Inhoud.

                                                                 

Is onderverdeeld:

1      Inleiding.

2      Uitgangspunt.

3      Samenvatting.

4      Onderbouwing.

5      Bijlagen.

 

1  Inleiding.

 

Niet van toepassing.

 

2  Uitgangspunt.

    

Er is een verzameling getallen [1].

Verzameling is abstract [1].

Getal is abstract [1].

 

3  Samenvatting.

 

3.1    Algemeen.

 

Volgens de Natuurwet geldt:

o   Als waar is: In DG-H (het domein van lob) is zowel van binnenuit als van buitenaf geredeneerd (zie conclusie 1 en 2).

o   Is ook waar: In DL (het domein van eob) is uitsluitend van binnenuit geredeneerd.

Of.

o   Is ook waar: In DL (het domein van eob) is uitsluitend van buitenaf geredeneerd.

De redenering van buitenaf leidt tot onlogische conclusies.

o   Conclusie: In DL (het domein van eob) is uitsluitend van binnenuit geredeneerd (zie conclusie 15).

 

3.2    Conclusies.

 

In DG-H omsluit het abstracte het abstracte [1].

In DG-H omsluit het abstracte het concrete [2].

 

In DG-H omsluit het abstracte zowel het abstracte als concrete [3].

In DG-H omsluit het concrete uitsluitend het concrete [6].

 

In DG-M omsluit het abstracte uitsluitend het abstracte [9].

 

In DG omsluit het abstracte zowel het abstracte als concrete [10].

In DG omsluit het concrete uitsluitend het concrete [13].

 

In DL omsluit het abstracte uitsluitend het abstracte [16].

 

4  Onderbouwing.

 

1   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Er is een verzameling getallen.

o    Verzameling is abstract.

o    Getal is abstract.

2      Is ook waar:

o    In DG-H omsluit het abstracte het abstracte.

3      Conclusie:

o    In DG-H omsluit het abstracte het abstracte.

2   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Gsr ~ md=3D ~ gßx ~ H is (gezien van buitenaf) abstract [Abstract vs. Concreet].

o    Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ H is (gezien van buitenaf) concreet [Abstract vs. Concreet].

o    Gsr ~ md=3D ~ gßx ~ H omsluit gsr ~ md=3D ~ kßx ~ H [Domeinen].

2      Is ook waar:

o    In DG-H omsluit het abstracte het concrete.

3      Conclusie:

o    In DG-H omsluit het abstracte het concrete.

3   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    In DG-H omsluit het abstracte het concrete [2].

o    In DG-H omsluit het abstracte het abstracte [1].

2      Is ook waar:

o    In DG-H omsluit het abstracte zowel het abstracte als concrete.

3      Conclusie:

o    In DG-H omsluit het abstracte zowel het abstracte als concrete.

4   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    In DG-H omsluit het abstracte zowel het abstracte als concrete [3].

2      Is ook waar:

o    In DG-H omsluit het concrete uitsluitend het abstracte.

Of.

o    In DG-H omsluit het concrete uitsluitend het abstracte.

3      Conclusie:

o    Er is keuze.

Stel: In DG-H omsluit het concrete uitsluitend het abstracte.

 

5   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    In DG-H omsluit het concrete uitsluitend het abstracte.

o    Voor SD geldt: Uitwendige beweegt zich in één schil om een inwendige [AD vs. SD].

o    Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ H is (gezien van buitenaf) concreet [Abstract vs. Concreet].

2      Is ook waar:

o    Proposities zijn strijdig met elkaar.

3      Conclusie:

o    Stelling: ‘In DG-H omsluit het concrete uitsluitend het abstracte, is onwaar.

6   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Stelling: ‘In DG-H omsluit het concrete uitsluitend het abstracte, is onwaar [5].

2      Is ook waar:

o    Stelling: ‘In DG-H omsluit het concrete uitsluitend het concrete, is waar.

3      Conclusie:

o    In DG-H omsluit het concrete uitsluitend het concrete.

7   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    In DG-H omsluit het abstracte zowel het abstracte als concrete [3].

2      Is ook waar:

o    In DG-M omsluit het abstracte uitsluitend het abstracte.

Of.

o    In DG-M omsluit het abstracte uitsluitend het concrete.

3      Conclusie:

o    Er is keuze.

Stel: In DG-M omsluit het abstracte uitsluitend het concrete.

 

8   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    In DG-M omsluit het abstracte uitsluitend het concrete.

o    Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ M omsluit gsr ~ md=3D ~ gßx ~ H [Domeinen].

o    Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ M is (gezien van buitenaf) abstract [Abstract vs. Concreet].

o    Gsr ~ md=3D ~ gßx ~ H is (gezien van buitenaf) abstract [2 (Als waar is:)].

2      Is ook waar:

o    Proposities zijn strijdig met elkaar.

3      Conclusie:

o    Stelling: ‘In DG-M omsluit het abstracte uitsluitend het concrete’, is onwaar.

9   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Stelling: ‘In DG-M omsluit het abstracte uitsluitend het concrete’, is onwaar [8].

2      Is ook waar:

o    Stelling: ‘In DG-M omsluit het abstracte uitsluitend het abstracte’, is waar.

3      Conclusie:

o    In DG-M omsluit het abstracte uitsluitend het abstracte.

10 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    In DG-M omsluit het abstracte uitsluitend het abstracte [9].

o    In DG-H omsluit het abstracte zowel het abstracte als concrete [3].

2      Is ook waar:

o    In DG omsluit het abstracte zowel het abstracte als concrete.

3      Conclusie:

o    In DG omsluit het abstracte zowel het abstracte als concrete.

11 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    In DG omsluit het abstracte zowel het abstracte als concrete [10].

2      Is ook waar:

o    In DG omsluit het concrete uitsluitend het abstracte.

Of.

o    In DG omsluit het concrete uitsluitend het concrete.

3      Conclusie:

o    Er is keuze.

Stel: In DG omsluit het concrete uitsluitend het abstracte.

 

12 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    In DG omsluit het concrete uitsluitend het abstracte.

o    In DG-H omsluit het concrete uitsluitend het concrete [6].

2      Is ook waar:

o    Proposities zijn strijdig met elkaar.

3      Conclusie:

o    Stelling: ‘In DG omsluit het concrete uitsluitend het abstracte, is onwaar.

13 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Stelling: ‘In DG omsluit het concrete uitsluitend het abstracte, is onwaar [12].

2      Is ook waar:

o    Stelling: ‘In DG omsluit het concrete uitsluitend het concrete, is waar.

3      Conclusie:

o    In DG omsluit het concrete uitsluitend het concrete.

14 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    In DG omsluit het abstracte zowel het abstracte als concrete [10].

2      Is ook waar:

o    In DL omsluit het abstracte uitsluitend het abstracte.

Of.

o    In DL omsluit het abstracte uitsluitend het concrete.

3      Conclusie:

o    Er is keuze.

Stel: In DL omsluit het abstracte uitsluitend het concrete.

 

15 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    In DL omsluit het abstracte uitsluitend het concrete.

o    Lsr ~ zd=3D ~ ϗg omsluit gsr ~ md=3D ~ kßx ~ M [Domeinen].

o    Lsr ~ zd is (gezien van binnenuit) uitsluitend abstract [Abstract vs. Concreet].

o    Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ M is (gezien van buitenaf) abstract [8 (Als waar is:)].

2      Is ook waar:

o    Proposities zijn strijdig met elkaar.

3      Conclusie:

o    Stelling: ‘In DL omsluit het abstracte uitsluitend het concrete’, is onwaar.

16 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Stelling: ‘In DL omsluit het abstracte uitsluitend het concrete’, is onwaar [15].

2      Is ook waar:

o    Stelling: ‘In DL omsluit het abstracte uitsluitend het abstracte’, is waar.

3      Conclusie:

o    In DL omsluit het abstracte uitsluitend het abstracte.

5  Bijlagen.

 

o    Afkortingen en symbolen.