Inhoud.

                                                                 

Is onderverdeeld:

1      Inleiding.

2      Uitgangspunt.

3      Samenvatting.

4      Onderbouwing.

5      Bijlagen.

 

1  Inleiding.

 

Niét van toepassing.

 

2  Uitgangspunt.

    

Muon is uitsluitend wél afzonderlijk waarneembaar [3].

Quark is uitsluitend niét afzonderlijk waarneembaar [5].

Foton is uitsluitend wél afzonderlijk waarneembaar [6].

 

3  Samenvatting.

 

3.1    Algemeen.

 

Niét van toepassing.

 

3.2    Conclusies.

 

Wél elektron (wél lepton) is uitsluitend wél afzonderlijk waarneembaar [1].

Niét elektron (wél lepton) is uitsluitend wél afzonderlijk waarneembaar [8].

 

Voor domein ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Lepton is uitsluitend wél afzonderlijk waarneembaar [9].

Voor domein OM (gezien vanuit domein OM) geldt: Lepton is uitsluitend wél afzonderlijk waarneembaar [10].

 

Lepton is wél afzonderlijk waarneembaar [11].

 

4  Onderbouwing.

 

1   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Gemeten vorm van het elektron zadelt supersymmetrie met een probleem op [Yale University].

2      Is ook waar:

o    Wél elektron (wél lepton) is uitsluitend wél afzonderlijk waarneembaar.

3      Conclusie:

o    Wél elektron (wél lepton) is uitsluitend wél afzonderlijk waarneembaar.

2   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Wél elektron (wél lepton) is uitsluitend wél afzonderlijk waarneembaar [1].

2      Is ook waar:

o    Niét elektron (wél lepton) is uitsluitend wél afzonderlijk waarneembaar.

Of.

o    Niét elektron (wél lepton) is uitsluitend niét afzonderlijk waarneembaar.

Of.

o    Niét elektron (wél lepton) is zowel wél afzonderlijk als niét afzonderlijk waarneembaar.

3      Conclusie:

o    Er is keuze.

Stel: Niét elektron (wél lepton) is uitsluitend niét afzonderlijk waarneembaar.

 

3   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Niét elektron (wél lepton) is uitsluitend niét afzonderlijk waarneembaar.

o    Muon is uitsluitend wél afzonderlijk waarneembaar.

2      Is ook waar:

o    Proposities zijn strijdig met elkaar.

3      Conclusie:

o    Stelling: ‘Niét elektron (wél lepton) is uitsluitend niét afzonderlijk waarneembaar’, is onwaar.

Stel: Niét elektron (wél lepton) is zowel wél afzonderlijk als niét afzonderlijk waarneembaar.

 

4   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Niét elektron (wél lepton) is zowel wél afzonderlijk als niét afzonderlijk waarneembaar.

2      Is ook waar:

o    Niét elektron (niét lepton) is uitsluitend wél afzonderlijk waarneembaar.

Of.

o    Niét elektron (niét lepton) is uitsluitend niét afzonderlijk waarneembaar.

3      Conclusie:

o    Er is keuze.

Stel: Niét elektron (niét lepton) is uitsluitend wél afzonderlijk waarneembaar.

 

5   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Niét elektron (niét lepton) is uitsluitend wél afzonderlijk waarneembaar.

o    Quark is uitsluitend niét afzonderlijk waarneembaar.

2      Is ook waar:

o    Proposities zijn strijdig met elkaar.

3      Conclusie:

o    Stelling: ‘Niét elektron (niét lepton) is uitsluitend wél afzonderlijk waarneembaar’, is onwaar.

Stel: Niét elektron (niét lepton) is uitsluitend niét afzonderlijk waarneembaar.

 

6   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Niét elektron (niét lepton) is uitsluitend niét afzonderlijk waarneembaar.

o    Foton is uitsluitend wél afzonderlijk waarneembaar.

2      Is ook waar:

o    Proposities zijn strijdig met elkaar.

3      Conclusie:

o    Stelling: ‘Niét elektron (niét lepton) is uitsluitend niét afzonderlijk waarneembaar’, is onwaar.

7   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Stelling: ‘Niét elektron (niét lepton) is uitsluitend niét afzonderlijk waarneembaar’, is onwaar [6].

o    Stelling: ‘Niét elektron (niét lepton) is uitsluitend wél afzonderlijk waarneembaar’, is onwaar [5].

2      Is ook waar:

o    Stelling: ‘Niét elektron (wél lepton) is zowel wél afzonderlijk als niét afzonderlijk waarneembaar’, is onwaar.

3      Conclusie:

o    Stelling: ‘Niét elektron (wél lepton) is zowel wél afzonderlijk als niét afzonderlijk waarneembaar’, is onwaar.

8   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Stelling: ‘Niét elektron (wél lepton) is zowel wél afzonderlijk als niét afzonderlijk waarneembaar’, is onwaar [7].

o    Stelling: ‘Niét elektron (wél lepton) is uitsluitend niét afzonderlijk waarneembaar’, is onwaar [3].

2      Is ook waar:

o    Stelling: ‘Niét elektron (wél lepton) is uitsluitend wél afzonderlijk waarneembaar’, is waar.

3      Conclusie:

o    Niét elektron (wél lepton) is uitsluitend wél afzonderlijk waarneembaar.

9   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Niét elektron (wél lepton) is uitsluitend wél afzonderlijk waarneembaar [8].

o    Wél elektron (wél lepton) is uitsluitend wél afzonderlijk waarneembaar [1].

2      Is ook waar:

o    Voor domein ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Lepton is uitsluitend wél afzonderlijk waarneembaar.

3      Conclusie:

o    Voor domein ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Lepton is uitsluitend wél afzonderlijk waarneembaar.

10 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor domein ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Lepton is uitsluitend wél afzonderlijk waarneembaar [9].

2      Is ook waar:

o    Voor domein OM (gezien vanuit domein OM) geldt: Lepton is uitsluitend wél afzonderlijk waarneembaar.

3      Conclusie:

o    Voor domein OM (gezien vanuit domein OM) geldt: Lepton is uitsluitend wél afzonderlijk waarneembaar.

11 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor domein OM (gezien vanuit domein OM) geldt: Lepton is uitsluitend wél afzonderlijk waarneembaar [10].

o    Voor domein ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Lepton is uitsluitend wél afzonderlijk waarneembaar [9].

2      Is ook waar:

o    Lepton is wél afzonderlijk waarneembaar.

3      Conclusie:

o    Lepton is wél afzonderlijk waarneembaar.

5  Bijlagen.

 

o    Afkortingen en symbolen.