Inhoud.
Is
onderverdeeld:
1 Inleiding.
2 Uitgangspunt.
3 Samenvatting.
4 Onderbouwing.
5 Bijlagen.
1 Inleiding.
Zie module:
o
Inleiding.
Deze module
gaat in op:
o
Elementaire
rekenregels.
Aanleiding van
dit onderwerp is de volgende tegenstrijdigheid:
1 1 - 1 = 0.
2 Stel: Nul is NIETS.
3 Nul is gekoppeld aan een punt als deel
van een getallenlijn.
4 Getallenlijn is een aaneenschakeling van
punten.
5 Getallenlijn is een aaneenschakeling van
NIETS?
2 Uitgangspunt.
Er is twee
handen met vijf vingers [1].
Er is
rekenopdracht: 2(+óf-) * 5(+óf-) [2].
Som der delen
is het geheel [2].
Al wat
meermalig is vereist beweging [8].
Al wat in
beweging is, is dynamisch [10].
Wij bevinden
ons in DG-H [17].
Uit stelling 13
is stelling 14 t/m 16 af te leiden.
Ø De wijze waarop is omwille van de
leesbaarheid achterwege gelaten.
3 Samenvatting.
3.1 Algemeen.
Er gelden de
volgende elementaire rekenregels:
1
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) + getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) is toegestaan [39].
2
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) - getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) is toegestaan [41].
3
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) * getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) is toegestaan [42].
4
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) / getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) is toegestaan [43].
5
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) + getal 0(+én-) is
toegestaan [Reken- vs. Telgetal].
6
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) - getal 0(+én-) is
toegestaan [44].
7
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) * getal 0(+én-) is
verboden [45].
8
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) / getal 0(+én-) is
verboden [46].
9
Getal
0(+én-) + getal 0(+én-) is verboden [48].
10
Getal
0(+én-) - getal 0(+én-) is verboden [49].
11
Getal
0(+én-) * getal 0(+én-) is verboden [47].
12
Getal
0(+én-) / getal 0(+én-) is verboden [50].
13
Getal
0(+én-) * getal(+óf-) ∈
alef nul(+óf-) is verboden [51].
14
Getal
0(+én-) / getal(+óf-) ∈
alef nul(+óf-) is verboden [52].
Voor toegestane
rekenregel geldt: uitkomst is = 0 of ≠ 0.
Voor verboden rekenregel geldt: uitkomst = 0.
De 14
elementaire rekenregels zijn gebaseerd op het volgende (in andere modules
onderbouwd) wereldbeeld:
o Het heelal is plastisch uitgedrukt een kubus
(DG-H), omgeven door een hyperkubus (DG-M) waarvan de wanddikte uit een
onbegrensd aantal aaneengeschakelde lagen van onbegrensd kleine dikte bestaat.
o Elke laag is onbegrensde
aaneenschakeling van meetkundige punten die onbegrensd met zichzelf zijn
samengevoegd.
o Het heelal bestaat uitsluitend uit
gevulde ruimte en een cartesisch coördinatenstelsel.
o Een kubusvormig leeg stuk ruimte (DL)
met een ribbe van onbegrensde omvang omsluit de hyperkubus (DG-M).
3.2 Conclusies.
Er is getal
2(+én-) en 5(+én-) als telresultaat [1].
Ø Is 1(+én-) + 1(+én-) en 1(+én-) +
1(+én-) + 1(+én-) + 1(+én-) + 1(+én-).
Is telwoord twee en vijf.
Er is getal 2(+óf-)
* 5(+óf-) = 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) plus 1(+óf-) +
1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) = 10(+óf-) als rekenresultaat [2].
Ø Keuze (+) of (-) is afhankelijk van de
rekenkundige.
Getal 2(+óf-)
is ß som [3].
Getal 5(+óf-)
is ß gedeelte [4].
Getal 10(+óf-)
is ß geheel [5].
Bewerking: *
vereist het meermalige [6].
Ø Rekenresultaat wordt in meerdere stappen
groter.
Bewerking: /
vereist het eenmalige [7].
Ø Rekenresultaat wordt in één stap
kleiner.
Bewerking:
* vereist beweging [8].
Bewerking: /
vereist rust [9].
Bewerking: * is
dynamisch [10].
Ø Resultaat komt in meerdere stappen tot
stand.
Bewerking: / is
statisch [11].
Ø Resultaat komt in één stap tot stand.
ß som * ß gedeelte
= ß geheel [12].
Ø Voor ß geldt: is het dynamisch .
Het rekenproces kent zowel meerdere tussenresultaten als
één eindresultaat.
Is toegestaan.
ß som * ϗ
gedeelte = ϗ geheel [13].
Ø Voor ϗ geldt: is het dynamisch ϗ.
Het rekenproces kent uitsluitend één eindresultaat.
Is verboden.
ϗ som * ß gedeelte
= ϗ geheel [14 (Als waar is:)].
Ø Voor ϗ geldt: is het dynamisch ϗ.
Het rekenproces kent uitsluitend een ß tussenresultaat.
Is toegestaan.
ϗ som * ϗ
gedeelte = ß geheel [14].
Ø Voor ß geldt: is het dynamisch .
Het rekenproces kent uitsluitend een ϗ tussenresultaat.
Is verboden.
ß geheel / ß
gedeelte = ß som [15 (Als waar is:)].
Ø Voor ß geldt: is het statisch ß.
Het rekenproces kent uitsluitend één ß eindresultaat.
Is toegestaan.
ß geheel / ϗ
gedeelte = ϗ som [15].
Ø Voor ϗ geldt: is het statisch ϗ.
Het rekenproces kent uitsluitend één ϗ eindresultaat.
Is verboden.
ϗ geheel / ß
gedeelte = ϗ som [16 (Als waar is:)].
Ø Voor ϗ geldt: is het statisch ϗ.
Het rekenproces kent uitsluitend één ϗ eindresultaat.
Is toegestaan.
ϗ geheel / ϗ
gedeelte = ß som [16].
Ø Voor ß geldt: is het statisch ß.
Het rekenproces kent uitsluitend één ß eindresultaat.
Is verboden.
In DG-H geldt:
Er is zowel het dynamisch als statisch ß [17].
In DG-M geldt:
Er is uitsluitend het statisch ß [20].
In DG geldt: Er
is zowel het dynamisch als statisch ß [21].
In DG-H geldt:
Er is uitsluitend het dynamisch ϗ [24].
Ø In de zin van: In DG-H is niét het
statisch ϗ.
In DG-M geldt:
Er is uitsluitend het statisch ϗ [27].
Ø In de zin van: In DG-M is niét het
dynamisch ϗ.
In DG geldt: Er
is zowel het dynamisch als statisch ϗ [28].
In DL geldt: Er
is uitsluitend het statisch ϗ [31].
Ø In de zin van: In DL is niét het
dynamisch ϗ.
In DL geldt: Er
is uitsluitend het statisch ß [34].
Ø In de zin van: In DL is niét het
dynamisch ß.
Bewerking *,/
van getal(+óf-) ∈
alef nul(+óf-) is toegestaan [35].
Bewerking *,/
van getal(+én-) ∈
alef nul(+én-) is verboden [36].
Bewerking +,-
van getal(+én-) ∈
alef nul(+én-) is verboden [37].
Bewerking van
getal(+én-) ∈ alef
nul(+én-) is verboden [38].
Getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) + getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) is toegestaan [39].
Bewerking: + en
- is elkaars gelijkgestelde [40].
Ø Is niét elkaars tegenpool.
Getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) - getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) is toegestaan [41].
Getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) * getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) is toegestaan [42].
Getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) / getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) is toegestaan [43].
Getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) - getal 0(+én-) is
toegestaan [44].
Getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) * getal 0(+én-) is
verboden [45].
Getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) / getal 0(+én-) is
verboden [46].
Getal 0(+én-) *
getal 0(+én-) is verboden [47].
Getal 0(+én-) +
getal 0(+én-) is verboden [48].
Getal 0(+én-) -
getal 0(+én-) is verboden [49].
Getal 0(+én-) /
getal 0(+én-) is verboden [50].
Getal 0(+én-) *
getal(+óf-) ∈ alef
nul(+óf-) is verboden [51].
Getal 0(+én-) /
getal(+óf-) ∈ alef
nul(+óf-) is verboden [52].
Voor toegestane
stellingen geldt: uitkomst is = 0 of ≠ 0 [53].
Voor toegestane
stellingen geldt: meerdere (twee) soorten uitkomsten is mogelijk [54].
Voor verboden stellingen
geldt: één soort uitkomst is mogelijk [55].
Voor uitkomst
stelling bij negeren van verbod geldt: = 0 [56].
Voor verboden
rekenregel geldt: uitkomst is = 0 [57].
Voor
getal(+óf-) ∈ alef
nul(+óf-) + getal(+óf-) ∈
alef nul(+óf-) geldt: =0 of ≠ 0 [58].
Voor getal(+óf-) ∈
alef nul(+óf-) - getal(+óf-) ∈
alef nul(+óf-) geldt: =0 of ≠ 0 [58].
Voor getal(+óf-) ∈
alef nul(+óf-) * getal(+óf-) ∈
alef nul(+óf-) geldt: =0 of ≠ 0 [58].
Voor getal(+óf-) ∈
alef nul(+óf-) / getal(+óf-) ∈
alef nul(+óf-) geldt: =0 of ≠ 0 [58].
Voor getal(+óf-) ∈
alef nul(+óf-) + getal 0(+én-) geldt: =0 of ≠ 0 [58].
Voor getal(+óf-) ∈
alef nul(+óf-) - getal 0(+én-) geldt: =0 of ≠ 0 [58].
Voor
getal(+óf-) ∈ alef
nul(+óf-) * getal 0(+én-) geldt: = 0 [59].
Voor
getal(+óf-) ∈ alef
nul(+óf-) / getal 0(+én-) geldt: = 0 [59].
Voor getal
0(+én-) + getal 0(+én-) geldt: = 0 [59].
Voor getal
0(+én-) - getal 0(+én-) geldt” = 0 [59].
Voor getal
0(+én-) * getal 0(+én-) geldt: = 0 [59].
Voor getal
0(+én-) / getal 0(+én-) geldt: = 0 [59].
Voor getal
0(+én-) * getal(+óf-) ∈
alef nul(+óf-) geldt: = 0 [59].
Voor getal
0(+én-) / getal(+óf-) ∈
alef nul(+óf-) geldt: = 0 [59].
4 Onderbouwing.
1 Zie conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Er
is twee handen met vijf vingers.
o
Er
is getal(+én-) ∈ alef
nul(+én-) [module ‘Soorten getallen’].
o
Alef
nul(+én-) is de ϗ verzameling van uitsluitend alle gehele getallen(+én-)
<> 0(+én-) [Alef].
o
Telwoord
is uitsluitend gekoppeld aan getal(+én-) ∈
alef nul(+én-) [Reken- vs. Telgetal].
2
Is
ook waar:
o
Er
is getal 2(+én-) en 5(+én-) als telresultaat.
Ø
Is
1(+én-) + 1(+én-) en 1(+én-) + 1(+én-) + 1(+én-) + 1(+én-) + 1(+én-).
Is telwoord twee en vijf.
3
Conclusie:
o
Er
is getal 2(+én-) en 5(+én-) als telresultaat.
2 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Er
is rekenopdracht: 2(+óf-) * 5(+óf-).
2
Is
ook waar:
o
Er
is getal 2(+óf-) * 5(+óf-) = 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-)
plus 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) = 10(+óf-) als
rekenresultaat.
Ø
Keuze
(+) of (-) is afhankelijk van de rekenkundige.
3
Conclusie:
o
Er
is getal 2(+óf-) * 5(+óf-) = 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-)
plus 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) = 10(+óf-) als
rekenresultaat.
3 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Er
is getal 2(+óf-) * 5(+óf-) = 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-)
plus 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) = 10(+óf-) als
rekenresultaat [2].
Ø
Keuze
(+) of (-) is afhankelijk van de rekenkundige.
o
Som
der delen is het geheel [2 (Als waar is:)].
2
Is
ook waar:
o
Getal
2(+óf-) is ß som.
3
Conclusie:
o
Getal
2(+óf-) is ß som.
4 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Er
is getal 2(+óf-) * 5(+óf-) = 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-)
plus 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) = 10(+óf-) als
rekenresultaat [2].
Ø
Keuze
(+) of (-) is afhankelijk van de rekenkundige.
o
Som
der delen is het geheel [2 (Als waar is:)].
2
Is
ook waar:
o
Getal
5(+óf-) is ß gedeelte.
3
Conclusie:
o
Getal
5(+óf-) is ß gedeelte.
5 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Er
is getal 2(+óf-) * 5(+óf-) = 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-)
plus 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) = 10(+óf-) als
rekenresultaat [2].
Ø
Keuze
(+) of (-) is afhankelijk van de rekenkundige.
o
Som
der delen is het geheel [2 (Als waar is:)].
2
Is
ook waar:
o
Getal
10(+óf-) is ß geheel.
3
Conclusie:
o
Getal
10(+óf-) is ß geheel.
6 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Er
is getal 2(+óf-) * 5(+óf-) = 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-)
plus 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) = 10(+óf-) als
rekenresultaat [2].
Ø
Keuze
(+) of (-) is afhankelijk van de rekenkundige.
2
Is
ook waar:
o
Bewerking:
* vereist het meermalige.
Ø
Rekenresultaat
wordt in meerdere stappen groter.
3
Conclusie:
o
Bewerking:
* vereist het meermalige.
7 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Bewerking:
* vereist het meermalige [6].
Ø
Rekenresultaat
wordt in meerdere stappen groter.
2
Is
ook waar:
o
Bewerking:
/ vereist het eenmalige.
Ø
Rekenresultaat
wordt in één stap kleiner.
3
Conclusie:
o
Bewerking:
/ vereist het eenmalige.
8 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Bewerking:
* vereist het meermalige [6].
Ø
Rekenresultaat
wordt in meerdere stappen groter.
o
Al
wat meermalig is vereist beweging.
2
Is
ook waar:
o
Bewerking:
* vereist beweging.
3
Conclusie:
o
Bewerking:
* vereist beweging.
9 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Bewerking:
* vereist beweging [8].
2
Is
ook waar:
o
Bewerking:
/ vereist rust.
3
Conclusie:
o
Bewerking:
/ vereist rust.
10 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Bewerking:
* vereist beweging [8].
o
Al
wat in beweging is, is dynamisch.
2
Is
ook waar:
o
Bewerking:
* is dynamisch.
Ø
Resultaat
komt in meerdere stappen tot stand.
3
Conclusie:
o
Bewerking:
* is dynamisch.
11 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Bewerking:
* is dynamisch [10].
Ø
Resultaat
komt in meerdere stappen tot stand.
2
Is
ook waar:
o
Bewerking:
/ is statisch.
Ø
Resultaat
komt in één stap tot stand.
3
Conclusie:
o
Bewerking:
/ is statisch.
12 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Er
is getal 2(+óf-) * 5(+óf-) = 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-)
plus 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) + 1(+óf-) = 10(+óf-) als
rekenresultaat [2].
Ø
Keuze
(+) of (-) is afhankelijk van de rekenkundige.
o
Getal
2(+óf-) is ß som [3].
o
Getal
5(+óf-) is ß gedeelte [4].
o
Getal
10(+óf-) is ß geheel [5].
o
Som
der delen is het geheel [2 (Als waar is:)].
o
Bewerking:
* is dynamisch [10].
2
Is
ook waar:
o
ß
som * ß gedeelte = ß geheel.
Ø
Voor
ß geldt: is het dynamisch .
Het rekenproces kent zowel meerdere
tussenresultaten als één eindresultaat.
Is toegestaan.
3
Conclusie:
o
ß
som * ß gedeelte = ß geheel.
13 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
ß som
* ß gedeelte = ß geheel [12].
Ø
Voor
ß geldt: is het dynamisch .
Het rekenproces kent zowel meerdere tussenresultaten als één eindresultaat.
Is toegestaan.
2
Is
ook waar:
o
ß
som * ϗ gedeelte (ϗ gedeelte is gekoppeld aan getal nul) =
ϗ geheel.
Ø
Voor
ϗ geldt: is het dynamisch ϗ.
Het rekenproces kent uitsluitend één eindresultaat (getal nul
of onbegrensd).
Is verboden.
3
Conclusie:
o
ß
som * ϗ gedeelte = ϗ geheel.
14 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
ϗ
som * ß gedeelte = ϗ geheel.
Ø
Voor
ϗ geldt: is het dynamisch ϗ.
Het rekenproces kent uitsluitend een ß tussenresultaat.
Is toegestaan.
2
Is
ook waar:
o
ϗ
som * ϗ gedeelte (= 0) = ß geheel.
Ø
Voor
ß geldt: is
het dynamisch ß.
Het rekenproces kent uitsluitend een ϗ tussenresultaat.
Is verboden.
Ofwel: onbegrensd getal * 0 met als
uitkomst een begrensd getal is verboden.
3
Conclusie:
o
ϗ
som * ϗ gedeelte = ß geheel.
15 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
ß geheel
/ ß gedeelte = ß som.
Ø
Voor
ß geldt: is
het dynamisch ß.
Het rekenproces kent uitsluitend één ß eindresultaat.
Is toegestaan.
2
Is
ook waar:
o
ß
geheel / ϗ gedeelte = ϗ som.
Ø
Voor
ϗ geldt: is het statisch ϗ.
Het rekenproces kent uitsluitend één ϗ eindresultaat.
Is verboden.
Ofwel: begrensd getal / 0 met als
uitkomst een onbegrensd getal is verboden.
3
Conclusie:
o
ß
geheel / ϗ gedeelte = ϗ som.
16 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
ϗ
geheel / ß gedeelte = ϗ som.
Ø
Voor
ϗ geldt: is het statisch ϗ.
Het rekenproces kent uitsluitend één ϗ eindresultaat.
Is toegestaan.
2
Is
ook waar:
o
ϗ
geheel / ϗ gedeelte = ß som.
Ø
Voor
ß geldt: is
het dynamisch ß.
Het rekenproces kent uitsluitend één ß eindresultaat.
Is verboden.
3
Conclusie:
o
ϗ
geheel / ϗ gedeelte = ß som.
17 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
ß som
* ß gedeelte = ß geheel [12].
Ø
Voor
ß geldt: is het dynamisch .
Het rekenproces kent zowel meerdere tussenresultaten
als één eindresultaat.
Is toegestaan.
o
ß
geheel / ß gedeelte = ß som [15 (Als waar is:)].
Ø
Voor
ß geldt: is het statisch ß.
Het rekenproces kent uitsluitend één ß
eindresultaat.
Is toegestaan.
o
Wij
bevinden ons in DG-H.
2
Is
ook waar:
o
In DG-H
geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ß.
3
Conclusie:
o
In DG-H
geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ß.
18 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
In DG-H
geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ß [17].
2
Is
ook waar:
o
In DG-M
geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ß.
Of.
o
In DG-M
geldt: Er is uitsluitend het statisch ß.
3
Conclusie:
o
Er
is keuze.
Stel:
In DG-M geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ß.
19 Zie conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
In DG-M
geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ß.
o
Gsr
~ md=3D ~ kßx ~ M is (gezien van buitenaf) uitsluitend in rust [Beweging vs.
Rust].
2
Is
ook waar:
o
Proposities
zijn strijdig met elkaar.
3
Conclusie:
o
Stelling:
‘In DG-M geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ß’, is onwaar.
20 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Stelling:
‘In DG-M geldt: Er is uitsluitend het dynamisch
ß’, is onwaar [19].
2
Is
ook waar:
o
Stelling:
‘In DG-M geldt: Er is uitsluitend het statisch
ß’, is waar.
3
Conclusie:
o
In DG-M
geldt: Er is uitsluitend het statisch ß.
21 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
In
DG-M geldt: Er is uitsluitend het statisch ß [20].
o
In
DG-H geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ß [17].
2
Is
ook waar:
o
In
DG geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ß.
3
Conclusie:
o
In
DG geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ß.
22 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
In DG-H
geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ß [17].
2
Is
ook waar:
o
In DG-H
geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ϗ.
Ø
In
de zin van: In DG-H is niét het statisch ϗ.
Of.
o
In DG-H
geldt: Er is uitsluitend het statisch ϗ.
Ø
In
de zin van: In DG-H is niét het dynamisch ϗ.
3
Conclusie:
o
Er
is keuze.
Stel: In DG-H geldt: Er is
uitsluitend het statisch ϗ.
23 Zie conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
In DG-H
geldt: Er is uitsluitend het statisch ϗ.
Ø
In
de zin van: In DG-H is niét het dynamisch ϗ.
o
ϗ som
* ß gedeelte = ϗ geheel [14 (Als waar is:)].
Ø
Voor
ϗ geldt: is het dynamisch ϗ.
Het rekenproces kent uitsluitend een ß
tussenresultaat.
Is toegestaan.
2
Is
ook waar:
o
Proposities
zijn strijdig met elkaar.
3
Conclusie:
o
Stelling:
‘In DG-H geldt: Er is uitsluitend het statisch ϗ’, is onwaar.
24 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Stelling:
‘In DG-H geldt: Er is uitsluitend het statisch
ϗ’, is onwaar [23].
Ø
In
de zin van: In DG-H is niét het dynamisch ϗ.
2
Is
ook waar:
o
Stelling:
‘In DG-H geldt: Er is uitsluitend het dynamisch
ϗ’, is waar.
Ø
In
de zin van: In DG-H is niét het statisch ϗ.
3
Conclusie:
o
In DG-H
geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ϗ.
25 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
In DG-H
geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ϗ [24].
Ø
In
de zin van: In DG-H is niét het statisch ϗ.
2
Is
ook waar:
o
In DG-M
geldt: Er is uitsluitend het statisch ϗ.
Ø
In
de zin van: In DG-M is niét het dynamisch ϗ.
Of.
o
In DG-M
geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ϗ.
3
Conclusie:
o
Er
is keuze.
Stel:
In DG-M geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ϗ.
26 Zie conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
In DG-M
geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ϗ.
o
In
DG-M is gsr uitsluitend in rust [19 (Als waar is:)].
2
Is
ook waar:
o
Proposities
zijn strijdig met elkaar.
3
Conclusie:
o
Stelling:
‘In DG-M geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ϗ’, is onwaar.
27 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Stelling:
‘In DG-M geldt: Er is zowel het dynamisch
als statisch ϗ’, is onwaar [26].
2
Is
ook waar:
o
Stelling:
‘In DG-M geldt: Er is uitsluitend het
statisch ϗ’, is waar.
Ø
In
de zin van: In DG-M is niét het dynamisch ϗ.
3
Conclusie:
o
In DG-M
geldt: Er is uitsluitend het statisch ϗ.
28 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
In DG-M
geldt: Er is uitsluitend het statisch ϗ [27].
Ø
In
de zin van: In DG-M is niét het dynamisch ϗ.
o
In DG-H
geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ϗ [24].
Ø
In
de zin van: In DG-H is niét het statisch ϗ.
2
Is
ook waar:
o
In
DG geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ϗ.
3
Conclusie:
o
In
DG geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ϗ.
29 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
In
DG geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ϗ [28].
2
Is
ook waar:
o
In
DL geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ϗ.
Ø
In
de zin van: In DL is niét het statisch ϗ.
Of.
o
In
DL geldt: Er is uitsluitend het statisch ϗ.
Ø
In
de zin van: In DL is niét het dynamisch ϗ.
3
Conclusie:
o
Er
is keuze.
Stel:
In DL geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ϗ.
30 Zie conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
In
DL geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ϗ.
Ø
In
de zin van: In DL is niét het statisch ϗ.
o
Lsr
~ zd is (gezien van buitenaf) uitsluitend in rust [Beweging vs. Rust].
2
Is
ook waar:
o
Proposities
zijn strijdig met elkaar.
3
Conclusie:
o
Stelling:
‘In DL geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ϗ’, is onwaar.
31 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Stelling:
‘In DL geldt: Er is uitsluitend het dynamisch
ϗ’, is onwaar [30].
Ø
In
de zin van: In DL is niét het statisch ϗ.
2
Is
ook waar:
o
Stelling:
‘In DL geldt: Er is uitsluitend het statisch
ϗ’, is waar.
Ø
In
de zin van: In DL is niét het dynamisch ϗ.
3
Conclusie:
o
In
DL geldt: Er is uitsluitend het statisch ϗ.
32 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
In DG
geldt: Er is zowel het dynamisch als statisch ß [21].
2
Is
ook waar:
o
In DL
geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ß.
Ø
In
de zin van: In DL is niét het statisch ß.
Of.
o
In DL
geldt: Er is uitsluitend het statisch ß.
Ø
In
de zin van: In DL is niét het dynamisch ß.
3
Conclusie:
o
Er
is keuze.
Stel:
In DL geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ß.
33 Zie conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
In DL
geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ß.
Ø
In
de zin van: In DL is niét het statisch ß.
o
In DL
is lsr uitsluitend in rust [30 (Als waar is:)].
2
Is
ook waar:
o
Proposities
zijn strijdig met elkaar.
3
Conclusie:
o
Stelling:
‘In DL geldt: Er is uitsluitend het dynamisch ß’, is onwaar.
34 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Stelling:
‘In DL geldt: Er is uitsluitend het dynamisch
ß’, is onwaar [33].
Ø
In
de zin van: In DL is niét het statisch ß.
2
Is
ook waar:
o
Stelling:
‘In DL geldt: Er is uitsluitend het statisch
ß’, is waar.
Ø
In
de zin van: In DL is niét het dynamisch ß.
3
Conclusie:
o
In DL
geldt: Er is uitsluitend het statisch ß.
35 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
ß
som * ß gedeelte = ß geheel [12].
Ø
Voor
ß geldt: is het dynamisch .
Het rekenproces kent zowel meerdere
tussenresultaten als één eindresultaat.
Is toegestaan.
o
ϗ
som * ß gedeelte = ϗ geheel [14 (Als waar is:)].
Ø
Voor
ϗ geldt: is het dynamisch ϗ.
Het rekenproces kent uitsluitend een ß
tussenresultaat.
Is toegestaan.
o
ß
geheel / ß gedeelte = ß som [15 (Als waar is:)].
Ø
Voor
ß geldt: is het statisch ß.
Het rekenproces kent uitsluitend één ß
eindresultaat.
Is toegestaan.
o
ϗ
geheel / ß gedeelte = ϗ som [16 (Als waar is:)].
Ø
Voor
ϗ geldt: is het statisch ϗ.
Het rekenproces kent uitsluitend één ϗ
eindresultaat.
Is toegestaan.
o
Alef
nul(+óf-) is de ϗ verzameling van zowel alle gebroken als gehele getallen(+óf-)
<> 0(+óf-) [Alef].
2
Is ook
waar:
o
Bewerking
*,/ van getal(+óf-) ∈
alef nul(+óf-) is toegestaan.
3
Conclusie:
o
Bewerking
*,/ van getal(+óf-) ∈
alef nul(+óf-) is toegestaan.
36 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Bewerking
*,/ van getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) is toegestaan
[35].
2
Is
ook waar:
o
Bewerking
*,/ van getal(+én-) ∈ alef nul(+én-) is verboden.
3
Conclusie:
o
Bewerking
*,/ van getal(+én-) ∈
alef nul(+én-) is verboden.
37 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Bewerking
*,/ van getal(+én-) ∈
alef nul(+én-) is verboden [36].
o
Bewerking:
* vereist het meermalige [6].
Ø
Rekenresultaat
wordt in meerdere stappen groter.
o
Bewerking:
/ vereist het eenmalige [7].
Ø
Rekenresultaat
wordt in één stap kleiner.
2
Is
ook waar:
o
Bewerking
+,- van getal(+én-) ∈
alef nul(+én-) is verboden.
3
Conclusie:
o
Bewerking
+,- van getal(+én-) ∈
alef nul(+én-) is verboden.
38 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Bewerking
+,- van getal(+én-) ∈
alef nul(+én-) is verboden [37].
o
Bewerking
*,/ van getal(+én-) ∈
alef nul(+én-) is verboden [36].
2
Is
ook waar:
o
Bewerking
van getal(+én-) ∈
alef nul(+én-) is verboden.
3
Conclusie:
o
Bewerking
van getal(+én-) ∈
alef nul(+én-) is verboden.
39 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Rekenkundig
gebruik van operator + en - met zowel getal = 1(+óf-) als ≠ 1(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) is toegestaan [2 (Als
waar is:)].
o
ß
som * ß gedeelte = ß geheel [12].
Ø
Voor
ß geldt: is het dynamisch .
Het rekenproces kent zowel meerdere
tussenresultaten als één eindresultaat.
Is toegestaan.
o
ϗ
som * ß gedeelte = ϗ geheel [14 (Als waar is:)].
Ø
Voor
ϗ geldt: is het dynamisch ϗ.
Het rekenproces kent uitsluitend een ß
tussenresultaat.
Is toegestaan.
o
Bewerking:
* vereist het meermalige [6].
Ø
Rekenresultaat
wordt in meerdere stappen groter.
o
Alef
nul(+óf-) is de ϗ verzameling van zowel alle gebroken als gehele getallen(+óf-)
<> 0(+én-) [35 (Als waar is:)].
2
Is
ook waar:
o
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) + getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) is toegestaan.
3
Conclusie:
o
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) + getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) is toegestaan.
40 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Bewerking:
* en / is elkaars ongelijkgestelde [6 t/m 11].
Ø
Is wél elkaars tegenpool.
2
Is
ook waar:
o
Bewerking:
+ en - is elkaars gelijkgestelde.
Ø
Is niét elkaars tegenpool.
3
Conclusie:
o
Bewerking:
+ en - is elkaars gelijkgestelde.
41 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Bewerking:
+ en - is elkaars gelijkgestelde [40].
Ø
Is
niét elkaars tegenpool.
o
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) + getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) is toegestaan [39].
2
Is
ook waar:
o
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) - getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) is toegestaan.
3
Conclusie:
o
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) - getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) is toegestaan.
42 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Bewerking
*,/ van getal(+óf-) ∈
alef nul(+óf-) is toegestaan [35].
2
Is
ook waar:
o
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) * getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) is toegestaan.
3
Conclusie:
o
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) * getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) is toegestaan.
43 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Bewerking
*,/ van getal(+óf-) ∈
alef nul(+óf-) is toegestaan [35].
2
Is
ook waar:
o
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) / getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) is toegestaan.
3
Conclusie:
o
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) / getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) is toegestaan.
44 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) + getal 0(+én-) is
toegestaan [Reken- vs. Telgetal].
o
Bewerking:
+ en - is elkaars gelijkgestelde [40].
Ø
Is
niét elkaars tegenpool.
2
Is
ook waar:
o
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) - getal 0(+én-) is
toegestaan.
3
Conclusie:
o
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) - getal 0(+én-) is
toegestaan.
45 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
ß
som * ϗ gedeelte = ϗ geheel [13].
Ø
Voor
ϗ geldt: is het dynamisch ϗ.
Het rekenproces kent uitsluitend één
eindresultaat.
Is verboden.
o
Getal
0(+én-) is het enige getal dat aan het midden van getallenlijn(+óf-) gekoppeld
is [Getal - Lijnstelsel].
o
Getal
0(+én-) is uitsluitend gekoppeld aan gsr ~ zd=3D ~ ϗk ~ (+én-) ~ ß*s [Getal -
Lijnstelsel].
Ø
Is
het ϗk gedeelte.
2
Is
ook waar:
o
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) * getal 0(+én-) is
verboden.
3
Conclusie:
o
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) * getal 0(+én-) is
verboden.
46 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
ß
geheel / ϗ gedeelte = ϗ som [15].
Ø
Voor
ϗ geldt: is het statisch ϗ.
Het rekenproces kent uitsluitend één ϗ
eindresultaat.
Is verboden.
o
Gsr
~ zd is zowel gekoppeld aan geheel getal(+én-) als (+óf-) [45 (Als waar is:)].
2
Is
ook waar:
o
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) / getal 0(+én-) is
verboden.
3
Conclusie:
o
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) / getal 0(+én-) is
verboden.
47 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
ϗ
som * ϗ gedeelte = ß geheel [14].
Ø
Voor
ß geldt: is het dynamisch .
Het rekenproces kent uitsluitend een ϗ
tussenresultaat.
Is verboden.
o
Gsr
~ zd is zowel gekoppeld aan geheel getal(+én-) als (+óf-) [45 (Als waar is:)].
2
Is
ook waar:
o
Getal
0(+én-) * getal 0(+én-) is verboden.
3
Conclusie:
o
Getal
0(+én-) * getal 0(+én-) is verboden.
48 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Getal
0(+én-) * getal 0(+én-) is verboden [47].
o
Bewerking:
* vereist het meermalige [6].
Ø
Rekenresultaat
wordt in meerdere stappen groter.
2
Is
ook waar:
o
Getal
0(+én-) + getal 0(+én-) is verboden.
3
Conclusie:
o
Getal
0(+én-) + getal 0(+én-) is verboden.
49 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Getal
0(+én-) + getal 0(+én-) is verboden [48].
o
Bewerking:
+ en - is elkaars gelijkgestelde [40].
Ø
Is
niét elkaars tegenpool.
2
Is
ook waar:
o
Getal
0(+én-) - getal 0(+én-) is verboden.
3
Conclusie:
o
Getal
0(+én-) - getal 0(+én-) is verboden.
50 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) * getal 0(+én-) is
verboden [45].
Ø
Voor
ß geldt: is het statisch ß.
Het rekenproces kent uitsluitend één ß
eindresultaat.
Is verboden.
o
Gsr
~ zd is zowel gekoppeld aan geheel getal(+én-) als (+óf-) [45 (Als waar is:)].
2
Is
ook waar:
o
Getal
0(+én-) / getal 0(+én-) is verboden.
3
Conclusie:
o
Getal
0(+én-) / getal 0(+én-) is verboden.
51 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) * getal 0(+én-) is
verboden [45].
2
Is
ook waar:
o
Getal
0(+én-) * getal(+óf-) ∈
alef nul(+óf-) is verboden.
3
Conclusie:
o
Getal
0(+én-) * getal(+óf-) ∈
alef nul(+óf-) is verboden.
52 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) / getal 0(+én-) is
verboden [46].
2
Is
ook waar:
o
Getal
0(+én-) / getal(+óf-) ∈
alef nul(+óf-) is verboden.
3
Conclusie:
o
Getal
0(+én-) / getal(+óf-) ∈
alef nul(+óf-) is verboden.
53 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) + getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) is toegestaan [39].
o
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) - getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) is toegestaan [41].
o
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) * getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) is toegestaan [42].
o
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) / getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) is toegestaan [43].
o
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) + getal 0(+én-) is
toegestaan [Reken- vs. Telgetal].
o
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) - getal 0(+én-) is
toegestaan [44].
2
Is
ook waar:
o
Voor
toegestane stellingen geldt: uitkomst is = 0 of ≠ 0.
3
Conclusie:
o
Voor
toegestane stellingen geldt: uitkomst is = 0 of ≠ 0.
54 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Voor
toegestane stellingen geldt: uitkomst is = 0 of ≠ 0 [53].
2
Is
ook waar:
o
Voor
toegestane stellingen geldt: meerdere (twee) soorten uitkomsten is mogelijk.
3
Conclusie:
o
Voor
toegestane stellingen geldt: meerdere (twee) soorten uitkomsten is mogelijk.
55 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Voor
toegestane stellingen geldt: meerdere (twee)
soorten uitkomsten is mogelijk [54].
o
Er
is informele logica in combinatie met één empirisch bewezen centrale Natuurwet dat
zowel het abstracte als concrete regelt.
2
Is
ook waar:
o
Voor
verboden stellingen geldt: één soort uitkomst is
mogelijk.
3
Conclusie:
o
Voor
verboden stellingen geldt: één soort uitkomst is mogelijk.
56 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Voor
verboden stellingen geldt: één soort uitkomst is mogelijk [55].
o
Voor
toegestane stellingen geldt: uitkomst is = 0 of ≠ 0 [53].
o
Voor getal nul als basis
voor rekenkundige bewerking geldt: is verboden [47 … 52].
o
Voor sanctie geldt:
bestaat bij de gratie van verbod.
2
Is
ook waar:
o
Voor
uitkomst stelling bij negeren van verbod geldt: = 0.
3
Conclusie:
o
Voor
uitkomst stelling bij negeren van verbod geldt: = 0.
57 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Voor
uitkomst stelling bij negeren van verbod geldt: = 0.
2
Is
ook waar:
o
Voor
verboden rekenregel geldt: uitkomst is = 0.
3
Conclusie:
o
Voor
verboden rekenregel geldt: uitkomst is = 0.
58 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Voor
toegestane stellingen geldt: uitkomst is = 0 of ≠ 0 [53].
o
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) + getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) is toegestaan [39].
o
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) - getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) is toegestaan [41].
o
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) * getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) is toegestaan [42].
o
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) / getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) is toegestaan [43].
o
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) + getal 0(+én-) is
toegestaan [Reken- vs. Telgetal].
o
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) - getal 0(+én-) is
toegestaan [44].
2 Is ook waar:
o
Voor
getal(+óf-) ∈ alef
nul(+óf-) + getal(+óf-) ∈
alef nul(+óf-) geldt: =0 of ≠ 0.
o
Voor getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) - getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) geldt: =0 of ≠ 0.
o
Voor getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) * getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) geldt: =0 of ≠ 0.
o
Voor getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) / getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) geldt: =0 of ≠ 0.
o
Voor getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) + getal 0(+én-) geldt:
=0 of ≠ 0.
o
Voor getal(+óf-) ∈ alef nul(+óf-) - getal 0(+én-) geldt:
=0 of ≠ 0.
3
Conclusie:
o
Idem.
59 Zie
conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Voor
verboden rekenregel geldt: uitkomst is = 0 [57].
o
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) * getal 0(+én-) is
verboden [45].
o
Getal(+óf-)
∈ alef nul(+óf-) / getal 0(+én-) is
verboden [46].
o
Getal
0(+én-) + getal 0(+én-) is verboden [48].
o
Getal
0(+én-) - getal 0(+én-) is verboden [49].
o
Getal
0(+én-) * getal 0(+én-) is verboden [47].
o
Getal
0(+én-) / getal 0(+én-) is verboden [50].
o
Getal
0(+én-) * getal(+óf-) ∈
alef nul(+óf-) is verboden [51].
o
Getal
0(+én-) / getal(+óf-) ∈
alef nul(+óf-) is verboden [52].
2
Is
ook waar:
o
Voor
getal(+óf-) ∈ alef
nul(+óf-) * getal 0(+én-) geldt: = 0.
o
Voor
getal(+óf-) ∈ alef
nul(+óf-) / getal 0(+én-) geldt: = 0.
o
Voor
getal 0(+én-) + getal 0(+én-) geldt: = 0.
o
Voor
getal 0(+én-) - getal 0(+én-) geldt” = 0.
o
Voor
getal 0(+én-) * getal 0(+én-) geldt: = 0.
o
Voor
getal 0(+én-) / getal 0(+én-) geldt: = 0.
o
Voor
getal 0(+én-) * getal(+óf-) ∈
alef nul(+óf-) geldt: = 0.
o
Voor
getal 0(+én-) / getal(+óf-) ∈
alef nul(+óf-) geldt: = 0.
3
Conclusie:
o
Idem.
5 Bijlagen.
o Afkortingen en symbolen.