Inhoud.
Is
onderverdeeld:
1 Inleiding.
2 Uitgangspunt.
3 Samenvatting.
4 Onderbouwing.
5 Bijlagen.
1 Inleiding.
Deze module
gaat in op:
o
Analyse
van Natuurgetallen.
Natuurgetallen
zijn niét wiskundige getallen waarmee niet mee te rekenen valt. Het betreft 1,
2, 3, 5, 7 en 12. Ze zijn het resultaat van zowel uiterlijke kenmerken van de
mens als gedachtenexperiment ‘Bolgetallenreeks’.
Kenmerken van Natuurgetallen
genereren een verzameling met vijf elementen.
Het betreft een
verzameling met als predicaat ‘Compleet’, waarvoor geldt: één of meerdere
kenmerken van één element is tegengesteld aan de resterende vier.
Het
weerspiegelt hiermee de statistisch bewezen Natuurwet.
Voor Natuurwet
geldt:
o Het abstracte heeft één
tegenpool met tegengestelde kenmerken.
o Het concrete heeft meerdere
tegenpolen met tegengestelde kenmerken.
2 Uitgangspunt.
Niet
van toepassing.
3 Samenvatting.
Is
onderverdeeld:
1 Algemeen.
2 Conclusie.
3.1 Algemeen.
Voor
betrouwbaarheid van bestaan Natuurgetallen in relatie tot Natuurwet geldt:
o
=100*(1-0,3125^11).
o
=99,9999
%
3.2 Conclusie.
Niet van
toepassing.
4 Onderbouwing.
Is
onderverdeeld:
1
Koppeling
Natuurgetal.
2
Bolgetallenreeks.
3
Analyse
Natuurgetal I.
4
Analyse
Natuurgetal II.
5
Resultaat.
4.1 Koppeling Natuurgetal.
Wijsheid
is in mens verborgen.
…a
= Als waar is.
…i
= Is ook waar.
1a Voor Natuurgetal geldt: is 1, 2, 3, 5, 7 en
12.
2a Voor mens geldt:
1
Heeft
1 romp; 1 hals; 1 hoofd; 1 neus; 1 mond.
2
Heeft
als arm en been 2 soorten; links en rechts.
3
Heeft
als hoofd 3 uitsteeksels; oren en neus.
4
Heeft
als romp 5 uitsteeksels; armen, benen en hoofd.
5
Heeft
als geheel 7 delen, exclusief delen hoofd; voeten, benen, handen, armen, romp,
hals en hoofd.
6
Heeft
als geheel 12 delen inclusief delen hoofd; voeten, benen, handen, armen, romp,
hals, hoofd, oren, ogen, neus, mond en haar.
3a Voor uiterlijk kenmerk ‘= Mens’ geldt: is
gekoppeld aan niét wiskundig getal.
Toelichting:
o
Voor
niét wiskundig getal geldt: is Natuurgetal.
4a Voor mens als begrensd geheel geldt: is
hoogst hiërarchisch leven.
5i Voor uiterlijk kenmerk hoogst hiërarchisch
begrensd leven ‘= Mens’ geldt: is gekoppeld aan uitsluitend niét wiskundig
getal.
4.2 Bolgetallenreeks.
Bolgetallenreeks
wordt verkregen via een cirkelvormige halsketting (cirkel) die bestaat uit een
begin- en een eindschalm (punt) vanaf nul tot een dynamisch onbegrensd groot
aantal tussenschalmen (punten). Elke ketting (cirkel) draait met onbegrensd
klein aantal hoeken 360 graden om zijn as, en vormt hiermee uiteindelijk een
bol. De toename van bolgrootte wordt beïnvloed door toename van het aantal
tussenschalmen.
Het geheel is
te vergelijken met de beweging van een foton (zowel deeltje als golf).
Ketting
weerspiegelt de enkelvoudige cirkelvormige baan van een foton als deeltje.
Alle banen
tezamen vormen een bol. Omtreksnelheid foton als deeltje is dynamisch onbegrensd
(ongeacht grootte cirkel bedraagt de omwentelingstijd één Plancktijd). Uitdijsnelheid
foton als deeltje én golf is de lichtsnelheid.
De volgende
bolgetallenreeks (a t/m f) ontstaat:
|
|
|
a |
b |
c |
d |
e |
f |
P |
Q |
R |
S |
T |
U |
Geen
ketting |
1 |
2 |
0 |
2 |
2 |
2 |
1 |
9 |
9 |
9 |
|
|
||
Ketting
type 1 |
|
1 |
2 |
1 |
3 |
4 |
4 |
1 |
15 |
6 |
6 |
|
|
|
Ketting
type 2 |
|
1 |
2 |
2 |
4 |
6 |
6 |
1 |
21 |
3 |
3 |
|
|
|
Ketting
type 3 |
|
1 |
2 |
3 |
5 |
8 |
8 |
1 |
27 |
9 |
9 |
|
|
|
Ketting
type 4 |
|
1 |
2 |
4 |
6 |
10 |
1 |
10 |
24 |
6 |
60 |
|
|
|
Ketting
type 5 |
|
1 |
2 |
5 |
7 |
12 |
3 |
4 |
30 |
3 |
12 |
12 |
1 |
|
Ketting
type 6 |
|
1 |
2 |
6 |
8 |
14 |
5 |
2,8 |
36 |
9 |
25,2 |
|
|
|
Ketting
type 7 |
|
1 |
2 |
7 |
9 |
16 |
7 |
2,3 |
42 |
6 |
13,7 |
|
|
|
Ketting
type 8 |
|
1 |
2 |
8 |
10 |
18 |
9 |
2 |
48 |
3 |
6 |
|
|
|
Ketting
type 9 |
|
1 |
2 |
9 |
11 |
20 |
2 |
10 |
45 |
9 |
90 |
|
|
|
Ketting
type 10 |
1 |
2 |
10 |
12 |
22 |
4 |
5,5 |
51 |
6 |
33 |
|
|
||
Ketting
type 11 |
1 |
2 |
11 |
13 |
24 |
6 |
4 |
57 |
3 |
12 |
|
|
||
Ketting
type 12 |
1 |
2 |
12 |
14 |
26 |
8 |
3,3 |
63 |
9 |
29,3 |
|
|
||
Ketting
type 13 |
1 |
2 |
13 |
15 |
28 |
1 |
28 |
60 |
6 |
168 |
|
|
||
Ketting
type 14 |
1 |
2 |
14 |
16 |
30 |
3 |
10 |
66 |
3 |
30 |
30 |
2,5 |
||
: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Ketting
type 23 |
1 |
2 |
23 |
25 |
48 |
3 |
16 |
102 |
3 |
48 |
48 |
4 |
||
: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
: |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Ketting
type 32 |
1 |
2 |
32 |
34 |
66 |
3 |
22 |
138 |
3 |
66 |
66 |
5,5 |
||
En
zo voort. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
a.
Is aantal verkregen bollen.
b.
Is begin- en eindschalm.
c.
Is aantal tussenschalmen.
d.
Is b+c (is lengte ketting).
e.
Is c+d (is kettingtype bestaand uit c
tussenschalmen).
f.
Is de kleinste cijfersom e.
P. Is e/f.
Q. Is a+b+c+d+e+f.
R. Is kleinste cijfersom Q.
S. Is (e/f)*R.
T. Als e=S;S;””.
U. Als T<>””;S/12;””.
Er is niét een
ketting type 0 (een ketting vereist tussenschalmen).
Voor ketting
type 5 geldt:
1
Omkaderde
getallen weerspiegelen als enige (in de oneindige reeks van kettingtypen) de
Natuurgetallen.
2
Omkaderde
getallen zijn als enige (in de oneindige reeks van kettingtypen) allemaal
verschillend.
3
Omkaderde
getallen zijn als eerste (in de oneindige reeks van kettingtypen) gekoppeld aan
kleinste cijfersom 5 van bijbehorend kettingtype.
4
Omkaderde
getallen zijn als eerste (in de oneindige reeks van kettingtypen) gekoppeld aan
3 gelijke getallen in kolom e, S en T.
5
Omkaderde
getallen zijn als enige (in de oneindige reeks van kettingtypen) gekoppeld aan
Natuurgetal 1 in kolom U.
4.3 Analyse Natuurgetal I.
Is
onderverdeeld:
1
Analyse
1.
2
Analyse
2.
3
Analyse
3.
4
Analyse
4.
5
Analyse
5.
4.3.1 Analyse 1.
Natuurgetal |
Kleinste
cijfersom |
1 |
1 |
2 |
2 |
3, 12 |
3 |
5 |
5 |
7 |
7 |
…a
= Als waar is.
…i
= Is ook waar.
1a Voor
meerdere (vier) kleinste cijfersommen als element van verzameling
Natuurgetallen geldt: weerspiegelt één Natuurgetal.
2i Voor
één kleinste cijfersom (3) als element van verzameling
Natuurgetallen geldt: weerspiegelt meerdere Natuurgetallen (3, 12).
Voor verzameling
‘Compleet’ geldt:
o
Eén
of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende vier.
Voor
verzameling ‘Analyse 1’ geldt:
o
Heeft
predicaat ‘Compleet’.
4.3.2 Analyse 2.
Leg beide
handen met de handpalmen naar beneden op tafel.
Hand: |
LINKS |
|
|
|
|
RECHTS |
|
|
|
|
|
Pink |
Ring |
Middel |
Wijs |
Duim |
Duim |
Wijs |
Middel |
Ring |
Pink |
Getal: |
1, 10… |
2, 11… |
3, 12… |
4, 13… |
5, 14… |
6, 15… |
7, 16… |
8, 17… |
9, 18… |
|
Cijfersom: |
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
9 |
|
Natuurgetal: |
1 |
2 |
3, 12 |
|
5 |
|
7 |
|
|
|
Kenmerk: |
Ja |
Ja |
Ja |
Nee |
Ja |
Nee |
Ja |
Nee |
Nee |
Nee |
Anders
geschreven:
|
Kenmerk
hand - links |
Kenmerk
hand - rechts |
Pink |
Ja |
Nee |
Ringvinger |
Ja |
Nee |
Middelvinger |
Ja |
Nee |
Wijsvinger |
Nee |
Ja |
Duim |
Ja |
Nee |
Voor getal
in combinatie met te tellen object geldt:
o
Is
gekoppeld aan het geheel (10 vingers).
Voor cijfersom
in combinatie met te tellen object geldt:
o
Is
gekoppeld aan het gedeelte (9 vingers).
Voor kenmerk
geldt:
o
= Ja,
wanneer cijfersom is aanwezig én één of meer Natuurgetallen is aanwezig.
o
= Nee,
wanneer cijfersom is afwezig óf één of meer
Natuurgetallen is afwezig.
…a
= Als waar is.
…i
= Is ook waar.
1a Voor
verzameling ‘hand - links’ geldt: bevat meerdere elementen met kenmerk ‘Ja’.
2i Voor
meerdere (vier) elementen uit verzameling ‘Kenmerk hand - links’ geldt: is ‘Ja’.
2a Voor
meerdere (vier) elementen uit verzameling ‘Kenmerk hand - links’ geldt:
is ‘Ja’.
3i Voor één element uit
verzameling ‘Kenmerk hand - links’ (wijsvinger) geldt: is ‘Nee’.
2a Voor
meerdere (vier) elementen uit verzameling ‘Kenmerk hand - links’ geldt:
is ‘Ja’.
4i Voor meerdere (vier) elementen uit
verzameling ‘Kenmerk hand - rechts’ geldt: is ‘Nee’.
2a Voor
meerdere (vier) elementen uit verzameling ‘Kenmerk hand - links’
geldt: is ‘Ja’.
5i Voor
één element uit verzameling ‘Kenmerk hand - rechts’
(wijsvinger) geldt: is ‘Ja’.
Voor verzameling
‘Compleet’ geldt:
o
Eén
of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende vier.
Voor
verzameling ‘Analyse 2’ geldt:
o
Heeft
predicaat ‘Compleet’.
4.3.3 Analyse 3.
|
1 |
|
2 |
|
3 |
|
5 |
|
7 |
|
12 |
|
1 |
|
2 |
|
6 |
|
15 |
|
35 |
|
84 |
|
|
2 |
|
|
4 |
|
9 |
|
20 |
|
49 |
|
|
|
3 |
|
|
|
5 |
|
11 |
|
29 |
|
|
|
|
4 |
|
|
|
|
6 |
|
18 |
|
|
|
|
|
5 |
|
|
|
|
|
12 |
|
|
|
|
|
|
…a
= Als waar is.
…i
= Is ook waar.
1a Voor meerdere rijen (2…5) geldt:
soort rekenkundige bewerking is aftrekken.
2a Voor vermenigvuldigen geldt: is herhaald (meermalig)
optellen.
3i Voor één rij (1) geldt:
soort rekenkundige bewerking is optellen.
1a Voor meerdere rijen (2…5) geldt: soort
rekenkundige bewerking is aftrekken.
4i Voor meerdere rijen (2…5) geldt: aantal
rekenkundige operatoren is uitsluitend één.
Toelichting:
o
Voor
bijvoorbeeld getal 4 in rij 2 geldt: =6-2.
4a Voor meerdere rijen (2…5) geldt:
aantal rekenkundige operatoren is uitsluitend één.
5a Voor getal 2 in rij 1 geldt: aantal
rekenkundige operatoren is één.
Toelichting:
o
2=1+1.
o
2=2+0.
6i Voor één rij (1) geldt:
aantal rekenkundige operatoren is zowel één als meerdere.
Toelichting:
o
2=1+1
of 2=2+0, 6=2+2+2 of 6=3+3, 15=3+3+3+3+3 of 15=5+5+5 ….
7a Voor meerdere rijen (1…4) geldt:
aantal getallen is meerdere.
8i Voor één rij (5) geldt:
aantal getallen is één.
9a Voor meerdere rijen (1,2,4,5)
geldt: getal is zowel even als oneven.
10i Voor één rij (3) geldt: getal
is uitsluitend oneven.
11a Voor meerdere getallen in rij 1
… 5 geldt: komt eenmalig voor.
12i Voor één getal (6) in rij 1 …
5 geldt: komt meermalig voor.
13a Voor aantal even getallen in rij 1 … 5
geldt: is even.
14i Voor aantal oneven getallen in rij 1
… 5 geldt: is oneven.
Voor verzameling
‘Compleet’ geldt:
o
Eén
of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende vier.
Voor
verzameling ‘Analyse 3’ geldt:
o
Heeft
predicaat ‘Compleet’.
4.3.4 Analyse 4.
Natuurgetal
heeft een ander Natuurgetal als tegenpool dan en slechts dan alleen wanneer:
1 Som van twee opeenvolgende Natuurgetallen in positieve
richting (naar rechts) gelijk is aan eerstvolgende Natuurgetal in dezelfde
richting;
Of, indien uitkomst >12;
Of, bij bereiken van Natuurgetal 12;
2 Verschil van twee opeenvolgende Natuurgetallen
in negatieve richting (naar links) gelijk is aan eerstvolgende
Natuurgetal in dezelfde richting.
Resultaat.
|
Natuurgetal
- Pool |
Natuurgetal
- Tegenpool |
1 |
1 |
3 |
2 |
2 |
5 |
3 |
5 |
12 |
4 |
7 |
2 |
5 |
12 |
5 |
Som |
27 |
27 |
Cijfersom |
9 |
9 |
Cijferproduct |
14 |
14 |
Cijfersom
cijferproduct |
5 |
5 |
Conclusie:
o Uitsluitend 5 en 12 zijn elkaars
tegenpolen.
Voor
materie geldt:
o 5 soorten boson vs. 12 soorten fermion.
…a
= Als waar is.
…i
= Is ook waar.
1a Voor meerdere (vier) getal
combinaties uit verzameling ‘Natuurgetal - Pool’ en ‘Natuurgetal - Tegenpool’
geldt: is niét elkaars wederzijdse tegenpool.
2i Voor één getal combinatie (5
en 12) uit verzameling ‘Natuurgetal - Pool’ en ‘Natuurgetal - Tegenpool’ geldt:
is wél elkaars wederzijdse tegenpool.
Voor verzameling
‘Compleet’ geldt:
o
Eén
of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende vier.
Voor
verzameling ‘Analyse 4’ geldt:
o
Heeft
predicaat ‘Compleet’.
4.3.5 Analyse 5.
Natuurgetal |
Symbool |
|||||
1 |
|
|
Geheel |
|
|
|
2 |
|
|
Pool
en tegenpool |
|||
3 |
|
|
Drie-eenheid |
|
||
5 |
|
|
Compleet |
|
|
|
7 |
|
|
Volheid |
|
|
|
12 |
|
|
Volmaakt |
|
|
…a
= Als waar is.
…i
= Is ook waar.
1a Voor meerdere (vier) analyse geldt:
is wél te doorgronden [4.3.1 … 4.3.4].
2i Voor één analyse (symbool
Natuurgetal) geldt: is niét te doorgronden.
Toelichting:
o
Voor
symbool Natuurgetal geldt: is ontstaan vanuit geest.
o
2.1a Voor lichaam geldt: is wél
te doorgronden.
o
2.2i Voor geest geldt: is niét
te doorgronden.
Voor verzameling
‘Compleet’ geldt:
o
Eén
of meerdere kenmerken van één element is tegengesteld aan resterende vier.
Voor
verzameling ‘Analyse 5’ geldt:
o
Heeft
predicaat ‘Compleet’.
4.4 Analyse Natuurgetal II.
…a
= Als waar is.
…i
= Is ook waar.
1a Voor
priemgetal 2, 3, 5, 7, 11 geldt: Vormen de eerste vijf (natuurlijke) priemgetallen,
omsloten door Natuurgetallenreeks.
Toelichting:
o Voor getal 0 geldt: Is een rekengetal.
o Voor getal 1 geldt: is niét een
priemgetal.
o Voor Natuurgetallenreeks geldt: is 1, 2,
3, 5, 7 en 12.
2i Voor
meerdere (vier) priemgetallen gekoppeld aan Natuurgetallenreeks geldt: bestaat
uit één cijfer.
2a Voor
meerdere (vier) priemgetallen gekoppeld aan Natuurgetallenreeks
geldt: bestaat uit één cijfer.
3i Voor
één priemgetal (‘11’) gekoppeld aan Natuurgetallenreeks geldt:
bestaat uit meerdere cijfers.
3a Voor
één priemgetal (‘11’) gekoppeld aan Natuurgetallenreeks geldt: bestaat uit
meerdere cijfers.
2a Voor
meerdere (vier) priemgetallen gekoppeld aan Natuurgetallenreeks geldt: bestaat
uit één cijfer
4a Voor
verzameling ‘Compleet’ geldt: één of meerdere kenmerken van één element is
tegengesteld aan resterende vier.
5i Voor
verzameling ‘Priemgetallen’ gekoppeld aan Natuurgetallenreeks geldt: heeft predicaat
‘Compleet’.
4.5 Resultaat.
De
verzamelingen in item 4.3 en 4.4 zijn uitsluitend gekoppeld aan Natuurgetallen.
Het leidt tot
betrouwbaarheid van bestaan Natuurgetallen:
o
=100*(1-0,3125^11).
o
=99,9999
%
Voor 0,3125
geldt:
o
Is
kans op één verzameling ‘Compleet’; =10*(0,5^5).
o
Is
vergelijkbaar met kans op vier gelijke muntvlakken en één tegengesteld muntvlak
na het opwerpen van vijf munten.
Voor 11 geldt:
o
Is
aantal verzamelingen ‘Compleet’, gekoppeld aan ‘Analyse Natuurgetal’ [4.3].
Voor
wetenschappelijke betrouwbaarheidsnorm geldt:
o
>=100*(1-(1/3500000))
o
>=99,99997143
%
5 Bijlagen.
Geen.