Inhoud.
Is
onderverdeeld:
1 Inleiding.
2 Uitgangspunt.
3 Samenvatting.
4 Onderbouwing.
5 Bijlagen.
1 Inleiding.
Niét van
toepassing.
2 Uitgangspunt.
Elektron heeft
uitsluitend wél elementair heeltallige lading met polariteit (-) [1].
Muon heeft
uitsluitend niét elementair heeltallige lading met polariteit (-) [3].
Quark heeft
uitsluitend gebrokentallige lading [9].
Elektron-neutrino
heeft uitsluitend lading 0(+én-) [16].
Lading 1(+óf-)
is zowel = e(+óf-) als ≠ e(+óf-) [16].
3 Samenvatting.
3.1 Algemeen.
Niét van
toepassing.
3.2 Conclusies.
Positron heeft uitsluitend
wél elementair heeltallige lading met polariteit (+) [1].
Positron,
elektron heeft uitsluitend wél elementair heeltallige lading met polariteit
(+óf-) [2].
Antimuon heeft
uitsluitend niét elementair heeltallige lading met polariteit (+) [3].
Antimuon, muon
heeft uitsluitend niét elementair heeltallige lading met polariteit (+óf-) [4].
Wél positron,
elektron (wél lepton) heeft uitsluitend heeltallige lading uitsluitend =
e(+óf-) [5].
Niét positron,
elektron (wél lepton) heeft uitsluitend heeltallige lading ≠ e(+óf-) [12].
Voor domein ZM
(gezien vanuit domein ZM) geldt: Lepton heeft zowel heeltallige lading =
e(+óf-) als ≠ e(+óf-) [13].
Voor domein OM
(gezien vanuit domein OM) geldt: Lepton heeft zowel heeltallige lading =
e(+óf-) als ≠ e(+óf-) [14].
Lepton heeft
zowel heeltallige lading = e(+óf-) als ≠ e(+óf-) [15].
Lepton heeft
zowel heeltallige lading 0(+én-) als 1(+óf-) [16].
Lepton heeft
heeltallige lading [17].
Lepton heeft
zowel LP(+én-) als (+óf-) [18].
Lepton heeft
zowel niét als wél elementaire lading [19].
4 Onderbouwing.
1 Zie conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Elektron heeft uitsluitend wél elementair
heeltallige lading met polariteit (-).
2
Is
ook waar:
o
Positron heeft uitsluitend wél elementair heeltallige
lading met polariteit (+).
3 Conclusie:
o
Positron
heeft uitsluitend wél elementair heeltallige lading met polariteit (+).
2 Zie conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Positron
heeft uitsluitend wél elementair heeltallige lading met polariteit (+) [1].
o
Elektron
heeft uitsluitend wél elementair heeltallige lading met polariteit (-) [1 (Als
waar is:)].
2
Is
ook waar:
o
Positron,
elektron heeft uitsluitend wél elementair heeltallige lading met polariteit
(+óf-).
3 Conclusie:
o
Positron,
elektron heeft uitsluitend wél elementair heeltallige lading met polariteit
(+óf-).
3 Zie conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Muon heeft uitsluitend niét elementair heeltallige lading met polariteit (-).
2
Is
ook waar:
o
Antimuon heeft uitsluitend niét elementair heeltallige
lading met polariteit (+).
3 Conclusie:
o
Antimuon
heeft uitsluitend niét elementair heeltallige lading met polariteit (+).
4 Zie conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Antimuon
heeft uitsluitend niét elementair heeltallige lading met polariteit (+) [3].
o
Muon
heeft uitsluitend niét elementair heeltallige lading met polariteit (-) [3 (Als
waar is:)].
2
Is
ook waar:
o
Antimuon,
muon heeft uitsluitend niét elementair heeltallige lading met polariteit (+óf-).
3 Conclusie:
o
Antimuon,
muon heeft uitsluitend niét elementair heeltallige lading met polariteit (+óf-).
5 Zie conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Positron,
elektron heeft uitsluitend wél elementair heeltallige lading met polariteit
(+óf-) [2].
2
Is
ook waar:
o
Wél
positron, elektron (wél lepton) heeft uitsluitend heeltallige lading
uitsluitend = e(+óf-).
3 Conclusie:
o
Wél
positron, elektron (wél lepton) heeft uitsluitend heeltallige lading
uitsluitend = e(+óf-).
6 Zie conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Wél
positron, elektron (wél lepton) heeft uitsluitend heeltallige lading
uitsluitend = e(+óf-) [5].
2
Is
ook waar:
o
Niét
positron, elektron (wél lepton) heeft uitsluitend heeltallige lading = e(+óf-).
Of.
o
Niét
positron, elektron (wél lepton) heeft uitsluitend heeltallige lading ≠ e(+óf-).
Of.
o
Niét
positron, elektron (wél lepton) heeft zowel heeltallige lading = e(+óf-) als ≠
e(+óf-).
3 Conclusie:
o
Er
is keuze.
Stel:
Niét positron, elektron (wél lepton) heeft uitsluitend heeltallige lading =
e(+óf-).
7 Zie conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Niét
positron, elektron (wél lepton) heeft uitsluitend heeltallige lading = e(+óf-)
[5].
o
Antimuon,
muon heeft uitsluitend niét elementair heeltallige lading met polariteit (+óf-)
[4].
2
Is
ook waar:
o
Proposities
zijn strijdig met elkaar.
3 Conclusie:
o
Stelling:
‘Niét positron, elektron (wél lepton) heeft uitsluitend heeltallige lading =
e(+óf-)’, is onwaar.
Stel:
Niét positron, elektron (wél lepton) heeft zowel heeltallige lading = e(+óf-)
als ≠ e(+óf-).
8 Zie conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Niét
positron, elektron (wél lepton) heeft zowel heeltallige lading = e(+óf-) als ≠
e(+óf-).
2
Is
ook waar:
o
Niét
positron, elektron (niét lepton) heeft uitsluitend heeltallige lading = e(+óf-).
Of.
o
Niét
positron, elektron (niét lepton) heeft uitsluitend heeltallige lading ≠ e(+óf-).
3 Conclusie:
o
Er
is keuze.
Stel: Niét positron,
elektron (niét lepton) heeft uitsluitend heeltallige lading = e(+óf-).
9 Zie conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Niét
positron, elektron (niét lepton) heeft uitsluitend heeltallige lading = e(+óf-).
o
Quark
heeft uitsluitend gebrokentallige lading.
2
Is
ook waar:
o
Proposities
zijn strijdig met elkaar.
3 Conclusie:
o
Stelling:
‘Niét positron, elektron (niét lepton) heeft uitsluitend heeltallige lading =
e(+óf-)’, is onwaar.
Stel: Niét positron,
elektron (niét lepton) heeft uitsluitend heeltallige lading ≠ e(+óf-).
10 Zie conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Niét
positron, elektron (niét lepton) heeft uitsluitend heeltallige lading ≠ e(+óf-).
o
Quark
heeft uitsluitend gebrokentallige lading [9 (Als waar is:)].
2
Is
ook waar:
o
Proposities
zijn strijdig met elkaar.
3 Conclusie:
o
Stelling:
‘Niét positron, elektron (niét lepton) heeft uitsluitend heeltallige lading ≠
e(+óf-)’, is onwaar.
11 Zie conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Stelling:
‘Niét positron, elektron (niét lepton) heeft uitsluitend heeltallige lading ≠
e(+óf-)’, is onwaar [10].
o
Stelling:
‘Niét positron, elektron (niét lepton) heeft uitsluitend heeltallige lading =
e(+óf-)’, is onwaar [9].
2
Is
ook waar:
o
Stelling:
‘Niét positron, elektron (wél lepton) heeft zowel heeltallige lading = e(+óf-)
als ≠ e(+óf-)’, is onwaar.
3 Conclusie:
o
Stelling:
‘Niét positron, elektron (wél lepton) heeft zowel heeltallige lading = e(+óf-)
als ≠ e(+óf-)’, is onwaar.
12 Zie conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Stelling:
‘Niét positron, elektron (wél lepton) heeft zowel
heeltallige lading = e(+óf-) als ≠ e(+óf-)’, is onwaar [11].
o
Stelling:
‘Niét positron, elektron (wél lepton) heeft uitsluitend heeltallige lading =
e(+óf-)’, is onwaar [7].
2
Is
ook waar:
o
Stelling:
‘Niét positron, elektron (wél lepton) heeft uitsluitend
heeltallige lading ≠ e(+óf-)’, is waar.
3 Conclusie:
o
Niét
positron, elektron (wél lepton) heeft uitsluitend heeltallige lading ≠ e(+óf-).
13 Zie conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Niét
positron, elektron (wél lepton) heeft uitsluitend heeltallige lading ≠ e(+óf-)
[12].
o
Wél
positron, elektron (wél lepton) heeft uitsluitend heeltallige lading
uitsluitend = e(+óf-) [5].
2
Is
ook waar:
o
Voor
domein ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Lepton heeft zowel heeltallige
lading = e(+óf-) als ≠ e(+óf-).
3 Conclusie:
o
Voor
domein ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Lepton heeft zowel heeltallige
lading = e(+óf-) als ≠ e(+óf-).
14 Zie conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Voor
domein ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Lepton heeft zowel
heeltallige lading = e(+óf-) als ≠ e(+óf-) [13].
2
Is
ook waar:
o
Voor
domein OM (gezien vanuit
domein OM) geldt: Lepton heeft
zowel heeltallige lading = e(+óf-) als ≠ e(+óf-).
3 Conclusie:
o
Voor
domein OM (gezien vanuit domein OM) geldt: Lepton heeft zowel heeltallige
lading = e(+óf-) als ≠ e(+óf-).
15 Zie conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Voor
domein OM (gezien vanuit domein OM) geldt: Lepton heeft zowel heeltallige
lading = e(+óf-) als ≠ e(+óf-) [14].
o
Voor
domein ZM (gezien vanuit domein ZM) geldt: Lepton heeft zowel heeltallige
lading = e(+óf-) als ≠ e(+óf-) [13].
2
Is
ook waar:
o
Lepton
heeft zowel heeltallige lading = e(+óf-) als ≠ e(+óf-).
3 Conclusie:
o
Lepton
heeft zowel heeltallige lading = e(+óf-) als ≠ e(+óf-).
16 Zie conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Lepton
heeft zowel heeltallige lading = e(+óf-) als ≠ e(+óf-) [15].
o
Lading
1(+óf-) is zowel = e(+óf-) als ≠ e(+óf-).
o
Elektron-neutrino
heeft uitsluitend lading 0(+én-).
o
Heeltallige
lading is zowel lading 0(+én-) als 1(+óf-).
2
Is
ook waar:
o
Lepton
heeft zowel heeltallige lading 0(+én-) als 1(+óf-).
3 Conclusie:
o
Lepton
heeft zowel heeltallige lading 0(+én-) als 1(+óf-).
17 Zie conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Lepton
heeft zowel heeltallige lading 0(+én-) als 1(+óf-) [16].
2
Is
ook waar:
o
Lepton
heeft heeltallige lading.
3 Conclusie:
o
Lepton
heeft heeltallige lading.
18 Zie conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Lepton
heeft zowel heeltallige lading 0(+én-) als 1(+óf-) [16].
2
Is
ook waar:
o
Lepton
heeft zowel LP(+én-) als (+óf-).
3 Conclusie:
o
Lepton
heeft zowel LP(+én-) als (+óf-).
19 Zie conclusie.
Is onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Lepton
heeft zowel heeltallige lading = e(+óf-) als ≠ e(+óf-) [15].
2
Is
ook waar:
o
Lepton
heeft zowel niét als wél elementaire lading.
3 Conclusie:
o
Lepton
heeft zowel niét als wél elementaire lading.
5 Bijlagen.
o Afkortingen en symbolen.