Inhoud.

                                                                 

Is onderverdeeld:

1      Inleiding.

2      Uitgangspunt.

3      Samenvatting.

4      Onderbouwing.

5      Bijlagen.

 

1  Inleiding.

 

Niet van toepassing.

 

2  Uitgangspunt.

    

Fermion is de basis van materie [1].

Zichtbare en onzichtbare (donkere) materie komt in het heelal voor [1].

Fermion heeft in het zichtbare domein spin = plus halftallig [1].

Elektron als deel van zichtbare materie heeft lading(-) [3].

AD als deel van zichtbare materie bestaat uit één of meerdere elektronen rondom één of meerdere protonen en neutronen [3].

AD vereist uitwendig één soort lading niét neutraal [5].

Samenvoegen van + en - leidt tot lading wél neutraal [38].

Leeg driedimensionale ruimte kan onmogelijk lading niét neutraal als resultante hebben [36].

 

3  Samenvatting.

 

3.1    Algemeen.

 

Absoluut lege ruimte is elektrisch neutraal; het is de resultante van absoluut lege ruimte met lading - en +.

 

3.2    Conclusies.

 

Fermion met spin = plus halftallig is de basis van zichtbare materie [1].

Fermion met spin = min halftallig is de basis van onzichtbare materie [2].

 

Zichtbaar AD heeft uitwendig uitsluitend lading(-) [3].

Onzichtbaar AD heeft uitwendig uitsluitend lading(+) [6].

 

AD heeft uitwendig uitsluitend lading(+óf-) [7].

AD heeft inwendig zowel lading(+én-) als (+óf-) [10].

 

Voor uitwendig AD geldt: Lading(+óf-) is ruimtelijk gescheiden binnen meerdere materiële domeinen [11].

Voor uitwendig SD geldt: Lading(+óf-) is ruimtelijk gescheiden binnen één materieel domein [12].

 

SD heeft inwendig uitsluitend lading(+én-) [15].

SD heeft uitwendig uitsluitend lading(+óf-) [18].

 

SD heeft, zowel in het zichtbare en onzichtbare domein, uitwendig uitsluitend lading(+óf-) [19].

SD heeft, zowel in het zichtbare en onzichtbare domein, inwendig uitsluitend lading(+én-) [22].

 

Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ H heeft zowel lading(+én-) als (+óf-) [23].

Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ M heeft uitsluitend lading(+én-) [26].

 

Gsr ~ md=3D ~ gßx ~ H heeft uitsluitend lading(+én-) [27].

 

Gsr ~ md=3D heeft zowel lading(+én-) als (+óf-) [28].

Gsr ~ md≠3D heeft uitsluitend lading(+óf-) [31].

 

Voor gsr ~ md met lading(+óf-) geldt: + en - is ruimtelijk gescheiden [32].

Voor gsr ~ md met lading(+én-) geldt: + en - is ruimtelijk samengevoegd [33].

 

Voor gsr ~ md geldt: + en - is zowel ruimtelijk gescheiden als samengevoegd [34].

Voor lsr ~ md geldt: + en - is uitsluitend ruimtelijk samengevoegd [37].

 

Lsr ~ md heeft uitsluitend lading wél neutraal [38].

 

Lsr ~ md heeft uitsluitend lading(+én-) [39].

 

Lsr ~ zd=3D heeft uitsluitend lading(+én-) [42].

Gsr ~ zd=3D heeft zowel lading(+én-) als (+óf-) [44].

 

4  Onderbouwing.

 

1   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Fermion is de basis van materie.

o    Zichtbare en onzichtbare (donkere) materie komt in het heelal voor.

o    Fermion heeft in het zichtbare domein spin = plus halftallig.

2      Is ook waar:

o    Fermion met spin = plus halftallig is de basis van zichtbare materie.

3      Conclusie:

o    Fermion met spin = plus halftallig is de basis van zichtbare materie.

2   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Fermion met spin = plus halftallig is de basis van zichtbare materie [1].

2      Is ook waar:

o    Fermion met spin = min halftallig is de basis van onzichtbare materie.

3      Conclusie:

o    Fermion met spin = min halftallig is de basis van onzichtbare materie.

3   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    AD als deel van zichtbare materie bestaat uit één of meerdere elektronen rondom één of meerdere protonen en neutronen.

o    Elektron als deel van zichtbare materie heeft lading(-).

2      Is ook waar:

o    Zichtbaar AD heeft uitwendig uitsluitend lading(-).

3      Conclusie:

o    Zichtbaar AD heeft uitwendig uitsluitend lading(-).

4   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Zichtbaar AD heeft uitwendig uitsluitend lading(-) [3].

2      Is ook waar:

o    Onzichtbaar AD heeft uitwendig uitsluitend lading(+).

Of.

o    Onzichtbaar AD heeft uitwendig zowel lading(+) als (-).

3      Conclusie:

o    Er is keuze.

Stel: Onzichtbaar AD heeft uitwendig zowel lading(+) als (-).

 

5   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Onzichtbaar AD heeft uitwendig zowel lading(+) als (-).

o    AD vereist uitwendig één soort lading niét neutraal.

2      Is ook waar:

o    Proposities zijn strijdig met elkaar.

3      Conclusie:

o    Stelling: ‘Onzichtbaar AD heeft uitwendig zowel lading(+) als (-)’, is onwaar.

6   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Stelling: ‘Onzichtbaar AD heeft uitwendig zowel lading(+) als (-)’, is onwaar [5].

2      Is ook waar:

o    Stelling: ‘Onzichtbaar AD heeft uitwendig uitsluitend lading(+)’, is waar.

3      Conclusie:

o    Onzichtbaar AD heeft uitwendig uitsluitend lading(+).

7   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Onzichtbaar AD heeft uitwendig uitsluitend lading(+) [6].

o    Zichtbaar AD heeft uitwendig uitsluitend lading(-) [3].

o    AD is bolvormig.

2      Is ook waar:

o    BAD heeft uitwendig zowel lading(+) als (-).

3      Conclusie:

o    BAD heeft uitwendig zowel lading(+) als (-).

8   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    AD heeft uitwendig uitsluitend lading(+óf-) [7].

2      Is ook waar:

o    AD heeft inwendig uitsluitend lading(+én-).

Of.

o    AD heeft inwendig zowel lading(+én-) als (+óf-).c

3      Conclusie:

o    Er is keuze.

Stel: AD heeft inwendig uitsluitend lading(+én-).

 

9   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    AD heeft inwendig uitsluitend lading(+én-).

o    AD als deel van zichtbare materie bestaat uit één of meerdere elektronen rondom één of meerdere protonen en neutronen [3 (Als waar is:)].

2      Is ook waar:

o    Proposities zijn strijdig met elkaar.

3      Conclusie:

o    Stelling: ‘AD heeft inwendig uitsluitend lading(+én-)’, is onwaar.

10 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Stelling: ‘AD heeft inwendig uitsluitend lading(+én-)’, is onwaar [9].

2      Is ook waar:

o    Stelling: ‘AD heeft inwendig zowel lading(+én-) als (+óf-)’, is waar.

3      Conclusie:

o    AD heeft inwendig zowel lading(+én-) als (+óf-).

11 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Onzichtbaar AD heeft uitwendig uitsluitend lading(+) [6].

o    Zichtbaar AD heeft uitwendig uitsluitend lading(-) [3].

2      Is ook waar:

o    Voor uitwendig AD geldt: Lading(+óf-) is ruimtelijk gescheiden binnen meerdere materiële domeinen.

3      Conclusie:

o    Voor uitwendig AD geldt: Lading(+óf-) is ruimtelijk gescheiden binnen meerdere materiële domeinen.

12 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor uitwendig AD geldt: Lading(+óf-) is ruimtelijk gescheiden binnen meerdere materiële domeinen [11].

2      Is ook waar:

o    Voor uitwendig SD geldt: Lading(+óf-) is ruimtelijk gescheiden binnen één materieel domein.

3      Conclusie:

o    Voor uitwendig SD geldt: Lading(+óf-) is ruimtelijk gescheiden binnen één materieel domein.

13 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    AD heeft inwendig zowel lading(+én-) als (+óf-) [10].

2      Is ook waar:

o    SD heeft inwendig uitsluitend lading(+én-).

Of.

o    SD heeft inwendig uitsluitend lading(+óf-).

3      Conclusie:

o    Er is keuze.

Stel: SD heeft inwendig uitsluitend lading(+óf-).

 

14 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    SD heeft inwendig uitsluitend lading(+óf-).

o    In DG-H geldt: Lichaam omsluit uitsluitend geest [Geest vs. Lichaam].

o    Geest is, in fundamentele zin, uitsluitend wél elektrisch neutraal [Geest vs. Lichaam].

2      Is ook waar:

o    Proposities zijn strijdig met elkaar.

3      Conclusie:

o    Stelling: ‘SD heeft inwendig uitsluitend lading(+óf-)’, is onwaar.

15 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Stelling: ‘SD heeft inwendig uitsluitend lading(+óf-)’, is onwaar [14].

2      Is ook waar:

o    Stelling: ‘SD heeft inwendig uitsluitend lading(+én-)’, is waar.

3      Conclusie:

o    SD heeft inwendig uitsluitend lading(+én-).

16 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    SD heeft inwendig uitsluitend lading(+én-) [15].

2      Is ook waar:

o    SD heeft uitwendig uitsluitend lading(+óf-).

Of.

o    SD heeft uitwendig zowel lading(+én-) als (+óf-).

3      Conclusie:

o    Er is keuze.

Stel: SD heeft uitwendig zowel lading(+én-) als (+óf-).

 

17 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    SD heeft uitwendig zowel lading(+én-) als (+óf-).

o    In DG-H geldt: Lichaam omsluit uitsluitend geest [14 (Als waar is:)].

o    Lichaam is, in fundamentele zin, uitsluitend niét elektrisch neutraal [Geest vs. Lichaam].

2      Is ook waar:

o    Proposities zijn strijdig met elkaar.

3      Conclusie:

o    Stelling: ‘SD heeft uitwendig zowel lading(+én-) als (+óf-)’, is onwaar.

18 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Stelling: ‘SD heeft uitwendig zowel lading(+én-) als (+óf-)’, is onwaar [17].

2      Is ook waar:

o    Stelling: ‘SD heeft uitwendig uitsluitend lading(+óf-)’, is waar.

3      Conclusie:

o    SD heeft uitwendig uitsluitend lading(+óf-).

19 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    SD heeft uitwendig uitsluitend lading(+óf-) [18].

o    Voor uitwendig SD geldt: Lading(+óf-) is ruimtelijk gescheiden binnen één materieel domein [12].

2      Is ook waar:

o    SD heeft, zowel in het zichtbare en onzichtbare domein, uitwendig uitsluitend lading(+óf-).

3      Conclusie:

o    SD heeft, zowel in het zichtbare en onzichtbare domein, uitwendig uitsluitend lading(+óf-).

20 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    SD heeft, zowel in het zichtbare en onzichtbare domein, uitwendig uitsluitend lading(+óf-) [19].

2      Is ook waar:

o    SD heeft, zowel in het zichtbare en onzichtbare domein, inwendig uitsluitend lading(+én-).

Of.

o    SD heeft, zowel in het zichtbare en onzichtbare domein, inwendig zowel lading(+óf-) als (+én-).

3      Conclusie:

o    Er is keuze.

Stel: SD heeft, zowel in het zichtbare en onzichtbare domein, inwendig zowel lading(+óf-) als (+én-).

 

21 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    SD heeft, zowel in het zichtbare en onzichtbare domein, inwendig zowel lading(+óf-) als (+én-).

o    SD heeft inwendig uitsluitend lading(+én-) [15].

2      Is ook waar:

o    Proposities zijn strijdig met elkaar.

3      Conclusie:

o    Stelling: ‘SD heeft, zowel in het zichtbare en onzichtbare domein, inwendig zowel lading(+óf-) als (+én-)’, is onwaar.

22 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Stelling: ‘SD heeft, zowel in het zichtbare en onzichtbare domein, inwendig zowel lading(+óf-) als (+én-)’, is onwaar [21].

2      Is ook waar:

o    Stelling: ‘SD heeft, zowel in het zichtbare en onzichtbare domein, inwendig uitsluitend lading(+én-)’, is waar.

3      Conclusie:

o    SD heeft, zowel in het zichtbare en onzichtbare domein, inwendig uitsluitend lading(+én-).

23 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    SD heeft uitwendig uitsluitend lading(+óf-) [18].

o    SD heeft inwendig uitsluitend lading(+én-) [15].

o    Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ H(+óf-) ~ e of ß*s is het uitwendige deel van SD [Ontstaan gsr ~ md=3D ~ kßx ~ H].

o    Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ H(+én-) ~ e is het inwendige deel van SD [Ontstaan gsr ~ md=3D ~ kßx ~ H].

2      Is ook waar:

o    Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ H heeft zowel lading(+én-) als (+óf-).

3      Conclusie:

o    Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ H heeft zowel lading(+én-) als (+óf-).

24 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ H heeft zowel lading(+én-) als (+óf-) [23].

2      Is ook waar:

o    Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ M heeft uitsluitend lading(+én-).

Of.

o    Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ M heeft uitsluitend lading(+óf-).

3      Conclusie:

o    Er is keuze.

Stel: Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ M heeft uitsluitend lading(+óf-).

 

25 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ M heeft uitsluitend lading(+óf-).

o    DG-M is uitsluitend geest [Geest vs. Lichaam].

2      Is ook waar:

o    Proposities zijn strijdig met elkaar.

3      Conclusie:

o    Stelling: ‘Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ M heeft uitsluitend lading(+óf-)’, is onwaar.

26 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Stelling: ‘Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ M heeft uitsluitend lading(+óf-)’, is onwaar [25].

2      Is ook waar:

o    Stelling: ‘Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ M heeft uitsluitend lading(+én-)’, is waar.

3      Conclusie:

o    Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ M heeft uitsluitend lading(+én-).

27 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ M heeft uitsluitend lading(+én-) [26].

2      Is ook waar:

o    Gsr ~ md=3D ~ gßx ~ H heeft uitsluitend lading(+én-).

3      Conclusie:

o    Gsr ~ md=3D ~ gßx ~ H heeft uitsluitend lading(+én-).

28 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Gsr ~ md=3D ~ gßx ~ H heeft uitsluitend lading(+én-) [27].

o    Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ M heeft uitsluitend lading(+én-) [26].

o    Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ H heeft zowel lading(+én-) als (+óf-) [23].

o    Er is niét een ander gsr ~ md=3D dan gsr ~ md=3D ~ gßx ~ H, gsr ~ md=3D ~ kßx ~ M en gsr ~ md=3D ~ kßx ~ H [Soorten ruimte].

2      Is ook waar:

o    Gsr ~ md=3D heeft zowel lading(+én-) als (+óf-).

3      Conclusie:

o    Gsr ~ md=3D heeft zowel lading(+én-) als (+óf-).

29 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Gsr ~ md=3D heeft zowel lading(+én-) als (+óf-) [28].

2      Is ook waar:

o    Gsr ~ md≠3D heeft uitsluitend lading(+én-).

Of.

o    Gsr ~ md≠3D heeft uitsluitend lading(+óf-).

3      Conclusie:

o    Er is keuze.

Stel: Gsr ~ md≠3D heeft uitsluitend lading(+én-).

 

30 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Gsr ~ md≠3D heeft uitsluitend lading(+én-).

o    Getallenlijn-gsr is een dynamisch ϗ aaneenschakeling, in elkaars verlengde, van gsr ~ md≠3D ~  kßx ~ H(+óf-) ~ e [Getallenlijn-gsr vs. -lsr].

Ø  Het dynamisch ϗ is het resultaat van herhaald (ϗ) optellen van gelijke ß delen tot één ϗ geheel.

Er is wél sprake van een proces.

2      Is ook waar:

o    Proposities zijn strijdig met elkaar.

3      Conclusie:

o    Stelling: ‘Gsr ~ md≠3D heeft uitsluitend lading(+én-)’, is onwaar.

31 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Stelling: ‘Gsr ~ md≠3D heeft uitsluitend lading(+én-)’, is onwaar [30].

2      Is ook waar:

o    Stelling: ‘Gsr ~ md≠3D heeft uitsluitend lading(+óf-)’, is waar.

3      Conclusie:

o    Gsr ~ md≠3D heeft uitsluitend lading(+óf-).

32 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Gsr ~ md≠3D heeft uitsluitend lading(+óf-) [31].

o    Gsr ~ md=3D heeft zowel lading(+én-) als (+óf-) [28].

o    Getallenlijn-gsr is een dynamisch ϗ aaneenschakeling, in elkaars verlengde, van gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+óf-) ~ e [30 (Als waar is:)].

Ø  Het dynamisch ϗ is het resultaat van herhaald (ϗ) optellen van gelijke ß delen tot één ϗ geheel.

Er is wél sprake van een proces.

2      Is ook waar:

o    Voor gsr ~ md met lading(+óf-) geldt: + en - is ruimtelijk gescheiden.

3      Conclusie:

o    Voor gsr ~ md met lading(+óf-) geldt: + en - is ruimtelijk gescheiden.

33 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor gsr ~ md met lading(+óf-) geldt: + en - is ruimtelijk gescheiden [32].

2      Is ook waar:

o    Voor gsr ~ md met lading(+én-) geldt: + en - is ruimtelijk samengevoegd.

3      Conclusie:

o    Voor gsr ~ md met lading(+én-) geldt: + en - is ruimtelijk samengevoegd.

34 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor gsr ~ md met lading(+én-) geldt: + en - is ruimtelijk samengevoegd [33].

o    Voor gsr ~ md met lading(+óf-) geldt: + en - is ruimtelijk gescheiden [32].

2      Is ook waar:

o    Voor gsr ~ md geldt: + en - is zowel ruimtelijk gescheiden als samengevoegd.

3      Conclusie:

o    Voor gsr ~ md geldt: + en - is zowel ruimtelijk gescheiden als samengevoegd.

35 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor gsr ~ md geldt: + en - is zowel ruimtelijk gescheiden als samengevoegd [34].

2      Is ook waar:

o    Voor lsr ~ md geldt: + en - is uitsluitend ruimtelijk gescheiden.

Of.

o    Voor lsr ~ md geldt: + en - is uitsluitend ruimtelijk samengevoegd.

3      Conclusie:

o    Er is keuze.

Stel: Voor lsr ~ md geldt: + en - is uitsluitend ruimtelijk gescheiden.

 

36 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor lsr ~ md geldt: + en - is uitsluitend ruimtelijk gescheiden.

o    Leeg driedimensionale ruimte kan onmogelijk lading niét neutraal als resultante hebben.

2      Is ook waar:

o    Proposities zijn strijdig met elkaar.

3      Conclusie:

o    Stelling: ‘Voor lsr ~ md geldt: + en - is uitsluitend ruimtelijk gescheiden’, is onwaar.

37 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Stelling: ‘Voor lsr ~ md geldt: + en - is uitsluitend ruimtelijk gescheiden’, is onwaar [36].

2       Is ook waar:

o    Stelling: ‘Voor lsr ~ md geldt: + en - is uitsluitend ruimtelijk samengevoegd’, is waar.

3      Conclusie:

o    Voor lsr ~ md geldt: + en - is uitsluitend ruimtelijk samengevoegd.

38 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor lsr ~ md geldt: + en - is uitsluitend ruimtelijk samengevoegd [37].

o    Samenvoegen van + en - leidt tot lading wél neutraal.

2      Is ook waar:

o    Lsr ~ md heeft uitsluitend lading wél neutraal.

3      Conclusie:

o    Lsr ~ md heeft uitsluitend lading wél neutraal.

39 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Lsr ~ md heeft uitsluitend lading wél neutraal [38].

2      Is ook waar:

o    Lsr ~ md heeft uitsluitend lading(+én-).

3      Conclusie:

o    Lsr ~ md heeft uitsluitend lading(+én-).

40 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Gsr ~ md=3D heeft zowel lading(+én-) als (+óf-) [28].

2      Is ook waar:

o    Lsr ~ zd=3D heeft uitsluitend lading(+én-).

Of.

o    Lsr ~ zd=3D heeft uitsluitend lading(+óf-).

3      Conclusie:

o    Er is keuze.

Stel: Lsr ~ zd=3D heeft uitsluitend lading(+óf-).

 

41 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Lsr ~ zd=3D heeft uitsluitend lading(+óf-).

o    Lsr ~ md heeft uitsluitend lading(+én-) [39].

2      Is ook waar:

o    Proposities zijn strijdig met elkaar.

3      Conclusie:

o    Stelling: ‘Lsr ~ zd=3D heeft uitsluitend lading(+óf-)’, is onwaar.

42 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Stelling: ‘Lsr ~ zd=3D heeft uitsluitend lading(+óf-)’, is onwaar [41].

2      Is ook waar:

o    Stelling: ‘Lsr ~ zd=3D heeft uitsluitend lading(+én-)’, is waar.

3      Conclusie:

o    Lsr ~ zd=3D heeft uitsluitend lading(+én-).

43 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Lsr ~ zd=3D heeft uitsluitend lading(+én-) [42].

2      Is ook waar:

o    Gsr ~ zd=3D heeft uitsluitend lading(+én-).

Of.

o    Gsr ~ zd=3D heeft zowel lading(+én-) als (+óf-).

3      Conclusie:

o    Er is keuze.

Stel: Gsr ~ zd=3D heeft uitsluitend lading(+én-).

 

43 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Gsr ~ zd=3D heeft uitsluitend lading(+én-).

o    Gsr ~ md≠3D heeft uitsluitend lading(+óf-) [31].

2      Is ook waar:

o    Proposities zijn strijdig met elkaar.

3      Conclusie:

o    Stelling: ‘Gsr ~ zd=3D heeft uitsluitend lading(+én-)’, is onwaar.

44 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Stelling: ‘Gsr ~ zd=3D heeft uitsluitend lading(+én-)’, is onwaar [43].

2      Is ook waar:

o    Stelling: ‘Gsr ~ zd=3D heeft zowel lading(+én-) als (+óf-)’, is waar.

3      Conclusie:

o    Gsr ~ zd=3D heeft zowel lading(+én-) als (+óf-).

5  Bijlagen.

 

o    Afkortingen en symbolen.