Inhoud.
Is
onderverdeeld:
1
Inleiding.
2
Uitgangspunt.
3
Samenvatting.
4
Onderbouwing.
5
Bijlagen.
1 Inleiding.
Zie
module:
o
Inleiding.
Deze
module gaat in op:
o
Fundamentele
natuurkrachten.
2 Uitgangspunt.
Onderwerpen
als uitgangspunt.
Is
onderverdeeld:
1
Natuurgetallen.
2
Verzamelingen-mens.
3
Verzamelingen-natuur.
4
Verzamelingen-Planckdeeltje.
5
Betrouwbaarheid
theorie.
2.1 Natuurgetallen.
Kenmerken
van Natuurgetallenreeks 1, 2, 3, 5, 7 en 12.
Is
onderverdeeld:
o
Heeft
een zekere periodiciteit.
o
Heeft
diepere betekenis.
o
Is
niet wiskundig.
o
Weerspiegelt
getals- of cijfersommatige (fundamentele) kenmerken van de natuur.
o
Weerspiegelt
Natuurwet.
Voor
diepere betekenis van Natuurgetal vijf geldt:
o
Is
compleet.
o
Is
gekoppeld aan kenmerken mens (is compleet).
Voor
verzameling met predicaat ‘Compleet’ geldt:
o
Eén of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld
aan resterende vier.
2.2 Verzamelingen-mens.
Wijsheid
is in de mens (als hiërarchisch hoogste in de natuur) verborgen.
Verzamelingen
met vijf elementen als fundamenteel menselijk kenmerk.
Is
onderverdeeld:
1
Zintuig.
2
Opening.
3
Romp.
4
Gewricht-arm.
5
Gewricht-been.
6
Hand.
7
Voet.
2.2.1 Zintuig.
Zintuig.
Is
onderverdeeld:
1
Horen.
2
Proeven.
3
Ruiken.
4
Voelen.
5
Zien.
…a
= Als waar is.
…i
= Is ook waar.
1a Voor meerdere (vier) zintuigen
geldt: Heeft gedeelte (bijv. oren) van lichaam als bron.
2i Voor één zintuig (‘Voelen’) geldt:
Heeft geheel (lichaam) als bron.
2a Voor één zintuig (‘Voelen’) geldt: Heeft
geheel (lichaam) als bron.
1a Voor meerdere (vier) zintuigen geldt: Heeft
gedeelte (bijv. oren) van lichaam als bron.
3a Voor verzameling met predicaat ‘Compleet’
geldt: Eén of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende
vier.
4i Voor verzameling ‘Zintuigen’ geldt: Heeft
predicaat ‘Compleet’.
2.2.2 Opening.
Opening
naar inwendige van hoofd.
Is
onderverdeeld:
1
Neusgat-links.
2
Neusgat-rechts.
3
Gehoorgang-links.
4
Gehoorgang-rechts.
5
Mond.
…a
= Als waar is.
…i
= Is ook waar.
1a Voor meerdere (vier) openingen naar
inwendige van hoofd geldt: Is uit het midden van romp; Kan zichzelf niét
afsluiten.
2i Voor één opening (‘Mond’) naar
inwendige van hoofd geldt: Is in het midden van romp; Kan zichzelf wél
afsluiten.
2a Voor één opening (‘Mond’) naar inwendige
van hoofd geldt: Is in het midden van romp; Kan zichzelf wél afsluiten.
1a Voor meerdere (vier) openingen naar
inwendige van hoofd geldt: Is uit het midden van romp; Kan zichzelf niét
afsluiten.
3a Voor verzameling met predicaat ‘Compleet’
geldt: Eén of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende
vier.
4i Voor verzameling ‘Openingen naar inwendige
van hoofd’ geldt: Heeft predicaat ‘Compleet’.
2.2.3 Romp.
Uitsteeksels
(met gewrichten) van romp.
Is
onderverdeeld:
1
Arm-links.
2
Arm-rechts.
3
Been-links.
4
Been-rechts.
5
Hoofd.
…a
= Als waar is.
…i
= Is ook waar.
1a Voor meerdere (vier) uitsteeksels
van romp geldt: Is uit het midden van romp; Heeft = 5 gewrichten.
2i Voor één uitsteeksel (‘Hoofd’) van
romp geldt: Is in het midden van romp; Heeft ≠ 5 gewrichten.
2a Voor één uitsteeksel (‘Hoofd’) van romp
geldt: Is in het midden van romp; Heeft ≠ 5 gewrichten.
1a Voor meerdere (vier) uitsteeksels van romp
geldt: Is uit het midden van romp; Heeft = 5 gewrichten.
3a Voor verzameling met predicaat ‘Compleet’
geldt: Eén of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende
vier.
4i Voor verzameling ‘Uitsteeksels (met
gewrichten) van romp’ geldt: Heeft predicaat ‘Compleet’.
2.2.4 Gewricht-arm.
Gewricht-arm.
Is
onderverdeeld:
1
Gewricht
1.
2
Gewricht
2.
3
Gewricht
3.
4
Gewricht
4.
5
Gewricht
5.
…a
= Als waar is.
…i
= Is ook waar.
1a Voor meerdere (vier) gewrichten
geldt: Lengte van aangrenzend bot is kort.
2i Voor één gewricht (‘Elleboog’)
geldt: Lengte van aangrenzend bot is lang.
2a Voor één gewricht (‘Elleboog’) geldt:
Lengte van aangrenzend bot is lang.
1a Voor meerdere (vier) gewrichten geldt:
Lengte van aangrenzend bot is kort.
3a Voor verzameling met predicaat ‘Compleet’
geldt: Eén of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende
vier.
4i Voor verzameling ‘Gewrichten-arm’ geldt:
Heeft predicaat ‘Compleet’.
2.2.5 Gewricht-been.
Gewricht-been.
Is
onderverdeeld:
1
Gewricht
1.
2
Gewricht
2.
3
Gewricht
3.
4
Gewricht
4.
5
Gewricht
5.
…a
= Als waar is.
…i
= Is ook waar.
1a Voor meerdere (vier) gewrichten
geldt: Lengte van aangrenzend bot is kort.
2i Voor één gewricht (‘Knie’) geldt:
Lengte van aangrenzend bot is lang.
2a Voor één gewricht (‘Knie’) geldt: Lengte
van aangrenzend bot is lang.
1a Voor meerdere (vier) gewrichten geldt:
Lengte van aangrenzend bot is kort.
3a Voor verzameling met predicaat ‘Compleet’
geldt: Eén of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende
vier.
4i Voor verzameling ‘Gewrichten-been’ geldt:
Heeft predicaat ‘Compleet’.
2.2.6 Hand.
Uitsteeksel
hand.
Is
onderverdeeld:
1
Duim.
2
Wijsvinger.
3
Middelvinger.
4
Ringvinger.
5
Pink.
…a
= Als waar is.
…i
= Is ook waar.
1a Voor meerdere (vier) uitsteeksels hand
geldt: Scharniert in X-richting; Heeft kleine nagel.
2i Voor één uitsteeksel (‘Duim’) hand geldt:
Scharniert in Y-richting; Heeft grote nagel.
2a Voor één uitsteeksel (‘Duim’) hand geldt:
Scharniert in Y-richting; Heeft grote nagel.
1a Voor meerdere (vier) uitsteeksels hand
geldt: Scharniert in X-richting; Heeft kleine nagel.
3a Voor verzameling met predicaat ‘Compleet’
geldt: Eén of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende
vier.
4i Voor verzameling ‘Uitsteeksels hand’
geldt: Heeft predicaat ‘Compleet’.
2.2.7 Voet.
Uitsteeksel
voet.
Is
onderverdeeld:
1
Grote
teen.
2
Wijsteen.
3
Middelteen.
4
Ringteen.
5
Kleine
teen.
…a
= Als waar is.
…i
= Is ook waar.
1a Voor meerdere (vier) uitsteeksels voet
geldt: Is dun; Heeft kleine nagel.
2i Voor één uitsteeksel (‘Grote teen’)
voet geldt: Is dik; Heeft grote nagel.
2a Voor één uitsteeksel (‘Grote teen’) voet
geldt: Is dik; Heeft grote nagel.
1a Voor meerdere (vier) uitsteeksels voet
geldt: Is dun; Heeft kleine nagel.
3a Voor verzameling met predicaat ‘Compleet’
geldt: Eén of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende
vier.
4i Voor verzameling ‘Uitsteeksels voet’
geldt: Heeft predicaat ‘Compleet’.
2.3 Verzamelingen-natuur.
Verzamelingen
met vijf elementen als fundamenteel kenmerk van de natuur.
Is
onderverdeeld:
1
Ioniserende
straling.
2
Planckeenheid.
3
Regelmatig
veelvlak.
4
Stikstofbase.
5
Veld.
2.3.1 Ioniserende
straling.
Ioniserende
straling.
Is
onderverdeeld:
1
Alfa.
2
Bèta(+).
3
Bèta(-).
4
Gamma.
5
Röntgen.
…a
= Als waar is.
…i
= Is ook waar.
1a Voor meerdere (vier) ioniserende stralingen
geldt: Is niét gekoppeld aan kernverval.
2i Voor één ioniserende straling (‘Gamma’)
geldt: Is wél gekoppeld aan kernverval.
2a Voor één ioniserende straling (‘Gamma’)
geldt: Is wél gekoppeld aan kernverval.
1a Voor meerdere (vier) ioniserende stralingen
geldt: Is niét gekoppeld aan kernverval.
3a Voor verzameling met predicaat ‘Compleet’
geldt: Eén of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende
vier.
4i Voor verzameling ‘Ioniserende stralingen’
geldt: Heeft predicaat ‘Compleet’.
2.3.2 Planckeenheid.
Planckeenheid.
Is
onderverdeeld:
1
Afstand.
2
Lading.
3
Massa.
4
Temperatuur.
5
Tijd.
…a
= Als waar is.
…i
= Is ook waar.
1a Voor meerdere (vier) Planckeenheden
geldt: Is gekoppeld aan één eenheid.
2i Voor één Planckeenheid (‘Tijd’)
geldt: Is gekoppeld aan meerdere eenheden (m/s).
2a Voor één Planckeenheid (‘Tijd’) geldt: Is
gekoppeld aan meerdere eenheden (m/s).
1a Voor meerdere (vier) Planckeenheden geldt:
Is gekoppeld aan één eenheid.
3a Voor verzameling met predicaat ‘Compleet’
geldt: Eén of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende
vier.
4i Voor verzameling ‘Planckeenheden’ geldt:
Heeft predicaat ‘Compleet’.
5a Voor gevulde ruimte buiten heelal geldt:
Is in rust.
6i Voor gevulde ruimte binnen heelal geldt:
Is in beweging.
6a Voor gevulde ruimte binnen heelal geldt: Is
in beweging.
7a Voor Planckafstand en -tijd geldt: Is
vanuit lege ruimte gedefinieerd.
Toelichting:
o
Is
basis voor overige Planckeenheden.
o
Bijvoorbeeld:
·
Meter
kan worden uitgedrukt in aantal Planckafstanden.
·
Seconde
kan worden uitgedrukt in aantal Plancktijden.
8a Voor snelheid geldt: Is = Planckafstand /
Plancktijd.
9i Voor natuurlijke snelheid (zonder opname
van bewegingsenergie) geldt: Is = lichtsnelheid.
9a Voor natuurlijke snelheid (zonder
opname van bewegingsenergie) geldt: Is = lichtsnelheid.
10a Voor bolvormig subatomair deeltje geldt: Is
één of meerdere Planckdeeltjes, met lichtsnelheid draaiend om Planckdeeltje als
centrum.
11a Voor principe bewegingsenergie geldt: Bijlage
‘Bewegingsenergie (schema)’.
12i Voor natuurlijk snelheid (met opname
van bewegingsenergie) geldt: Is ≠ lichtsnelheid.
9a Voor natuurlijke snelheid (zonder opname
van bewegingsenergie) geldt: Is = lichtsnelheid.
13a Voor foton geldt: Heeft lichtsnelheid.
14i Voor foton geldt: Neemt geen
bewegingsenergie op.
Kortom:
o
Van
nature wilt alles de lichtsnelheid aannemen.
Ter
overdenking.
15a Voor Natuurwet geldt: Is abstract; Is vanuit domein
lege ruimte uitgevaardigd.
16i Voor domein lege ruimte geldt: Elk gevolg
heeft uitsluitend abstracte oorzaak.
16a Voor domein lege ruimte geldt: Elk
gevolg heeft uitsluitend abstracte oorzaak.
15a Voor Natuurwet geldt: Is abstract; Is vanuit domein
lege ruimte uitgevaardigd.
17a Voor oerknal geldt: Is gevulde ruimte; Is
door Natuurwet ontstaan.
18i Voor domein gevulde ruimte geldt: Elk
gevolg heeft zowel abstracte- als concrete oorzaak.
7a Voor Planckafstand en -tijd geldt: Is
vanuit lege ruimte gedefinieerd.
19i Voor snelheid verandering van grootte van gevulde
ruimte (gezien vanuit domein lege ruimte) geldt: Is onbegrensd.
Toelichting:
o
Voor
transformatietijd geldt: Is één Plancktijd, ongeacht verandering van grootte.
19a Voor snelheid verandering van grootte van gevulde
ruimte (gezien vanuit domein lege ruimte) geldt: Is onbegrensd.
20i Voor snelheid verandering van grootte van gevulde
ruimte (gezien vanuit domein lege ruimte) geldt: Is uitsluitend begrensd.
20a Voor snelheid verandering van grootte van gevulde
ruimte (gezien vanuit domein lege ruimte) geldt: Is uitsluitend
begrensd.
21a Voor snelheid verandering van grootte van mens
geldt: Is begrensd.
22i Voor snelheid verandering van grootte van gevulde
ruimte (gezien vanuit domein gevulde ruimte) geldt: Is zowel
begrensd als onbegrensd.
22a Voor snelheid verandering van grootte van
gevulde ruimte (gezien vanuit domein gevulde ruimte) geldt: Is zowel
begrensd als onbegrensd.
Toelichting:
o
Voor
snelheid concreet gevulde ruimte geldt: Is begrensd.
o
Voor
snelheid abstract gevulde ruimte geldt: Is onbegrensd.
Toelichting:
·
Weerspiegelt
transformatie meetkundige bol in PD (v.v.).
Toelichting:
o
Voor
meetkundige bol geldt: Is abstract.
o
Voor
meetkundige bol geldt: Bestaat uit onbegrensd^3 punten.
o
Voor
meetkundige bol geldt: Omsluit het heelal.
o
Voor
transformatietijd geldt: Is één Plancktijd, ongeacht verandering van grootte.
o
Voor
transformatie geldt: Vindt uitsluitend plaats bij ontstaan ≠ mens en ontstaan-
en beëindigen van = mens.
Toelichting:
·
Voor
levensduur PD (≠ mens) geldt: Is onbegrensd.
·
Voor
levensduur PD (= mens) geldt: Is begrensd.
23i Voor snelheid verandering van plaats van
gevulde ruimte (gezien vanuit domein gevulde ruimte) geldt: Is uitsluitend
begrensd.
2.3.3 Regelmatig
veelvlak.
Regelmatig
veelvlak.
Is
onderverdeeld:
1
Dodecaëder.
2
Icosaëder.
3
Kubus.
4
Octaëder.
5
Tetraëder.
…a
= Als waar is.
…i
= Is ook waar.
1a Voor meerdere (vier) regelmatige veelvlakken
geldt: Is niét stapelbaar zonder tussenruimte.
2i Voor één regelmatig veelvlak
(‘Kubus’) geldt: Is wél stapelbaar zonder tussenruimte.
2a Voor één regelmatig veelvlak (‘Kubus’)
geldt: Is wél stapelbaar zonder tussenruimte.
1a Voor meerdere (vier) regelmatige
veelvlakken geldt: Is niét stapelbaar zonder tussenruimte.
3a Voor verzameling met predicaat ‘Compleet’
geldt: Eén of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende
vier.
4i Voor verzameling ‘Regelmatige veelvlakken’
geldt: Heeft predicaat ‘Compleet’.
2.3.4 Stikstofbase.
Stikstofbase.
Is
onderverdeeld:
1
Adenine.
2
Cytosine.
3
Guanine.
4
Thymine.
5
Uracil.
…a
= Als waar is.
…i
= Is ook waar.
1a Voor meerdere (vier) stikstofbasen
geldt: In wél oplosbaar in water.
2i Voor één stikstofbase (‘Guanine’)
geldt: In niét oplosbaar in water.
2a Voor één stikstofbase (‘Guanine’) geldt: In
niét oplosbaar in water.
1a Voor meerdere (vier) stikstofbasen geldt:
In wél oplosbaar in water.
3a Voor verzameling met predicaat ‘Compleet’
geldt: Eén of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende
vier.
4i Voor verzameling ‘Stikstofbasen’ geldt:
Heeft predicaat ‘Compleet’.
2.3.5 Veld.
Fundamenteel
veld.
Is
onderverdeeld:
1
Dipool
dynamisch elektrisch veld.
2
Dipool
statisch elektrisch veld.
3
Dipool
statisch magnetisch veld.
4
Higgsveld.
5
Monopool
statisch elektrisch veld.
…a
= Als waar is.
…i
= Is ook waar.
1a Voor meerdere (vier) fundamentele velden
geldt: Is vectorveld.
Toelichting:
o
Is
beschreven in bijlage ‘Vectorvelden’.
2i Voor één fundamenteel veld
(‘Higgsveld’) geldt: Is scalairveld.
2a Voor één fundamenteel veld (‘Higgsveld’)
geldt: Is scalairveld.
1a Voor meerdere (vier) fundamentele velden
geldt: Is vectorveld.
3a Voor verzameling met predicaat ‘Compleet’
geldt: Eén of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende
vier.
4i Voor verzameling ‘Fundamentele velden’
geldt: Heeft predicaat ‘Compleet’.
2.4 Verzamelingen-Planckdeeltje.
Verzameling met vijf elementen in relatie tot
Planckdeeltje.
Is
onderverdeeld:
1
Inleiding.
2
Stelsel.
3
Uiterste
in grootte.
2.4.1 Inleiding.
Voor
Planckdeeltje geldt:
o
Is
een onbegrensd^3 aaneenschakeling van punten.
o
Is
een onbegrensd^2 aaneenschakeling van kleinst begrensde lijnen.
Voor
kleinst begrensde lijn geldt:
o
Is
een onbegrensde aaneenschakeling van punten.
Het leidt dan ook tot de noodzaak van een
getal x met de eigenschap dat x*0 ongelijk aan 0 is, en aan de definitie van
een lijn.
2.4.2 Stelsel.
Stelsel, waarbij uitwendige
om centrum draait.
Is
onderverdeeld:.
1
Ster.
2
Zon.
3
Planeet.
4
Atomair.
5
Subatomair.
…a
= Als waar is.
…i
= Is ook waar.
1a Voor meerdere (vier) stelsels,
waarbij uitwendige om centrum draait geldt: Centrum is niét afgesloten
van buitenwereld.
2i Voor één stelsel (‘Subatomair’),
waarbij uitwendige om centrum draait geldt: Centrum is wél afgesloten
van buitenwereld.
Toelichting:
o
Voor
centrum geldt: Is Planckdeeltje.
2a Voor één stelsel (‘Subatomair’), waarbij
uitwendige om centrum draait geldt: Centrum is wél afgesloten van buitenwereld.
1a Voor meerdere (vier) stelsels, waarbij
uitwendige om centrum draait geldt: Centrum is niét afgesloten van buitenwereld.
3a Voor verzameling met predicaat ‘Compleet’
geldt: Eén of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende
vier.
4i Voor verzameling ‘Stelsels’, waarbij
uitwendige om centrum draait geldt: Heeft predicaat ‘Compleet’.
2.4.3 Uiterste
in grootte.
Uiterste
in grootte van ruimten.
Is
onderverdeeld:
1
Onbegrensd
groot lege ruimte (omsluit holle kubus).
2
Kleinst
begrensd lege ruimte (gedeelte van onbegrensd lege ruimte).
3
Grootst
begrensd gevulde ruimte (holle kubus met heelal als hol gedeelte).
4
Kleinst
begrensd gevulde ruimte (Planckdeeltje).
5
Onbegrensd
klein gevulde ruimte (punt).
…a
= Als waar is.
…i
= Is ook waar.
1a Voor meerdere (vier) uitersten in
grootte van ruimten geldt: Is met dikte.
2i Voor één uiterste in grootte
(‘punt’) van ruimte geldt: Is zonder dikte.
2a Voor één uiterste in grootte (‘punt’) van
ruimte geldt: Is zonder dikte.
1a Voor meerdere (vier) uitersten in grootte
van ruimten geldt: Is met dikte.
3a Voor verzameling met predicaat ‘Compleet’
geldt: Eén of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende
vier.
4i Voor verzameling ‘Uitersten in grootte van
ruimten’ geldt: Heeft predicaat ‘Compleet’.
5a Voor kleinst begrensd lege
ruimte geldt: Is ongeveer 1E+35 m.
6i Voor grootst begrensd gevulde
ruimte geldt: Is ongeveer 1E+35 m.
5a Voor kleinst begrensd lege ruimte
geldt: Is ongeveer 1E+35 m.
7i Voor kleinst begrensd gevulde
ruimte geldt: Is ongeveer 1E-35 m.
7a Voor kleinst begrensd gevulde ruimte geldt:
Is ongeveer 1E-35 m.
8i Voor kleinst begrensd gevulde ruimte
(Planckdeeltje) geldt: Is (gezien van buitenaf) begrensd.
8a Voor kleinst begrensd gevulde ruimte
(Planckdeeltje) geldt: Is (gezien van buitenaf) begrensd.
9i Voor kleinst begrensd gevulde ruimte
(Planckdeeltje) geldt: Is (gezien van binnenuit) onbegrensd.
6a Voor grootst begrensd gevulde ruimte geldt:
Is ongeveer 1E+35 m.
10i Voor grootst begrensd gevulde ruimte
(heelal) geldt: Is (gezien van buitenaf) begrensd.
10a Voor grootst begrensd gevulde ruimte (heelal)
geldt: Is (gezien van buitenaf) begrensd.
11i Voor grootst begrensd gevulde ruimte
(heelal) geldt: Is (gezien van binnenuit) onbegrensd.
12a Voor heelal (gezien van binnenuit)
geldt: Heeft niét een midden.
13i Voor heelal (gezien van buitenaf)
geldt: Heeft wél een midden.
13a Voor heelal (gezien van buitenaf) geldt:
Heeft wél een midden.
12a Voor heelal (gezien van binnenuit) geldt:
Heeft niét een midden.
14i Voor waarneming m.b.t. heelal geldt: Is
relatief.
2.5 Betrouwbaarheid
theorie.
Is
voer voor statistici.
Vermoedelijk
overschrijdt het de wetenschappelijke betrouwbaarheidsnorm.
3 Samenvatting.
3.1 Algemeen.
Diverse
onderwerpen m.b.t. natuurkrachten.
Is
onderverdeeld:
1
Verzameling
natuurkrachten.
2
Verzameling
quarkvrije bosonen.
3
Verzameling
vergelijkingen van Maxwell/Coulomb.
4
Kenmerken
X17-boson.
5
Natuurlijk
vs. Onnatuurlijk.
3.1.1 Verzameling
natuurkrachten.
Fundamentele
natuurkracht.
Is
onderverdeeld:
1
Dynamisch
elektrische kracht-algemeen.
2
Statisch
elektrische kracht-algemeen.
3
Kernkracht-sterk-algemeen.
4
Kernkracht-zwak-algemeen.
5
Kernkracht-zwak-speciaal.
…a
= Als waar is.
…i
= Is ook waar.
1a Voor meerdere (vier) fundamentele
natuurkrachten geldt: Is natuurlijk.
2i Voor één fundamentele natuurkracht (‘Kernkracht-zwak-speciaal’)
geldt: Is onnatuurlijk.
2a Voor één fundamentele natuurkracht
(‘Kernkracht-zwak-speciaal’) geldt: Is onnatuurlijk.
1a Voor meerdere (vier) fundamentele
natuurkrachten geldt: Is natuurlijk.
3a Voor verzameling met predicaat ‘Compleet’
geldt: Eén of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende
vier.
4i Voor verzameling ‘Fundamentele
natuurkrachten’ geldt: Heeft predicaat ‘Compleet’.
3.1.2 Verzameling
quarkvrije bosonen.
Quarkvrij
boson.
Is
onderverdeeld:
1
Foton.
2
Gluon.
3
Higgsboson.
4
W/Z-boson.
5
X17-boson.
…a
= Als waar is.
…i
= Is ook waar.
1a Voor meerdere (vier) quarkvrije
bosonen geldt: Is wél krachtvoerend; Heeft spin = 1; Brengt veld
voort waarbij vectorgrootheid zowel grootte als richting heeft
(vectorveld).
Toelichting:
o
Is
foton.
o
Is
gluon.
o
Is
W/Z-boson.
o
Is
X17-boson.
2i Voor één quarkvrij boson geldt: Is niét
krachtvoerend; Heeft spin ≠ 1; Brengt veld voort waarbij vectorgrootheid
uitsluitend grootte heeft (scalair veld).
Toelichting:
o Is Higgsboson.
2a Voor één quarkvrij boson geldt: Is niét
krachtvoerend; Heeft spin ≠ 1; Brengt veld voort waarbij vectorgrootheid
uitsluitend grootte heeft (scalair veld).
1a Voor meerdere (vier) quarkvrije bosonen
geldt: Is wél krachtvoerend; Heeft spin = 1; Brengt veld voort waarbij
vectorgrootheid zowel grootte als richting heeft (vectorveld).
3a Voor verzameling met predicaat ‘Compleet’
geldt: Eén of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende
vier.
4i Voor verzameling ‘Quarkvrije bosonen’
geldt: Heeft predicaat ‘Compleet’.
3.1.3 Verzameling
vergelijkingen van Maxwell/Coulomb.
Vergelijking
van Maxwell/Coulomb.
Is
onderverdeeld:
1
Vergelijking
1 (Maxwell).
2
Vergelijking
2 (Maxwell).
3
Vergelijking
3 (Maxwell).
4
Vergelijking
4 (Maxwell).
5
Vergelijking
5 (Coulomb).
…a
= Als waar is.
…i
= Is ook waar.
1a Voor meerdere (vier) vergelijkingen van
Maxwell/Coulomb geldt: Is gekoppeld aan dipool veld.
2i Voor één vergelijking
(‘Vergelijking 5’) van Maxwell/Coulomb geldt: Is gekoppeld aan monopool
veld.
2a Voor één vergelijking (‘Vergelijking 5’)
van Maxwell/Coulomb geldt: Is gekoppeld aan monopool veld.
1a Voor meerdere (vier) vergelijkingen van
Maxwell/Coulomb geldt: Is gekoppeld aan dipool veld.
3a Voor verzameling met predicaat ‘Compleet’
geldt: Eén of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende
vier.
4i Voor verzameling ‘Vergelijkingen van
Maxwell/Coulomb’ geldt: Heeft predicaat ‘Compleet’.
3.1.4 Kenmerken
X17-boson.
Kenmerk
X17-boson.
Is
onderverdeeld:
1
Brengt
vectorveld voort.
2
Heeft
lading = 0.
3
Heeft
massa ≠ 0.
4
Heeft
spin = 1.
5
Is
krachtvoerend.
6
Komt
op onnatuurlijke wijze tot stand [3.1.5].
3.1.5 Natuurlijk
vs. Onnatuurlijk.
…a
= Als waar is.
…i
= Is ook waar.
1a Voor bijvoorbeeld auto geldt: Is ≠ mens; Is
iets onnatuurlijks; Komt door mens tot stand.
2i Voor bijvoorbeeld auto geldt: Is
afhankelijk van mens.
2a Voor bijvoorbeeld auto geldt: Is
afhankelijk van mens.
1a Voor bijvoorbeeld auto geldt: Is ≠ mens; Is
iets onnatuurlijks; Komt door mens tot stand.
3i Voor iets onnatuurlijks (≠ mens) geldt: Is
afhankelijk van mens.
3a Voor iets onnatuurlijks (≠ mens)
geldt: Is afhankelijk van mens.
4i Voor iets natuurlijks (≠ mens) geldt:
Is onafhankelijk van mens.
4a Voor iets natuurlijks (≠ mens) geldt: Is
onafhankelijk van mens.
5i Voor iets (≠ mens) wat onafhankelijk is
van mens geldt: Is natuurlijk.
5a Voor iets (≠ mens) wat onafhankelijk
is van mens geldt: Is natuurlijk.
Toelichting:
o
Bijvoorbeeld:
·
Stervorming.
·
Vulkaanuitbarsting.
6i Voor iets (= mens) wat
onafhankelijk is van mens geldt: Is onnatuurlijk.
Toelichting:
o
Bijvoorbeeld:
·
Rijk persoon.
·
Overledene.
5a Voor iets (≠ mens) wat onafhankelijk
is van mens geldt: Is natuurlijk.
7i Voor iets (= mens) wat afhankelijk
is van mens geldt: Is natuurlijk.
Toelichting:
o
Bijvoorbeeld:
·
Arm persoon.
·
Pasgeborene.
5a Voor iets (≠ mens) wat onafhankelijk is
van mens geldt: Is natuurlijk.
8i Voor iets (≠ mens) wat afhankelijk is
van mens geldt: Is onnatuurlijk.
Toelichting:
o
Bijvoorbeeld:
·
Auto.
·
X17-boson.
8a Voor iets (≠ mens) wat afhankelijk is van
mens geldt: Is onnatuurlijk.
5a Voor iets (≠ mens) wat onafhankelijk is van
mens geldt: Is natuurlijk.
6a Voor iets (= mens) wat onafhankelijk is van
mens geldt: Is onnatuurlijk.
7a Voor iets (= mens) wat afhankelijk is van
mens geldt: Is natuurlijk.
9i Voor iets geldt: Is zowel natuurlijk als
onnatuurlijk.
10a Voor tijd geldt: Is gemeten verandering; Is
aaneenschakeling van Plancktijden.
Toelichting:
o
Voor
huidige seconde geldt: Is onnatuurlijk.
o
Voor
natuurlijke seconde geldt: Is = 1/ Plancktijd; Is 1/5,391E-44; Is 1,85494E+43
Plancktijden.
11i Voor gemeten verandering geldt: Vereist
Plancktijd.
11a Voor gemeten verandering geldt: Vereist
Plancktijd.
8a Voor iets (≠ mens) wat afhankelijk is van
mens geldt: Is onnatuurlijk.
12a Voor gemeten verandering geldt: Is
afhankelijk van mens; Is ≠ mens.
13a Voor Plancktijd geldt: Is ≠ mens.
14i Voor tijd als geheel van gemeten verandering
geldt: Is onnatuurlijk.
14a Voor tijd als geheel van gemeten
verandering geldt: Is onnatuurlijk.
Toelichting:
o
Voor
tijd als geheel geldt: Is veelvoud van Plancktijd.
15i Voor tijd als gedeelte van gemeten
verandering geldt: Is natuurlijk.
Toelichting:
o
Voor
tijd als gedeelte geldt: Is enkelvoud van Plancktijd.
15a Voor tijd als gedeelte van gemeten
verandering geldt: Is natuurlijk.
10a Voor tijd geldt: Is gemeten verandering; Is
aaneenschakeling van Plancktijden.
16i Voor Plancktijd geldt: Is natuurlijk.
17a Voor scalair veld geldt: Vereist menselijke
toekenning van waarden; Is ≠ mens.
18i Voor scalair veld geldt: Is afhankelijk van
mens.
18a Voor scalair veld geldt: Is afhankelijk van
mens.
8a Voor iets (≠ mens) wat afhankelijk is van
mens geldt: Is onnatuurlijk.
17a Voor scalair veld geldt: Vereist menselijke
toekenning van waarden; Is ≠ mens.
19i Voor scalair veld geldt: Is onnatuurlijk.
Toelichting:
o
Voor
natuurlijke vervanging van scalair veld geldt: Is Planckdeeltje als centrum van
bolvormig subatomair deeltje [Bewegingsenergie (schema)].
20a Voor ruimtetijd geldt: Ruimte is gekoppeld
aan gemeten verandering.
12a Voor gemeten verandering geldt: Is
afhankelijk van mens; Is ≠ mens.
21i Voor ruimtetijd geldt: Is afhankelijk van
mens.
21a Voor ruimtetijd geldt: Is afhankelijk van mens.
8a Voor iets (≠ mens) wat afhankelijk is van
mens geldt: Is onnatuurlijk.
10a Voor tijd geldt: Is gemeten verandering; Is
aaneenschakeling van Plancktijden.
20a Voor ruimtetijd geldt: Ruimte is gekoppeld
aan gemeten verandering.
22a Voor ruimtetijd geldt: Is ≠ mens.
23i Voor ruimtetijd geldt: Is onnatuurlijk.
Toelichting:
o
Voor
natuurlijke vervanging van kromming ruimtetijd geldt: Is gevoeligheid foton
voor monopool veld [Vectorvelden].
3.2 Conclusies.
Niet
van toepassing.
4 Onderbouwing.
Is
onderverdeeld:
1
Natuurkracht-schema.
2
Natuurkracht-kenmerk.
4.1 Natuurkracht-schema.
4.2 Natuurkracht-kenmerk.
…a
= Als waar is.
…i
= Is ook waar.
1a Voor kracht met lichamelijke bron
geldt: Bron bevindt zich binnen heelal.
Toelichting:
o Is wél fysiek.
2i Voor kracht met geestelijke bron
geldt: Bron bevindt zich buiten heelal.
Toelichting:
o Is niét fysiek.
3a Voor kracht met lichamelijke bron
geldt: Kracht is wél fundamenteel.
4i Voor kracht met geestelijke bron
geldt: Kracht is niét fundamenteel.
5a Voor kracht met lichamelijke bron
geldt: Kracht is wél natuurkracht.
6i Voor kracht met geestelijke bron
geldt: Kracht is niét natuurkracht.
7a Voor kracht met lichamelijke bron
geldt: Kracht heeft wél drager.
8i Voor
kracht met geestelijke bron geldt: Kracht heeft niét drager.
9a Voor meerdere (vier) natuurkrachten-fundamenteel
geldt: Is natuurlijk.
Toelichting:
o
Is
kernkracht-sterk-algemeen.
o
Is
kernkracht-zwak-algemeen.
o
Is
dynamisch elektrische kracht-algemeen.
o
Is
statisch elektrische kracht-algemeen.
10i Voor één natuurkracht-fundamenteel geldt:
Is onnatuurlijk.
Toelichting:
o
Is
kernkracht-zwak-speciaal.
10a Voor één natuurkracht-fundamenteel geldt: Is
onnatuurlijk.
9a Voor meerdere (vier) natuurkrachten-fundamenteel
geldt: Is natuurlijk.
11a Voor verzameling met predicaat ‘Compleet’
geldt: Eén of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende
vier.
12i Voor verzameling
‘Natuurkrachten-fundamenteel’ geldt: Heeft predicaat ‘Compleet’.
13a Voor kernkracht geldt: Heeft meerdere
dragers.
Toelichting:
o
Is
acht soorten gluon.
14i Voor elektrische kracht geldt: Heeft één
drager.
Toelichting:
o
Is
foton.
15a Voor kernkracht geldt: Heeft korte dracht.
16i Voor elektrische kracht geldt: Heeft lange
dracht.
17a Voor behoudkracht geldt: Heeft zowel
korte- als lange dracht.
Toelichting:
o
Voor
behoudkracht met korte dracht geldt:
· Kernkracht-sterk-algemeen.
o
Voor
behoudkracht met lange dracht geldt:
· Dynamisch elektrische
kracht-algemeen.
· Statisch elektrische
kracht-algemeen.
18a Voor W-boson geldt: Is drager van
vervalkracht; Heeft korte dracht.
19i Voor vervalkracht geldt: Heeft uitsluitend
korte dracht.
Toelichting:
o
Is
kernkracht-zwak-algemeen.
o
Is
kernkracht-zwak-speciaal.
20a Voor behoudkracht geldt: Aantal is oneven.
Toelichting:
o
Is
kernkracht-sterk-algemeen.
o
Is
dynamisch elektrische kracht-algemeen.
o
Is
statisch elektrische kracht-algemeen.
21i Voor vervalkracht geldt: Aantal is even.
Toelichting:
o
Is
kernkracht-zwak-algemeen.
o
Is
kernkracht-zwak-speciaal.
22a Voor kernkracht-sterk geldt: Omvat één
soort.
Toelichting:
o
Is
kernkracht-sterk-algemeen.
23i Voor kernkracht-zwak geldt: Omvat meerdere
soorten.
Toelichting:
o
Is
kernkracht-zwak-algemeen.
o
Is
kernkracht-zwak-speciaal.
24a Voor meerdere (vier) quarkvrije
bosonen geldt: Is wél krachtvoerend; Heeft spin = 1; Brengt veld
voort waarbij vectorgrootheid zowel grootte als richting heeft
(vectorveld).
Toelichting:
o
Is
foton.
o
Is
gluon.
o
Is
W/Z-boson.
o
Is
X17-boson.
25i Voor één quarkvrij boson geldt: Is niét
krachtvoerend; Heeft spin ≠ 1; Brengt veld voort waarbij vectorgrootheid
uitsluitend grootte heeft (scalair veld).
Toelichting:
o Is Higgsboson.
25a Voor één quarkvrij boson geldt: Is niét
krachtvoerend; Heeft spin ≠ 1; Brengt veld voort waarbij vectorgrootheid
uitsluitend grootte heeft (scalair veld).
24a Voor meerdere (vier) quarkvrije bosonen
geldt: Is wél krachtvoerend; Heeft spin = 1; Brengt veld voort waarbij
vectorgrootheid zowel grootte als richting heeft (vectorveld).
11a Voor verzameling met predicaat ‘Compleet’
geldt: Eén of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende
vier.
26i Voor verzameling ‘Quarkvrije bosonen’ geldt:
Heeft predicaat ‘Compleet’.
27a Voor boson als drager van kernkracht-sterk-algemeen
geldt: Heeft lading = 0.
Toelichting:
o Is gluon.
28i Voor boson als drager van kernkracht-zwak-speciaal
geldt: Heeft lading = 0.
Toelichting:
o Is X17-boson.
27a Voor boson als drager van
kernkracht-sterk-algemeen geldt: Heeft lading = 0.
29a Voor boson als drager van
kernkracht-zwak-algemeen geldt: Heeft zowel lading = 0 als ≠ 0.
Toelichting:
o Is W/Z-boson.
30i Voor boson als drager van
kernkracht-algemeen geldt: Heeft meerdere lading.
30a Voor boson als drager van kernkracht-algemeen
geldt: Heeft meerdere lading.
31i Voor boson als drager van elektrische
kracht-algemeen geldt: Heeft één lading.
31a Voor boson als drager van elektrische
kracht-algemeen geldt: Heeft één lading.
14a Voor elektrische kracht geldt: Heeft één
drager.
32a Voor boson als drager van dynamisch
elektrische kracht-algemeen geldt: Heeft lading = 0.
Toelichting:
o Is foton.
33i Voor boson als drager van statisch
elektrische kracht-algemeen geldt: Heeft lading = 0.
Toelichting:
o Is foton.
34a Voor boson als drager van kernkracht-sterk-algemeen
geldt: Heeft massa ≠ 0 [SD-Massa].
Toelichting:
o Is gluon.
35i Voor boson als drager van kernkracht-zwak-speciaal
geldt: Heeft massa ≠ 0.
Toelichting:
o Is X17-boson.
34a Voor boson als drager van
kernkracht-sterk-algemeen geldt: Heeft massa ≠ 0.
36a Voor boson als drager van
kernkracht-zwak-algemeen geldt: Heeft massa ≠ 0.
Toelichting:
o Is W/Z-boson.
37i Voor boson als drager van
kernkracht-algemeen geldt: Heeft massa ≠ 0.
37a Voor boson als drager van kernkracht-algemeen
geldt: Heeft massa ≠ 0.
38i Voor boson als drager van elektrische
kracht-algemeen geldt: Heeft massa = 0.
38a Voor boson als drager van elektrische
kracht-algemeen geldt: Heeft massa = 0.
39i Voor boson als drager van dynamisch
elektrische kracht-algemeen geldt: Heeft massa = 0.
Toelichting:
o Is foton.
38a Voor boson als drager van elektrische
kracht-algemeen geldt: Heeft massa = 0.
40i Voor boson als drager van statisch
elektrische kracht-algemeen geldt: Heeft massa = 0.
Toelichting:
o Is foton.
41a Voor niét bewegend elektrische lading
geldt: Veroorzaakt statisch elektrisch veld.
42i Voor wél bewegend elektrische lading
geldt: Veroorzaakt dynamisch elektrisch veld.
43a Voor dynamisch elektrisch veld geldt:
Veroorzaakt dynamisch magnetisch veld.
44i Voor dynamisch magnetisch veld geldt:
Veroorzaakt dynamisch elektrisch veld.
44a Voor dynamisch magnetisch veld geldt:
Veroorzaakt dynamisch elektrisch veld.
43a Voor dynamisch elektrisch veld geldt:
Veroorzaakt dynamisch magnetisch veld.
45i Voor dynamisch veld geldt: Is
elektromagnetisch.
45a Voor dynamisch veld geldt: Is elektromagnetisch.
46a Voor dynamisch veld geldt: Is uitsluitend
dipool [Vectorveld].
47i Voor dynamisch elektrische kracht-algemeen
geldt: Is gekoppeld aan dipool elektrisch veld.
47a Voor dynamisch elektrische
kracht-algemeen geldt: Is gekoppeld aan dipool elektrisch veld.
48i Voor statisch elektrische
kracht-algemeen geldt: Is gekoppeld aan monopool elektrisch veld.
48a Voor statisch elektrische kracht-algemeen
geldt: Is gekoppeld aan monopool elektrisch veld.
47a Voor dynamisch elektrische kracht-algemeen
geldt: Is gekoppeld aan dipool elektrisch veld.
49i Voor elektrische kracht-algemeen geldt: Is
gekoppeld aan elektrisch veld.
50a Voor vergelijkingen van Maxwell geldt: Is
gekoppeld aan dipool veld.
Toelichting:
o
Is
vergelijking 1.
o
Is
vergelijking 2.
o
Is
vergelijking 3.
o
Is
vergelijking 4.
51i Voor meerdere (vier) vergelijkingen geldt:
Is gekoppeld aan dipool veld.
Toelichting:
o
Is
vergelijkingen van Maxwell.
51a Voor meerdere (vier) vergelijkingen geldt: Is
gekoppeld aan dipool veld.
52i Voor dipool veld geldt: Vereist meerdere
vergelijkingen.
52a Voor dipool veld geldt: Vereist meerdere
vergelijkingen.
53i Voor monopool veld geldt: Vereist één
vergelijking.
53a Voor monopool veld geldt: Vereist één
vergelijking.
54a Voor uitsluitend vergelijking van Coulomb
geldt: Is gekoppeld aan monopool veld.
Toelichting:
o
Voor
monopool veld geldt: Is statisch.
Toelichting:
· Voor monopool dynamisch
elektrisch veld geldt: Bestaat niet [Vectorvelden].
· Voor monopool statisch
magnetisch veld geldt: Bestaat niet [Vectorvelden].
55i Voor monopool veld geldt: Vereist
vergelijking van Coulomb.
51a Voor meerdere (vier) vergelijkingen
geldt: Is gekoppeld aan dipool veld.
55a Voor monopool veld geldt: Vereist
vergelijking van Coulomb.
56i Voor één vergelijking geldt: Is
gekoppeld aan monopool veld.
Toelichting:
o
Is
vergelijking van Coulomb.
56a Voor één vergelijking geldt: Is gekoppeld aan
monopool veld.
51a Voor meerdere (vier) vergelijkingen geldt: Is
gekoppeld aan dipool veld.
57i Voor vijf vergelijkingen geldt: Is gekoppeld
aan dipool- of monopool veld.
Toelichting:
o
Is
vergelijkingen van Maxwell/Coulomb.
57a Voor vijf vergelijkingen geldt: Is gekoppeld
aan dipool- of monopool veld.
58i Er geldt: Verzameling ‘Vergelijkingen van
Maxwell/Coulomb’.
Toelichting:
o
Vergelijking
1 (Maxwell).
o
Vergelijking
2 (Maxwell).
o
Vergelijking
3 (Maxwell).
o
Vergelijking
4 (Maxwell).
o
Vergelijking
5 (Coulomb).
58a Er geldt: Verzameling ‘Vergelijkingen van
Maxwell/Coulomb’.
11a Voor verzameling met predicaat ‘Compleet’
geldt: Eén of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende
vier.
51a Voor meerdere (vier) vergelijkingen geldt: Is
gekoppeld aan dipool veld.
56a Voor één vergelijking geldt: Is gekoppeld aan
monopool veld.
Toelichting:
o
Voor
monopool veld bij bestemming geldt: Oefent aantrekkingskracht uit
richting bron [Lading-Toelichting].
o
Voor
monopool veld bij bron geldt: Oefent aantrekkingskracht uit richting bestemming.
o
Voor
monopool veld geldt: Oefent wederzijds aantrekkingskracht uit.
59i Voor verzameling ‘Vergelijkingen van
Maxwell/Coulomb’ geldt: Heeft predicaat ‘Compleet’.
5 Bijlagen.
Voor
bestaan Natuurgetallen geldt: Bijlage ‘Natuurgetallen’.
Voor
onderbouwing ‘Gluon heeft massa ≠ 0’ geldt: Bijlage ‘SD-Massa’.
Voor
principe bewegingsenergie geldt: Bijlage ‘Bewegingsenergie (schema)’.
Voor
principe zwaartekracht geldt: Bijlage ‘Lading-Toelichting’.
Voor
soorten vectorvelden geldt: Bijlage ‘Vectorvelden’.