Inhoud.
Is
onderverdeeld:
1 Inleiding.
2 Uitgangspunt.
3 Samenvatting.
4 Onderbouwing.
5 Bijlagen.
1 Inleiding.
Zie module:
o
Inleiding.
Deze module
gaat in op:
o Dood vs. Leven.
2 Uitgangspunt.
Niet van
toepassing.
3 Samenvatting.
Is onderverdeeld:
1 Algemeen.
2 Conclusie.
3.1 Algemeen.
1.
Voor
leven als concreet iets geldt: is zowel geest als lichaam.
2.
Voor
één soort leven (mens) geldt: heeft wél een geweten.
3.
Voor
mens geldt: is leven als hiërarchisch uiterste in de natuur.
4.
Voor
leven als concreet iets geldt: komt op één plek in heelal voor.
5.
Voor
leven als concreet iets geldt: past zich uitsluitend wél naar de omstandigheden
aan.
3.2 Conclusie.
Niet van
toepassing.
4 Onderbouwing.
א = Onbegrensd(e).
MB = MatroesjkaBallon (Hyperkubus).
PD = PlanckDeeltje(s).
RL = Ruimte – Leeg.
SD = Subatomair Deeltje(s).
…a
= Als waar is.
…i
= Is ook waar.
1a Voor
RL als ϗ geheel geldt: Vereist ϗ^4 punten [RG – Ontstaan].
2a Uit ϗ^4 punten ontstaat (via onbegrensd met
zichzelf samengevoegd PD) MB [RG – Ontstaan].
3a Uit MB ontstaat meerdere begrensd met
zichzelf samengevoegd PD [RG
– Ontstaan].
4a Voor begrensd met zichzelf samengevoegd PD
geldt: is basis van SD [RG
– Ontstaan].
5a Voor SD geldt: is dood; is concreet.
6i Voor dood geldt: is het concrete.
6a Voor dood geldt: is het concrete.
7a Voor het concrete geldt: is lichaam.
8i Voor dood als concreet iets geldt: is
uitsluitend lichaam.
8a Voor dood als concreet iets geldt:
is uitsluitend lichaam.
5a Voor SD geldt: is dood; is concreet.
9a Voor leven als concreet iets geldt: is
samenstelling van SD in combinatie met geest.
10i Voor leven als concreet iets geldt:
is zowel geest als lichaam.
10a Voor leven als concreet iets geldt: is zowel
geest als lichaam.
11a Voor geweten geldt: is geest.
12a Voor paard en koe als niét geldt: heeft niét
een geweten.
13i Voor meerdere soorten leven geldt: heeft
niét een geweten.
Toelichting:
o Maar wél iets
geestelijks.
13a Voor meerdere soorten leven geldt:
heeft niét een geweten.
14i Voor één soort leven (mens) geldt:
heeft wél een geweten.
14a Voor één soort leven (mens) geldt: heeft wél
een geweten.
15i Voor mens geldt: is leven als hiërarchisch
uiterste in de natuur.
16a Voor ster geldt: komt op meerdere plekken in
heelal voor.
5a Voor SD geldt: is dood; is concreet.
17a Voor ster geldt: Is aaneenschakeling van SD.
18i Voor dood als concreet iets geldt: komt op
meerdere plekken in heelal voor.
18a Voor dood als concreet iets geldt:
komt op meerdere plekken in heelal voor.
19i Voor leven als concreet iets geldt:
komt op één plek in heelal voor.
Toelichting:
o Is uitsluitend onze
planeet.
20a Voor SD geldt: past zich zowel niét als wél
naar de omstandigheden aan.
5a Voor SD geldt: is dood; is concreet.
21i Voor dood als concreet iets geldt: past zich
zowel niét als wél naar de omstandigheden aan.
21a Voor dood als concreet iets geldt:
past zich zowel niét als wél naar de omstandigheden aan.
22a Voor mens geldt: past zich naar de
omstandigheden aan.
23i Voor leven als concreet iets geldt:
past zich uitsluitend wél naar de omstandigheden aan.
Toelichting:
o Is evolutie.
5 Bijlagen.
Geen.