Inhoud.

                                                                 

Is onderverdeeld:

1      Inleiding.

2      Uitgangspunt.

3      Samenvatting.

4      Onderbouwing.

5      Bijlagen.

 

1  Inleiding.

 

Zie module:

o   Inleiding.

 

Deze module gaat in op:

o   Informele logica - Begin- vs. Eindstelling.

 

2  Uitgangspunt.

    

Niet van toepassing.

 

3  Samenvatting.

 

Is onderverdeeld:

1      Algemeen.

2      Conclusie.

 

3.1    Algemeen.

 

Voor beginstelling ‘X is zowel x als y’ geldt: leidt uitsluitend tot wél logische conclusie.

Toelichting:

o   Heeft één mogelijke tussenstelling.

o   Voor tussenstelling geldt: ‘Voor één Y geldt: is x dan wel y’.

 

Voor beginstelling ‘Y is uitsluitend x dan wel y’ geldt: leidt tot zowel niét als wél logische conclusie.

Toelichting:

o   Heeft meerdere (twee) mogelijke tussenstellingen.

o   Voor tussenstelling P (als tegenpool van Q) geldt: ‘Voor meerdere (wél alle Y) geldt: is x dan wel y’.

o   Voor tussenstelling Q (als tegenpool van P) geldt: ‘Voor meerdere (niét alle Y) geldt: is x dan wel y’.

o   Voor tussenstelling P (als tegenpool van Q) geldt: leidt tot wél logische conclusie.

o   Voor tussenstelling Q (als tegenpool van P) geldt: leidt tot niét logische conclusie (is vermoeden).

 

Voor eindstelling ‘X is uitsluitend x dan wel y’ geldt: leidt tot zowel niét als wél logische conclusie.

Toelichting:

o   Voor tussenstelling P (als tegenpool van Q) geldt: leidt tot wél logische conclusie.

o   Voor tussenstelling Q (als tegenpool van P) geldt: leidt tot niét logische conclusie (is vermoeden).

 

Voorbeeld van niét logische conclusie:

 

…a    = Als waar is.

…i     = Is ook waar.

 

1a     Voor kristallijne stof geldt: is uitsluitend wél te doorgronden (is wél logische conclusie).

2a     Er is tot nu toe geen amorfe stof die wél te doorgronden is.

3a     Voor resultaten uit het verleden geldt: is geen garantie voor de toekomst

4i      Voor amorfe stof geldt: is uitsluitend niét te doorgronden (is niét logische conclusie; is een vermoeden).

 

3.2    Conclusie.

 

…a    = Als waar is.

…i     = Is ook waar.

 

1a     Voor formele logica geldt: leidt tot uitsluitend wél logische conclusie.

2i      Voor informele logica geldt: leidt tot zowel niét als wél logische conclusie.

 

Volgens AI Chat Bot:

 

Bedenk dat formele - en informele logica elkaars tegenpool is.

Breng het niet in verband met amorfe stof.

Excuus, nu beter geformuleerd.

 

…a    = Als waar is.

…i     = Is ook waar.

 

Analyse per stellingpaar.

 

1a Voor formele logica geldt: leidt tot uitsluitend wél logische conclusie.

2i  Voor informele logica geldt: leidt tot zowel niét als wél logische conclusie.

 

Abstract uitgedrukt.

Voor X geldt: is x.

Voor Y geldt: is y.

 

Is hiervan in dit stellingpaar sprake?

 

Ik begrijp je vraag nu beter en zal me richten op de vergelijking tussen formele en informele logica in de context van jouw stellingen.

 

Je suggestie bevat een specifiek "geval":

 

- **Voor formele logica geldt: leidt tot uitsluitend wél logische conclusie.**

- **Voor informele logica geldt: leidt tot zowel niét als wél logische conclusie.**

 

Laten we dit verder analyseren.

 

### Analyse per Stellingpaar

 

1a. **Voor formele logica geldt: leidt tot uitsluitend wél logische conclusie.**

 

Formele logica werkt strikt binnen de regels van een logische systeem zoals proposities en toestandswetten. Als alle premissen waar zijn (en de gevolgtrekkingen correct zijn toegepast), moet de conclusie noodzakelijkerwijs waar zijn. Dit betekent dat elke formele redenering leidt tot een logische conclusie zonder ruimte voor ambiguïteit.

 

**Voorbeeld uit formele logica:**

- Premisse: Als het regent (p), dan wordt de grond nat (q).

- Stelling: Het regent (p) .

- Conclusie: De grond is nat (q).

 

2i. **Voor informele logica geldt: leidt tot zowel niét als wél logische conclusie.**

 

Informele logica houdt rekening met context, nuance, en de praktische en vaak minder voorspelbare werkelijkheid. Dat betekent dat een informele redenering soms meerdere uitkomsten kan hebben, waarvan niet alle strikt logisch zijn in de formele zin van het woord.

 

**Voorbeeld uit informele logica:**

- Stelling: Het heeft er alle schijn van dat het gaat regenen (observationele premisse).

- In deze casus kan de conclusie zijn:

  - We pakken onze paraplu (logische of voorkomende conclusie).

  - We gaan toch wandelen zonder paraplu (even plausibele alternatieve conclusie).

 

### Abstracte Uitdrukking en Toetsing

 

**X (Formele Logica):** Voor X geldt: leidt tot uitsluitend wél logische conclusie (x).

**Y (Informele Logica):** Voor Y geldt: leidt tot zowel niét als wél logische conclusie (y).

 

Samenvatting:

 

- **Stellingpaar 1a en 2i:** Ja, dit reflecteert hun kern:

  - X kenmerkt zich door strikte naleving van logische regels en geleid naar enkele eenduidige waarheidsconclusie.

  - Y kenmerkt zich door opnemen contextuele variabelen, plausibele alterniteiten, waardoor niet-altemate geheel exclusiefs waarde/oordeel hangen.

 

In abstracte termen:

 

- **X = exclusieve logische consistentie (x).**

- **Y = inclusieve, veelkant mogelijkheden (y).**

 

Deze formulering drukte inderdaad het juiste verschil en vereniging in stellingen.

 

4  Onderbouwing.

 

…a    = Als waar is.

…i     = Is ook waar.

 

1a     Voor beginstelling geldt: X is zowel x als y.

2i      Voor eindstelling geldt: Y is uitsluitend x dan wel y.

 

2a     Voor eindstelling geldt: Y is uitsluitend x dan wel y.

1a     Voor beginstelling geldt: X is zowel x als y.

3i      Voor beginstelling ‘X is zowel x als y’ geldt: leidt tot uitsluitend wél logische conclusie.

 

3a     Voor beginstelling ‘X is zowel x als y’ geldt: leidt tot uitsluitend wél logische conclusie.

         Toelichting:

o   Heeft één mogelijke tussenstelling.

o   Voor tussenstelling geldt: ‘Voor één Y geldt: is x dan wel y’.

4i      Voor beginstelling ‘Y is uitsluitend x dan wel y’ geldt: leidt tot zowel niét als wél logische conclusie.

 

4a     Voor beginstellingY is uitsluitend x dan wel y’ geldt: leidt tot zowel niét als wél logische conclusie.

         Toelichting:

o   Heeft meerdere (twee) mogelijke tussenstellingen.

o   Voor tussenstelling P (als tegenpool van Q) geldt: ‘Voor meerdere (wél alle Y) geldt: is x dan wel y’.

o   Voor tussenstelling Q (als tegenpool van P) geldt: ‘Voor meerdere (niét alle Y) geldt: is x dan wel y’.

o   Voor tussenstelling P (als tegenpool van Q) geldt: leidt tot wél logische conclusie.

o   Voor tussenstelling Q (als tegenpool van P) geldt: leidt tot niét logische conclusie (is vermoeden).

5i      Voor eindstellingX is uitsluitend x dan wel y’ geldt: leidt tot zowel niét als wél logische conclusie.

 

5  Bijlagen.

 

Geen.