Inhoud.

                                                                 

Is onderverdeeld:

1      Inleiding.

2      Uitgangspunt.

3      Samenvatting.

4      Onderbouwing.

5      Bijlagen.

 

1  Inleiding.

 

Zie module:

o   Inleiding.

 

Deze module gaat in op:

o   Elementaire rekenregels.

 

Aanleiding van dit onderwerp is de volgende tegenstrijdigheid:

1      1 - 1 = 0.

2      Stel: Nul is NIETS.

3      Nul is gekoppeld aan een punt als deel van een getallenlijn.

4      Getallenlijn is een aaneenschakeling van punten.

5      Getallenlijn is een aaneenschakeling van NIETS?

 

2  Uitgangspunt.

 

Er is twee handen met vijf vingers [1].

Er is rekenopdracht: 2(+óf-) * 5(+óf-) [2].

Som der delen is het geheel [2].

Al wat meermalig is vereist beweging [8].

Al wat in beweging is, is dynamisch [10].

Wij bevinden ons in DG-H [17].

 

Uit stelling 13 is stelling 14 t/m 16 af te leiden.

Ø  De wijze waarop is omwille van de leesbaarheid achterwege gelaten.

 

3  Samenvatting.

 

3.1    Algemeen.

 

Er gelden de volgende elementaire rekenregels:

1      Getal(+óf-) alef nul(+óf-) + getal(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan [39].

2      Getal(+óf-) alef nul(+óf-) - getal(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan [41].

3      Getal(+óf-) alef nul(+óf-) * getal(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan [42].

4      Getal(+óf-) alef nul(+óf-) / getal(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan [43].

5      Getal(+óf-) alef nul(+óf-) + getal 0(+én-) is toegestaan [Reken- vs. Telgetal].

6      Getal(+óf-) alef nul(+óf-) - getal 0(+én-) is toegestaan [44].

7      Getal(+óf-) alef nul(+óf-) * getal 0(+én-) is verboden [45].

8      Getal(+óf-) alef nul(+óf-) / getal 0(+én-) is verboden [46].

9      Getal 0(+én-) + getal 0(+én-) is verboden [48].

10   Getal 0(+én-) - getal 0(+én-) is verboden [49].

11   Getal 0(+én-) * getal 0(+én-) is verboden [47].

12   Getal 0(+én-) / getal 0(+én-) is verboden [50].

13   Getal 0(+én-) * getal(+óf-) alef nul(+óf-) is verboden [51].

14   Getal 0(+én-) / getal(+óf-) alef nul(+óf-)  is verboden [52].

 

Voor toegestane rekenregel geldt: uitkomst is = 0 of ≠ 0.

Voor verboden rekenregel geldt: uitkomst = 0.

 

De 14 elementaire rekenregels zijn gebaseerd op het volgende (in andere modules onderbouwd) wereldbeeld:

o   Het heelal is plastisch uitgedrukt een kubus (DG-H), omgeven door een hyperkubus (DG-M) waarvan de wanddikte uit een onbegrensd aantal aaneengeschakelde lagen van onbegrensd kleine dikte bestaat.

o   Elke laag is onbegrensde aaneenschakeling van meetkundige punten die onbegrensd met zichzelf zijn samengevoegd.

o   Het heelal bestaat uitsluitend uit gevulde ruimte en een cartesisch coördinatenstelsel.

o   Een kubusvormig leeg stuk ruimte (DL) met een ribbe van onbegrensde omvang omsluit de hyperkubus (DG-M).

 

3.2    Conclusies.

 

Er is getal 2(+én-) en 5(+én-) als telresultaat [1].

Ø  Is 1(+én-) + 1(+én-) en 1(+én-) + 1(+én-) + 1(+én-) + 1(+én-) + 1(+én-).

Is telwoord twee en vijf.

Er is getal 2(+óf-) * 5(+óf-) = 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) plus 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) = 10(+óf-) als rekenresultaat [2].

Ø  Keuze (+) of (-) is afhankelijk van de rekenkundige.

 

Getal 2(+óf-) is ß som [3].

Getal 5(+óf-) is ß gedeelte [4].

Getal 10(+óf-) is ß geheel [5].

 

Bewerking: * vereist het meermalige [6].

Ø  Rekenresultaat wordt in meerdere stappen groter.

Bewerking: / vereist het eenmalige [7].

Ø  Rekenresultaat wordt in één stap kleiner.

 

Bewerking: * vereist beweging [8].                                                          

Bewerking: / vereist rust [9].

 

Bewerking: * is dynamisch [10].

Ø  Resultaat komt in meerdere stappen tot stand.

Bewerking: / is statisch [11].

Ø  Resultaat komt in één stap tot stand.

 

ß som * ß gedeelte = ß geheel [12].

Ø  Voor ß geldt: is het dynamisch .

Het rekenproces kent zowel meerdere tussenresultaten als één eindresultaat.

Is toegestaan.

ß som * ϗ gedeelte = ϗ geheel [13].

Ø  Voor ϗ geldt: is het dynamisch ϗ.

Het rekenproces kent uitsluitend één eindresultaat.

Is verboden.

 

ϗ som * ß gedeelte = ϗ geheel [14 (Als waar is:)].

Ø  Voor ϗ geldt: is het dynamisch ϗ.

Het rekenproces kent uitsluitend een ß tussenresultaat.

Is toegestaan.

ϗ som * ϗ gedeelte = ß geheel [14].

Ø  Voor ß geldt: is het dynamisch .

Het rekenproces kent uitsluitend een ϗ tussenresultaat.

Is verboden.

 

ß geheel / ß gedeelte = ß som [15 (Als waar is:)].

Ø  Voor ß geldt: is het statisch ß.

Het rekenproces kent uitsluitend één ß eindresultaat.

Is toegestaan.

ß geheel / ϗ gedeelte = ϗ som [15].

Ø  Voor ϗ geldt: is het statisch ϗ.

Het rekenproces kent uitsluitend één ϗ eindresultaat.

Is verboden.

 

ϗ geheel / ß gedeelte = ϗ som [16 (Als waar is:)].

Ø  Voor ϗ geldt: is het statisch ϗ.

Het rekenproces kent uitsluitend één ϗ eindresultaat.

Is toegestaan.

ϗ geheel / ϗ gedeelte = ß som [16].

Ø  Voor ß geldt: is het statisch ß.

Het rekenproces kent uitsluitend één ß eindresultaat.

Is verboden.

 

In DG-H geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ß [17].

In DG-M geldt: Er is uitsluitend het statisch ß [20].

 

In DG geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ß [21].

 

In DG-H geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ϗ [24].

Ø  In de zin van: In DG-H is niét het statisch ϗ.

In DG-M geldt: Er is uitsluitend het statisch ϗ [27].

Ø  In de zin van: In DG-M is niét het dynamisch ϗ.

 

In DG geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ϗ [28].

 

In DL geldt: Er is uitsluitend het statisch ϗ [31].

Ø  In de zin van: In DL is niét het dynamisch ϗ.

In DL geldt: Er is uitsluitend het statisch ß [34].

Ø  In de zin van: In DL is niét het dynamisch ß.

 

Bewerking *,/ van getal(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan [35].

Bewerking *,/ van getal(+én-) alef nul(+én-) is verboden [36].

 

Bewerking +,- van getal(+én-) alef nul(+én-) is verboden [37].

Bewerking van getal(+én-) alef nul(+én-) is verboden [38].

 

Getal(+óf-) alef nul(+óf-) + getal(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan [39].

 

Bewerking: + en - is elkaars gelijkgestelde [40].

Ø  Is niét elkaars tegenpool.

 

Getal(+óf-) alef nul(+óf-) - getal(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan [41].

 

Getal(+óf-) alef nul(+óf-) * getal(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan [42].

Getal(+óf-) alef nul(+óf-) / getal(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan [43].

 

Getal(+óf-) alef nul(+óf-) - getal 0(+én-) is toegestaan [44].

 

Getal(+óf-) alef nul(+óf-) * getal 0(+én-) is verboden [45].

Getal(+óf-) alef nul(+óf-) / getal 0(+én-) is verboden [46].

 

Getal 0(+én-) * getal 0(+én-) is verboden [47].

 

Getal 0(+én-) + getal 0(+én-) is verboden [48].

Getal 0(+én-) - getal 0(+én-) is verboden [49].

 

Getal 0(+én-) / getal 0(+én-) is verboden [50].

 

Getal 0(+én-) * getal(+óf-) alef nul(+óf-) is verboden [51].

Getal 0(+én-) / getal(+óf-) alef nul(+óf-)  is verboden [52].

 

Voor toegestane stellingen geldt: uitkomst is = 0 of ≠ 0 [53].

 

Voor toegestane stellingen geldt: meerdere (twee) soorten uitkomsten is mogelijk [54].

Voor verboden stellingen geldt: één soort uitkomst is mogelijk [55].

 

Voor uitkomst stelling bij negeren van verbod geldt: = 0 [56].

 

Voor verboden rekenregel geldt: uitkomst is = 0 [57].

 

Voor getal(+óf-) alef nul(+óf-) + getal(+óf-) alef nul(+óf-) geldt: =0 of ≠ 0 [58].

Voor getal(+óf-) alef nul(+óf-) - getal(+óf-) alef nul(+óf-) geldt: =0 of ≠ 0 [58].

Voor getal(+óf-) alef nul(+óf-) * getal(+óf-) alef nul(+óf-) geldt: =0 of ≠ 0 [58].

Voor getal(+óf-) alef nul(+óf-) / getal(+óf-) alef nul(+óf-) geldt: =0 of ≠ 0 [58].

Voor getal(+óf-) alef nul(+óf-) + getal 0(+én-) geldt: =0 of ≠ 0 [58].

Voor getal(+óf-) alef nul(+óf-) - getal 0(+én-) geldt: =0 of ≠ 0 [58].

 

Voor getal(+óf-) alef nul(+óf-) * getal 0(+én-) geldt: = 0 [59].

Voor getal(+óf-) alef nul(+óf-) / getal 0(+én-) geldt: = 0 [59].

Voor getal 0(+én-) + getal 0(+én-) geldt: = 0 [59].

Voor getal 0(+én-) - getal 0(+én-) geldt” = 0 [59].

Voor getal 0(+én-) * getal 0(+én-) geldt: = 0 [59].

Voor getal 0(+én-) / getal 0(+én-) geldt: = 0 [59].

Voor getal 0(+én-) * getal(+óf-) alef nul(+óf-) geldt: = 0 [59].

Voor getal 0(+én-) / getal(+óf-) alef nul(+óf-) geldt: = 0 [59].

 

4  Onderbouwing.

 

1   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is twee handen met vijf vingers.

o    Er is getal(+én-) alef nul(+én-) [module ‘Soorten getallen’].

o    Alef nul(+én-) is de ϗ verzameling van uitsluitend alle gehele getallen(+én-) <> 0(+én-) [Alef].

o    Telwoord is uitsluitend gekoppeld aan getal(+én-) alef nul(+én-) [Reken- vs. Telgetal].

2      Is ook waar:

o    Er is getal 2(+én-) en 5(+én-) als telresultaat.

Ø  Is 1(+én-) + 1(+én-) en 1(+én-) + 1(+én-) + 1(+én-) + 1(+én-) + 1(+én-).

Is telwoord twee en vijf.

3      Conclusie:

o    Er is getal 2(+én-) en 5(+én-) als telresultaat.

2   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is rekenopdracht: 2(+óf-) * 5(+óf-).

2      Is ook waar:

o    Er is getal 2(+óf-) * 5(+óf-) = 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) plus 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) = 10(+óf-) als rekenresultaat.

Ø  Keuze (+) of (-) is afhankelijk van de rekenkundige.

3      Conclusie:

o    Er is getal 2(+óf-) * 5(+óf-) = 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) plus 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) = 10(+óf-) als rekenresultaat.

3   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is getal 2(+óf-) * 5(+óf-) = 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) plus 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) = 10(+óf-) als rekenresultaat [2].

Ø  Keuze (+) of (-) is afhankelijk van de rekenkundige.

o    Som der delen is het geheel [2 (Als waar is:)].

2      Is ook waar:

o    Getal 2(+óf-) is ß som.

3      Conclusie:

o    Getal 2(+óf-) is ß som.

4   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is getal 2(+óf-) * 5(+óf-) = 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) plus 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) = 10(+óf-) als rekenresultaat [2].

Ø  Keuze (+) of (-) is afhankelijk van de rekenkundige.

o    Som der delen is het geheel [2 (Als waar is:)].

2      Is ook waar:

o    Getal 5(+óf-) is ß gedeelte.

3      Conclusie:

o    Getal 5(+óf-) is ß gedeelte.

5   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is getal 2(+óf-) * 5(+óf-) = 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) plus 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) = 10(+óf-) als rekenresultaat [2].

Ø  Keuze (+) of (-) is afhankelijk van de rekenkundige.

o    Som der delen is het geheel [2 (Als waar is:)].

2      Is ook waar:

o    Getal 10(+óf-) is ß geheel.

3      Conclusie:

o    Getal 10(+óf-) is ß geheel.

6   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is getal 2(+óf-) * 5(+óf-) = 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) plus 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) = 10(+óf-) als rekenresultaat [2].

Ø  Keuze (+) of (-) is afhankelijk van de rekenkundige.

2      Is ook waar:

o    Bewerking: * vereist het meermalige.

Ø  Rekenresultaat wordt in meerdere stappen groter.

3      Conclusie:

o    Bewerking: * vereist het meermalige.

7   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Bewerking: * vereist het meermalige [6].

Ø  Rekenresultaat wordt in meerdere stappen groter.

2      Is ook waar:

o    Bewerking: / vereist het eenmalige.

Ø  Rekenresultaat wordt in één stap kleiner.

3      Conclusie:

o    Bewerking: / vereist het eenmalige.

8   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Bewerking: * vereist het meermalige [6].

Ø  Rekenresultaat wordt in meerdere stappen groter.

o    Al wat meermalig is vereist beweging.

2      Is ook waar:

o    Bewerking: * vereist beweging.

3      Conclusie:

o    Bewerking: * vereist beweging.

9   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Bewerking: * vereist beweging [8].

2      Is ook waar:

o    Bewerking: / vereist rust.

3      Conclusie:

o    Bewerking: / vereist rust.

10 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Bewerking: * vereist beweging [8].

o    Al wat in beweging is, is dynamisch.

2      Is ook waar:

o    Bewerking: * is dynamisch.

Ø  Resultaat komt in meerdere stappen tot stand.

3      Conclusie:

o    Bewerking: * is dynamisch.

11 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Bewerking: * is dynamisch [10].

Ø  Resultaat komt in meerdere stappen tot stand.

2      Is ook waar:

o    Bewerking: / is statisch.

Ø  Resultaat komt in één stap tot stand.

3      Conclusie:

o    Bewerking: / is statisch.

12 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is getal 2(+óf-) * 5(+óf-) = 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) plus 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) = 10(+óf-) als rekenresultaat [2].

Ø  Keuze (+) of (-) is afhankelijk van de rekenkundige.

o    Getal 2(+óf-) is ß som [3].

o    Getal 5(+óf-) is ß gedeelte [4].

o    Getal 10(+óf-) is ß geheel [5].

o    Som der delen is het geheel [2 (Als waar is:)].

o    Bewerking: * is dynamisch [10].

2      Is ook waar:

o    ß som * ß gedeelte = ß geheel.

Ø  Voor ß geldt: is het dynamisch .

Het rekenproces kent zowel meerdere tussenresultaten als één eindresultaat.

Is toegestaan.

3      Conclusie:

o    ß som * ß gedeelte = ß geheel.

13 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    ß som * ß gedeelte = ß geheel [12].

Ø  Voor ß geldt: is het dynamisch .

Het rekenproces kent zowel meerdere tussenresultaten als één eindresultaat.

Is toegestaan.

2      Is ook waar:

o    ß som * ϗ gedeelte (ϗ gedeelte is gekoppeld aan getal nul) = ϗ geheel.

Ø  Voor ϗ geldt: is het dynamisch ϗ.

Het rekenproces kent uitsluitend één eindresultaat (getal nul of onbegrensd).

Is verboden.

3      Conclusie:

o    ß som * ϗ gedeelte = ϗ geheel.

14 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    ϗ som * ß gedeelte = ϗ geheel.

Ø  Voor ϗ geldt: is het dynamisch ϗ.

Het rekenproces kent uitsluitend een ß tussenresultaat.

Is toegestaan.

2      Is ook waar:

o    ϗ som * ϗ gedeelte (= 0) = ß geheel.

Ø  Voor ß geldt: is het dynamisch ß.

Het rekenproces kent uitsluitend een ϗ tussenresultaat.

Is verboden.

Ofwel: onbegrensd getal * 0 met als uitkomst een begrensd getal is verboden.

3      Conclusie:

o    ϗ som * ϗ gedeelte = ß geheel.

15 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    ß geheel / ß gedeelte = ß som.

Ø  Voor ß geldt: is het dynamisch ß.

Het rekenproces kent uitsluitend één ß eindresultaat.

Is toegestaan.

2      Is ook waar:

o    ß geheel / ϗ gedeelte = ϗ som.

Ø  Voor ϗ geldt: is het statisch ϗ.

Het rekenproces kent uitsluitend één ϗ eindresultaat.

Is verboden.

Ofwel: begrensd getal / 0 met als uitkomst een onbegrensd getal is verboden.

3      Conclusie:

o    ß geheel / ϗ gedeelte = ϗ som.

16 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    ϗ geheel / ß gedeelte = ϗ som.

Ø  Voor ϗ geldt: is het statisch ϗ.

Het rekenproces kent uitsluitend één ϗ eindresultaat.

Is toegestaan.

2      Is ook waar:

o    ϗ geheel / ϗ gedeelte = ß som.

Ø  Voor ß geldt: is het dynamisch ß.

Het rekenproces kent uitsluitend één ß eindresultaat.

Is verboden.

3      Conclusie:

o    ϗ geheel / ϗ gedeelte = ß som.

17 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    ß som * ß gedeelte = ß geheel [12].

Ø  Voor ß geldt: is het dynamisch .

Het rekenproces kent zowel meerdere tussenresultaten als één eindresultaat.

Is toegestaan.

o    ß geheel / ß gedeelte = ß som [15 (Als waar is:)].

Ø  Voor ß geldt: is het statisch ß.

Het rekenproces kent uitsluitend één ß eindresultaat.

Is toegestaan.

o    Wij bevinden ons in DG-H.

2      Is ook waar:

o    In DG-H geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ß.

3      Conclusie:

o    In DG-H geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ß.

18 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    In DG-H geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ß [17].

2      Is ook waar:

o    In DG-M geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ß.

Of.

o    In DG-M geldt: Er is uitsluitend het statisch ß.

3      Conclusie:

o    Er is keuze.

Stel: In DG-M geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ß.

 

19 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    In DG-M geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ß.

o    Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ M is (gezien van buitenaf) uitsluitend in rust [Beweging vs. Rust].

2      Is ook waar:

o    Proposities zijn strijdig met elkaar.

3      Conclusie:

o    Stelling: ‘In DG-M geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ß’, is onwaar.

20 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Stelling: ‘In DG-M geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ß’, is onwaar [19].

2      Is ook waar:

o    Stelling: ‘In DG-M geldt: Er is uitsluitend het statisch ß’, is waar.

3      Conclusie:

o    In DG-M geldt: Er is uitsluitend het statisch ß.

21 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    In DG-M geldt: Er is uitsluitend het statisch ß [20].

o    In DG-H geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ß [17].

2      Is ook waar:

o    In DG geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ß.

3      Conclusie:

o    In DG geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ß.

22 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    In DG-H geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ß [17].

2      Is ook waar:

o    In DG-H geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ϗ.

Ø  In de zin van: In DG-H is niét het statisch ϗ.

Of.

o    In DG-H geldt: Er is uitsluitend het statisch ϗ.

Ø  In de zin van: In DG-H is niét het dynamisch ϗ.

3      Conclusie:

o    Er is keuze.

Stel: In DG-H geldt: Er is uitsluitend het statisch ϗ.

 

23 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    In DG-H geldt: Er is uitsluitend het statisch ϗ.

Ø  In de zin van: In DG-H is niét het dynamisch ϗ.

o    ϗ som * ß gedeelte = ϗ geheel [14 (Als waar is:)].

Ø  Voor ϗ geldt: is het dynamisch ϗ.

Het rekenproces kent uitsluitend een ß tussenresultaat.

Is toegestaan.

2      Is ook waar:

o    Proposities zijn strijdig met elkaar.

3      Conclusie:

o    Stelling: ‘In DG-H geldt: Er is uitsluitend het statisch ϗ’, is onwaar.

24 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Stelling: ‘In DG-H geldt: Er is uitsluitend het statisch ϗ’, is onwaar [23].

Ø  In de zin van: In DG-H is niét het dynamisch ϗ.

2      Is ook waar:

o    Stelling: ‘In DG-H geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ϗ’, is waar.

Ø  In de zin van: In DG-H is niét het statisch ϗ.

3      Conclusie:

o    In DG-H geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ϗ.

25 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    In DG-H geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ϗ [24].

Ø  In de zin van: In DG-H is niét het statisch ϗ.

2      Is ook waar:

o    In DG-M geldt: Er is uitsluitend het statisch ϗ.

Ø  In de zin van: In DG-M is niét het dynamisch ϗ.

Of.

o    In DG-M geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ϗ.

3      Conclusie:

o    Er is keuze.

Stel: In DG-M geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ϗ.

 

26 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    In DG-M geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ϗ.

o    In DG-M is gsr uitsluitend in rust [19 (Als waar is:)].

2      Is ook waar:

o    Proposities zijn strijdig met elkaar.

3      Conclusie:

o    Stelling: ‘In DG-M geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ϗ’, is onwaar.

27 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Stelling: ‘In DG-M geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ϗ’, is onwaar [26].

2      Is ook waar:

o    Stelling: ‘In DG-M geldt: Er is uitsluitend het statisch ϗ’, is waar.

Ø  In de zin van: In DG-M is niét het dynamisch ϗ.

3      Conclusie:

o    In DG-M geldt: Er is uitsluitend het statisch ϗ.

28 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    In DG-M geldt: Er is uitsluitend het statisch ϗ [27].

Ø  In de zin van: In DG-M is niét het dynamisch ϗ.

o    In DG-H geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ϗ [24].

Ø  In de zin van: In DG-H is niét het statisch ϗ.

2      Is ook waar:

o    In DG geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ϗ.

3      Conclusie:

o    In DG geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ϗ.

29 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    In DG geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ϗ [28].

2      Is ook waar:

o    In DL geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ϗ.

Ø  In de zin van: In DL is niét het statisch ϗ.

Of.

o    In DL geldt: Er is uitsluitend het statisch ϗ.

Ø  In de zin van: In DL is niét het dynamisch ϗ.

3      Conclusie:

o    Er is keuze.

Stel: In DL geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ϗ.

 

30 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    In DL geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ϗ.

Ø  In de zin van: In DL is niét het statisch ϗ.

o    Lsr ~ zd is (gezien van buitenaf) uitsluitend in rust [Beweging vs. Rust].

2      Is ook waar:

o    Proposities zijn strijdig met elkaar.

3      Conclusie:

o    Stelling: ‘In DL geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ϗ’, is onwaar.

31 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Stelling: ‘In DL geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ϗ’, is onwaar [30].

Ø  In de zin van: In DL is niét het statisch ϗ.

2      Is ook waar:

o    Stelling: ‘In DL geldt: Er is uitsluitend het statisch ϗ’, is waar.

Ø  In de zin van: In DL is niét het dynamisch ϗ.

3      Conclusie:

o    In DL geldt: Er is uitsluitend het statisch ϗ.

32 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    In DG geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ß [21].

2      Is ook waar:

o    In DL geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ß.

Ø  In de zin van: In DL is niét het statisch ß.

Of.

o    In DL geldt: Er is uitsluitend het statisch ß.

Ø  In de zin van: In DL is niét het dynamisch ß.

3      Conclusie:

o    Er is keuze.

Stel: In DL geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ß.

 

33 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    In DL geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ß.

Ø  In de zin van: In DL is niét het statisch ß.

o    In DL is lsr uitsluitend in rust [30 (Als waar is:)].

2      Is ook waar:

o    Proposities zijn strijdig met elkaar.

3      Conclusie:

o    Stelling: ‘In DL geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ß’, is onwaar.

34 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Stelling: ‘In DL geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ß’, is onwaar [33].

Ø  In de zin van: In DL is niét het statisch ß.

2      Is ook waar:

o    Stelling: ‘In DL geldt: Er is uitsluitend het statisch ß’, is waar.

Ø  In de zin van: In DL is niét het dynamisch ß.

3      Conclusie:

o    In DL geldt: Er is uitsluitend het statisch ß.

35 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    ß som * ß gedeelte = ß geheel [12].

Ø  Voor ß geldt: is het dynamisch .

Het rekenproces kent zowel meerdere tussenresultaten als één eindresultaat.

Is toegestaan.

o    ϗ som * ß gedeelte = ϗ geheel [14 (Als waar is:)].

Ø  Voor ϗ geldt: is het dynamisch ϗ.

Het rekenproces kent uitsluitend een ß tussenresultaat.

Is toegestaan.

o    ß geheel / ß gedeelte = ß som [15 (Als waar is:)].

Ø  Voor ß geldt: is het statisch ß.

Het rekenproces kent uitsluitend één ß eindresultaat.

Is toegestaan.

o    ϗ geheel / ß gedeelte = ϗ som [16 (Als waar is:)].

Ø  Voor ϗ geldt: is het statisch ϗ.

Het rekenproces kent uitsluitend één ϗ eindresultaat.

Is toegestaan.

o    Alef nul(+óf-) is de ϗ verzameling van zowel alle gebroken als gehele getallen(+óf-) <> 0(+óf-) [Alef].

2      Is ook waar:

o    Bewerking *,/ van getal(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan.

3      Conclusie:

o    Bewerking *,/ van getal(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan.

36 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Bewerking *,/ van getal(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan [35].

2      Is ook waar:

o    Bewerking *,/ van getal(+én-) alef nul(+én-) is verboden.

3      Conclusie:

o    Bewerking *,/ van getal(+én-) alef nul(+én-) is verboden.

37 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Bewerking *,/ van getal(+én-) alef nul(+én-) is verboden [36].

o    Bewerking: * vereist het meermalige [6].

Ø  Rekenresultaat wordt in meerdere stappen groter.

o    Bewerking: / vereist het eenmalige [7].

Ø  Rekenresultaat wordt in één stap kleiner.

2      Is ook waar:

o    Bewerking +,- van getal(+én-) alef nul(+én-) is verboden.

3      Conclusie:

o    Bewerking +,- van getal(+én-) alef nul(+én-) is verboden.

38 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Bewerking +,- van getal(+én-) alef nul(+én-) is verboden [37].

o    Bewerking *,/ van getal(+én-) alef nul(+én-) is verboden [36].

2      Is ook waar:

o    Bewerking van getal(+én-) alef nul(+én-) is verboden.

3      Conclusie:

o    Bewerking van getal(+én-) alef nul(+én-) is verboden.

39 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Rekenkundig gebruik van operator + en - met zowel getal = 1(+óf-) als ≠ 1(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan [2 (Als waar is:)].

o    ß som * ß gedeelte = ß geheel [12].

Ø  Voor ß geldt: is het dynamisch .

Het rekenproces kent zowel meerdere tussenresultaten als één eindresultaat.

Is toegestaan.

o    ϗ som * ß gedeelte = ϗ geheel [14 (Als waar is:)].

Ø  Voor ϗ geldt: is het dynamisch ϗ.

Het rekenproces kent uitsluitend een ß tussenresultaat.

Is toegestaan.

o    Bewerking: * vereist het meermalige [6].

Ø  Rekenresultaat wordt in meerdere stappen groter.

o    Alef nul(+óf-) is de ϗ verzameling van zowel alle gebroken als gehele getallen(+óf-) <> 0(+én-) [35 (Als waar is:)].

2      Is ook waar:

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) + getal(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan.

3      Conclusie:

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) + getal(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan.

40 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Bewerking: * en / is elkaars ongelijkgestelde [6 t/m 11].

Ø  Is wél elkaars tegenpool.

2      Is ook waar:

o    Bewerking: + en - is elkaars gelijkgestelde.

Ø  Is niét elkaars tegenpool.

3      Conclusie:

o    Bewerking: + en - is elkaars gelijkgestelde.

41 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Bewerking: + en - is elkaars gelijkgestelde [40].

Ø  Is niét elkaars tegenpool.

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) + getal(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan [39].

2      Is ook waar:

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) - getal(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan.

3      Conclusie:

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) - getal(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan.

42 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Bewerking *,/ van getal(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan [35].

2      Is ook waar:

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) * getal(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan.

3      Conclusie:

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) * getal(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan.

43 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Bewerking *,/ van getal(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan [35].

2      Is ook waar:

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) / getal(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan.

3      Conclusie:

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) / getal(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan.

44 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) + getal 0(+én-) is toegestaan [Reken- vs. Telgetal].

o    Bewerking: + en - is elkaars gelijkgestelde [40].

Ø  Is niét elkaars tegenpool.

2      Is ook waar:

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) - getal 0(+én-) is toegestaan.

3      Conclusie:

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) - getal 0(+én-) is toegestaan.

45 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    ß som * ϗ gedeelte = ϗ geheel [13].

Ø  Voor ϗ geldt: is het dynamisch ϗ.

Het rekenproces kent uitsluitend één eindresultaat.

Is verboden.

o    Getal 0(+én-) is het enige getal dat aan het midden van getallenlijn(+óf-) gekoppeld is [Getal - Lijnstelsel].

o    Getal 0(+én-) is uitsluitend gekoppeld aan gsr ~ zd=3D ~ ϗk ~ (+én-) ~ ß*s [Getal - Lijnstelsel].

Ø  Is het ϗk gedeelte.

2      Is ook waar:

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) * getal 0(+én-) is verboden.

3      Conclusie:

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) * getal 0(+én-) is verboden.

46 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    ß geheel / ϗ gedeelte = ϗ som [15].

Ø  Voor ϗ geldt: is het statisch ϗ.

Het rekenproces kent uitsluitend één ϗ eindresultaat.

Is verboden.

o    Gsr ~ zd is zowel gekoppeld aan geheel getal(+én-) als (+óf-) [45 (Als waar is:)].

2      Is ook waar:

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) / getal 0(+én-) is verboden.

3      Conclusie:

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) / getal 0(+én-) is verboden.

47 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    ϗ som * ϗ gedeelte = ß geheel [14].

Ø  Voor ß geldt: is het dynamisch .

Het rekenproces kent uitsluitend een ϗ tussenresultaat.

Is verboden.

o    Gsr ~ zd is zowel gekoppeld aan geheel getal(+én-) als (+óf-) [45 (Als waar is:)].

2      Is ook waar:

o    Getal 0(+én-) * getal 0(+én-) is verboden.

3      Conclusie:

o    Getal 0(+én-) * getal 0(+én-) is verboden.

48 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Getal 0(+én-) * getal 0(+én-) is verboden [47].

o    Bewerking: * vereist het meermalige [6].

Ø  Rekenresultaat wordt in meerdere stappen groter.

2      Is ook waar:

o    Getal 0(+én-) + getal 0(+én-) is verboden.

3      Conclusie:

o    Getal 0(+én-) + getal 0(+én-) is verboden.

49 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Getal 0(+én-) + getal 0(+én-) is verboden [48].

o    Bewerking: + en - is elkaars gelijkgestelde [40].

Ø  Is niét elkaars tegenpool.

2      Is ook waar:

o    Getal 0(+én-) - getal 0(+én-) is verboden.

3      Conclusie:

o    Getal 0(+én-) - getal 0(+én-) is verboden.

50 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) * getal 0(+én-) is verboden [45].

Ø  Voor ß geldt: is het statisch ß.

Het rekenproces kent uitsluitend één ß eindresultaat.

Is verboden.

o    Gsr ~ zd is zowel gekoppeld aan geheel getal(+én-) als (+óf-) [45 (Als waar is:)].

2      Is ook waar:

o    Getal 0(+én-) / getal 0(+én-) is verboden.

3      Conclusie:

o    Getal 0(+én-) / getal 0(+én-) is verboden.

51 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) * getal 0(+én-) is verboden [45].

2      Is ook waar:

o    Getal 0(+én-) * getal(+óf-) alef nul(+óf-) is verboden.

3      Conclusie:

o    Getal 0(+én-) * getal(+óf-) alef nul(+óf-) is verboden.

52 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) / getal 0(+én-) is verboden [46].

2      Is ook waar:

o    Getal 0(+én-) / getal(+óf-) alef nul(+óf-)  is verboden.

3      Conclusie:

o    Getal 0(+én-) / getal(+óf-) alef nul(+óf-)  is verboden.

53 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) + getal(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan [39].

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) - getal(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan [41].

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) * getal(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan [42].

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) / getal(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan [43].

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) + getal 0(+én-) is toegestaan [Reken- vs. Telgetal].

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) - getal 0(+én-) is toegestaan [44].

2      Is ook waar:

o    Voor toegestane stellingen geldt: uitkomst is = 0 of ≠ 0.

3      Conclusie:

o    Voor toegestane stellingen geldt: uitkomst is = 0 of ≠ 0.

54 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor toegestane stellingen geldt: uitkomst is = 0 of ≠ 0 [53].

2      Is ook waar:

o    Voor toegestane stellingen geldt: meerdere (twee) soorten uitkomsten is mogelijk.

3      Conclusie:

o    Voor toegestane stellingen geldt: meerdere (twee) soorten uitkomsten is mogelijk.

55 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor toegestane stellingen geldt: meerdere (twee) soorten uitkomsten is mogelijk [54].

o    Er is informele logica in combinatie met één empirisch bewezen centrale Natuurwet dat zowel het abstracte als concrete regelt.

2      Is ook waar:

o    Voor verboden stellingen geldt: één soort uitkomst is mogelijk.

3      Conclusie:

o    Voor verboden stellingen geldt: één soort uitkomst is mogelijk.

56 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor verboden stellingen geldt: één soort uitkomst is mogelijk [55].

o    Voor toegestane stellingen geldt: uitkomst is = 0 of ≠ 0 [53].

o    Voor getal nul als basis voor rekenkundige bewerking geldt: is verboden [47 … 52].

o    Voor sanctie geldt: bestaat bij de gratie van verbod.

2      Is ook waar:

o    Voor uitkomst stelling bij negeren van verbod geldt: = 0.

3      Conclusie:

o    Voor uitkomst stelling bij negeren van verbod geldt: = 0.

57 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor uitkomst stelling bij negeren van verbod geldt: = 0.

2      Is ook waar:

o    Voor verboden rekenregel geldt: uitkomst is = 0.

3      Conclusie:

o    Voor verboden rekenregel geldt: uitkomst is = 0.

58 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor toegestane stellingen geldt: uitkomst is = 0 of ≠ 0 [53].

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) + getal(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan [39].

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) - getal(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan [41].

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) * getal(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan [42].

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) / getal(+óf-) alef nul(+óf-) is toegestaan [43].

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) + getal 0(+én-) is toegestaan [Reken- vs. Telgetal].

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) - getal 0(+én-) is toegestaan [44].

2      Is ook waar:

o    Voor getal(+óf-) alef nul(+óf-) + getal(+óf-) alef nul(+óf-) geldt: =0 of ≠ 0.

o    Voor getal(+óf-) alef nul(+óf-) - getal(+óf-) alef nul(+óf-) geldt: =0 of ≠ 0.

o    Voor getal(+óf-) alef nul(+óf-) * getal(+óf-) alef nul(+óf-) geldt: =0 of ≠ 0.

o    Voor getal(+óf-) alef nul(+óf-) / getal(+óf-) alef nul(+óf-) geldt: =0 of ≠ 0.

o    Voor getal(+óf-) alef nul(+óf-) + getal 0(+én-) geldt: =0 of ≠ 0.

o    Voor getal(+óf-) alef nul(+óf-) - getal 0(+én-) geldt: =0 of ≠ 0.

3      Conclusie:

o    Idem.

59 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor verboden rekenregel geldt: uitkomst is = 0 [57].

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) * getal 0(+én-) is verboden [45].

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) / getal 0(+én-) is verboden [46].

o    Getal 0(+én-) + getal 0(+én-) is verboden [48].

o    Getal 0(+én-) - getal 0(+én-) is verboden [49].

o    Getal 0(+én-) * getal 0(+én-) is verboden [47].

o    Getal 0(+én-) / getal 0(+én-) is verboden [50].

o    Getal 0(+én-) * getal(+óf-) alef nul(+óf-) is verboden [51].

o    Getal 0(+én-) / getal(+óf-) alef nul(+óf-) is verboden [52].

2      Is ook waar:

o    Voor getal(+óf-) alef nul(+óf-) * getal 0(+én-) geldt: = 0.

o    Voor getal(+óf-) alef nul(+óf-) / getal 0(+én-) geldt: = 0.

o    Voor getal 0(+én-) + getal 0(+én-) geldt: = 0.

o    Voor getal 0(+én-) - getal 0(+én-) geldt” = 0.

o    Voor getal 0(+én-) * getal 0(+én-) geldt: = 0.

o    Voor getal 0(+én-) / getal 0(+én-) geldt: = 0.

o    Voor getal 0(+én-) * getal(+óf-) alef nul(+óf-) geldt: = 0.

o    Voor getal 0(+én-) / getal(+óf-) alef nul(+óf-) geldt: = 0.

3      Conclusie:

o    Idem.

5  Bijlagen.

 

o    Afkortingen en symbolen.