Inhoud.

 

Is onderverdeeld:

1      Inleiding.

2      Uitgangspunt.

3      Samenvatting.

4      Onderbouwing.

5      Bijlagen.

 

1  Inleiding.

 

De aanleiding van het onderwerp zijn mijn bijzondere ervaringen in 2007.

 

Begin 2007 ben ik, na het lezen van een boek over de geschiedenis van de filosofie, begonnen met zelf een boek over filosofie te schrijven. Er ontstond toen geleidelijk aan een enorme schrijfdrang. Na drie maanden had mijn werk een omvang van driehonderd bladzijden. Mijn directe omgeving begreep niet wat ik opschreef. Bijzonder is dat ik nog steeds voor een zeer groot deel achter de inhoud sta.

 

In mei 2007 kreeg ik vijf visioenen, dus geen stemmen of beelden in mijn hoofd. Mijn eerste visioen was dat ik een missie heb om godsdiensten met elkaar te verenigen. Ik heb geroepen “Waarom ik?”. Mijn tweede t/m vierde visioen gaven weer dat ik met een vrouw uit Ethiopie (waarmee ik in 1994 een relatie had) zal trouwen en een kind bij haar zal verwekken. Het vijfde visioen gaf weer dat mijn 32 jarig huwelijk compleet is.

 

Een visioen is het best te beschrijven als een beleven. In alles waarin ik mij verdiepte kwam ik de getallen vijf en twaalf tegen. Toen ik ook mijn omgeving benaderde met het feit dat in lob wel erg veel het getal vijf voor komt, was de maat voor mijn vrouw vol. We togen naar de huisarts, die mij vervolgens doorverwees naar een psychiater.

 

Na enige consulten ben ik in augustus 2007 drie maanden opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Merkwaardig was dat de verschijnselen van hypomane aard waren zonder één negatief aspect. Medische onderzoeken (het waren er vele) hebben echter, zoals door mij voorspeld, niets opgeleverd. Na drie maanden rust ben ik in februari 2008 weer begonnen te filosoferen. Mijn vrouw zag me weer dingen opschrijven die ze niet begreep. Doodongerust heeft ze mijn psychiater gebeld en een afspraak voor mij gemaakt.

 

Na vijf opinies door verschillende artsen is omstreeks augustus 2009 de voorlopige diagnose bipolaire stoornis type I vastgesteld. Later is daarvoor in de plaats de voorlopige diagnose schizoaffectieve stoornis vastgesteld. Ook op deze diagnose is men teruggekomen. De psychiatrie is op 2 september 2011 vastgelopen in de behandeling.

 

Uiteindelijk bleef er nog één onderzoek over; een psychodiagnostisch. Ik zou wel eens autistisch kunnen zijn. Het onderzoek is op 16 september 2011 afgenomen en behelsde het beantwoorden van ongeveer vijfhonderd vragen. Hieruit bleek dat ik niet autistisch ben, maar iemand bij wie narcistische dynamiek zijn gedrag kleurt.

De test is op 5 december 2012 herhaald met hetzelfde resultaat.

 

De psychiatrie kan mijn gedrag (mijn gedrag in het verleden) niet aan een stoornis (ziekte) koppelen.

De psychologie kan mijn gedrag (mijn gedrag in het heden) niet aan een stoornis (testresultaat) koppelen.

Beide situaties weerspiegelen de filosofische basis waarop al mijn theorieën gebaseerd zijn.

 

In dit kader bevreemdt het mij dat de achternaam van mijn behandelende psychologe uit vijf letters bestaat en de achternaam van mijn behandelende psychiater uit twaalf. De tegenpool van het Natuurgetal vijf is twaalf.

 

Op …. Ben ik op eigen verzoek gestopt met het gebruik van medicijnen (Lithium).

Op 18 november 2014 is mijn psychiatrische behandeling gestopt met als eindconclusie; ik heb of een geheimzinnige ziekte, of ik heb nooit wat gemankeerd.

 

Op 20 november 2014 is mijn psychologische behandeling gestopt omdat mijn gedrag niet in overeenstemming is met mogelijke agressieve gevoelens en woede uitbarstingen.

Desondanks is mijn gedachtegoed en hetzelfde gebleven en filosofeer ik nog steeds.

 

Tijdens het afscheidsgesprek vernam ik van de psychologe dat mijn bevestigend beantwoordde vraag ‘bent u een bijzonder mens’ in belangrijke mate van invloed is geweest op de uitslag van mijn psychodiagnostisch onderzoek.

Men heeft niets gedaan met mijn, in het verleden gegeven, antwoord “Mijn begrijpvermogen is in mindere mate afwezig”.

 

2  Uitgangspunt.

    

Wij zijn zowel in staat tot het goede als kwade [1].

Mijn abnormaal gedrag had geen negatieve aspecten [3].

Een geesteszieke vertoont zowel abnormaal als normaal gedrag [6].

Wij kunnen in alle opzichten gezond zijn [9].

Een geesteszieke heeft een grote kans op herhaling van de verschijnselen [13].

 

3  Samenvatting.

 

3.1    Algemeen.

 

Niet van toepassing.

 

3.2    Conclusies.

 

Lob is zowel in staat tot het goede als kwade [1].

Eob is uitsluitend in staat tot het goede [4].

 

Eob is buiten het eigen domein in uitsluitend in staat zowel geest als lichaam zonder negatieve aspecten te beïnvloeden [5].

 

Abnormale beïnvloeding van binnenuit leidt zowel tot abnormaal als normaal gedrag [6].

 

Normale beïnvloeding van buitenaf leidt zowel tot abnormaal als normaal gedrag [7].

Normale beïnvloeding van binnenuit leidt uitsluitend tot normaal gedrag [10].

 

Bij beïnvloeding van binnenuit, leidend tot abnormaal gedrag, kan een stoornis niét uitgesloten worden [11].

Ø  Medicatie helpt wél.

Bij beïnvloeding van buitenaf, leidend tot abnormaal gedrag, kan een stoornis wél uitgesloten worden [12].

Ø  Medicatie helpt niét.

 

Abnormaal gedrag als gevolg van beïnvloeding van binnenuit heeft een grote kans op herhaling van de verschijnselen [13].

Abnormaal gedrag als gevolg van beïnvloeding van buitenaf heeft een kleine kans op herhaling van de verschijnselen [14].

 

4  Onderbouwing.

 

1   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Wij zijn zowel in staat tot het goede als kwade.

2      Is ook waar:

o    Lob is zowel in staat tot het goede als kwade.

3      Conclusie:

o    Lob is zowel in staat tot het goede als kwade.

2   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Lob is zowel in staat tot het goede als kwade [1].

2      Is ook waar:

o    Eob is uitsluitend in staat tot het goede.

Of.

o    Eob is uitsluitend in staat tot het kwade.

3      Conclusie:

o    Er is keuze.

Stel: Eob is uitsluitend in staat tot het kwade.

 

3   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Eob is uitsluitend in staat tot het kwade.

o    Mijn abnormaal gedrag had geen negatieve aspecten.

2      Is ook waar:

o    Proposities zijn strijdig met elkaar.

3      Conclusie:

o    Stelling: ‘Eob is uitsluitend in staat tot het kwade’, is onwaar.

4   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Stelling: ‘Eob is uitsluitend in staat tot het kwade’, is onwaar [29].

2      Is ook waar:

o    Stelling: ‘Eob is uitsluitend in staat tot het goede’, is waar.

3      Conclusie:

o    Eob is uitsluitend in staat tot het goede.

5   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Eob kan zowel geest als lichaam buiten het eigen domein beïnvloeden [Eob vs. Lob].

o    Eob is uitsluitend in staat tot het goede [4].

2      Is ook waar:

o    Eob is buiten het eigen domein uitsluitend in staat zowel geest als lichaam zonder negatieve aspecten te beïnvloeden.

3      Conclusie:

o    Eob is buiten het eigen domein in uitsluitend in staat zowel geest als lichaam zonder negatieve aspecten te beïnvloeden.

6   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Een geesteszieke vertoont zowel abnormaal als normaal gedrag.

2      Is ook waar:

o    Abnormale beïnvloeding van binnenuit leidt zowel tot abnormaal als normaal gedrag.

3      Conclusie:

o    Abnormale beïnvloeding van binnenuit leidt zowel tot abnormaal als normaal gedrag.

7   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Abnormale beïnvloeding van binnenuit leidt zowel tot abnormaal als normaal gedrag [6].

2      Is ook waar:

o    Normale beïnvloeding van buitenaf leidt zowel tot abnormaal als normaal gedrag.

3      Conclusie:

o    Normale beïnvloeding van buitenaf leidt zowel tot abnormaal als normaal gedrag.

8   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Normale beïnvloeding van buitenaf leidt zowel tot abnormaal als normaal gedrag [7].

2      Is ook waar:

o    Normale beïnvloeding van binnenuit leidt uitsluitend tot abnormaal gedrag.

Of.

o    Normale beïnvloeding van binnenuit leidt uitsluitend tot normaal gedrag.

3      Conclusie:

o    Er is keuze.

Stel: Normale beïnvloeding van binnenuit leidt uitsluitend tot abnormaal gedrag.

 

9   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Normale beïnvloeding van binnenuit leidt uitsluitend tot abnormaal gedrag.

o    Wij kunnen in alle opzichten gezond zijn.

2      Is ook waar:

o    Proposities zijn strijdig met elkaar.

3      Conclusie:

o    Stelling: ‘Normale beïnvloeding van binnenuit leidt uitsluitend tot abnormaal gedrag’, is onwaar.

10 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Stelling: ‘Normale beïnvloeding van binnenuit leidt uitsluitend tot abnormaal gedrag’, is onwaar [9].

2      Is ook waar:

o    Stelling: ‘Normale beïnvloeding van binnenuit leidt uitsluitend tot normaal gedrag’, is waar.

3      Conclusie:

o    Normale beïnvloeding van binnenuit leidt uitsluitend tot normaal gedrag.

11 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Normale beïnvloeding van binnenuit leidt uitsluitend tot normaal gedrag [10].

o    Abnormale beïnvloeding van binnenuit leidt zowel tot abnormaal als normaal gedrag [6].

2      Is ook waar:

o    Bij beïnvloeding van binnenuit, leidend tot abnormaal gedrag, kan een stoornis niét uitgesloten worden.

Ø  Medicatie helpt wél.

3      Conclusie:

o    Bij beïnvloeding van binnenuit, leidend tot abnormaal gedrag, kan een stoornis niét uitgesloten worden.

12 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Bij beïnvloeding van binnenuit, leidend tot abnormaal gedrag, kan een stoornis niét uitgesloten worden [11].

Ø  Medicatie helpt wél.

2      Is ook waar:

o    Bij beïnvloeding van buitenaf, leidend tot abnormaal gedrag, kan een stoornis wél uitgesloten worden.

Ø  Medicatie helpt niét.

3      Conclusie:

o    Bij beïnvloeding van buitenaf, leidend tot abnormaal gedrag, kan een stoornis wél uitgesloten worden.

13 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Bij beïnvloeding van buitenaf, leidend tot abnormaal gedrag, kan een stoornis wél uitgesloten worden [12].

Ø  Medicatie helpt niét.

o    Een geesteszieke vertoont zowel abnormaal als normaal gedrag [6 (Als waar is:)].

o    Een geesteszieke heeft een grote kans op herhaling van de verschijnselen.

2      Is ook waar:

o    Abnormaal gedrag als gevolg van beïnvloeding van binnenuit heeft een grote kans op herhaling van de verschijnselen.

3      Conclusie:

o    Abnormaal gedrag als gevolg van beïnvloeding van binnenuit heeft een grote kans op herhaling van de verschijnselen.

14 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Abnormaal gedrag als gevolg van beïnvloeding van binnenuit heeft een grote kans op herhaling van de verschijnselen [13].

2      Is ook waar:

o    Abnormaal gedrag als gevolg van beïnvloeding van buitenaf heeft een kleine kans op herhaling van de verschijnselen.

3      Conclusie:

o    Abnormaal gedrag als gevolg van beïnvloeding van buitenaf heeft een kleine kans op herhaling van de verschijnselen.

5  Bijlagen.

 

o    Afkortingen en symbolen.