten met zowel LP(+én-) als (+óf-).

Is ook waar:

o   Voor SD ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=H; Higgs-boson geldt: Er is daarvan één soort met zowel LP(+én-) als (+óf-).

3      Als waar is:

o   Voor BSD(+óf-) ~ E ~ NKVR ~ L=G ~ S=G; quark geldt: Bestaat uit één soort hoeveelheid quarken (is één).

Is ook waar:

o   Voor BSD ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=H; meson geldt: Bestaat uit één soort hoeveelheid quarken (is twee).

4      Als waar is:

o   Voor BSD ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=H; meson geldt: Bestaat uit één soort hoeveelheid quarken (is twee).

o   Natuurgetal vijf betekent: Compleet [Natuur (Werkblad: Vijf)].

Is ook waar:

o   Voor BSD ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; baryon geldt: Bestaat uit meerdere soorten hoeveelheden quarken (is drie, vier, vijf).

5      Als waar is:

o   Voor meerdere soorten leptonen geldt: Is niét stabiel.

Is ook waar:

o   Voor één soort lepton (elektron) geldt: Is wél stabiel.

6      Als waar is:

o   Voor meerdere soorten baryonen geldt: Is niét stabiel.

Is ook waar:

o   Voor één soort baryon (proton) geldt: Is wél stabiel.

7      Als waar is:

o   Voor meerdere soorten spiraalvormige deeltjes (gluon) geldt: Is enkelspiraalvormig.

Is ook waar:

o   Voor één soort spiraalvormig deeltje (foton) geldt: Is dubbelspiraalvormig.

8      Als waar is:

o   Voor aantal groepen SD geldt: Is vijf.

o   Twaalf is de tegenpool van vijf [Natuur (Werkblad: Getalsmatige kenmerken)].

Is ook waar:

o   Voor aantal subgroepen SD geldt: Is twaalf.

 

Er is BSD(+én-) ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; lepton [3].

Toelichting:

o   LP is om leesbare reden gekoppeld aan BSD.

o   Spinpolariteit ontbreekt.

‹      Voor SD (gezien vanuit eigen domein) geldt: Heeft uitsluitend spinpolariteit(+) [Lepton - Spin].

 

Voor BSD(+óf-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H geldt: Is drager van meerdere fundamentele natuurkrachten [40].

Toelichting:

o   Is naast drager (W-boson) van kernkracht-zwak ook drager (X-boson) van ander soort kracht.

 

Voor BSD ~ E/S ~ NKVR/WKVR ~ L=H ~ S=G/H geldt: Heeft zowel LP(+én-) als (+óf-) [46].

Toelichting:

o   Kan worden vertaald in: ‘Voor meerdere groepen BSD geldt: Heeft zowel LP(+én-) als (+óf-)’.

 

Voor BSD(+óf-) ~ E ~ NKVR ~ L=G ~ S=G; quark geldt: Heeft uitsluitend LP(+óf-) [47].

Toelichting:

o   Kan worden vertaald in: ‘Voor één groep BSD geldt: Heeft uitsluitend LP(+óf-)’.

 

Voor SSD(+én-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; foton, gluon geldt: Heeft uitsluitend LP(+én-) [48].

Toelichting:

o   Kan worden vertaald in: ‘Voor één groep SSD geldt: Heeft uitsluitend LP(+én-)’.

 

3.2    Conclusies.

 

Er is zowel bolvormig (uitsluitend rond) als spiraalvormig (zowel recht als rond) SD [1].

 

Lepton is BSD [2].

 

Er is BSD(+én-) ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; lepton [3].

Er is BSD(+óf-) ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; lepton [4].

                                            

Er is BSD ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; lepton [5].

 

Er is BSD ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; W/Z-boson [6].

 

Er is BSD ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=H; meson [7].

 

Er is BSD(+én-) ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; baryon [8].

Er is BSD(+óf-) ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; baryon [9].

 

Er is BSD ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; baryon [10].

 

Er is BSD ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=G/H; hadron [11].

 

Er is BSD(+óf-) ~ E ~ NKVR ~ L=G ~ S=G; quark [12].

 

Er is BSD/BSD(+óf-) ~ E ~ NKVR ~ L=G/H ~ S=G; fermion [13].

 

Voor geheel (hadron) geldt: Is uitsluitend bolvormig [14].

Voor gedeelte van hadron geldt: Is zowel bol- als spiraalvormig [15].

 

Voor bolvormig gedeelte van hadron geldt: Heeft LP(+óf-) [16].

Voor spiraalvormig gedeelte van hadron geldt: Heeft LP(+én-) [17].

 

Voor bolvormig gedeelte van hadron geldt: Is E [18].

 

Voor BSD geldt: Is zowel E als S [19].

Voor SSD geldt: Is uitsluitend E [20].

 

Voor spiraalvormig gedeelte van hadron geldt: Is E [21].

 

Voor bolvormig gedeelte van hadron geldt: Is NKVR [22].

Voor spiraalvormig gedeelte van hadron geldt: Is WKVR [23].

 

Voor bolvormig gedeelte van hadron geldt: Is L=G [24].

Voor spiraalvormig gedeelte van hadron geldt: Is L=H [25].

 

Voor bolvormig gedeelte van hadron geldt: Is S=G [26].

Voor spiraalvormig gedeelte van hadron geldt: Is S=H [27].

 

Er is ESSD(+én-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; gluon [28].

 

Er is meerdere groepen BSD [29].

Er is één groep SSD [30].

 

Er is DSSD(+én-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; foton [31].

 

Er is SSD(+én-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; foton, gluon [32].

 

Voor meerdere groepen SD ~ E ~ L=H ~ S=H geldt: Is WKVR [33].

Voor één ontbrekend groep SD ~ E ~ L=H ~ S=H geldt: Is NKVR [34].

 

Voor meerdere groepen BSD geldt: Is NKVR [35].

Voor één groep BSD geldt: Is WKVR [36].

 

Voor BSD ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; W/Z-boson geldt: Bevat SD met uitsluitend heeltallige spin ≠ 0(+én-) [37].

Voor BSD ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=H; ontbrekend groep geldt: Bevat SD met in ieder geval heeltallige spin = 0(+én-) [38].

 

Voor SSD(+én-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H geldt: Is drager van meerdere fundamentele natuurkrachten [39].

Voor BSD(+óf-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H geldt: Is drager van meerdere fundamentele natuurkrachten [40].

 

Er is BSD(+óf-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; X-boson [41].

Er is BSD ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; W/Z, X-boson [42].

 

Voor BSD ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H geldt: LP is zowel dubbelzijdig (zowel (+én-) als (+óf-)) als enkelzijdig (uitsluitend (+óf-)) [43].

Voor BSD ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=H; ontbrekend groep geldt: LP is uitsluitend dubbelzijdig (zowel (+én-) als (+óf-)) [44].

 

Er is BSD ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=H; Higgs-boson [45].

 

Voor BSD ~ E/S ~ NKVR/WKVR ~ L=H ~ S=G/H geldt: Heeft zowel LP(+én-) als (+óf-) [46].

Voor BSD(+óf-) ~ E ~ NKVR ~ L=G ~ S=G; quark geldt: Heeft uitsluitend LP(+óf-) [47].

 

Voor SSD(+én-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; foton, gluon geldt: Heeft uitsluitend LP(+én-) [48].

 

Er is meerdere (6) groepen SD ~ L=H [49].

Er is één groep SD ~ L=G [50].

 

4  Onderbouwing.

 

1   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor SD geldt: PD(+óf-) draait zowel bol- als spiraalvormig om PD(+én-) [SD - Inwendige vs. Uitwendige].

2      Is ook waar:

o    Er is zowel bolvormig (uitsluitend rond) als spiraalvormig (zowel recht als rond) SD.

3      Conclusie:

o    Er is zowel bolvormig (uitsluitend rond) als spiraalvormig (zowel recht als rond) SD.

2   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is zowel bolvormig (uitsluitend rond) als spiraalvormig (zowel recht als rond) SD [1].

o    Voor BSD in beweging geldt: Heeft wél bewegingsenergie [SD - Bewegingsenergie].

o    Voor SSD geldt: Heeft uitsluitend niét bewegingsenergie [SD - Bewegingsenergie].

o    Lepton in beweging heeft wél bewegingsenergie.

2      Is ook waar:

o    Lepton is BSD.

3      Conclusie:

o    Lepton is BSD.

3   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Lepton is BSD [2].

o    Lepton heeft zowel LP(+én-) als (+óf-) [Lepton - Lading].

o    Lepton is enkelvoudig [Lepton - Enkelvoudig].

o    Lepton is NKVR [Lepton - NKVR].

o    Lepton heeft heeltallige lading [Lepton - Lading].

o    Lepton heeft halftallige spin = 1/2(+).

2      Is ook waar:

o    Er is BSD(+én-) ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; lepton.

3      Conclusie:

o    Er is BSD(+én-) ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; lepton.

4   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is BSD(+én-) ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; lepton [3].

o    Lepton heeft zowel LP(+én-) als (+óf-) [3 (Als waar is:)].

2      Is ook waar:

o    Er is BSD(+óf-) ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; lepton.

3      Conclusie:

o    Er is BSD(+óf-) ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; lepton.

5   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is BSD(+óf-) ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; lepton [4].

o    Er is BSD(+én-) ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; lepton [3].

2      Is ook waar:

o    Er is BSD ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; lepton.

3      Conclusie:

o    Er is BSD ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; lepton.

6   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is BSD ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; lepton [5].

2      Is ook waar:

o    Er is BSD ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; W/Z-boson.

3      Conclusie:

o    Er is BSD ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; W/Z-boson.

7   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is BSD ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; lepton [5].

2      Is ook waar:

o    Er is BSD ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=H; meson.

3      Conclusie:

o    Er is BSD ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=H; meson.

8   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is BSD(+óf-) ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; lepton [4].

2      Is ook waar:

o    Er is BSD(+én-) ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; baryon.

3      Conclusie:

o    Er is BSD(+én-) ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; baryon.

9   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is BSD(+én-) ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; lepton [3].

2      Is ook waar:

o    Er is BSD(+óf-) ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; baryon.

3      Conclusie:

o    Er is BSD(+óf-) ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; baryon.

10 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is BSD(+óf-) ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; baryon [9].

o    Er is BSD(+én-) ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; baryon [8].

2      Is ook waar:

o    Er is BSD ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; baryon.

3      Conclusie:

o    Er is BSD ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; baryon.

11 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is BSD ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; baryon [10].

o    Er is BSD ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=H; meson [7].

2      Is ook waar:

o    Er is BSD ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=G/H; hadron.

3      Conclusie:

o    Er is BSD ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=G/H; hadron.

12 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is BSD ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; lepton [5].

2      Is ook waar:

o    Er is BSD(+óf-) ~ E ~ NKVR ~ L=G ~ S=G; quark.

3      Conclusie:

o    Er is BSD(+óf-) ~ E ~ NKVR ~ L=G ~ S=G; quark.

13 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is BSD(+óf-) ~ E ~ NKVR ~ L=G ~ S=G; quark [12].

o    Er is BSD ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; lepton [5].

2      Is ook waar:

o    Er is BSD/BSD(+óf-) ~ E ~ NKVR ~ L=G/H ~ S=G; fermion.

3      Conclusie:

o    Er is BSD/BSD(+óf-) ~ E ~ NKVR ~ L=G/H ~ S=G; fermion.

14 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is BSD ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=G/H; hadron [11].

2      Is ook waar:

o    Voor geheel (hadron) geldt: Is uitsluitend bolvormig.

3      Conclusie:

o    Voor geheel (hadron) geldt: Is uitsluitend bolvormig.

15 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor geheel (hadron) geldt: Is uitsluitend bolvormig [14].

o    Er is zowel bolvormig (uitsluitend rond) als spiraalvormig (zowel recht als rond) SD [1].

o    Er is BSD(+óf-) ~ E ~ NKVR ~ L=G ~ S=G; quark [12].

2      Is ook waar:

o    Voor gedeelte van hadron geldt: Is zowel bol- als spiraalvormig.

3      Conclusie:

o    Voor gedeelte van hadron geldt: Is zowel bol- als spiraalvormig.

16 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is BSD ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=G/H; hadron [11].

o    Er is BSD(+óf-) ~ E ~ NKVR ~ L=G ~ S=G; quark [12].

2      Is ook waar:

o    Voor bolvormig gedeelte van hadron geldt: Heeft LP(+óf-).

3      Conclusie:

o    Voor bolvormig gedeelte van hadron geldt: Heeft LP(+óf-).

17 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor bolvormig gedeelte van hadron geldt: Heeft LP(+óf-) [16].

o    Voor gedeelte van hadron geldt: Is zowel bol- als spiraalvormig [15].

2      Is ook waar:

o    Voor spiraalvormig gedeelte van hadron geldt: Heeft LP(+én-).

3      Conclusie:

o    Voor spiraalvormig gedeelte van hadron geldt: Heeft LP(+én-).

18 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is BSD(+óf-) ~ E ~ NKVR ~ L=G ~ S=G; quark [12].

2      Is ook waar:

o    Voor bolvormig gedeelte van hadron geldt: Is E.

3      Conclusie:

o    Voor bolvormig gedeelte van hadron geldt: Is E.

19 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is BSD ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; lepton [5].

o    Er is BSD ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=H; meson [7].

2      Is ook waar:

o    Voor BSD geldt: Is zowel E als S.

3      Conclusie:

o    Voor BSD geldt: Is zowel E als S.

20 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor BSD geldt: Is zowel E als S [19].

o    Uitsluitend hadron is samengesteld.

2      Is ook waar:

o    Voor SSD geldt: Is uitsluitend E.

3      Conclusie:

o    Voor SSD geldt: Is uitsluitend E.

21 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor SSD geldt: Is uitsluitend E [20].

o    Voor bolvormig gedeelte van hadron geldt: Is E [18].

o    Voor gedeelte van hadron geldt: Is zowel bol- als spiraalvormig [15].

2      Is ook waar:

o    Voor spiraalvormig gedeelte van hadron geldt: Is E.

3      Conclusie:

o    Voor spiraalvormig gedeelte van hadron geldt: Is E.

22 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is BSD(+óf-) ~ E ~ NKVR ~ L=G ~ S=G; quark [12].

2      Is ook waar:

o    Voor bolvormig gedeelte van hadron geldt: Is NKVR.

3      Conclusie:

o    Voor bolvormig gedeelte van hadron geldt: Is NKVR.

23 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor bolvormig gedeelte van hadron geldt: Is NKVR [22].

o    Voor gedeelte van hadron geldt: Is zowel bol- als spiraalvormig [15].

2      Is ook waar:

o    Voor spiraalvormig gedeelte van hadron geldt: Is WKVR.

3      Conclusie:

o    Voor spiraalvormig gedeelte van hadron geldt: Is WKVR.

24 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is BSD(+óf-) ~ E ~ NKVR ~ L=G ~ S=G; quark [12].

2      Is ook waar:

o    Voor bolvormig gedeelte van hadron geldt: Is L=G.

3      Conclusie:

o    Voor bolvormig gedeelte van hadron geldt: Is L=G.

25 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor bolvormig gedeelte van hadron geldt: Is L=G [24].

o    Voor gedeelte van hadron geldt: Is zowel bol- als spiraalvormig [15].

2      Is ook waar:

o    Voor spiraalvormig gedeelte van hadron geldt: Is L=H.

3      Conclusie:

o    Voor spiraalvormig gedeelte van hadron geldt: Is L=H.

26 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is BSD(+óf-) ~ E ~ NKVR ~ L=G ~ S=G; quark [12].

2      Is ook waar:

o    Voor bolvormig gedeelte van hadron geldt: Is S=G.

3      Conclusie:

o    Voor bolvormig gedeelte van hadron geldt: Is S=G.

27 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor bolvormig gedeelte van hadron geldt: Is S=G [26].

o    Voor gedeelte van hadron geldt: Is zowel bol- als spiraalvormig [15].

2      Is ook waar:

o    Voor spiraalvormig gedeelte van hadron geldt: Is S=H.

3      Conclusie:

o    Voor spiraalvormig gedeelte van hadron geldt: Is S=H.

28 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor spiraalvormig gedeelte van hadron geldt: Is S=H [27].

o    Voor spiraalvormig gedeelte van hadron geldt: Heeft LP(+én-) [17].

o    Voor spiraalvormig gedeelte van hadron geldt: Is E [21].

o    Voor spiraalvormig gedeelte van hadron geldt: Is WKVR [23].

o    Voor spiraalvormig gedeelte van hadron geldt: Is L=H [25].

o    Voor gluon geldt: Is enkelspiraalvormig [Foton vs. Gluon].

2      Is ook waar:

o    Er is ESSD(+én-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; gluon.

3      Conclusie:

o    Er is ESSD(+én-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; gluon.

29 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is BSD ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; lepton [5].

o    Er is BSD ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=G/H; hadron [11].

2      Is ook waar:

o    Er is meerdere groepen BSD.

3      Conclusie:

o    Er is meerdere groepen BSD.

30 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is meerdere groepen BSD [29].

2      Is ook waar:

o    Er is één groep SSD.

3      Conclusie:

o    Er is één groep SSD.

31 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is één groep SSD [30].

o    Er is ESSD(+én-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; gluon [28].

2      Is ook waar:

o    Er is DSSD(+én-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; foton.

3      Conclusie:

o    Er is DSSD(+én-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; foton.

32 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is DSSD(+én-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; foton [31].

o    Er is ESSD(+én-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; gluon [28].

2      Is ook waar:

o    Er is SSD(+én-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; foton, gluon.

3      Conclusie:

o    Er is SSD(+én-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; foton, gluon.

33 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is SSD(+én-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; foton, gluon [32].

o    Er is BSD ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; W/Z-boson [6].

2      Is ook waar:

o    Voor meerdere groepen SD ~ E ~ L=H ~ S=H geldt: Is WKVR.

3      Conclusie:

o    Voor meerdere groepen SD ~ E ~ L=H ~ S=H geldt: Is WKVR.

34 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor meerdere groepen SD ~ E ~ L=H ~ S=H geldt: Is WKVR [33].

2      Is ook waar:

o    Voor één ontbrekend groep SD ~ E ~ L=H ~ S=H geldt: Is NKVR.

3      Conclusie:

o    Voor één ontbrekend groep SD ~ E ~ L=H ~ S=H geldt: Is NKVR.

35 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is BSD ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; lepton [5].

o    Er is BSD ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=H; meson [7].

2      Is ook waar:

o    Voor meerdere groepen BSD geldt: Is NKVR.

3      Conclusie:

o    Voor meerdere groepen BSD geldt: Is NKVR.

36 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor meerdere groepen BSD geldt: Is NKVR [35].

2      Is ook waar:

o    Voor één groep BSD geldt: Is WKVR.

3      Conclusie:

o    Voor één groep BSD geldt: Is WKVR.

37 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is BSD ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; W/Z-boson [6].

o    W/Z-boson heeft heeltallige spin = 1(+).

2      Is ook waar:

o    Voor BSD ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; W/Z-boson geldt: Bevat SD met uitsluitend heeltallige spin ≠ 0(+én-).

3      Conclusie:

o    Voor BSD ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; W/Z-boson geldt: Bevat SD met uitsluitend heeltallige spin ≠ 0(+én-).

38 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor BSD ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; W/Z-boson geldt: Bevat SD met uitsluitend heeltallige spin ≠ 0(+én-) [37].

o    Voor één ontbrekend groep SD ~ E ~ L=H ~ S=H geldt: Is NKVR [34].

2      Is ook waar:

o    Voor BSD ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=H; ontbrekend groep geldt: Bevat SD met in ieder geval heeltallige spin = 0(+én-).

3      Conclusie:

o    Voor BSD ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=H; ontbrekend groep geldt: Bevat SD met in ieder geval heeltallige spin = 0(+én-).

39 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is SSD(+én-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; foton, gluon [32].

o    Foton is drager van wél elektrischekracht.

o    Gluon is drager van niét elektrischekracht (kernkracht-sterk).

2      Is ook waar:

o    Voor SSD(+én-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H geldt: Is drager van meerdere fundamentele natuurkrachten.

3      Conclusie:

o    Voor SSD(+én-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H geldt: Is drager van meerdere fundamentele natuurkrachten.

40 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor SSD(+én-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H geldt: Is drager van meerdere fundamentele natuurkrachten [39].

2      Is ook waar:

o    Voor BSD(+óf-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H geldt: Is drager van meerdere fundamentele natuurkrachten.

3      Conclusie:

o    Voor BSD(+óf-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H geldt: Is drager van meerdere fundamentele natuurkrachten.

41 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor BSD(+óf-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H geldt: Is drager van meerdere fundamentele natuurkrachten [40].

o    Er is BSD ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; W/Z-boson [6].

o    W/Z-boson is drager van niét elektrischekracht (kernkracht-zwak).

2      Is ook waar:

o    Er is BSD(+óf-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; X-boson.

3      Conclusie:

o    Er is BSD(+óf-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; X-boson.

42 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is BSD(+óf-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; X-boson [41].

o    Er is BSD ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; W/Z-boson [6].

2      Is ook waar:

o    Er is BSD ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; W/Z, X-boson.

3      Conclusie:

o    Er is BSD ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; W/Z, X-boson.

43 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is BSD(+óf-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; X-boson [41].

o    Er is BSD ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; W/Z-boson [6].

2      Is ook waar:

o    Voor BSD ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H geldt: LP is zowel dubbelzijdig (zowel (+én-) als (+óf-)) als enkelzijdig (uitsluitend (+óf-)).

3      Conclusie:

o    Voor BSD ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H geldt: LP is zowel dubbelzijdig (zowel (+én-) als (+óf-)) als enkelzijdig (uitsluitend (+óf-)).

44 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor BSD ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H geldt: LP is zowel dubbelzijdig (zowel (+én-) als (+óf-)) als enkelzijdig (uitsluitend (+óf-)) [43].

o    Voor BSD ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=H; ontbrekend groep geldt: Bevat SD met in ieder geval heeltallige spin = 0(+én-) [38].

o    Higgs-boson is bolvormig.

o    Higgs-boson heeft zowel ladingpolariteit(+én-) als (+óf-).

o    Higgs-boson is enkelvoudig.

o    Higgs-boson is niét krachtvoerend.

o    Higgs-boson heeft heeltallige lading.

o    Higgs-boson heeft heeltallige spin.

2      Is ook waar:

o    Voor BSD ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=H; ontbrekend groep geldt: LP is uitsluitend dubbelzijdig (zowel (+én-) als (+óf-)).

3      Conclusie:

o    Voor BSD ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=H; ontbrekend groep geldt: LP is uitsluitend dubbelzijdig (zowel (+én-) als (+óf-)).

45 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor BSD ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=H; ontbrekend groep geldt: LP is uitsluitend dubbelzijdig (zowel (+én-) als (+óf-)) [44].

o    Higgs-boson is bolvormig [44 (als waar is:)].

o    Higgs-boson heeft zowel ladingpolariteit(+én-) als (+óf-) [44 (als waar is:)].

o    Higgs-boson is enkelvoudig [44 (als waar is:)].

o    Higgs-boson is niét krachtvoerend [44 (als waar is:)].

o    Higgs-boson heeft heeltallige lading [44 (als waar is:)].

o    Higgs-boson heeft heeltallige spin [44 (als waar is:)].

2      Is ook waar:

o    Er is BSD ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=H; Higgs-boson.

3      Conclusie:

o    Er is BSD ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=H; Higgs-boson.

46 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is BSD ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=H; Higgs-boson [45].

o    Er is BSD ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; lepton [5].

o    Er is BSD ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; W/Z-boson [6].

o    Er is BSD ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=H; meson [7].

o    Er is BSD ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; baryon [10].

2      Is ook waar:

o    Voor BSD ~ E/S ~ NKVR/WKVR ~ L=H ~ S=G/H geldt: Heeft zowel LP(+én-) als (+óf-).

3      Conclusie:

o    Voor BSD ~ E/S ~ NKVR/WKVR ~ L=H ~ S=G/H geldt: Heeft zowel LP(+én-) als (+óf-).

47 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor BSD ~ E/S ~ NKVR/WKVR ~ L=H ~ S=G/H geldt: Heeft zowel LP(+én-) als (+óf-) [46].

o    Er is BSD(+óf-) ~ E ~ NKVR ~ L=G ~ S=G; quark [12].

2      Is ook waar:

o    Voor BSD(+óf-) ~ E ~ NKVR ~ L=G ~ S=G; quark geldt: Heeft uitsluitend LP(+óf-).

3      Conclusie:

o    Voor BSD(+óf-) ~ E ~ NKVR ~ L=G ~ S=G; quark geldt: Heeft uitsluitend LP(+óf-).

48 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor BSD(+óf-) ~ E ~ NKVR ~ L=G ~ S=G; quark geldt: Heeft uitsluitend LP(+óf-) [47].

o    Er is SSD(+én-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; foton, gluon [32].

2      Is ook waar:

o    Voor SSD(+én-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; foton, gluon geldt: Heeft uitsluitend LP(+én-).

3      Conclusie:

o    Voor SSD(+én-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; foton, gluon geldt: Heeft uitsluitend LP(+én-).

49 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is BSD ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=H; Higgs-boson [45].

o    Er is BSD ~ E ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; lepton [5].

o    Er is BSD ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=H; meson [7].

o    Er is BSD ~ S ~ NKVR ~ L=H ~ S=G; baryon [10].

o    Er is SSD(+én-) ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; foton, gluon [32].

o    Er is BSD ~ E ~ WKVR ~ L=H ~ S=H; W/Z, X-boson [42].

o    Voor fermion geldt: Combineren gemeenschappelijke kenmerken is toegestaan [Fermion - Soorten].

o    Voor n = 4 en k = 2 geldt: Aantal combinaties = n! / ((n - k)! * k!) = 6 [Combineren vs. Rangschikken].

2      Is ook waar:

o    Er is meerdere (6) groepen SD ~ L=H.

3      Conclusie:

o    Er is meerdere (6) groepen SD ~ L=H.

50 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is meerdere (6) groepen SD ~ L=H [49].

o    Er is BSD(+óf-) ~ E ~ NKVR ~ L=G ~ S=G; quark [12].

2      Is ook waar:

o    Er is één groep SD ~ L=G.

3      Conclusie:

o    Er is één groep SD ~ L=G.

5  Bijlagen.

 

Afkortingen en symbolen.

Foton vs. Gluon.

Schema subatomaire deeltjes.

SD – Bewegingsenergie.

SD - Inwendige vs. Uitwendige.

 

Schema subatomaire deeltjes

Fe

Bo

Ha

 

 

 

 

 

 

 

M

Ba

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

L

Q

Fo/G

W/Z, X

Hi

1       Ba = Baryon.

2       Bo = Boson.

3       Fe = Fermion.

4       Fo = Foton.

5       G = Gluon.

6       Ha = Hadron.

7       Hi = Higgs-boson.                                    

8       L = Lepton.

9       M = Meson.                                     

10     Q = Quark.

11     W/Z = W/Z-boson.

12     X = X-boson.

 

Het schema weerspiegelt de natuurgetallen: 1, 2, 3, 5, 7 en 12 (is niét wiskundige getallen).