Inhoud.

                                                                 

Is onderverdeeld:

1      Inleiding.

2      Uitgangspunt.

3      Samenvatting.

4      Onderbouwing.

5      Bijlagen.

 

1  Inleiding.

 

Zie module:

o   Inleiding.

 

Deze module gaat in op:

o   Aristoteles vs. Plato.

 

2  Uitgangspunt.

    

Niet van toepassing.

 

3  Samenvatting.

 

Is onderverdeeld:

1      Algemeen.

2      Conclusie.

 

3.1    Algemeen.

 

Voor Aristoteles geldt: leervermogen is in meerdere mate aanwezig.

Voor Plato geldt: begrijpvermogen is in meerdere mate aanwezig.

 

3.2    Conclusie.

 

Niet van toepassing.

 

4  Onderbouwing.

 

…a    = Als waar is.

…i     = Is ook waar.

 

1a     Voor Aristoteles geldt: Aristoteles hanteerde een analytische, inductieve manier van denken (het destilleren van een algemeen geldende waarheid uit het doen en laten van het individu en de waarneembare werkelijkheid) [Wikipedia]. 

         Toelichting:

o   1.1a    Voor Aristoteles geldt: hield zich bezig met o.a. logica en wiskunde.

o   1.2a    Voor wiskunde geldt: vereist in meerdere mate aanwezigheid van leervermogen.

o   1.3a    Voor Aristoteles geldt: is grondlegger moderne wetenschap.

o   1.4i      Voor Aristoteles geldt: leervermogen is in meerdere mate aanwezig.

2i      Voor Aristoteles geldt: leervermogen is in meerdere mate aanwezig.

         Toelichting:

o   Begrijp- en Leervermogen zijn elkaars tegenpolen [door AI gevalideerde module ‘Begrijp- en Leervermogen‘].

 

2a     Voor Aristoteles geldt: leervermogen is in meerdere mate aanwezig.

3i      Voor Aristoteles geldt: begrijpvermogen is in meerdere mate afwezig.

 

2a     Voor Aristoteles geldt: leervermogen is in meerdere mate aanwezig.

4i      Voor Plato geldt: leervermogen is in mindere mate aanwezig.

         Toelichting:

o   4.1a    Voor denken in tegenstellingen geldt: vereist in meerdere mate aanwezig begrijpvermogen.

o   4.2a    Voor Plato geldt: dacht als invloedrijk filosoof in tegenstellingen.

o   4.3i      Voor Plato geldt: begrijpvermogen is in mindere mate afwezig.

o    

o   4.3a    Voor Plato geldt: begrijpvermogen is in mindere mate afwezig.

o   4.4i      Voor Plato geldt: leervermogen is in mindere mate aanwezig.

o    

o   4.4a    Voor Plato geldt: leervermogen is in mindere mate aanwezig.

o   4.5a    Voor stelling 4.5a geldt: = stelling 4i.

o   4.6i      Voor Plato en Aristoteles geldt: is elkaars tegenpool.

 

2a     Voor Aristoteles geldt: leervermogen is in meerdere mate aanwezig.

5i      Voor Plato geldt: begrijpvermogen is in mindere mate afwezig.

         Toelichting:

o   5.1a    Voor Plato geldt: begrijpvermogen is in mindere mate afwezig.

o   5.2i      Voor Plato geldt: begrijpvermogen is in meerdere mate aanwezig.

o    

o   5.2a    Voor Plato geldt: begrijpvermogen is in meerdere mate aanwezig.

o   5.1a    Voor Plato geldt: begrijpvermogen is in mindere mate afwezig.

o   5.3i      Voor stelling 5.1a en 5.2a geldt: is gelijkwaardig.

 

5  Bijlagen.

 

Geen.