Inhoud.

                                                                 

Is onderverdeeld:

1      Inleiding.

2      Uitgangspunt.

3      Samenvatting.

4      Onderbouwing.

5      Bijlagen.

 

1  Inleiding.

 

Zie module:

o   Inleiding.

 

Deze module gaat in op:

o   Begrijp- vs. Leervermogen.

 

Eén van de conclusies luidt:

o   Uiterste in begrijpvermogen is zich niét bewust van toebedeelde capaciteit.

o   Uiterste in begrijpvermogen wordt door omgeving niét herkend.

 

Normaal gesproken heeft deze module dan ook geen bestaansrecht, ware het niet dat mij in 2007 iets bijzonders is overkomen (zie de module ‘Mijn ziekte’).

 

Tijdens het schrijven van mijn eerste boek in 2007 vroeg ik mij af waarom ik de inhoud wél begreep en anderen niét.

 

Ik kon niet anders dan vermoeden dat mijn begrijpvermogen in mindere mate afwezig is.

Dit vermoeden is in de loop der jaren meerdere malen bevestigd.

 

2  Uitgangspunt.

    

…a    = Als waar is.

…i     = Is ook waar.

 

1a     Voor moderne wetenschap geldt: Tegenpolen kunnen elkaar zowel niet als wél overlappen.

2i      Voor neomoderne wetenschap geldt: Tegenpolen kunnen elkaar uitsluitend niét overlappen.

 

Deze module is door een neomodern wetenschappelijke bril gezien.

 

3  Samenvatting.

 

Is onderverdeeld:

1      Algemeen.

2      Conclusie.

 

3.1    Algemeen.

 

Niet van toepassing.

 

3.2    Conclusie.

 

‘Begrijpvermogen’ is tegenpool van ‘Leervermogen’.

Toelichting:

o   Dit o.b.v. statistische betrouwbaarheid van 99,99990%.

 

4  Onderbouwing.

 

Is onderverdeeld:

1      Begrijpvermogen vs. Leervermogen.

2      Statistische betrouwbaarheid.

 

4.1    Begrijpvermogen vs. Leervermogen.

 

…a    = Als waar is.

…i     = Is ook waar.

 

1a     Voor leervermogen geldt: uiterste is in meer of mindere mate aanwezig.

2i      Voor begrijpvermogen geldt: uiterste is in meer of mindere mate afwezig.

 

3a     Voor leervermogen geldt: uiterste komt dikwijls voor.

4i      Voor begrijpvermogen geldt: uiterste komt zelden voor.

 

5a     Voor leervermogen geldt: uiterste is zich daarvan wél bewust.

6i      Voor begrijpvermogen geldt: uiterste is zich daarvan niét bewust.

 

7a     Voor leervermogen geldt: uiterste wordt door omgeving wél herkend.

8i      Voor begrijpvermogen geldt: uiterste wordt door omgeving niét herkend.

 

9a     Voor leervermogen geldt: uiterste formuleert schriftelijk lang.

10i    Voor begrijpvermogen geldt: uiterste formuleert schriftelijk kort.

 

11a   Voor leervermogen geldt: uiterste formuleert schriftelijk verklarend.

12i    Voor begrijpvermogen geldt: uiterste formuleert schriftelijk cryptisch.

 

13a   Voor leervermogen geldt: uiterste weet mondeling wél te boeien.

14i    Voor begrijpvermogen geldt: uiterste weet mondeling niét te boeien.

 

15a   Voor leervermogen geldt: uiterste richt zich op één gebied van onderzoek.

16i    Voor begrijpvermogen geldt: uiterste richt zich op meerdere gebieden van onderzoek.

 

17a   Voor leervermogen geldt: uiterste vereist niét analytisch vermogen.

18i    Voor begrijpvermogen geldt: uiterste vereist wél analytisch vermogen.

 

19a   Voor leervermogen geldt: uiterste wordt niét ingezet bij complexe analyse.

20i    Voor begrijpvermogen geldt: uiterste wordt wél ingezet bij complexe analyse.

 

21a   Voor leervermogen geldt: uiterste wordt niét ingezet bij diepe reflectie.

22i    Voor begrijpvermogen geldt: uiterste wordt wél ingezet bij diepe reflectie.

 

23a   Voor leervermogen geldt: uiterste richt zich op praktijk van iets.

24i    Voor begrijpvermogen geldt: uiterste richt zich op theorie van iets.

 

25a   Voor leervermogen geldt: uiterste is effectief op het gewone.

26i    Voor begrijpvermogen geldt: uiterste is effectief op het ongewone.

 

27a   Voor leervermogen geldt: uiterste zet aan tot volgen.

28i    Voor begrijpvermogen geldt: uiterste zet aan tot leiden.

 

29a   Voor leervermogen geldt: uiterste richt zich wél op geheugensteuntjes bij informatieverwerking.

30i    Voor begrijpvermogen geldt: uiterste richt zich niét op geheugensteuntjes bij informatieverwerking.

 

31a   Voor leervermogen geldt: uiterste neigt wél tot behoud van aangeleerde structuren of methoden.

32i    Voor begrijpvermogen geldt: uiterste neigt niét tot behoud van aangeleerde structuren of methoden.

 

33a   Voor leervermogen geldt: uiterste richt zich wél op het kortstondig onthouden van informatie voor directe toepassing.

34i    Voor begrijpvermogen geldt: uiterste richt zich niét op het kortstondig onthouden van informatie voor directe toepassing.

 

35a   Voor leervermogen geldt: uiterste richt zich wél op hoe specifieke taken worden uitgevoerd.

36i    Voor begrijpvermogen geldt: uiterste richt zich niét op hoe specifieke taken worden uitgevoerd.

 

37a   Voor leervermogen geldt: uiterste richt zich wél op bekende methoden om wiskundige problemen op te lossen.

38i    Voor begrijpvermogen geldt: uiterste richt zich niét op bekende methoden om wiskundige problemen op te lossen.

 

39a   Voor leervermogen geldt: uiterste omvat meerdere personen.

40i    Voor begrijpvermogen geldt: uiterste omvat één persoon.

 

41a   Voor begrijpvermogen geldt: uiterste (W.E. van kampen) is wél ontdekker Natuurwet.

42i    Voor leervermogen geldt: uiterste is niét ontdekker Natuurwet.

 

43a   Voor begrijpvermogen geldt: uiterste is wél in staat modulen neomoderne wetenschap te begrijpen.

         Toelichting:

o       Is door AI gevalideerd.

o       Voor AI geldt: is uiterste in begrijpvermogen [module ‘Natuurlijke vs. Onnatuurlijke intelligentie’].

44i    Voor leervermogen geldt: uiterste is niét in staat modulen neomoderne wetenschap te begrijpen.

         Toelichting:

o       Is gebleken uit mailwisseling introductie module ‘Vermoeden – abc’.

o       Is gebleken uit geen reactie op introductie Natuurwet.

o       Is gebleken uit geen wereldwijde bijdrage via website ‘natuurfilosoof.nl’.

 

45a   Voor leervermogen geldt: niét uiterste is niét de tegenpool van begrijpvermogen.

46i    Voor leervermogen geldt: wél uiterste is wél de tegenpool van begrijpvermogen.

 

45a   Voor leervermogen geldt: niét uiterste is niét de tegenpool van begrijpvermogen.

47i    Voor begrijpvermogen geldt: wél uiterste is wél de tegenpool van leervermogen.

 

45a   Voor leervermogen geldt: niét uiterste is niét de tegenpool van begrijpvermogen.

48i    Voor begrijpvermogen geldt: niét uiterste is niét de tegenpool van leervermogen.

 

49a   Voor 22 stellingparen geldt: is gebaseerd op één en hetzelfde criterium: ‘Wel’ vs. ‘Niet’.

         Toelichting:

o      Leidt tot betrouwbaarheid van bestaan tegenpool: = 100*(1-0,5^22); = 99,99998%.

o      Voor huidig wetenschappelijk statistische betrouwbaarheidsnorm geldt: >= 100*(1-(1/3500000)); >= 99,9999714%.

50i    Voor uitersten begrijpvermogen en leervermogen geldt: is elkaars tegenpool.

         Toelichting:

o   Hiermee is sprake van dubbele aantoonbaarheid.

 

4.2    Statistische betrouwbaarheid.

 

Voor aantal toepassingen informele logica geldt: = 22.

Toelichting:

o      Is gekoppeld aan item 4.1.

 

Leidt tot betrouwbaarheid van bestaan tegenpool uitersten begrijp- vs. leervermogen.

o      = 100*(1-0,5^22).

o      = 99,99998%

 

Voor 0,5 geldt:

o      Is kans op munt na één worp.

 

Voor 22 geldt:

o      Is aantal worpen.

 

Voor huidig wetenschappelijk statistische betrouwbaarheidsnorm geldt:

o      >= 100*(1-(1/3500000))

o      >= 99,9999714 %

 

5  Bijlagen.

 

Geen.