Inhoud.
Is
onderverdeeld:
1 Inleiding.
2 Uitgangspunt.
3 Samenvatting.
4 Onderbouwing.
5 Bijlagen.
1 Inleiding.
Zie module:
o
Inleiding.
Deze module
gaat in op:
o
DNA
vs. RNA.
2 Uitgangspunt.
Niet van
toepassing.
3 Samenvatting.
3.1 Algemeen.
Voor DNA geldt:
is de tegenpool van RNA.
3.2 Conclusies.
Niet van
toepassing.
4 Onderbouwing.
Is
onderverdeeld:
1
Stellingen
DNA vs. RNA.
2
Statistische
betrouwbaarheid van tegenpoolrelatie DNA vs. RNA.
4.1 Stellingen DNA vs. RNA.
…a
= Als waar is.
…i
= Is ook waar.
1a Voor DNA geldt:
Komt veelal dubbelstrengs
voor.
2i Voor RNA geldt: Komt veelal
enkelstrengs voor.
3a Voor ribose
geldt: tweede koolstofpositie bevat oneven aantal zuurstofatomen.
4i Voor deoxyribose geldt: tweede koolstofpositie
bevat even aantal zuurstofatomen.
5a Voor DNA
geldt: Suikergroep in de nucleotiden is een deoxyribose.
6i Voor RNA geldt: Suikergroep in de nucleotiden is een ribose.
7a Voor thymine
geldt: Is inclusief H3C.
8i Voor uracil geldt: Is exclusief H3C.
9a Voor DNA
geldt: Bevat als nucleotiden naast adenine,
cytosine en guanine ook thymine.
10i Voor RNA geldt: Bevat als nucleotiden naast adenine, cytosine en guanine ook uracil.
11a Voor DNA
geldt: Lusvorming bij draaien van uitgerekt geheel duurt in verhouding tot
tegenpool (RNA) relatief kort.
12i Voor RNA geldt: Lusvorming bij draaien van uitgerekt geheel duurt in
verhouding tot tegenpool (DNA) relatief lang.
13a Voor DNA geldt: Bij torsie
neemt de kritische bucklingdrempel relatief laag
toe in verhouding tot tegenpool (RNA).
14i Voor RNA geldt: Bij torsie
neemt de kritische bucklingdrempel relatief hoog
toe in verhouding tot tegenpool.
15a Voor DNA geldt: De mechanische
buigstijfheid van het uitgerekte geheel is relatief hoog in
verhouding tot tegenpool (RNA).
16i Voor RNA geldt: De mechanische
buigstijfheid van het uitgerekte geheel is relatief laag in
verhouding tot tegenpool.
17a Voor DNA geldt: Bij gelijke
trekkracht op een uitgerekt geheel is de verlenging in verhouding tot tegenpool
(RNA) relatief groot.
18i Voor RNA geldt: Bij gelijke
trekkracht op een uitgerekt geheel is de verlenging in verhouding tot tegenpool
(DNA) relatief klein.
19a Voor DNA geldt: De energetische
drempel voor initiële vormverandering bij draaien van een uitgerekt geheel is
in verhouding tot tegenpool (RNA) relatief laag.
20i Voor RNA geldt: De
energetische drempel voor initiële vormverandering bij draaien van een
uitgerekt geheel is in verhouding tot tegenpool relatief hoog.
21a Voor DNA geldt: De
torsiestijfheid van het uitgerekte geheel is in verhouding tot tegenpool (RNA) relatief
laag.
22i Voor RNA geldt: De
torsiestijfheid van het uitgerekte geheel is in verhouding tot tegenpool relatief
hoog.
23a Voor DNA geldt: Bij een gegeven
torsie op een uitgerekt geheel is de resulterende hoekverandering in verhouding
tot tegenpool (RNA) relatief klein.
24i Voor RNA geldt: Bij een
gegeven torsie op een uitgerekt geheel is de resulterende hoekverandering in
verhouding tot tegenpool (DNA) relatief groot.
25a Voor DNA geldt: Bij cyclische
torsie van een uitgerekt geheel is de energiedissipatie
in verhouding tot tegenpool (RNA) relatief laag.
26i Voor RNA geldt: Bij cyclische
torsie van een uitgerekt geheel is de energiedissipatie
in verhouding tot tegenpool (DNA) relatief hoog.
27a Voor DNA geldt: Na beëindiging
van torsie op een uitgerekt geheel is de vormherstel‑tijd in verhouding tot tegenpool (RNA) relatief
kort.
28i Voor RNA geldt: Na beëindiging
van torsie op een uitgerekt geheel is de vormherstel‑tijd in verhouding tot tegenpool (DNA)
relatief lang.
29a Voor DNA geldt: Na beëindiging
van mechanische vervorming van een uitgerekt geheel is de relaxatietijd in
verhouding tot tegenpool (RNA) relatief kort.
30i Voor RNA geldt: Na beëindiging
van mechanische vervorming van een uitgerekt geheel is de relaxatietijd in
verhouding tot tegenpool (DNA) relatief lang.
31a Voor DNA geldt: Bij een gegeven
verlenging van een uitgerekt geheel is de benodigde rek‑energie in verhouding tot tegenpool (RNA)
relatief laag.
32i Voor RNA geldt: Bij een
gegeven verlenging van een uitgerekt geheel is de benodigde rek‑energie in verhouding tot tegenpool (DNA)
relatief hoog.
33a Voor DNA geldt: Bij een gegeven
draaiing van een uitgerekt geheel is de benodigde torsie‑energie in verhouding tot tegenpool (RNA)
relatief laag.
34i Voor RNA geldt: Bij een
gegeven draaiing van een uitgerekt geheel is de benodigde torsie‑energie in verhouding tot tegenpool (DNA)
relatief hoog.
35a Voor DNA geldt:
De entropische veerkracht van het uitgerekte geheel
is in verhouding tot tegenpool (RNA) relatief laag.
36i Voor RNA geldt: De entropische
veerkracht van het uitgerekte geheel is in verhouding tot tegenpool (DNA)
relatief hoog.
37a Voor DNA geldt: De frequentie van thermische
fluctuaties in een uitgerekt geheel is in verhouding tot tegenpool (RNA) relatief
laag.
38i Voor RNA geldt: De frequentie van thermische
fluctuaties in een uitgerekt geheel is in verhouding tot tegenpool (DNA) relatief
hoog.
39a Voor DNA geldt: De kritische buighoek van het
uitgerekte geheel is in verhouding tot tegenpool (RNA) relatief groot.
40i Voor RNA geldt: De kritische buighoek van het
uitgerekte geheel is in verhouding tot tegenpool (DNA) relatief klein.
41a Voor DNA geldt: De amplitude van de respons op micro‑oscillaties van een uitgerekt geheel is
in verhouding tot tegenpool (RNA) relatief klein.
42i Voor RNA geldt: De amplitude van de respons op
micro‑oscillaties
van een uitgerekt geheel is in verhouding tot tegenpool (DNA) relatief groot.
43a Voor DNA geldt: De lineaire demping bij kleine
torsie‑afwijkingen
van een uitgerekt geheel is in verhouding tot tegenpool (RNA) relatief laag.
44i Voor RNA geldt: De lineaire demping bij kleine
torsie‑afwijkingen
van een uitgerekt geheel is in verhouding tot tegenpool (DNA) relatief hoog.
45a Voor DNA geldt: De kritische torsie waarbij het
uitgerekte geheel nog lineair blijft is in verhouding tot tegenpool (RNA)
relatief groot.
46i Voor RNA geldt: De kritische torsie waarbij het
uitgerekte geheel nog lineair blijft is in verhouding tot tegenpool (DNA)
relatief klein.
47a Voor DNA geldt: De kritische fluctuatie‑amplitude van het uitgerekte geheel is
in verhouding tot tegenpool (RNA) relatief groot.
48i Voor RNA geldt: De kritische fluctuatie‑amplitude van het uitgerekte geheel is
in verhouding tot tegenpool (DNA) relatief klein.
49a Voor DNA geldt: De energieverdeling over lineaire
buigmodes van het uitgerekte geheel is in verhouding tot tegenpool (RNA) relatief
gelijkmatig.
50i Voor RNA geldt: De energieverdeling over lineaire
buigmodes van het uitgerekte geheel is in verhouding tot tegenpool (DNA)
relatief geconcentreerd.
4.2 Statistische betrouwbaarheid van tegenpoolrelatie
DNA vs. RNA.
Voor aantal
toepassingen DNA vs. RNA geldt: = 25.
Toelichting:
o Is gekoppeld aan item 4.1.
Leidt tot
betrouwbaarheid van tegenpoolrelatie DNA vs. RNA:
o
= 100*(1-0,5^25).
o
= 99,999997
%
Voor 0,5 geldt:
o
Is
kans op munt na één worp.
Voor 25 geldt:
o
Is
aantal worpen.
Voor huidig
wetenschappelijk statistische betrouwbaarheidsnorm gebaseerd op minstens één
kruis geldt:
o
>=
100*(1-(1/3500000))
o
>=
99,9999714 %
5 Bijlagen.
Geen.