Inhoud.

                                                                 

Is onderverdeeld:

1      Inleiding.

2      Uitgangspunt.

3      Samenvatting.

4      Onderbouwing.

5      Bijlagen.

 

1  Inleiding.

 

Zie module:

o      Inleiding.

 

Deze module gaat in op:

o      Meetkundige definities.

Tot op heden is de wetenschap niet in staat een definitie van een meetkundige lijn te geven. Definitie van een lijn staat in direct verband met de oerknal.

 

2  Uitgangspunt.

    

Niet van toepassing.

 

3  Samenvatting.

 

Is onderverdeeld:

1      Algemeen.

2      Conclusie.

 

3.1    Algemeen.

 

Meetkundige definities:

1.    Een lijn of rechte is een dynamisch onbegrensde aaneenschakeling van een lijnstuk in elkaars verlengde; met middelpunt.

2.    Een halve lijn of halfrechte is een dynamisch onbegrensde aaneenschakeling van een lijnstuk in elkaars verlengde; zonder middelpunt.

3.    Een kromme of curve is een aaneenschakeling van een lijnstuk niét in elkaars verlengde.

4.    Een lijnstuk is een statisch onbegrensde aaneenschakeling van punten in elkaars verlengde; het kan elke begrensde lengte hebben.

5.    Een punt is een gevuld stuk ruimte; tot het onbegrensde teruggebracht.

 

3.2    Conclusie.

 

Voor huidige wiskunde geldt:

o      Onbegrensd getal*0=0 i.p.v. ≠0.

 

Gevolg:

1      Verhindert het beschrijven van massieve objecten.

2      Verhindert het formuleren van meetkundige definities.

 

Voor gevulde ruimte geldt:

o      Kent drie ruimtedimensies (de snaartheorie komt hiermee onder druk te staan).

 

4  Onderbouwing.

 

Is onderverdeeld:

1      Axioma’s van Peano.

2      Dynamisch vs. Statisch onbegrensd proces.

3      Rekenregels onbegrensd getal.

4      Oerknal.

5      Getal in relatie tot punt.

 

4.1    Axioma’s van Peano.

 

Verkort weergegeven.

 

Is onderverdeeld:

1      Opvolger functie.

2      Inductie axioma.

 

4.1.1 Opvolger functie.

 

Voor elk natuurlijk getal x {\displaystyle x}      geldt: opvolger functie S(x) is {\displaystyle S(x)}  ook een natuurlijk getal.

 

Het houdt in dat bij continue opvolging elk getal N een begrensde waarde heeft. Het leidt uiteindelijk (in feite nooit) tot wat ik noem een dynamisch onbegrensde verzameling.

 

4.1.2 Inductie axioma.

 

Voor inductieaxioma (verkort weergegeven) geldt:

o      Als x N dan S(x) N (bevat alle natuurlijke getallen).

 

4.2    Dynamisch vs. Statisch onbegrensd proces.

 

Voor dynamisch onbegrensd proces geldt:

1      Is wél gebaseerd op opvolger functie.

2      Is gebaseerd op vermenigvuldigen (is herhaald optellen); 0+1, 1+1, 2+1, … = begrensd getal (is processtap 1, 2, 3 …).

3      Vereist meerdere (onbegrensd) processtappen.

4      Procestijd is onbegrensd.

5      Procesuitkomst is een begrensd getal (er is altijd een opvolger).

 

Voor statisch onbegrensd proces geldt:

1      Is niét gebaseerd op opvolger functie.

2      Is gebaseerd op delen.

3      Vereist één (begrensd) processtap.

4      Procestijd is begrensd.

5      Procesuitkomst is een onbegrensd getal.

 

4.3    Rekenregels onbegrensd getal.

 

ϗ       = Onbegrensd(e).

ß       = Begrensd(e).

N      = Natuurlijk getal (voor N geldt: >0).

 

Voor ϗ*ϗ^3 geldt:

o      = ϗ^4.

o      Is ϗ met zichzelf samengevoegd PD.

Voor ß*ϗ^3 geldt:

o      = ϗ^3.

o      Is ß (N maal) met zichzelf samengevoegd PD.

 

Kortom:

o      ϗ*ϗ^3-ß*ϗ^3=ϗ*ϗ^3.

o      ϗ^4-ß*ϗ^3=ϗ^4.

o      Uit het ϗ ontstaat (met behoud van het ϗ) het ß.

 

Deze regel vormt het fundament van de oerknal.

 

4.4    Oerknal.

 

Is onderverdeeld:

1      Oerknal - Ontstaan.

2      Oerknal - In relatie tot lijn.

 

4.4.1 Oerknal - Ontstaan.

 

ϗ       = Onbegrensd(e).

ß       = Begrensd(e).

gbi    = Gezien van binnenuit.

gbu   = Gezien van buitenaf.

     = Kleinst begrensd(e).

אk     = Onbegrensd klein(e).

LP    = LadingPolariteit.

SP    = SpinPolariteit.

PD    = PlanckDeeltje.

SD    = Subatomair Deeltje.

UIG  = Uiterste In Grootte.

 

…a   = Als waar is.

…i    = Is ook waar.

 

1a     Voor binnen het heelal geldt: is gevulde ruimte.

         Toelichting:

o      Er is overal iets aanwezig (het is gevuld met iets).

2i      Voor buiten het heelal geldt: is lege ruimte.

 

2a     Voor buiten het heelal geldt: is lege ruimte.

3i      Voor lege ruimte geldt: is uitsluitend geest.

         Toelichting:

o      Er is de Natuurwet als resultaat van geestelijke activiteit.

 

3a     Voor lege ruimte geldt: is uitsluitend geest.

4a     Voor mens als gevulde ruimte geldt: heeft iets geestelijks.

5i      Voor gevulde ruimte geldt: is zowel lichaam als geest.

 

Conclusie:

o      Vóór de oerknal is er uitsluitend lege ruimte (geest).

o      Al het concrete in het heelal heeft iets geestelijks (is PD met SP/LP(+én-)).

 

Hieruit volgt:

o      Voor PD met SP/LP(+én-) geldt: is geest.

o      Voor PD met SP/LP(+óf-) geldt: is lichaam.

o      Voor lichaam geldt: is wél te doorgronden.

o      Voor geest geldt: is niét te doorgronden.

 

De oerknal (in een notendop) ontstaat als volgt:

1.1    Door het uitvaardigen van de Natuurwet (is geestelijke activiteit) geldt: elk geheel vereist een gedeelte.

1.2    Voor tegenpool van onbegrensd groot geldt: is .

1.3    Voor kubus geldt: is als enige vorm zonder tussenruimte stapelbaar.

1.4    Onbegrensd lege ruimte wordt omgevormd in ϗ^3 kubusvormige delen.

1.5    De grootte van de kubusvormige delen is door de Uitvaardiger gedefinieerd als Natuurafstand (ongeveer 1/ Planckafstand ofwel elk 1E+35 m).

Voor definiëren van iets geldt: is geestelijke activiteit.

1.6    De ribbe van de ontstane kubus vertegenwoordigt statisch ϗ aantal natuurlijke getallen (getal nul ontbreekt).

1.7    Voor lege ruimte geldt: is elektrisch neutraal; heeft LP(+én-); is de resultante van LP(+) en LP(-); is statisch ϗ met zichzelf samengevoegd.

1.8    Voor lege ruimte geldt: heeft SP(+én-); is de resultante van SP(+) en SP(-).

1.9    De kleinst begrensde tijd is door de Uitvaardiger gedefinieerd als Natuurtijd (ongeveer één Plancktijd).

Voor definiëren van iets geldt: is geestelijke activiteit.

1.10 Er ontstaan binnen één Natuurtijd ϗ^4 kubusvormige lege delen.

 

2.1    Door het uitvaardigen van de Natuurwet geldt: elk geheel vereist een gedeelte.

2.2    Voor gevulde ruimte, teruggebracht tot het onbegrensd kleine, geldt: is leeg (al het gevulde is er uit).

2.3    Er ontstaan ϗ^4 punten als gevulde ruimte.

 

3.1    Door het uitvaardigen van de Natuurwet geldt: elk geheel vereist een gedeelte.

3.2    Voor lege ruimte geldt: kleinst begrensde afstand is 1E+35 m.

Voor gevulde ruimte geldt: afstand is 1E-35 m.

3.3    ϗ^4 punten vormen één PD dat ϗ met zichzelf is samengevoegd.

3.4    Voor PD als gedeelte van lege ruimte geldt: Vereist zelfde omvang als de overige delen.

3.5    Voor mate van verandering UIG van plaats geldt: is ß.

Voor mate van verandering UIG van grootte geldt is ϗ.

3.6    Het PD transformeert zich binnen één tijd in één kubusvormig gevuld geheel ter grootte van 1E+35 m.

 

4.1    Voor het massieve geldt: bestaat uit zichzelf.

4.2    Voor kubusvormig gevuld geheel geldt: bestaat uit zichzelf (is een aaneenschakeling van punten).

4.3    Voor het massief rechte als gevulde ruimte geldt: is ϗ met zichzelf samengevoegd.

Voor het massief ronde (PD) als gevulde ruimte geldt: is ß met zichzelf samengevoegd.

4.4    Voor kubusvormig gevuld geheel geldt: is massief; is ϗ met zichzelf is samengevoegd; bestaat uit ϗ^4 punten.

4.5    Voor kubusvormig gevuld geheel dat massief is geldt: vereist iets van binnenuit dat gevuld en hol is.

 

5.1    Voor SD geldt: bestaat uit één, twee of drie PD met SP/LP(+óf-) draaiend om één, twee of drie PD met SP/LP(+én-).

5.2    Voor SD (gbu) geldt: Er is wél wisselwerking tussen lading(+) en lading(-).

Voor SD (gbi) geldt: Er is niét wisselwerking tussen lading(+) en lading(-).

5.3    Voor SD (gbu) geldt: Er is niét wisselwerking tussen lading(+óf-) en lading(+én-).

Voor SD (gbi) geldt: Er is wél wisselwerking tussen lading(+óf-) en lading(+én-).

5.4    Voor SD (gbu) geldt: Er is onderling wél wisselwerking tussen lading(+óf-).

Voor SD (gbi) geldt: Er is onderling niét wisselwerking tussen lading(+óf-).

5.5    Voor SD (gbu) geldt: Er is onderling niét wisselwerking tussen lading(+én-).

Voor SD (gbi) geldt: Er is onderling wél wisselwerking tussen lading(+én-).

5.6    Voor PD als gedeelte van SD geldt: bestaat uit ϗ^3 punten.

5.7    ϗ^4-ß*ϗ^3=ϗ^4.

5.8    Uit het ϗ ontstaat (met behoud van het ϗ) het ß.

5.9    Uit massief kubusvormig gevuld geheel ontstaat (van binnenuit) eenmalig een ß met zichzelf samengevoegd PD zonder behoud van polariteit.

Uit massief kubusvormig gevuld geheel ontstaat (van binnenuit) meermalig een ß met zichzelf samengevoegd PD, met behoud van polariteit.

5.10 Het PD met behoud van polariteit ontmantelt zich in PD met LP(+én-) en SP(+én-).

Het PD zonder behoud van polariteit ontmantelt zich in PD met LP(+óf-) en SP(+óf-).

 

6.1    Voor massief deel kubusvormig gevuld geheel geldt: is in rust.

Voor hol deel kubusvormig gevuld geheel geldt: is in beweging.

6.2    Voor lichtsnelheid geldt: = Natuurafstand/ Natuurtijd.

6.3    PD dijt met de lichtsnelheid uit en vormen SD.

6.4    Er is twee soorten SD: bolvormig en spiraalvormig.

6.5    Voor bolvormig SD geldt: uitwendig PD beweegt bolvormig om inwendig PD.

Voor spiraalvormig SD geldt: uitwendig PD beweegt spiraalvormig om inwendig PD.

6.6    De wanddikte van het massieve deel verkleint zich door het uitdijen tot maximaal de Plankafstand (zal nooit worden bereikt).

6.7    Voor grootst concreet UIG (heelal) geldt: is (gbi) dynamisch ϗ en (gbu) begrensd (1E+35 m).

Voor kleinst concreet UIG (PD) geldt: is (gbi) statisch ϗ en (gbu) begrensd (1E-35 m).

6.8    Voor begrensd uiterste in grootte (gbu) geldt:

o      is (gbi) een dynamisch ϗ aaneenschakeling van iets met ß grootte (PD) als concreet UIG; het vormt hiermee het heelal.

o      Is (gbi) een statisch ϗ aaneenschakeling van iets met ϗ afstand (punt) als concreet UIG; het vormt hiermee een PD.

 

7.1      Voor één samengesteld concreet UIG (kubusvormig gevuld geheel) geldt: heeft uitsluitend SP(+én-).

Voor meerdere samengesteld concreet UIG (SD) geldt: heeft zowel SP(+én-) als SP(+óf-).

7.2      Voor één samengesteld concreet UIG (kubusvormig gevuld geheel) geldt: heeft uitsluitend LP(+én-).

Voor meerdere samengesteld concreet UIG (SD) geldt: heeft zowel LP(+én-) als LP(+óf-).

7.3      Voor één samengesteld concreet UIG (kubusvormig gevuld geheel) geldt: heeft uitsluitend heeltallige spin/lading.

Voor meerdere samengesteld concreet UIG (SD) geldt: heeft zowel heeltallige als gebrokentallige spin/lading.

7.4      Voor één samengesteld concreet UIG (kubusvormig gevuld geheel) geldt: kenmerk spin is uitsluitend = lading.

Voor meerdere samengesteld concreet UIG (SD) geldt: kenmerk spin is zowel = als ≠ lading.

7.5      Voor één samengesteld concreet UIG (kubusvormig gevuld geheel) geldt: is uitsluitend niét krachtvoerend.

Voor meerdere samengesteld concreet UIG (SD) geldt: is zowel niét als wél krachtvoerend.

 

4.4.2 Oerknal - In relatie tot lijn.

 

ϗ       = Onbegrensd(e).

PD    = PlanckDeeltje.

 

Een lijn of rechte is een onbegrensde aaneenschakeling van een lijnstuk in elkaars verlengde; met middelpunt.

Toelichting:

1      Vanuit het middelpunt ontstaat per Plancktijd een lijnstuk(+óf-) met Plancklengte.

2      Het aantal punten per lijnstuk is statisch ϗ.

3      Het aantal punten per lijnstuk komt overeen met de diameter van een PD.

4      Er ontstaat een dynamisch ϗ lijn dat met de lichtsnelheid groter wordt.

5      De snelheid komt overeen met de snelheid waarmee het heelal uitdijt.

 

Merk op:

o      Voor maximumaantal punten cartesisch coördinatenstelsel geldt: =ϗ^4.

 

                                                                                Getallenlijn

Getal

2(-)

1(-)

0(+én-)

1(+)

2(+)

Lijnstuk

2(-)

1(-)

1(+)

2(+)

Punt

0(+)  

1(+)ϗ  

2(+)ϗ

Punt

2(-)ϗ  

1(-)ϗ  

0(-)

 

Voor lijnstuk(+) geldt: is gekoppeld aan natuurlijk (tel)getal.

 

4.5    Getal in relatie tot punt.

 

…a   = Als waar is.

…i    = Is ook waar.

 

1a     Voor herhaald optellen van een en hetzelfde begrensd getal 1 geldt: is 0+1, 1+1, 2+1, … (is processtap 1, 2, 3 …).

2i      Voor dynamisch onbegrensd proces geldt: Procesuitkomst is een begrensd getal.

Toelichting:

o      Er is altijd een getal 1 als opvolger.

 

2a     Voor dynamisch onbegrensd proces geldt: Procesuitkomst is een begrensd getal.

3a     Voor begrensd getal*0 geldt: =0.

4i      Voor dynamisch onbegrensd getal*0 geldt: =0.  

 

4a     Voor dynamisch onbegrensd getal*0 geldt: =0.

5i      Voor statisch onbegrensd getal*0 geldt: ≠0.

 

4a     Voor dynamisch onbegrensd getal*0 geldt: =0.

6i      Voor dynamisch onbegrensd getal*0 geldt: heeft één waarde.

 

6a     Voor dynamisch onbegrensd getal*0 geldt: heeft één waarde.

7i      Voor statisch onbegrensd getal*0 geldt: heeft meerdere waarden.

 

6a     Voor dynamisch onbegrensd getal*0 geldt: heeft één waarde.

8a     Voor getal nul geldt: is gekoppeld aan punt in lijn als abstract geheel.

9i      Voor dynamisch onbegrensd getal*0 (in abstracte zin) geldt: heeft één waarde.

        

9a     Voor dynamisch onbegrensd getal*0 (in abstracte zin) geldt: heeft één waarde.

10i    Voor statisch onbegrensd getal*0 (in concrete zin) geldt: heeft één waarde.

         Toelichting:

o      Voor getal nul geldt: is gekoppeld aan punt in Planckdeeltje als concreet geheel.

 

10a   Voor statisch onbegrensd getal*0 (in concrete zin) geldt: heeft één waarde.

11a   Voor Planckdeeltje geldt: is gedeelte van subatomair deeltje.

12a   Voor subatomair deeltje geldt: is gedeelte van heelal.

13i    Voor statisch onbegrensd getal*0 (in concrete zin) binnen heelal geldt: heeft één waarde.

 

13a   Voor statisch onbegrensd getal*0 (in concrete zin) binnen heelal geldt: heeft één waarde.

14i    Voor statisch onbegrensd getal*0 (in concrete zin) buiten heelal geldt: heeft meerdere waarden.

         Toelichting:

o      Voor getal nul geldt: is gekoppeld aan punt in massief gedeelte van kubusvormig geheel buiten heelal.

 

5  Bijlagen.

 

Geen.