Inhoud.
Is
onderverdeeld:
1 Inleiding.
2 Uitgangspunt.
3 Samenvatting.
4 Onderbouwing.
5 Bijlagen.
1 Inleiding.
Zie module:
o
Inleiding.
Deze module
gaat in op:
o
PD
– SD.
Het betreft: Planckdeeltje in relatie tot subatomair deeltje.
2 Uitgangspunt.
Niet van
toepassing.
3 Samenvatting.
Is
onderverdeeld:
1 Algemeen.
2 Conclusie.
3.1 Algemeen.
Voor BSD
geldt: Uitwendig PD beweegt bolvormig om inwendig PD.
Voor SSD
geldt: Uitwendig PD beweegt spiraalvormig om inwendig PD.
Voor BSD
geldt: Is uitsluitend rond.
Voor SSD
geldt: Is zowel recht als rond.
Voor PD
geldt: Heeft één grootte.
Voor SD
geldt: Heeft meerdere grootte.
Voor uitwendig
PD in relatie tot SD geldt: Afstand tot inwendig PD is variabel.
Voor uitwendig
PD in relatie tot BSD geldt: Mate van beweging = c.
Voor inwendig
PD in relatie tot BSD geldt: Mate van beweging ≠ c.
Voor uitwendig
PD in relatie tot BSD geldt: Is in beweging.
Voor inwendig
PD in relatie tot BSD geldt: Is in rust.
Voor uitwendig
PD in relatie tot zowel DSSD als ESSD geldt: Mate van beweging ≠ c.
Voor inwendig
PD in relatie tot zowel DSSD als ESSD geldt: Mate van beweging ≠ c.
Voor uitwendig
PD in relatie tot zowel DSSD als ESSD geldt: Mate van beweging is variabel.
Voor inwendig
PD in relatie tot zowel DSSD als ESSD geldt: Mate van beweging is vast.
3.2 Conclusie.
Niet van
toepassing.
4 Onderbouwing.
Is
onderverdeeld:
1
Begrippen.
2
PD
in relatie tot SD.
4.1 Begrippen.
SD = Subatomair Deeltje.
BSD = Bolvormig Subatomair Deeltje.
DBSD = Dubbel Bolvormig Subatomair Deeltje (=
BSD).
SSD = Spiraalvormig Subatomair Deeltje.
DSSD = Dubbel Spiraalvormig Subatomair Deeltje.
ESSD = Enkel Spiraalvormig Subatomair Deeltje.
PD = Planckdeeltje.
Voor SD geldt:
o Aantal inwendig PD = uitwendig PD.
o Uitwendig PD heeft lading/spin 1(+óf-).
o Inwendig PD heeft lading/spin 0(+én-).
o Is zowel bol- als spiraalvormig.
o Heeft zowel niét als wél massa.
Voor BSD
(alle soorten SD, uitgezonderd foton en gluon) geldt:
1 Uitwendig PD beweegt zich bolvormig
om inwendig PD.
2
Uitwendig
PD beweegt zich met = c loodrecht om inwendig PD.
3
Uitwendig
PD beweegt zich met vaste spoed/afstand om inwendig PD.
4
Aantal
uitwendig PD is zowel één als meerdere (maximaal drie).
5
PD
is ruimtelijk zowel gescheiden als samengevoegd.
Wikkel
een touwtje met vaste afstand en spoed om een punt, en je ziet een bol.
Het
touwtje weerspiegelt de baan van uitwendig PD met zowel niét neutrale lading
(-) als lading (+).
Het
punt weerspiegelt inwendig PD met wél neutrale lading.
Voor
lading(+én-) in domein buiten SD geldt: Is wél neutraal; Heeft niét
wisselwerking met lading(+óf-).
Voor
lading(+én-) in domein binnen SD geldt: Is niét neutraal; Heeft wél
wisselwerking met lading(+óf-).
Voor SSD
(foton en gluon) geldt:
1 Uitwendig PD beweegt spiraalvormig
om inwendig PD.
2
Uitwendig
PD beweegt met ≠ c loodrecht om inwendig PD.
3
Uitwendig
PD beweegt met variabele spoed/afstand om inwendig PD.
4
Aantal
uitwendig PD is uitsluitend één.
5
PD
is ruimtelijk uitsluitend samengevoegd.
Voor DSSD
(foton) geldt:
1 Profielvorming is dubbel.
2
Inwendig
PD beweegt recht, zowel heen als terug.
3
Uitwendig
PD beweegt rond (dubbelspiraalvormig), zowel heen- als terug.
Wikkel
een touwtje enkelspiraalvormig om een ronde staaf in rust, en je ziet een veer.
Het
touwtje weerspiegelt de baan van uitwendig PD met niét neutrale lading.
De
staaf weerspiegelt de baan van inwendig PD met wél neutrale lading.
Voor
lading(+én-) in domein buiten SD geldt: Is wél neutraal; Heeft niét
wisselwerking met lading(+óf-).
Voor
lading(+én-) in domein binnen SD geldt: Is niét neutraal; Heeft wél
wisselwerking met lading(+óf-).
Voor ESSD
(gluon) geldt:
1
Profielvorming
is enkel.
2
Inwendig
PD beweegt recht, uitsluitend heen.
3
Uitwendig
PD beweegt rond (enkelspiraalvormig), uitsluitend heen.
Wikkel
een touwtje enkelspiraalvormig om een ronde staaf in rust, en je ziet een veer.
Het
touwtje weerspiegelt de baan van uitwendig PD met niét neutrale lading.
De
staaf weerspiegelt de baan van inwendig PD met wél neutrale lading.
Voor
lading(+én-) in domein buiten SD geldt: Is wél neutraal; Heeft niét
wisselwerking met lading(+óf-).
Voor
lading(+én-) in domein binnen SD geldt: Is niét neutraal; Heeft wél
wisselwerking met lading(+óf-).
Voor
PD geldt:
o
Bestaat
uit onbegrensd^3 punten.
o
Heeft
grootte 1,61618E-35 m.
o
Heeft
zowel lading/spin 0(+én-) als 1(+óf-).
o
Is
bolvormig.
o
Is (als
enig object in het heelal) massief.
Voor punt
geldt:
o
Is
aaneen te schakelen.
o
Is
gevulde ruimte.
o
Is
met zichzelf samen te voegen.
o
Is
onbegrensd klein.
o
Is
recht (kubus).
4.2 PD in relatie tot SD.
…a
= Als waar is.
…i
= Is ook waar.
1a Voor subatomair stelsel geldt: Draaisnelheid uitwendige om
centrum is = c [Stelsels-Kenmerken].
2i Voor BSD geldt: Uitwendig PD beweegt bolvormig om inwendig PD.
2a Voor BSD geldt: Uitwendig PD beweegt bolvormig om
inwendig PD.
Toelichting:
o
Het
betreft spiraalvormige beweging dat leidt tot rond geheel.
o
Voor
inwendig PD geldt: Is in rust.
3i Voor SSD geldt: Uitwendig PD beweegt spiraalvormig
om inwendig PD.
Toelichting:
o
Het
betreft spiraalvormige beweging dat leidt tot recht geheel.
o
Voor
inwendig PD geldt: Is in beweging.
2a Voor BSD geldt: Uitwendig PD beweegt
bolvormig om inwendig PD.
4a Voor bolvorm geldt: Is rond.
5i Voor BSD geldt: Is uitsluitend rond.
5a Voor BSD geldt: Is uitsluitend
rond.
3a Voor SSD geldt: Uitwendig PD beweegt spiraalvormig om inwendig PD.
6a Voor spiraalvorm geldt: Is in elk geval
rond.
7i Voor SSD geldt: Is zowel
recht als rond.
8a Voor PD geldt: Is bolvormig [PD - Vorm].
9i Voor PD geldt: Heeft één grootte.
9a Voor PD geldt: Heeft één
grootte.
10i Voor SD geldt: Heeft meerdere
grootte.
10a Voor SD geldt: Heeft meerdere grootte.
2a Voor BSD geldt: Uitwendig PD beweegt
bolvormig om inwendig PD.
3a Voor SSD geldt: Uitwendig PD beweegt spiraalvormig om inwendig PD.
11i Voor uitwendig PD in relatie tot SD geldt:
Afstand tot inwendig PD is variabel.
1a Voor subatomair stelsel geldt: Draaisnelheid uitwendige om
centrum is = c.
12i Voor uitwendig PD in relatie tot BSD geldt:
Mate van beweging = c.
12a Voor uitwendig PD in relatie tot BSD
geldt: Mate van beweging = c.
13i Voor inwendig PD in relatie tot BSD
geldt: Mate van beweging ≠ c.
13a Voor inwendig PD in relatie tot BSD geldt:
Mate van beweging ≠ c.
12a Voor uitwendig PD in relatie tot BSD geldt: Mate
van beweging = c.
14i Voor PD in relatie tot BSD geldt: Mate van
beweging is zowel = c als ≠ c.
12a Voor uitwendig PD in relatie tot BSD
geldt: Mate van beweging = c.
15i Voor uitwendig PD in relatie tot SSD
geldt: Mate van beweging ≠ c.
15a Voor uitwendig PD in relatie tot SSD geldt:
Mate van beweging ≠ c.
3a Voor SSD geldt: Uitwendig PD beweegt spiraalvormig om inwendig PD.
16i Voor uitwendig PD in relatie tot SSD geldt:
Mate van beweging ≠ 0.
14a Voor PD in relatie tot BSD geldt: Mate
van beweging is zowel = c als ≠ c.
15a Voor uitwendig PD in relatie tot SSD geldt:
Mate van beweging ≠ c.
17i Voor PD in relatie tot SSD geldt: Mate
van beweging is uitsluitend ≠ c.
17a Voor PD in relatie tot SSD geldt: Mate van beweging
is uitsluitend ≠ c.
18i Voor PD in relatie tot DSSD geldt: Mate van
beweging is uitsluitend ≠ c.
17a Voor PD in relatie tot SSD geldt: Mate van
beweging is uitsluitend ≠ c.
19i Voor PD in relatie tot ESSD geldt: Mate van
beweging is uitsluitend ≠ c.
12a Voor uitwendig PD in relatie tot BSD geldt:
Mate van beweging = c.
20i Voor uitwendig PD in relatie tot BSD geldt:
Is in beweging.
20a Voor uitwendig PD in relatie tot BSD
geldt: Is in beweging.
21i Voor inwendig PD in relatie tot BSD
geldt: Is in rust.
21a Voor inwendig PD in relatie tot BSD geldt: Is
in rust.
20a Voor uitwendig PD in relatie tot BSD geldt:
Is in beweging.
22i Voor PD in relatie tot BSD geldt: Is zowel
in beweging als rust.
22a Voor PD in relatie tot BSD geldt: Is zowel
in beweging als rust.
16a Voor uitwendig PD in relatie tot SSD geldt:
Mate van beweging ≠ 0.
23i Voor PD in relatie tot SSD geldt: Is uitsluitend
in beweging.
23a Voor PD in relatie tot SSD geldt: Is
uitsluitend in beweging.
24i Voor PD in relatie tot DSSD geldt: Is
uitsluitend in beweging.
23a Voor PD in relatie tot SSD geldt: Is
uitsluitend in beweging.
25i Voor PD in relatie tot ESSD geldt: Is
uitsluitend in beweging.
12a Voor uitwendig PD in relatie tot BSD geldt:
Mate van beweging = c.
26i Voor uitwendig PD in relatie tot BSD geldt:
Mate van beweging is vast.
26a Voor uitwendig PD in relatie tot BSD
geldt: Mate van beweging is vast.
27i Voor uitwendig PD in relatie tot SSD geldt:
Mate van beweging is variabel.
27a Voor uitwendig PD in relatie tot SSD geldt:
Mate van beweging is variabel.
28i Voor uitwendig PD in relatie tot DSSD geldt:
Mate van beweging is variabel.
27a Voor uitwendig PD in relatie tot SSD geldt:
Mate van beweging is variabel.
29i Voor uitwendig PD in relatie tot ESSD geldt:
Mate van beweging is variabel.
26a Voor uitwendig PD in relatie tot BSD
geldt: Mate van beweging is vast.
30i Voor inwendig PD in relatie
tot SSD geldt: Mate van beweging is vast.
30a Voor inwendig PD in relatie tot SSD geldt:
Mate van beweging is vast.
31i Voor inwendig PD in relatie tot DSSD geldt:
Mate van beweging is vast.
30a Voor inwendig PD in relatie tot SSD geldt:
Mate van beweging is vast.
32i Voor inwendig PD in relatie tot ESSD geldt:
Mate van beweging is vast.
5 Bijlagen.
Geen.