Inhoud.
Is
onderverdeeld:
1 Inleiding.
2 Uitgangspunt.
3 Samenvatting.
4 Onderbouwing.
5 Bijlagen.
1 Inleiding.
Afkortingen:
o SSD = Spiraalvormig Subatomair Deeltje.
o BSD = Bolvormig Subatomair Deeltje.
o SD = Subatomair Deeltje.
o PD = PlanckDeeltje.
o AD = Atomair Deeltje.
o MD = Moleculair Deeltje.
o MB = MatroesjkaBallon.
2 Uitgangspunt.
Niet van
toepassing.
3 Samenvatting.
3.1 Algemeen.
|
Object |
Massa |
Stelling |
1 |
SSD |
Nee |
3 |
2 |
BSD |
Ja |
5 |
3 |
PD |
Nee |
7 |
4 |
AD |
Ja |
9 |
5 |
Ballon uit MB |
Nee |
14 |
3.2 Conclusies.
Niet van
toepassing.
4 Onderbouwing.
1 Als waar is:
o
Voor
foton geldt: Heeft niét massa.
2 Als waar is:
o
Voor
gluon geldt: Heeft niét massa.
3 Is ook waar:
o
Voor
SSD geldt: Heeft uitsluitend niét massa.
3 Als waar is:
o
Voor
SSD geldt: Heeft uitsluitend niét massa.
4 Als waar is:
o
Voor
niét SS geldt: Delen hebben uitsluitend massa ≠ nul [SS - Kenmerken].
5 Is ook waar:
o
Voor
BSD geldt: Heeft uitsluitend wél massa.
6 Is ook waar:
o
Voor
SD geldt: Heeft zowel niét als wél massa.
6 Als waar is:
o
Voor
SD geldt: Heeft zowel niét als wél massa.
3 Als waar is:
o
Voor
SSD geldt: Heeft uitsluitend niét massa.
7 Is ook waar:
o
Voor
PD geldt: Heeft uitsluitend niét massa.
6 Als waar is:
o
Voor
SD geldt: Heeft zowel niét als wél massa.
8 Als waar is:
o
Voor
waterstofatoom geldt: Heeft wél massa.
9 Is ook waar:
o
Voor
AD geldt: Heeft uitsluitend wél massa.
9 Als waar is:
o
Voor
AD geldt: Heeft uitsluitend wél massa.
10 Als waar is:
o
Voor
MD geldt: Is een aaneenschakeling van AD.
11 Is ook waar:
o
Voor
MD geldt: Heeft uitsluitend wél massa.
11 Als waar is:
o
Voor
MD geldt: Heeft uitsluitend wél massa.
6 Als waar is:
o
Voor
SD geldt: Heeft zowel niét als wél massa.
7 Als waar is:
o
Voor
PD geldt: Heeft uitsluitend niét massa.
9 Als waar is:
o
Voor
AD geldt: Heeft uitsluitend wél massa.
12 Is ook waar:
o
Voor
al het concrete als gedeelte van heelal geldt: Heeft zowel niét als wél massa.
12 Als waar is:
o
Voor
al het concrete als gedeelte van
heelal geldt: Heeft zowel niét als
wél massa.
13 Als waar is:
o
Voor
cartesisch coördinatenstelsel geldt: Heeft niét massa.
14 Als waar is:
o
Voor
al het abstracte als gedeelte van
heelal geldt: Heeft uitsluitend niét
massa.
5 Bijlagen.
o Geen.