Inhoud.
Is
onderverdeeld:
1 Inleiding.
2 Uitgangspunt.
3 Samenvatting.
4 Onderbouwing.
5 Bijlagen.
1 Inleiding.
Het
abstracte heeft één tegenpool met tegengestelde kenmerken (m.u.v. het
hiërarchisch uiterste).
Als
hiërarchisch uiterste geldt: ‘Ruimte’.
Afkortingen:
o ß = Begrensd.
o ϗ = Onbegrensd.
o gbi = Gezien van binnenuit.
o gbu = Gezien van buitenaf.
o PD = Planckdeeltje.
2 Uitgangspunt.
Niet van
toepassing.
3 Samenvatting.
3.1 Algemeen.
Punt heeft kubus
als vorm.
3.2 Conclusies.
Diverse.
4 Onderbouwing.
1 Als
waar is:
o Voor hol
geldt: Bestaat niét geheel uit
zichzelf.
2 Is
ook waar:
o Voor massief
geldt: Bestaat wél geheel uit
zichzelf.
1 Als
waar is:
o Voor hol geldt: Bestaat niét geheel uit
zichzelf.
3 Als
waar is:
o Voor (lucht) ballon geldt: Bestaat niét
geheel uit zichzelf.
4 Is
ook waar:
o Voor ballon geldt: Is hol.
4 Als
waar is:
o Voor ballon geldt: Is hol.
5 Als
waar is:
o Voor ballon geldt: Heeft ß grootte.
6 Als
waar is:
o Voor ballon geldt: Inwendige vorm = uitwendige
vorm.
7 Is
ook waar:
o Voor ß hol object als niét uiterste in
grootte geldt: Inwendige vorm = uitwendige vorm.
7 Als
waar is:
o Voor ß hol object als niét
uiterste in grootte geldt: Inwendige vorm = uitwendige vorm.
8 Is
ook waar:
o Voor ß massief object als wél uiterste in grootte geldt: Inwendige
vorm = uitwendige vorm.
8 Als
waar is:
o Voor ß massief object als wél uiterste
in grootte geldt: Inwendige vorm = uitwendige vorm.
9 Als
waar is:
o Voor PD geldt: Is massief.
10 Als
waar is:
o Voor PD (gbu) geldt: Is rond (bol).
11 Is
ook waar:
o Voor PD (gbi) geldt: Is rond (bol).
12 Is
ook waar:
o Voor PD geldt: Is rond (bol).
12 Als
waar is:
o Voor PD
geldt: Is rond (bol).
13 Als
waar is:
o Voor punt geldt: Is het enig soort
gedeelte van PD.
14 Is
ook waar:
o Voor punt
geldt: Is recht (kubus).
5 Bijlagen.
o Begrippen - Telkunde.