Inhoud.

                                                                 

Is onderverdeeld:

1      Inleiding.

2      Uitgangspunt.

3      Samenvatting.

4      Onderbouwing.

5      Bijlagen.

 

1  Inleiding.

 

Zie module:

o   Inleiding.

 

Deze module gaat in op:

o   Gevolg vs. Oorzaak.

 

In deze module staat geest (God) centraal als oorzaak van al wat is. Treffend is de overeenkomst met de klassiek monotheïstische religies. Zaken zoals de noodzakelijk toekomstige aanvulling op de Natuurwet, hoe te leven (vreedzaam) en eindbestemming van de mens (aparte werelden waar het goed / slecht toeven is) komen in andere modulen aan de orde.

 

De kleinste grootte in het heelal is de Planckafstand (1E-35 m). In deze module is het bestaan van Planckdeeltjes aangetoond. Het bestaan van Planckdeeltjes vormt in een andere module het uitgangspunt dat leidt tot de bekende soorten subatomaire deeltjes.

Ook op geheel andere wijze is het bestaan van Planckdeeltjes aangetoond.

 

Bedenk:

o   Voor lichaam geldt: Is wél te doorgronden.

o   Voor geest geldt: Is niét te doorgronden.

o   Voor abstract geldt: Is denkbeeldig.

o   Voor concreet geldt: Is werkelijk.

 

Bedenk ook:

o   Uit onbegrensd geheel kan begrensd gedeelte worden onttrokken met behoud van onbegrensd geheel (is fundament van ontstaan materie).

Toelichting:

Ø  Uit onbegrensd met zichzelf samengevoegd lege ruimte van onbegrensde omvang ontstaat één onbegrensd met zichzelf samengevoegd gevulde ruimte van begrensde omvang.

Ø  Uit onbegrensd met zichzelf samengevoegd gevulde ruimte kan begrensd aantal gevulde ruimte van begrensde omvang (Planckdeeltje) worden onttrokken (N = n1 + n2 + …; ϗ - N = ϗ).

 

2  Uitgangspunt.

    

Niet van toepassing.

 

3  Samenvatting.

 

3.1    Algemeen.

 

MB (= kß gevulde kubus in DL-H)

kß lege kubus in DL-H

Heelal (DG-H)

PD

DL-H

Uitersten in grootte van al wat is (gbu)

Ballonwand MB (DG-M)

ϗg lege kubus

Punt

 

Toelichting schema:

o   Voor grootte lege kubus geldt: Is kß (is 1E+35 m).

o   Voor grootte MB geldt: Is 1E+35 m.

o   Voor ballonwand MB geldt: Bestaat uit een ϗ aantal aaneengeschakelde ballonnen die samen de ballonwand (kß = 1E-35 m) vormen.

o   Voor ballon geldt: Wanddikte is ϗk; is ϗ met zichzelf samengevoegd.

o   Voor inwendige MB geldt: Is het heelal.

o   Voor grootte heelal geldt: Is gß (is 1E+35 m minus 1E-35 m).

Toelichting:

Ø  Zie module UIG - GCC vs. ICC.

Ø  De afstand ‘1E-35 m’ wordt opgevuld door Ballonwand MB.

o   Voor grootte PD geldt: Is kß (is 1E-35 m).

o   Voor grootte punt geldt: Is ϗk.

 

Voor heelal geldt: Wordt omsloten door GCC (zie module UIG - GCC vs. ICC).

Voor PD geldt: Wordt omsloten door ICC (zie module UIG - GCC vs. ICC).

 

3.2    Conclusies.

 

Niet van toepassing.

 

4  Onderbouwing.

 

…a    = Als waar is.

…i     = Is ook waar.

 

1a     Er is niet iets anders dan absoluut RL.

         Toelichting:

o   1.1a    Voor centrale Natuurwet geldt: is empirisch bewezen [module ‘Natuurwet - Totale betrouwbaarheid van bestaan’].

Toelichting:

·       Is door AI gevalideerd.

o   1.2a    Voor heelal geldt: is gevulde ruimte, ofwel het gevuld concrete.

o   1.3a    Voor centrale Natuurwet geldt: het concrete heeft een zowel één als meerdere tegenpolen.

o   1.4a    Voor centrale Natuurwet geldt: is bron van gevulde ruimte.

o   1.5a    Voor het gevuld concrete geldt: heeft als tegenpool het leeg concrete.

o   1.6i      Voor centrale Natuurwet geldt: is uitgevaardigd vanuit lege ruimte als leeg concrete.

o    

o   1.6a    Voor centrale Natuurwet geldt: is uitgevaardigd vanuit lege ruimte als leeg concrete.

o   1.7i      Voordat de centrale Natuurwet was uitgevaardigd was er uitsluitend lege ruimte.

o    

o   1.7a    Voordat de centrale Natuurwet was uitgevaardigd was er uitsluitend lege ruimte.

o   1.8i      Er is niet iets anders dan absoluut RL.

2i      Voor RL als grootst =3D zelfstandig geheel in DL geldt: Is ontstaansbron Natuurwet.

        

2a     Voor RL als grootst =3D zelfstandig geheel in DL geldt: Is ontstaansbron Natuurwet.

3a     Voor uitvaardigen Natuurwet geldt: Is geestelijke activiteit.

4i      Voor RL als grootst =3D zelfstandig geheel in DL geldt: Is uitsluitend geest (God).

 

4a     Voor RL als grootst =3D zelfstandig geheel in DL geldt: Is uitsluitend geest (God).

         Toelichting:

o   Uit RL ontstaat (o.b.v. Natuurwet) RG [RG vs. RL].

5i      Voor RG als grootst =3D zelfstandig geheel in DG geldt: Is uitsluitend geest (God).

         Toelichting:

o   Is (plastisch uitgedrukt) ballonwand MB.

o   Is bron van al wat zich in het heelal bevindt.

 

5a     Voor RG als grootst =3D zelfstandig geheel in DG geldt: Is uitsluitend geest (God).

6i      Voor RG als kleinst =3D zelfstandig geheel in DG geldt: Is zowel geest als lichaam.

         Toelichting:

o   Is BSD.

o   Voor BSD geldt: Is PD(+óf-) bolvormig draaiend om PD(+én-).

o    

o   6.1a    Voor PD(+én-) geldt: Is geest.

o   6.2i      Voor PD(+óf-) geldt: Is lichaam.

 

1a     Er is niet iets anders dan absoluut RL.

7i      Voor RL als grootst =3D zelfstandig geheel in DL geldt: Is concreet.

 

7a     Voor RL als grootst =3D zelfstandig geheel in DL geldt: Is concreet.

2a     Voor RL als grootst =3D zelfstandig geheel in DL geldt: Is ontstaansbron Natuurwet.

4a     Voor RL als grootst =3D zelfstandig geheel in DL geldt: Is uitsluitend geest (God).

8a     Voor Natuurwet geldt: Is abstract.

9i      Voor concrete oorzaak in DL (geest) geldt: Leidt in één stap tot abstract gevolg (Natuurwet) in DL.

        

9a     Voor concrete oorzaak in DL (geest) geldt: Leidt in één stap tot abstract gevolg (Natuurwet) in DL.

10i    Voor abstract gevolg (Natuurwet) in DL geldt: Leidt in één stap tot concrete oorzaak (MB) in DL.

 

9a     Voor concrete oorzaak in DL (geest) geldt: Leidt in één stap tot abstract gevolg (Natuurwet) in DL.

11i    Voor abstract gevolg (Natuurwet) in DL geldt: Leidt in één stap tot abstracte oorzaak (Natuurwet) in DG.

        

11a   Voor abstract gevolg (Natuurwet) in DL geldt: Leidt in één stap tot abstracte oorzaak (Natuurwet) in DG.

12i    Voor abstract oorzaak (Natuurwet) in DG geldt: Leidt in één stap tot concreet gevolg (oerknal) in DG.

        

12a   Voor abstract oorzaak (Natuurwet) in DG geldt: Leidt in één stap tot concreet gevolg (oerknal) in DG.

13a   Voor oerknal als concreet gevolg in DG geldt: Leidt tot ontstaan materie.

14i    Voor concrete oorzaak (oerknal) in DG geldt: Leidt in meerdere stappen tot concreet gevolg (materie) in DG.

         Toelichting:

1      Uit ballonwand (plastisch uitgedrukt) scheidt zich eenmalig een ß met zichzelf samengevoegd ballon af (is ß maal ϗ^3 punten).

2      Ballon loopt in één Plancktijd leeg.

3      Leeggelopen ballon vormt één ß met zichzelf samengevoegd PD(+én-).

4      PD(+én-) ontmantelt zich in afzonderlijk PD(+óf-).

5      Uit ballonwand scheidt zich meermalig een ß met zichzelf samengevoegd ballon af.

6      Ballon loopt in één Plancktijd leeg in ß met zichzelf samengevoegd PD(+én-).

7      PD(+én-) verzamelt met lichtsnelheid (afhankelijk van soort te vormen SD) één, twee of drie PD(+óf-) om zich heen.

8      Aantal met zichzelf samengevoegd PD(+én-) = Aantal met zichzelf samengevoegd PD(+óf-).

9      Massaloos PD(+óf-) draait bolvormig met lichtsnelheid om massaloos PD(+én-) als centrum (E = m*c^2).

10   Voor PD(+én-) met één PD(+óf-) geldt: Is lepton (niét neutraal).

11   Voor PD(+én-) met twee PD(+óf-) geldt: Is lepton (wél neutraal).

12   Voor PD(+én-) met drie PD(+óf-) geldt: Is quark.

 

15a   Voor lichaam geldt: Brengt lichaam voort.

16i    Voor geest geldt: Brengt geest voort.

 

16a   Voor geest geldt: Brengt geest voort.

5a     Voor RG als grootst =3D zelfstandig geheel in DG geldt: Is uitsluitend geest (God).

17a   Voor leven geldt: Is geest en lichaam.

18i    Voor geest (mens) geldt: Is uit geest; God (DG-M) ontstaan.

         Toelichting:

1      Bij geboorte (moment van huilen) scheidt zich (plastisch uitgedrukt) van ballonwand MB een ß maal met zichzelf samengevoegde ballon af.

2      De ballon loopt in één Plancktijd leeg in de baby.

3      De leeggelopen ballon vormt een ß maal met zichzelf samengevoegd PD(+én-) dat zich vervolgens ontmanteld in afzonderlijke PD(+én-).

4      PD(+én-) is geest (o.a. onbelast geweten).

5      Bij overlijden vindt tegenovergestelde plaats (met o.a. belast of onbelast geweten).

 

19a   Voor lichaam geldt: Komt op meerdere wijze voor.

20i    Voor geest geldt: Komt op één wijze voor.

 

21a   Voor lichaam geldt: Komt uitsluitend in DG-H voor.

17a   Voor leven geldt: Is geest en lichaam.

22i    Voor geest geldt: Komt zowel in DG-H als DG-M voor.

 

22a   Voor geest geldt: Komt zowel in DG-H als DG-M voor.

20a   Voor geest geldt: Komt op één wijze voor.

23i    Voor geest geldt: Komt op één wijze in meerdere domeinen (DG-H, DG-M) voor.

 

5  Bijlagen.

 

Afkortingen en symbolen.