Inhoud.

                                                                 

Is onderverdeeld:

1      Inleiding.

2      Uitgangspunt.

3      Samenvatting.

4      Onderbouwing.

5      Bijlagen.

 

1  Inleiding.

 

Zie module:

o      Inleiding.

 

Deze module gaat in op:

o      Betrouwbaarheid van bestaan Natuurwet o.b.v. het concrete (mens).

 

Kenmerken van de mens genereren verzamelingen met vijf elementen.

 

Het betreft verzamelingen met als predicaat ‘Compleet’, waarvoor geldt: één of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan de resterende vier.

 

Het weerspiegelt hiermee de Natuurwet o.b.v. het concrete (mens). Het is dan ook mogelijk de betrouwbaarheid van bestaan Natuurwet o.b.v. het concrete (mens) te voorspellen.

 

2  Uitgangspunt.

    

Alles (dus ook de mens) is uiteindelijk ontstaan vanuit de oerknal.

 

Voor aantal verzamelingen van vijf elementen in directe relatie mens geldt:

o      = 14 (is cijfersom 5).

 

…a   = Als waar is.

…i    = Is ook waar.

 

1a     Voor modern wetenschappelijke aanpak geldt: vermenigvuldiging van kansen van vijf elementen in directe relatie mens is niét toegestaan.

2a     Voor neomodern wetenschap geldt: is tegenpool van moderne wetenschap [module ‘Moderne – vs. Neomoderne wetenschap’].

3i      Voor neomodern wetenschappelijke aanpak geldt: vermenigvuldiging van kansen van vijf elementen in directe relatie mens is wél toegestaan.

 

Vermenigvuldigen van kansen bij neomodern wetenschappelijke aanpak is dan ook toegestaan. Het is als het meermalig werpen van een speciale dobbelsteen.

 

3  Samenvatting.

 

Is onderverdeeld:

1      Algemeen.

2      Conclusie.

 

3.1    Algemeen.

 

Voor kans op één verzameling met predicaat ‘Compleet’ geldt:

o      =100*(1-0,3125^1).

 

Voor kans op 14 verzamelingen met predicaat ‘Compleet’ geldt:

o      =100*(1-0,3125^14).

 

Voor betrouwbaarheid van bestaan Natuurwet o.b.v. het concrete (mens) geldt:

o      =100*(1-0,3125^14).

o      =99,999992 %

 

Voor huidig wetenschappelijk statistische betrouwbaarheidsnorm geldt:

o      >=100*(1-(1/3500000))

o      >=99,99997143 %

 

3.2    Conclusie.

 

Niet van toepassing.

 

4  Onderbouwing.

 

Is onderverdeeld:

1      Kenmerk mens.

2      Resultaat.

 

4.1    Kenmerk mens.

 

Betreft wél bewezen fundamentele verzamelingen met predicaat ‘Compleet’, gekoppeld aan mens.

 

Is onderverdeeld:

1      Zintuig.

2      Opening naar inwendige van hoofd.

3      Uitsteeksel romp.

4      Uitsteeksel hand.

5      Uitsteeksel voet.

6      Gewricht-arm.

7      Gewricht-been.

8      Enkelvoudig deel.

9      Structuur opperhuid.

10   Huidaanhangsels.

11   Nucleotiden.

12   Sacrale wervels.

13   Vijf G’s in de psychologie.

14   Overlevingsmiddelen.

 

4.1.1 Zintuig.

 

…a   = Als waar is.

…i    = Is ook waar.

 

1a     Voor ‘Horen’, ‘Proeven’, ‘Ruiken’, ‘Zien’ geldt: heeft relatief klein gedeelte (bijv. oren) van lichaam als bron.

         Toelichting:

o      Voor ‘Lichaam’ geldt: is weefsel dat in contact staat met de buitenlucht.

2i      Voor meerdere (vier) zintuigen geldt: heeft relatief klein gedeelte (bijv. oren) van lichaam als bron.

 

2a     Voor meerdere (vier) zintuigen geldt: heeft relatief klein gedeelte (bijv. oren) van lichaam als bron.

3i      Voor één zintuig (‘Voelen’) geldt: heeft relatief groot gedeelte (lichaam) als bron.

 

3a     Voor één zintuig (‘Voelen’) geldt: heeft relatief groot gedeelte (lichaam) als bron.

2a     Voor meerdere (vier) zintuigen geldt: heeft relatief klein gedeelte (bijv. oren) van lichaam als bron.

4a     Voor verzameling ‘Compleet’ geldt: één of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende vier.

5i      Voor verzameling ‘Zintuigen’ geldt: heeft predicaat ‘Compleet’.

 

4.1.2 Opening naar inwendige van hoofd.

 

…a   = Als waar is.

…i    = Is ook waar.

 

1a     Voor ‘Neusgat-links’, ‘Neusgat-rechts’, ‘Gehoorgang-links’, ‘Gehoorgang-rechts’ geldt: is uit het midden (hartlijn) van hoofd; kan zichzelf niét afsluiten.

2i      Voor meerdere (vier) openingen naar inwendige van hoofd geldt: is uit het midden (hartlijn) van hoofd; kan zichzelf niét afsluiten.

 

2a     Voor meerdere (vier) openingen naar inwendige van hoofd geldt: is uit het midden (hartlijn) van hoofd; kan zichzelf niét afsluiten.

3i      Voor één opening (‘Mond’) naar inwendige van hoofd geldt: is in het midden (hartlijn) van hoofd; kan zichzelf wél afsluiten.

 

3a     Voor één opening (‘Mond’) naar inwendige van hoofd geldt: is in het midden (hartlijn) van hoofd; kan zichzelf wél afsluiten.

2a     Voor meerdere (vier) openingen naar inwendige van hoofd geldt: is uit het midden (hartlijn) van hoofd; kan zichzelf niét afsluiten.

4a     Voor verzameling ‘Compleet’ geldt: één of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende vier.

5i      Voor verzameling ‘Openingen naar inwendige van hoofd’ geldt: heeft predicaat ‘Compleet’.

 

4.1.3 Uitsteeksel romp.

 

…a   = Als waar is.

…i    = Is ook waar.

 

1a     Voor ‘Arm-links’, ‘Arm-rechts’, ‘Been-links’, ‘Been-rechts’ geldt: is uit het midden (hartlijn) van romp; heeft = vijf gewrichten.

2i      Voor meerdere (vier) uitsteeksels van romp geldt: is uit het midden (hartlijn) van romp; heeft = vijf gewrichten.

 

2a     Voor meerdere (vier) uitsteeksels van romp geldt: is uit het midden (hartlijn) van romp; heeft = vijf gewrichten.

3i      Voor één uitsteeksel (‘Hoofd’) van romp geldt: is in het midden (hartlijn) van romp; heeft vijf gewrichten.

 

3a     Voor één uitsteeksel (‘Hoofd’) van romp geldt: is in het midden (hartlijn) van romp; heeft ≠ vijf gewrichten.

2a     Voor meerdere (vier) uitsteeksels van romp geldt: is uit het midden (hartlijn) van romp; heeft = vijf gewrichten.

4a     Voor verzameling ‘Compleet’ geldt: één of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende vier.

5i      Voor verzameling ‘Uitsteeksels (met gewrichten) van romp’ geldt: heeft predicaat ‘Compleet’.

 

4.1.4 Uitsteeksel hand.

 

Bekijk je rechterhand als concreet iets. Knijp de duim en vingers tot een vuist en weer terug. Merk op dat de duim in tegenovergestelde richting t.o.v. de vingers beweegt (X-as vs. Y-as). Hieruit valt het volgende op te maken.

 

…a   = Als waar is.

…i    = Is ook waar.

 

1a     Voor ‘Wijsvinger’, ‘Middelvinger’, ‘Ringvinger’, ‘Pink’ geldt: scharniert in X-richting; heeft kleine nagel.

2i      Voor meerdere (vier) uitsteeksels hand geldt: scharniert in X-richting; heeft kleine nagel.

 

2a     Voor meerdere (vier) uitsteeksels hand geldt: scharniert in X-richting; heeft kleine nagel.

3i      Voor één uitsteeksel (‘Duim’) hand geldt: scharniert in Y-richting; heeft grote nagel.

 

3a     Voor één uitsteeksel (‘Duim’) hand geldt: scharniert in Y-richting; heeft grote nagel.

2a     Voor meerdere (vier) uitsteeksels hand geldt: scharniert in X-richting; heeft kleine nagel.

4a     Voor verzameling ‘Compleet’ geldt: één of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende vier.

5i      Voor verzameling ‘Uitsteeksels hand’ geldt: heeft predicaat ‘Compleet’.

 

4.1.5 Uitsteeksel voet.

 

…a   = Als waar is.

…i    = Is ook waar.

 

1a     Voor ‘Wijsteen’, ‘Middelteen’, ‘Ringteen’, ‘Kleine teen’ geldt: is dun; heeft kleine nagel.

2i      Voor meerdere (vier) uitsteeksels voet geldt: is dun; heeft kleine nagel.

 

2a     Voor meerdere (vier) uitsteeksels voet geldt: is dun; heeft kleine nagel.

3i      Voor één uitsteeksel (‘Grote teen’) voet geldt: is dik; heeft grote nagel.

 

3a     Voor één uitsteeksel (‘Grote teen’) voet geldt: is dik; heeft grote nagel.

2a     Voor meerdere (vier) uitsteeksels voet geldt: is dun; heeft kleine nagel.

4a     Voor verzameling ‘Compleet’ geldt: één of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende vier.

5i      Voor verzameling ‘Uitsteeksels voet’ geldt: heeft predicaat ‘Compleet’.

 

4.1.6 Gewricht-arm.

 

…a   = Als waar is.

…i    = Is ook waar.

 

1a     Voor ‘Gewricht 1’, ‘Gewricht 2’, ‘Gewricht 3’, ‘Gewricht 4’ geldt: aangrenzend bot staat uitsluitend indirect in verbinding met romp.

2i      Voor meerdere (vier) gewrichten geldt: aangrenzend bot staat uitsluitend indirect in verbinding met romp.

 

2a     Voor meerdere (vier) gewrichten geldt: aangrenzend bot staat uitsluitend indirect in verbinding met romp.

3i      Voor één gewricht (‘Elleboog’) geldt: aangrenzend bot staat zowel direct al indirect in verbinding met romp.

 

3a     Voor één gewricht (‘Elleboog’) geldt: aangrenzend bot staat zowel direct al indirect in verbinding met romp.

2a     Voor meerdere (vier) gewrichten geldt: aangrenzend bot staat uitsluitend indirect in verbinding met romp.

4a     Voor verzameling ‘Compleet’ geldt: één of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende vier.

5i      Voor verzameling ‘Gewrichten-arm’ geldt: heeft predicaat ‘Compleet’.

 

4.1.7 Gewricht-been.

 

…a   = Als waar is.

…i    = Is ook waar.

 

1a     Voor ‘Gewricht 1’, ‘Gewricht 2’, ‘Gewricht 3’, ‘Gewricht 4’ geldt: aangrenzend bot staat via meerdere delen in verbinding (via het heupgewricht) met romp.

2i      Voor meerdere (vier) gewrichten geldt: aangrenzend bot staat via meerdere delen in verbinding (via het heupgewricht) met romp.

 

2a     Voor meerdere (vier) gewrichten geldt: aangrenzend bot staat via meerdere delen in verbinding (via het heupgewricht) met romp.

3i      Voor één gewricht (‘Knie’) geldt: aangrenzend bot staat via één deel in verbinding (via het heupgewricht) met romp.

 

3i      Voor één gewricht (‘Knie’) geldt: aangrenzend bot staat via één deel in verbinding (via het heupgewricht) met romp.

2a     Voor meerdere (vier) gewrichten geldt: aangrenzend bot staat via meerdere delen in verbinding (via het heupgewricht) met romp.

4a     Voor verzameling ‘Compleet’ geldt: één of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende vier.

5i      Voor verzameling ‘Gewrichten-been’ geldt: heeft predicaat ‘Compleet’.

 

4.1.8 Enkelvoudig deel.

 

…a   = Als waar is.

…i    = Is ook waar.

 

1a     Voor ‘Hals‘, ‘Hoofd‘, ‘Neus‘, ‘Mond’ geldt: staat indirect in verbinding met armen en benen.

2i      Voor meerdere (vier) enkelvoudige delen geldt: staat indirect in verbinding met armen en benen.

 

2a     Voor meerdere (vier) enkelvoudige delen geldt: staat indirect in verbinding met armen en benen.

3i      Voor één enkelvoudig deel (‘Romp’) geldt: staat direct in verbinding met armen en benen.

 

3a     Voor één enkelvoudig deel (‘Romp’) geldt: staat direct in verbinding met armen en benen.

2a     Voor meerdere (vier) enkelvoudige delen geldt: staat indirect in verbinding met armen en benen.

4a     Voor verzameling ‘Compleet’ geldt: één of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende vier.

5i      Voor verzameling ‘Enkelvoudige delen’ geldt: heeft predicaat ‘Compleet’.

 

4.1.9 Structuur opperhuid.

 

…a   = Als waar is.

…i    = Is ook waar.

 

1a     Voor ‘Stratum lucidum‘, ‘Stratum granulosum‘, ‘Stratum spinosum‘, ‘Stratum basale’ geldt: bestaat uit levende cellen.

2i      Voor meerdere (vier) structuren opperhuid geldt: bestaat uit levende cellen.

 

2a     Voor meerdere (vier) structuren opperhuid geldt: bestaat uit levende cellen.

3i      Voor één structuur (‘Stratum corneum’) opperhuid geldt: bestaat uit dode cellen.

 

3a     Voor één structuur (‘Stratum corneum’) opperhuid geldt: bestaat uit dode cellen.

2a     Voor meerdere (vier) structuren opperhuid geldt: bestaat uit levende cellen.

4a     Voor verzameling ‘Compleet’ geldt: één of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende vier.

5i      Voor verzameling ‘Structuren opperhuid’ geldt: heeft predicaat ‘Compleet’.

 

4.1.10   Huidaanhangsels.

 

…a   = Als waar is.

…i    = Is ook waar.

 

1a     Voor ‘Nagel‘, ‘Haar‘, ‘Zweetklier‘, ‘Talgklier’ geldt: bestaat uit één soort cellen.

2i      Voor meerdere (vier) huidaanhangsels geldt: bestaat uit één soort cel.

 

2a     Voor meerdere (vier) huidaanhangsels geldt: bestaat uit één soort cel.

3i      Voor één (‘Borstklier’) huidaanhangsel geldt: bestaat uit meerdere soorten cellen.

 

3a     Voor één (‘Borstklier’) huidaanhangsel geldt: bestaat uit meerdere soorten cellen.

2a     Voor meerdere (vier) structuren opperhuid geldt: bestaat uit één soort cel.

4a     Voor verzameling ‘Compleet’ geldt: één of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende vier.

5i      Voor verzameling ‘Huidaanhangsels’ geldt: heeft predicaat ‘Compleet’.

 

4.1.11   Nucleotiden.

 

…a   = Als waar is.

…i    = Is ook waar.

 

1a     Voor ‘Adenine‘, ‘Guanine‘, ‘Cytosine‘, ‘Uracil’ geldt: is gekoppeld aan RNA.

2i      Voor meerdere (vier) nucleotiden geldt: is gekoppeld aan RNA.

 

2a     Voor meerdere (vier) nucleotiden geldt: is gekoppeld aan RNA.

3i      Voor één (‘Thymine’) nucleotide geldt: is gekoppeld aan DNA.

 

3a     Voor één (‘Thymine’) nucleotide geldt: is gekoppeld aan DNA.

2a     Voor meerdere (vier) nucleotiden geldt: is gekoppeld aan RNA.

4a     Voor verzameling ‘Compleet’ geldt: één of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende vier.

5i      Voor verzameling ‘Nucleotiden’ geldt: heeft predicaat ‘Compleet’.

 

4.1.12   Sacrale wervels.

 

…a   = Als waar is.

…i    = Is ook waar.

 

1a     Voor ‘S1‘, ‘S2‘, ‘S3‘, ‘S4’ sacrale wervels geldt: staat indirect in verbinding met staartbeen.

2i      Voor meerdere (vier) sacrale wervels geldt: staat indirect in verbinding met staartbeen.

 

2a     Voor meerdere (vier) sacrale wervels geldt: staat indirect in verbinding met staartbeen.

3i      Voor één (‘S5’) sacraal wervel geldt: staat direct in verbinding met staartbeen.

 

3a     Voor één (‘S5’) sacraal wervel geldt: staat direct in verbinding met staartbeen.

2a     Voor meerdere (vier) sacrale wervels geldt: staat indirect in verbinding met staartbeen.

4a     Voor verzameling ‘Compleet’ geldt: één of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende vier.

5i      Voor verzameling ‘Sacrale wervels’ geldt: heeft predicaat ‘Compleet’.

 

4.1.13   Vijf G’s in de psychologie.

 

…a   = Als waar is.

…i    = Is ook waar.

 

1a     Gebeurtenis + Gedachten + Gevoelens + Gedrag = Gevolg.

         Toelichting:

o      Is de wiskundige formulering van de vijf G’s in de psychologie.

2i      Voor meerdere (vier) termen geldt: bevindt zich links van het = teken.

 

2a     Voor meerdere (vier) termen geldt: bevindt zich links van het = teken.

3i      Voor één term geldt: bevindt zich rechts van het = teken.

 

3a     Voor één term geldt: bevindt zich rechts van het = teken.

2a     Voor meerdere (vier) termen geldt: bevindt zich links van het = teken.

4a     Voor verzameling ‘Compleet’ geldt: één of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende vier.

5i      Voor verzameling ‘Vijf G’s in de psychologie’ geldt: heeft predicaat ‘Compleet’.

 

4.1.14   Overlevingsmiddelen.

 

…a   = Als waar is.

…i    = Is ook waar.

 

1a     Voor ‘Voeding’, ‘Vocht’, ‘Lucht’, ‘Kleding/Huisvesting’ geldt: is noodzakelijk om te overleven.

         Toelichting:

o      Buiten beschouwing is de wijze waarop de overlevingsmiddelen worden verkregen of verstrekt. De moeder is dan ook niet een overlevingsmiddel voor een pasgeborene.

o      De mens valt onder leven op land. Voor grond geldt dan ook: valt niet onder overlevingsmiddelen.

o      Voor ‘Lucht’ geldt: is gekoppeld aan longen.

2i      Voor meerdere (vier) overlevingsmiddelen geldt: is gekoppeld aan het actieve.

 

2a     Voor meerdere (vier) overlevingsmiddelen geldt: is gekoppeld aan het actieve; vereist wél spieren om het overlevingsmiddel te gebruiken.

3i      Voor één overlevingsmiddel (‘Rust’) geldt: is gekoppeld aan het passieve; vereist niét spieren om het overlevingsmiddel (slapen) te gebruiken.

 

3a     Voor één overlevingsmiddel (‘Rust’) geldt: is gekoppeld aan het passieve; vereist niét spieren om het overlevingsmiddel (slapen) te gebruiken.

2a     Voor meerdere (vier) overlevingsmiddelen geldt: is gekoppeld aan het actieve; vereist wél spieren om het overlevingsmiddel te gebruiken.

4a     Voor verzameling ‘Compleet’ geldt: één of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende vier.

5i      Voor verzameling ‘Overlevingsmiddelen’ geldt: heeft predicaat ‘Compleet’.

 

4.2    Resultaat.

 

Voor wél bewezen verzamelingen ‘Compleet’ in item 4.1 geldt:

o      Is gekoppeld aan mens.

 

Leidt tot betrouwbaarheid van bestaan Natuurwet o.b.v. het concrete (mens):

o      =100*(1-0,3125^14).

o      =99,999992 %

 

Voor 0,3125 geldt:

o      Is kans op één verzameling ‘Compleet’; =10*(0,5^5).

o      Is vergelijkbaar met kans op vier gelijke muntvlakken en één tegengesteld muntvlak na het opwerpen van vijf munten.

 

Voor 14 geldt:

o      Is aantal fundamentele verzamelingen ‘Compleet’, gekoppeld aan mens.

 

Leidt tot betrouwbaarheid van bestaan Natuurwet o.b.v. het concrete (mens):

o      =100*(1-0,3125^14).

o      =99,999992%

 

5  Bijlagen.

 

Geen.