Inhoud.

                                                                 

Is onderverdeeld:

1      Inleiding.

2      Uitgangspunt.

3      Samenvatting.

4      Onderbouwing.

5      Bijlagen.

 

1  Inleiding.

 

In deze module wordt onder object verstaan: Fundamenteel stukken ruimte, zowel in abstracte als concrete zin.

 

Voorbeelden van objecten zijn:

·       Getallenlijn.

·       Getal.

·       Telwoord.

 

2  Uitgangspunt.

    

Telwoord kan aan elk object gekoppeld worden [1].

 

3  Samenvatting.

 

3.1    Algemeen.

 

Niet van toepassing.

 

3.2    Conclusies.

 

Voor tellen geldt: Objecten met zowel gelijke als ongelijke kenmerken kunnen aan elkaar gekoppeld worden [1].   

Ø  Het betreft de koppeling van telwoorden met getal(+én-) alef nul(+én-) en getal(+óf-) alef nul(+óf-).

Het betreft de koppeling van getal(+én-) alef nul(+én-) met getallenlijn-lsr.

Voor rekenen geldt: Objecten met uitsluitend gelijke kenmerken kunnen aan elkaar gekoppeld worden [4].

Ø  Het betreft de koppeling van getal(+én-) alef nul(+én-) en getal(+óf-) alef nul(+óf-) met getallenlijn-gsr.

 

Getal 0(+én-) is neutraal getal [5].

 

4  Onderbouwing.

 

1   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Telwoord kan aan elk object gekoppeld worden.

2      Is ook waar:

o    Voor tellen geldt: Objecten met zowel gelijke als ongelijke kenmerken kunnen aan elkaar gekoppeld worden.

3      Conclusie:

o    Voor tellen geldt: Objecten met zowel gelijke als ongelijke kenmerken kunnen aan elkaar gekoppeld worden.

2   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor tellen geldt: Objecten met zowel gelijke als ongelijke kenmerken kunnen aan elkaar gekoppeld worden.

2      Is ook waar:

o    Voor rekenen geldt: Objecten met uitsluitend gelijke kenmerken kunnen aan elkaar gekoppeld worden.

Of.

o    Voor rekenen geldt: Objecten met uitsluitend ongelijke kenmerken kunnen aan elkaar gekoppeld worden.

3      Conclusie:

o    Er is keuze.

Stel: Voor rekenen geldt: Objecten met uitsluitend ongelijke kenmerken kunnen aan elkaar gekoppeld worden.

 

3   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor rekenen geldt: Objecten met uitsluitend ongelijke kenmerken kunnen aan elkaar gekoppeld worden.

o    Getal(+óf-) alef nul(+óf-) is uitsluitend telgetal [Reken- vs. Telgetal.]

2      Is ook waar:

o    Stelling: ‘Voor rekenen geldt: Objecten met uitsluitend ongelijke kenmerken kunnen aan elkaar gekoppeld worden’, is onwaar.

3      Conclusie:

o    Stelling: ‘Voor rekenen geldt: Objecten met uitsluitend ongelijke kenmerken kunnen aan elkaar gekoppeld worden’, is onwaar.

4   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Stelling: ‘Voor rekenen geldt: Objecten met uitsluitend ongelijke kenmerken kunnen aan elkaar gekoppeld worden’, is onwaar [3].

2      Is ook waar:

o    Stelling: ‘Voor rekenen geldt: Objecten met uitsluitend gelijke kenmerken kunnen aan elkaar gekoppeld worden’, is waar.

3      Conclusie:

o    Voor rekenen geldt: Objecten met uitsluitend gelijke kenmerken kunnen aan elkaar gekoppeld worden.

5   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor rekenen geldt: Objecten met uitsluitend gelijke kenmerken kunnen aan elkaar gekoppeld worden [4].

o    Getal 0(+én-) is uitsluitend gekoppeld aan gsr ~ zd=3D ~ ϗk ~ (+én-) [Koppeling getal - getallenlijn].

2      Is ook waar:

o    Getal 0(+én-) is neutraal getal.

3      Conclusie:

o    Getal 0(+én-) is neutraal getal.

5  Bijlagen.

 

Afkortingen en symbolen.