Inhoud.

                                                                 

Is onderverdeeld:

1      Inleiding.

2      Uitgangspunt.

3      Samenvatting.

4      Onderbouwing.

5      Bijlagen.

 

1  Inleiding.

 

Zie module:

o   Inleiding.

 

Deze module gaat in op:

o   Planckdeeltjes als bron van alles.

 

Het betreft een verkorte weergave, gericht op fysische aspecten van Planckdeeltjes.

Voor een meer uitgebreide weergave gelden de modulen, opgenomen in 4 (Onderbouwing).

 

2  Uitgangspunt.

    

Niet van toepassing.

 

3  Samenvatting.

 

Is onderverdeeld:

1      Algemeen.

2      Conclusie.

 

3.1    Algemeen.

 

Is onderverdeeld:

1      Ruimte.

2      Planckdeeltje.

3      Ontstaan Planckdeeltje.

4      Subatomair deeltje.

5      Natuurkracht.

6      Veld.

7      Nieuwe natuurkunde.

8      Ruimtetijd.

9      Zwaartekracht.

10   Zwaartekrachtlens.

11   Zwaartekrachtgolf.

12   Zwart gat.

13   Bewegingsenergie.

14   Kleurlading.

 

3.1.1 Ruimte.

 

(Zie ook module ‘Ruimte’).

 

Voor elk soort ruimte in het heelal geldt:

o      Bestaat uitsluitend uit Planckdeeltjes en/of velden.

 

Voor zowel Planckdeeltje als veld geldt:

o      Is gevulde ruimte.

 

Kortom:

o      Voor heelal geldt: Is uitsluitend gevulde ruimte.

 

3.1.2 Planckdeeltje.

 

Voor Planckdeeltje geldt:

o      Is bolvormig.

o      Heeft grootte ~ 1E-35 m.

o      Heeft zowel heeltallige lading / spin 0(+én-) als 1(+óf-).

o      Kan met zichzelf worden samengevoegd.

o      Bestaat uit N * onbegrensd^3 punten.

o      Is als enig object in het heelal massief.

 

De wiskunde erkent vooralsnog niet het bestaan van het massieve.

 

Reden:

o      Er is geen behoefte aan getallen x met de eigenschap dat x*0 ongelijk aan 0 is.

o      Er is geen behoefte aan de definitie van een lijn.

 

Het invoeren van dergelijke getallen noopt tot het verlaten van axioma’s Dedekind - Peano.

 

3.1.3 Ontstaan Planckdeeltje.

 

Begrensd aantal Planckdeeltjes zijn ontstaan uit één onbegrensd met zichzelf samengevoegd Planckdeeltje.

 

Als basis geldt: Een onbegrensd aantal kan een begrensd aantal voortbrengen met behoud van het onbegrensd aantal.

 

Voor onbegrensd met zichzelf samengevoegd Planckdeeltje geldt:

o      Is (na uitvaardigen Natuurwet) ontstaan uit onbegrensd lege ruimte.

o      Bestaat uit onbegrensd^4 punten.

 

Voor onbegrensd lege ruimte geldt:

o      Heeft uitsluitend heeltallige lading / spin 0(+én-).

o      Is onbegrensd met zichzelf samengevoegd.

o      Brengt (na uitvaardigen Natuurwet) onbegrensd^4 kubusvormige delen ter grootte van 1E+35 m voort.

o      Brengt (na uitvaardigen Natuurwet) onbegrensd^4 punten voort.

o      Is geest (Eerste onbewogen beweger).

 

3.1.4 Subatomair deeltje.

 

Voor subatomair deeltje geldt:

o      Is samenstelling van Planckdeeltjes.

o      Is zowel bolvormig als spiraalvormig.

 

Voor bolvormig subatomair deeltje geldt:

o      Planckdeeltje(s) beweegt zich bolvormig met snelheid = c rondom Planckdeeltje als centrum.

o      Heeft zowel niét als wél neutrale ladingpolariteit.

 

Voor spiraalvormig subatomair deeltje geldt:

o      Planckdeeltje(s) beweegt zich spiraalvormig met snelheid ≠ c rondom Planckdeeltje als centrum.

 

Voor bolvormig subatomair deeltje met heeltallige ladingpolariteit(+óf-) geldt:

o      Bestaat uit 1 Planckdeeltje met ladingpolariteit(+óf-) rondom Planckdeeltje als centrum.

 

Voor bolvormig subatomair deeltje met heeltallige ladingpolariteit(+én-) geldt:

o      Bestaat uit 2 Planckdeeltjes met ladingpolariteit(+óf-) rondom Planckdeeltje als centrum.

 

Voor bolvormig subatomair deeltje met gebrokentallige ladingpolariteit(+óf-) geldt:

o      Bestaat uit 3 Planckdeeltjes met ladingpolariteit(+óf-) rondom Planckdeeltje als centrum.

 

Voor spiraalvormig subatomair deeltje geldt:

o      Is zowel enkelspiraal- als dubbelspiraalvormig.

o      Ontstaat vanuit bolvormig subatomair deeltje.

o      Heeft uitsluitend wél neutrale ladingpolariteit.

 

Voor enkel spiraalvormig subatomair deeltje geldt:

o      Is gluon.

o      Spiraalvorm is in één richting.

 

Voor dubbel spiraalvormig subatomair deeltje geldt:

o      Is foton.

o      Spiraalvorm is in meerdere (twee) richtingen.

 

3.1.5 Natuurkracht.

 

(Zie ook module ‘Natuurkrachten’).

 

Voor aantal soorten fundamentele natuurkrachten geldt:

1      Sterke kernkracht.

2      Zwakke kernkracht.

3      Elektromagnetische kracht.

4      Elektrostatische kracht.

5      Geestkracht.

 

Voor kracht geldt:

o      Brengt verandering van het concrete teweeg.

 

Voor geestkracht eob geldt:

o      Is initiatief tot wél natuurlijk concrete veranderingen (bijvoorbeeld oerknal).

Voor geestkracht lob geldt:

o      Is initiatief tot niét natuurlijk concrete veranderingen.

 

Als waar is:

o      Voor meerdere soorten krachten geldt: Is wél te doorgronden.

Is ook waar:

o      Voor één soort kracht (geestkracht) geldt: Is niét te doorgronden.

 

3.1.6 Veld.

 

(Zie ook module ‘Vectorveld - Soorten’).

(Zie ook module ‘Materie vs. Veld’).

 

Voor aantal soorten velden geldt:

1      Monopool statisch elektrisch veld.

2      Dipool statisch elektrisch veld.

3      Dipool statisch magnetisch veld.

4      Dipool dynamisch elektrisch (magnetisch) veld.

5      Energieveld.

 

Als waar is:

o      Voor meerdere soorten velden geldt: Is wél vectorveld.

Is ook waar:

o      Voor één soort veld (energieveld) geldt: Is niét vectorveld.

 

Als waar is:

o      Voor meerdere soorten velden geldt: Is wél te doorgronden.

Is ook waar:

o      Voor één soort veld (energieveld) geldt: Is niét te doorgronden.

 

Voor energieveld geldt:

o      Weerspiegelt geestkracht.

o      Heeft als bron: Planckdeeltjes met uitsluitend neutrale lading en spin.

 

3.1.7 Nieuwe natuurkunde.

 

(Zie ook module ‘Natuurkunde - Nieuw’).

 

Nieuwe natuurkunde geldt in het domein binnen subatomaire deeltjes.

 

Voor nieuwe natuurkunde geldt:

o      Er is niét wisselwerking tussen Planckdeeltjes met ladingpolariteit(+óf-) onderling.

o      Er is wél wisselwerking tussen Planckdeeltjes met ladingpolariteit(+óf-) en (+én-) onderling (aantrekkingskracht).

 

3.1.8 Ruimte tijd.

 

(Zie ook module ‘Zwaartekrachtgolf’).

 

Als waar is:

o      Voor tijd geldt: Is gemeten verandering.

o      Voor gemeten verandering geldt: Is voorbehouden aan leven.

Is ook waar:

o      Ruimtetijd bestaat bij gratie van leven.

 

3.1.9 Zwaartekracht.

 

(Zie ook module ‘Zwaartekracht’).

 

Zwaartekracht is een elektrische kracht.

De grootte komt overeen met de wet van Coulomb.

De elektrische kracht is het gevolg van een monopool statisch elektrisch veld.

 

Het veld kent twee bronnen:

1      Foton.

2      Gluon.

 

Beide zijn gevoelig voor een extern monopool statisch elektrisch veld.

De gevoeligheid uit zich door onderlinge aantrekkingskracht.

 

Monopool statisch elektrisch veld veroorzaakt bij moleculen en neutrale atomen het Stark-effect.

Trillende elektronen binnen moleculair geheel zorgen ervoor dat er ook een dipool elektrisch veld ontstaat.

Dipool elektrisch veld zorgt voor het Zeeman-effect.

 

Als waar is:

o      Voor sterkte statisch elektrisch veld geldt: Hoe groter de afstand van de bron, hoe kleiner de sterkte (maar altijd groter dan 0).

Is ook waar:

o      Voor sterkte statisch elektrisch veld geldt: Is niét lineair.

 

Als waar is:

o      Voor neutraal atoom onder invloed van wél lineair veld geldt: Ondervindt niét een aantrekkingskracht.

Is ook waar:

o      Voor neutraal atoom onder invloed van niét lineair veld geldt: Ondervindt wél een aantrekkingskracht.

o      Het zet het begrip ‘Neutraal’ onder druk.

 

De kracht is zo klein dat het kennelijk te verwaarlozen is.

 

Als waar is:

o      Spiraalvormige structuur van foton en gluon zorgt er voor dat er een open verbinding is met de buitenwereld.

o      Er is wél wisselwerking tussen Planckdeeltjes met ladingpolariteit(+óf-) en (+én-) onderling (aantrekkingskracht) [3.1.7].

Is ook waar:

o      Extern statisch elektrisch veld trekt gluon en daardoor het atoom aan.

o      Aantrekkingskracht op gluon weerspiegelt de zwaartekracht.

o      Graviton en snaren bestaan niet.

 

3.1.10    Zwaartekrachtlens.

 

(Zie ook module ‘Zwaartekrachtlens’).

(Zie ook module ‘Gevoeligheid voor SEV’).

 

Als waar is:

o      Spiraalvormige structuur van foton en gluon zorgt er voor dat er een open verbinding is met de buitenwereld.

o      Er is wél wisselwerking tussen Planckdeeltjes met ladingpolariteit(+óf-) en (+én-) onderling (aantrekkingskracht) [3.1.7].

o      Voor foton geldt: Aantrekkingskracht staat haaks op bewegingsrichting foton.

Is ook waar:

o      Extern statisch elektrisch veld trekt foton (haaks op bewegingsrichting) aan.

o      Aantrekkingskracht op foton weerspiegelt zwaartekracht.

 

3.1.11    Zwaartekrachtgolf.

 

(Zie ook module ‘Zwaartekrachtgolf’).

 

Als waar is:

o      Voor zwaartekrachtgolf geldt: Deeltje komt als drager niet in aanmerking.

o      Voor ruimte in het heelal geldt: Bestaat uitsluitend uit Planckdeeltjes en/of velden [3.1.1].

o      Extern statisch elektrisch veld trekt gluon en daardoor het atoom aan [3.1.9].

Is ook waar:

o      Uitsluitend vectorveld (monopool statisch elektrisch veld) komt in aanmerking als drager van zwaartekrachtgolf.

 

Detectie zwaartekrachtgolf in LIGO-observatorium.

 

Resultaat detectie van zwaartekrachtgolf is een kwestie van gekozen uitgangspunt:

o      Lichtsnelheid is stabiel bij doorkruisen van vectorveld.

o      Lichtsnelheid is instabiel bij doorkruisen van vectorveld.

 

Als waar is:

o      Voor lichtsnelheid is stabiel geldt: Afstand spiegels en bijbehorende meetlat verandert wél (Er is wél kromming van ruimtetijd).

Is ook waar:

o      Voor lichtsnelheid is instabiel geldt: Afstand spiegels en bijbehorende meetlat verandert niét (Er is niét kromming van ruimtetijd).

 

Als waar is:

o      Ruimtetijd bestaat bij gratie van leven [3.1.8].

Is ook waar:

o      Kromming van ruimtetijd is een geweldig rekenresultaat van Einstein.

 

3.1.12    Zwart gat.

 

(Zie ook module ‘Zwart gat’).

 

Als waar is:

o      Monopool statisch elektrisch veld vanuit gluon trekt atomen onderling samen.

o      Grootte van kracht op atomen van moleculair geheel neemt naar binnen toe.

o      Onderliggende elektronenschillen verkrijgen hun maximale bezetting.

Is ook waar:

o      Extreme zwaartekracht verhinderd elektron naar lagere schil te verhuizen.

o      Er vindt geen emissie van foton plaats.

 

3.1.13    Bewegingsenergie.

 

(Zie ook module ‘Bewegingsenergie’).

 

Als waar is:

o      Voor bolvormig subatomair deeltje geldt: Planckdeeltje(s) beweegt zich bolvormig met snelheid = c rondom Planckdeeltje als centrum [3.1.4].

o      Voor verplaatsingsnelheid van het concrete (dus ook Planckdeeltje) geldt: Is van nature de lichtsnelheid.

o      Voor overgang rust naar beweging van bolvormig subatomair deeltje geldt: Planckdeeltje als centrum (en daardoor het subatomair deeltje) maakt een slingerende beweging.

Is ook waar:

o      Er is sprake van opname bewegingsenergie.

 

Als waar is:

o      Voor opname bewegingsenergie geldt: Ontstaat bij bolvormige subatomaire deeltjes tijdens overgang van rust naar beweging.

Is ook waar:

o      Voor afgifte bewegingsenergie geldt: Ontstaat bij bolvormige subatomaire deeltjes tijdens overgang van beweging naar rust.

 

3.1.14    Kleurlading.

 

(Zie ook module ‘Uitwisseling van lading’).

 

1      Elk soort quark wil in atoomkern uitsluitend heeltallige lading hebben.

2      Gebrokentallige lading van quarks zorgt ervoor dat onderling continu uitwisseling van Planckdeeltjes plaatsvindt.

3      Compensatie van bepaald soort quark leidt tot discompensatie van andere quarks binnen atoomkern.

4      Uitwisseling van Planckdeeltjes vindt plaats door gluonen.

5      Quark en gluon is dan ook gekoppeld aan kleurlading.

 

Voor baryon geldt: Lading individuele quark is zowel niét als wél elkaars tegenpool met tegengestelde kenmerken.

Voor meson geldt: Lading individuele quark is uitsluitend wél elkaars tegenpool met tegengestelde kenmerken.

 

Voor baryon geldt: Doel quark is heeltallige lading.

Voor meson geldt: Doel quark is halftallige lading.

 

3.2    Conclusie.

 

Niet van toepassing.

 

4  Onderbouwing.

 

Module:

o      Bewegingsenergie.

o      Bewegingsenergie (schema).

o      Gevoeligheid voor SEV.

o      Lading - Toelichting.

o      Materie vs. Veld.

o      Natuurkunde - Nieuw.

o      Natuurkrachten.

o      Ruimte.

o      Uitwisseling van lading.

o      Vectorveld - Soorten.

o      Zwaartekracht.

o      Zwaartekrachtgolf.

o      Zwaartekrachtlens.

o      Zwart gat.

 

5  Bijlagen.

 

Afkortingen en symbolen.