Inhoud.
Is
onderverdeeld:
1 Inleiding.
2 Uitgangspunt.
3 Samenvatting.
4 Onderbouwing.
5 Bijlagen.
1 Inleiding.
Zie module:
o
Inleiding.
Deze module
gaat in op:
o
Higgsveld
met bijbehorend neomodern wetenschappelijk alternatief.
2 Uitgangspunt.
Niet van
toepassing.
3 Samenvatting.
3.1 Algemeen.
1 Van nature hebben alle soorten elementaire
deeltjes massa = 0.
2 Higgsveld veroorzaakt bij alle bolvormige
elementaire deeltjes massa ≠ 0.
3 Spiraalvormige elementaire deeltjes (foton en
gluon) behouden dan ook hun massa = 0.
4 Higgsveld leidt tot bestaan ND.
5 Blijft de vraag:
o
Wat
verandert er in de structuur van bolvormige elementaire deeltjes bij toekennen
van massa; module ‘Bewegingsenergie’ gaat hierop in.
Neomodern
wetenschappelijk alternatief.
Voor
foton en gluon geldt: ND beweegt zich (gescheiden door veld) respectievelijk
dubbel- en enkelspiraalvormig om massief centrum.
Voor
spiraalvormig bewegend deel om centrum als SD in beweging geldt: massa is
uitsluitend = 0.
Voor
overige SD geldt:
o ND beweegt zich
(gescheiden door veld) bolvormig om massief centrum.
o Heeft massa ≠ 0.
Voor
moderne wetenschap geldt: Higgsveld is
verantwoordelijk voor toekenning massa aan subatomaire deeltjes.
Voor
neomoderne wetenschap geldt: Natuurdeeltje is
verantwoordelijk voor toekenning massa aan subatomaire deeltjes.
3.2 Conclusies.
Niet van
toepassing.
4 Onderbouwing.
ND = NatuurDeeltje.
SD = Subatomair Deeltje.
BSD = Bolvormig Subatomair Deeltje.
SSD
= Spiraalvormig Subatomair Deeltje.
DSSD = Dubbel Spiraalvormig Subatomair Deeltje.
ESSD = Enkel Spiraalvormig Subatomair Deeltje.
…a
= Als waar is.
…i
= Is ook waar.
1a Voor theorie Higgsveld geldt: veroorzaakt
massa van (alle) elementaire deeltjes.
2a Voor Higgsveld geldt: laagste veldwaarde is
> 0.
3a Voor foton en gluon (SSD) geldt: heeft
massa = 0.
4a Voor toekenning massa = 0 geldt: vereist
Higgsveld met veldwaarde = 0.
5i Voor theorie Higgsveld geldt: spreekt
zichzelf tegen.
5a Voor theorie Higgsveld geldt: spreekt
zichzelf tegen.
6a Voor theorie dat zichzelf tegenspreekt
geldt: staat onder druk.
7i Voor theorie Higgsveld geldt: staat onder
druk (wat is de oorzaak van elementaire deeltjes met massa = 0?).
4a Voor toekenning massa = 0 geldt: vereist Higgsveld met veldwaarde = 0.
8i Voor toekenning massa ≠ 0 geldt: vereist Higgsveld met veldwaarde ≠ 0.
8a Voor toekenning massa ≠ 0 geldt: vereist
Higgsveld met veldwaarde ≠ 0.
9a Voor SD met massa ≠ 0 geldt: bestaat uit
substantie X.
10i Voor SD met substantie X en massa ≠ 0 geldt:
is resultaat van Higgsveld met veldwaarde ≠ 0.
10a Voor SD met substantie X en massa ≠ 0 geldt: is resultaat van Higgsveld met veldwaarde ≠ 0.
11i Voor SD met substantie Y en massa = 0 geldt: is resultaat van Higgsveld met veldwaarde ≠ 0.
Toelichting:
o Voor substantie Y
geldt: is de tegenpool van substantie X met tegengestelde kenmerken.
10a Voor SD met substantie X en massa ≠ 0 geldt:
is resultaat van Higgsveld met veldwaarde ≠ 0.
8a Voor toekenning massa ≠ 0 geldt: vereist
Higgsveld met veldwaarde ≠ 0.
12i Voor SD met massa ≠ 0 geldt: bestaat uitsluitend
uit substantie X.
12a Voor SD met massa ≠ 0 geldt: bestaat
uitsluitend uit substantie X.
13a Voor elektron geldt: is SD.
14a Voor elektron geldt: heeft massa ≠ 0.
15a Voor elektron geldt: is rond [https://www.newscientist.nl/nieuws/elektronen-blijken-heel-erg-rond/].
16i Voor SD met substantie X en massa ≠ 0 geldt:
is rond.
12a Voor SD met massa ≠ 0 geldt: bestaat
uitsluitend uit substantie X.
13a Voor elektron geldt: is SD.
14a Voor elektron geldt: heeft massa ≠ 0.
17a Voor elektron geldt: is hol [Elektron is Hol
vs. Massief].
18i Voor SD met substantie X en massa ≠ 0 geldt:
is hol.
18a Voor SD met substantie X en massa ≠ 0 geldt: is
hol.
Toelichting:
o Er is sprake van samenstelling
van twee soorten ruimte (massief substantie X en veld).
16a Voor SD met substantie X en massa ≠ 0 geldt: is
rond.
19i Voor SD met substantie X en massa ≠ 0 geldt:
ND beweegt zich (gescheiden door veld) bolvormig om massief centrum.
Toelichting:
o Voor ND geldt:
1 Is bolvormig.
2 Heeft exacte grootte ~ 1E-35 m.
3 Heeft zowel heeltallige lading / spin
0(+én-) als 1(+óf-).
4 Kan met zichzelf begrensd maal worden
samengevoegd.
5 Bestaat uit onbegrensd^3 punten.
6 Is als enig object in het heelal
massief.
7 Heeft massa = 0.
o Voor E = m * c^2 geldt:
staat in relatie tot massa ≠ 0, oorspronkelijke lichtsnelheid bolvormig SD en
lichtsnelheid ND om centrum.
19a Voor SD met substantie X en massa ≠ 0 geldt: ND beweegt zich
(gescheiden door veld) bolvormig
om massief centrum.
20i Voor SD met substantie X en massa = 0 geldt: ND beweegt zich (gescheiden
door veld) spiraalvormig om
massief centrum.
20a Voor SD met substantie X en massa = 0 geldt: ND
beweegt zich (gescheiden door veld) spiraalvormig om massief centrum.
3a Voor foton en gluon (SSD) geldt: heeft
massa = 0.
21a Voor spiraalvorm geldt: bestaat uit dubbel-
en enkelspiraal als elkaars tegenpool met tegengestelde kenmerken.
22i Voor SSD geldt: ND beweegt zich (gescheiden
door veld) respectievelijk dubbel- en enkelspiraalvormig om massief centrum.
19a Voor SD met substantie X en massa ≠ 0 geldt: ND
beweegt zich (gescheiden door veld) bolvormig om massief centrum.
18a Voor SD met substantie X en massa ≠ 0 geldt: is
hol.
23a Voor massa geldt: is gekoppeld aan
verandering van beweging.
24a Voor snelheid bolvormig uitwendig ND geldt: =
c.
Toelichting:
o
Voor
ND geldt: is gezien van buitenaf op meerdere (alle)
plekken tegelijk aanwezig.
o
Voor
ND geldt: is gezien van binnenuit op één plek
tegelijk aanwezig.
25a Voor bolvormig bewegend ND om centrum als SD
geldt: is BSD.
26i Voor BSD in rust geldt: rustmassa ≠ 0.
26a Voor BSD in rust geldt: rustmassa
≠ 0.
27i Voor BSD in beweging geldt: bewegingsmassa
≠ 0.
27a Voor BSD in beweging geldt: bewegingsmassa
≠ 0.
28i Voor SSD in beweging geldt: bewegingsmassa
= 0.
27a Voor BSD in beweging geldt: bewegingsmassa ≠
0.
29i Voor BSD in beweging zonder verandering van
beweging geldt: bewegingsmassa verandert niét.
29a Voor BSD in beweging zonder
verandering van beweging geldt: bewegingsmassa verandert niét.
30i Voor BSD in beweging met
verandering van beweging geldt: bewegingsmassa verandert wél.
30a Voor BSD in beweging met verandering van
beweging geldt: bewegingsmassa verandert wél.
29a Voor BSD in beweging zonder verandering van
beweging geldt: bewegingsmassa verandert niét.
31i Voor BSD geldt: bewegingsmassa verandert zowel
niét als wél.
31a Voor BSD geldt: bewegingsmassa
verandert zowel niét als wél.
32a Voor foton en gluon in beweging geldt: bewegingsmassa
verandert niét.
33i Voor SSD geldt: bewegingsmassa
verandert uitsluitend niét.
25a Voor bolvormig bewegend ND om centrum als SD
geldt: is BSD.
26a Voor BSD in rust geldt: rustmassa ≠ 0.
34i Voor BSD in rust geldt: centrum is in rust.
34a Voor BSD in rust geldt: centrum is in rust.
35i Voor BSD in rust geldt: centrum is zowel in
axiale - als in radiale zin in rust.
Toelichting:
o
Voor
axiaal geldt: is wél conform bewegingsrichting.
o
Voor
radiaal geldt: is niét conform bewegingsrichting.
35a Voor BSD in rust geldt: centrum
is zowel in axiale - als in radiale zin in rust.
16a Voor SD met substantie X en massa ≠ 0 geldt: is
rond.
Toelichting:
o
Voor
SD met substantie X en massa ≠ 0 geldt: is gezien van buitenaf één geheel.
24a Voor snelheid bolvormig uitwendig ND geldt: =
c.
Toelichting:
o
101a Voor uitwendig ND geldt: is gezien van binnenuit
op één plek tegelijk aanwezig.
o
102i Voor uitwendig ND geldt: is gezien van buitenaf
op meerdere (alle) plekken tegelijk aanwezig (van axiale beweging
uitwendig ND is dan ook geen sprake).
36i Voor BSD in beweging geldt:
centrum is uitsluitend in radiale zin in beweging.
36a Voor BSD in beweging geldt:
centrum is uitsluitend in radiale zin in beweging.
37a Voor axiale snelheid SSD geldt: = c.
38i Voor SSD in beweging geldt:
centrum is uitsluitend in axiale zin in beweging.
38a Voor SSD in beweging geldt: centrum is
uitsluitend in axiale zin in beweging.
28a Voor SSD in beweging geldt: bewegingsmassa =
0.
39i Voor axiale beweging centrum geldt: beïnvloedt
niét bewegingsmassa.
39a Voor axiale beweging centrum
geldt: beïnvloedt niét bewegingsmassa.
40i Voor radiale beweging centrum
geldt: beïnvloedt wél bewegingsmassa.
40a Voor radiale beweging centrum geldt:
beïnvloedt wél bewegingsmassa.
36a Voor BSD in beweging geldt: centrum is zowel
in axiale - als in radiale zin in beweging.
41i Voor bewegingsenergie BSD geldt: wordt
veroorzaakt door radiale beweging centrum.
24a Voor snelheid bolvormig uitwendig ND geldt: =
c.
Toelichting:
o
Voor
uitwendig ND geldt: is gezien van binnenuit op één
plek tegelijk aanwezig.
o
Voor
uitwendig ND geldt: is gezien van buitenaf op meerdere
(alle) plekken tegelijk aanwezig (van axiale beweging uitwendig ND is dan ook
geen sprake).
42i Voor BSD geldt: uitwendig ND heeft gezien
van binnenuit één en dezelfde snelheid.
42a Voor BSD geldt: uitwendig ND
heeft gezien van binnenuit één en dezelfde snelheid.
43i Voor SSD geldt: uitwendig ND
heeft gezien van binnenuit verschillende snelheden.
44a Voor BSD geldt: heeft meerdere
soorten massa.
45i Voor SSD geldt: heeft één
soort massa.
46a Voor BSD geldt: aantal
uitwendig ND is zowel één als meerdere (twee of drie).
47a Voor elektron geldt: aantal uitwendig ND is
één, en gaat soms over in foton.
Toelichting:
o
Voor
foton geldt: is (D)SSD.
48i Voor SSD geldt: aantal
uitwendig ND is uitsluitend één.
49a Voor BSD met heeltallige
lading(+) geldt: heeft één ND met heeltallige
lading(+) om centrum.
50i Voor BSD met heeltallige
lading(-) geldt: heeft één ND met heeltallige
lading(-) om centrum.
50a Voor BSD met heeltallige
lading(-) geldt: heeft één ND met heeltallige
lading(-) om centrum.
49a Voor BSD met heeltallige
lading(+) geldt: heeft één ND met heeltallige
lading(+) om centrum.
51i Voor BSD met heeltallige
lading(+óf-) geldt: heeft één ND met heeltallige
lading(+óf-) om centrum.
51a Voor BSD met heeltallige
lading(+óf-) geldt: heeft één ND met heeltallige lading(+óf-) om centrum.
52i Voor BSD met heeltallige
lading(+én-) geldt: heeft meerdere ND met heeltallige lading(+óf-) om centrum.
52a Voor BSD met heeltallige
lading(+én-) geldt: heeft meerdere ND met heeltallige
lading(+óf-) om centrum.
51a Voor BSD met heeltallige
lading(+óf-) geldt: heeft één ND met heeltallige
lading(+óf-) om centrum.
53i Voor BSD met heeltallige
lading geldt: heeft zowel één als meerdere ND om centrum.
53a Voor BSD met heeltallige
lading geldt: heeft zowel één als meerdere ND om centrum.
54a Voor gebrokentallige
lading geldt: één ND om centrum is onvoldoende.
55i Voor BSD met gebrokentallige
lading geldt: heeft uitsluitend meerdere ND om centrum.
55a Voor BSD met gebrokentallige
lading geldt: heeft uitsluitend meerdere ND om centrum.
53a Voor BSD met heeltallige
lading geldt: heeft zowel één als meerdere ND om centrum.
56i Voor BSD geldt: heeft zowel (uitsluitend
meerdere) als (zowel één als meerdere) ND
om centrum.
56a Voor BSD geldt: heeft zowel
(uitsluitend meerdere) als (zowel één als
meerdere) ND om centrum.
47a Voor elektron geldt: aantal uitwendig ND is
één, en gaat soms over in foton.
Toelichting:
o
Voor
foton geldt: is (D)SSD.
58i Voor SSD geldt: heeft uitsluitend
(zowel één als meerdere) ND om centrum.
58a Voor SSD geldt: heeft uitsluitend (zowel één
als meerdere) ND om centrum.
59i Voor SSD geldt: heeft zowel één als meerdere
ND om centrum.
59a Voor SSD geldt: heeft zowel
één als meerdere ND om centrum.
47a Voor elektron geldt: aantal uitwendig ND is
één, en gaat soms over in foton.
Toelichting:
o
Voor
foton geldt: is (D)SSD.
60i Voor DSSD geldt: heeft uitsluitend
één ND om centrum.
61a Voor DSSD geldt: heeft uitsluitend
één ND om centrum.
62a Voor uitwisseling lading tussen quark in
atoomkern geldt: vereist één ND om centrum.
63i Voor ESSD geldt: heeft zowel
één als meerdere ND om centrum.
Toelichting:
o
Voor
elektron geldt: bestaat uit 1 uitwendig ND en 1 ND
als centrum.
o
Voor
positron geldt: bestaat uit 1 uitwendig ND en 1 ND
als centrum.
o
Botsing
tussen elektron en positron leidt tot drie gluonen,
die in één keer vier ND’s absorberen.
o
Dit
houdt in dat 2 gluonen elk 1 ND absorbeert en 1 gluon
2 ND’s absorberen.
64a Voor BSD geldt: aantal
uitwendig ND is uitsluitend gelijk aan aantal inwendig ND.
Toelichting:
o
Voor
uitwendig ND geldt: is centrum.
47a Voor elektron geldt: aantal uitwendig ND is
één, en gaat soms over in foton.
Toelichting:
o
Voor
foton geldt: is (D)SSD.
65i Voor SSD geldt: aantal
uitwendig ND is zowel gelijk als ongelijk aan aantal inwendig ND.
65a Voor SSD geldt: aantal
uitwendig ND is zowel gelijk als ongelijk aan aantal inwendig ND.
47a Voor elektron geldt: aantal uitwendig ND is
één, en gaat soms over in foton.
Toelichting:
o
Voor
foton geldt: is (D)SSD.
66i Voor DSSD geldt: aantal
uitwendig ND is uitsluitend gelijk aan aantal inwendig ND.
66a Voor DSSD geldt: aantal
uitwendig ND is uitsluitend gelijk aan aantal inwendig ND.
67a Voor ESSD geldt: er is niét sprake van een
inwendig ND.
68i Voor ESSD geldt: aantal
uitwendig ND is uitsluitend ongelijk aan aantal inwendig ND.
69a Voor BSD geldt: heeft zowel
gebrokentallige - als heeltallige
spin.
70a Voor foton geldt: heeft heeltallige
spin.
71i Voor SSD geldt: heeft uitsluitend
heeltallige spin.
72a Voor BSD geldt: heeft zowel
gebrokentallige - als heeltallige
lading.
73a Voor foton geldt: heeft heeltallige
lading.
74i Voor SSD geldt: heeft uitsluitend
heeltallige lading.
75a Voor BSD geldt: heeltallige lading is zowel even als oneven.
76a Voor foton geldt: heeft even lading.
77i Voor SSD geldt: heeft uitsluitend
even lading.
78a Voor moderne wetenschap geldt: Higgsveld
is verantwoordelijk voor toekenning massa aan subatomaire deeltjes.
79i Voor neomoderne wetenschap
geldt: Natuurdeeltje is verantwoordelijk voor toekenning massa
aan subatomaire deeltjes.
80a ….
81i ….
5 Bijlagen.
o Higgsveld met alternatief.AI Chat Bot.