Inhoud.
Is
onderverdeeld:
1 Inleiding.
2 Uitgangspunt.
3 Samenvatting.
1 Onderbouwing.
2 Bijlagen.
1 Inleiding.
Niet
van toepassing.
2 Uitgangspunt.
Foton kan
samengevoegd worden [39].
Molecuul is een
aaneenschakeling van atomen [42].
Materie bestaat
uit meerdere moleculen [45].
Meteoren slaan
in op planeten [48].
Er is zowel
zichtbare als onzichtbare (donkere) materie [50].
3 Samenvatting.
3.1 Algemeen.
Niet van
toepassing.
3.2 Conclusies.
Lsr ~ zd=3D kan
uitsluitend samengevoegd worden [1].
Lsr ~ md=3D kan
zowel aaneengeschakeld als samengevoegd worden [4].
Ø In de zin van: Het komt beide voor.
Gsr ~ md=3D kan
uitsluitend samengevoegd worden [5].
Gsr ~ md≠3D kan
zowel aaneengeschakeld als samengevoegd worden [6].
Ø In de zin van: Het komt beide voor.
Gsr ~ md=3D ~ kßx
~ M kan zowel ß als ϗ samengevoegd worden [7].
Ø In de zin van: Het komt beide voor.
Gsr ~ md=3D ~
kßx ~ H kan uitsluitend ß samengevoegd worden [10].
Gsr ~ md=3D ~
kßx ~ H kan wél samengevoegd worden [11].
Gsr ~ md=3D ~
gßx ~ H kan niét samengevoegd worden [12].
Gsr ~ md≠3D ~
kßx ~ H kan zowel ß als ϗ samengevoegd worden [13].
Ø In de zin van: Het komt beide voor.
Gsr ~ md≠3D ~
kßy ~ H kan uitsluitend ß samengevoegd worden [16].
Recht gsr ~
md≠3D ~ kßx ~ H(+én-) kan zowel ß als ϗ aaneengeschakeld worden [17].
Ø In de zin van: Het komt beide voor.
Recht gsr ~
md≠3D ~ kßx ~ H(+óf-) kan uitsluitend ϗ aaneengeschakeld worden [20].
Recht lsr ~
md=3D kan zowel in één als in meerdere richtingen aaneengeschakeld worden [21].
Ø In de zin van: Het komt beide voor.
Recht gsr ~
md≠3D kan zowel in één als in meerdere richtingen aaneengeschakeld worden [22].
Ø In de zin van: Het komt beide voor.
Recht gsr ~
md≠3D ~ kßx ~ H(+én-) kan zowel in één als in meerdere richtingen
aaneengeschakeld worden [23].
Ø In de zin van: Het komt beide voor.
Recht gsr ~
md≠3D ~ kßx ~ H(+óf-) kan uitsluitend in één richting aaneengeschakeld worden [26].
Het ϗ
samenvoegen van recht gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+óf-) leidt uitsluitend tot het
ronde [27].
Ø Is een massief kß cirkel met neutrale
lading.
Het ϗ
samenvoegen van rond gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+én-) leidt uitsluitend tot het
ronde [28].
Ø Is een massief kß cirkel met neutrale
lading.
Het ϗ
samenvoegen van recht gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+én-) leidt uitsluitend tot het
rechte [31].
Ø Is een massief kß vierkant met neutrale
lading.
Gsr ~ md=3D kan
zowel ß als ϗ samengevoegd worden [32].
Ø In de zin van: Het komt beide voor.
Lsr ~ md=3D kan
uitsluitend ϗ samengevoegd worden [35].
Gsr ~ zd=3D kan
zowel aaneengeschakeld als samengevoegd worden [36].
Ø In de zin van: Het komt beide voor.
Planckdeeltje kan
uitsluitend samengevoegd worden [37].
Subatomair
deeltje kan zowel aaneengeschakeld als samengevoegd worden [40].
Ø In de zin van: Het komt beide voor.
Atomair deeltje
kan uitsluitend aaneengeschakeld worden [43].
Moleculair
deeltje kan zowel aaneengeschakeld als samengevoegd worden [46].
Ø In de zin van: Het komt beide voor.
Materie kan
uitsluitend aaneengeschakeld worden [49].
4 Onderbouwing.
1 Zie conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Er
is lsr ~ zd=3D ~ ϗg ~ (+én-) ~ ϗ*s [Ontstaan gsr ~ md=3D ~ kßx ~ M].
2
Is
ook waar:
o
Lsr
~ zd=3D kan uitsluitend samengevoegd worden.
Ø
In
de zin van: Het kan niet aaneengeschakeld worden.
3
Conclusie:
o
Lsr
~ zd=3D kan uitsluitend samengevoegd worden.
2 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Lsr
~ zd=3D kan uitsluitend samengevoegd worden [1].
2
Is
ook waar:
o
Lsr
~ md=3D kan uitsluitend aaneengeschakeld worden.
Of.
o
Lsr
~ md=3D kan zowel aaneengeschakeld als samengevoegd worden.
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
3
Conclusie:
o
Er
is keuze.
Stel:
Lsr ~ md=3D kan uitsluitend aaneengeschakeld worden.
3 Zie conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Lsr
~ md=3D kan uitsluitend aaneengeschakeld worden.
o
Er
is ϗg^3 * lsr ~ md=3D ~ kß ~ (+én-) ~ ϗ*s als gedeelte van lsr ~ zd=3D ~ ϗg ~
(+én-) ~ ϗ*s [Ontstaan gsr ~ md=3D ~ kßx ~ M].
2
Is
ook waar:
o
Proposities
zijn strijdig met elkaar.
3
Conclusie:
o
Stelling:
‘Lsr ~ md=3D kan uitsluitend aaneengeschakeld worden’, is onwaar.
4 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Stelling:
‘Lsr ~ md=3D kan uitsluitend
samengevoegd worden’, is onwaar [3].
2
Is
ook waar:
o
Stelling:
‘Lsr ~ md=3D kan zowel
aaneengeschakeld als samengevoegd worden’, is waar.
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
3
Conclusie:
o
Lsr
~ md=3D kan zowel aaneengeschakeld als samengevoegd worden.
5 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Lsr ~ zd=3D kan
uitsluitend samengevoegd worden [1].
2
Is
ook waar:
o
Gsr ~ md=3D
kan uitsluitend samengevoegd worden.
3
Conclusie:
o
Gsr
~ md=3D kan uitsluitend samengevoegd worden.
6 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Lsr ~ md=3D kan zowel
aaneengeschakeld als samengevoegd worden [4].
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
2
Is
ook waar:
o
Gsr ~ md≠3D
kan zowel aaneengeschakeld als samengevoegd worden.
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
3
Conclusie:
o
Gsr
~ md≠3D kan zowel aaneengeschakeld als samengevoegd worden.
7 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Gsr
~ md=3D kan uitsluitend samengevoegd worden [5].
o
Uit
ϗg^4 * gsr ~ zd=3D ~ ϗk ~ (+én-) ~ e ontstaat 1 * gsr ~ md=3D ~ kßx ~ M(+én-) ~
ϗ*s [Ontstaan gsr ~ md=3D ~ kßx ~ M].
o
Er
is niét en ander gsr ~ md=3D ~ kßx ~ M dan gsr ~ md=3D ~ kßx ~ M(+én-) [Soorten
ruimte].
2
Is
ook waar:
o
Gsr
~ md=3D ~ kßx ~ M kan zowel ß als ϗ samengevoegd worden.
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
3
Conclusie:
o
Gsr
~ md=3D ~ kßx ~ M kan zowel ß als ϗ samengevoegd worden.
8 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Gsr
~ md=3D ~ kßx ~ M kan zowel ß als ϗ samengevoegd worden [7].
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
2
Is
ook waar:
o
Gsr
~ md=3D ~ kßx ~ H kan uitsluitend ß samengevoegd worden.
Of.
o
Gsr
~ md=3D ~ kßx ~ H kan uitsluitend ϗ samengevoegd worden.
3
Conclusie:
o
Er
is keuze.
Stel:
Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ H kan uitsluitend ϗ samengevoegd worden.
9 Zie conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Gsr
~ md=3D ~ kßx ~ H kan uitsluitend ϗ samengevoegd worden.
o
Vanuit
het midden van gsr ~ md=3D ~ kßx ~ M ontstaat gsr ~ md=3D ~ kßx ~ H(+én-) ~ ß*s
[Ontstaan gsr ~ md=3D ~ kßx ~ H].
2
Is
ook waar:
o
Proposities
zijn strijdig met elkaar.
3
Conclusie:
o
Stelling:
‘Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ H kan uitsluitend ϗ samengevoegd worden’, is onwaar.
10 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Stelling:
‘Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ H kan uitsluitend ϗ samengevoegd worden’, is onwaar [9].
2
Is
ook waar:
o
Stelling:
‘Gsr ~ md=3D ~ kßx ~ H kan uitsluitend ß samengevoegd worden’, is waar.
3
Conclusie:
o
Gsr
~ md=3D ~ kßx ~ H kan uitsluitend ß samengevoegd worden.
11 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Gsr
~ md=3D ~ kßx ~ H kan uitsluitend ß samengevoegd worden [10].
2
Is
ook waar:
o
Gsr
~ md=3D ~ kßx ~ H kan wél samengevoegd worden.
3
Conclusie:
o
Gsr
~ md=3D ~ kßx ~ H kan wél samengevoegd worden.
12 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Gsr
~ md=3D ~ kßx ~ H kan wél samengevoegd worden [11].
2
Is
ook waar:
o
Gsr
~ md=3D ~ gßx ~ H kan niét samengevoegd worden.
3
Conclusie:
o
Gsr
~ md=3D ~ gßx ~ H kan niét samengevoegd worden.
13 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Gsr
~ md=3D ~ kßx ~ M kan zowel ß als ϗ samengevoegd worden [7].
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
2
Is
ook waar:
o
Gsr
~ md≠3D ~ kßx ~ H kan zowel ß als ϗ samengevoegd
worden.
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
3
Conclusie:
o
Gsr
~ md≠3D ~ kßx ~ H kan zowel ß als ϗ samengevoegd worden.
14 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Gsr
~ md≠3D ~ kßx ~ H kan zowel ß als ϗ samengevoegd worden [13].
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
2
Is
ook waar:
o
Gsr
~ md≠3D ~ kßy ~ H kan uitsluitend ß samengevoegd worden.
Of.
o
Gsr
~ md≠3D ~ kßy ~ H kan uitsluitend ϗ samengevoegd worden.
3
Conclusie:
o
Er
is keuze.
Stel:
Gsr ~ md≠3D ~ kßy ~ H kan uitsluitend ϗ samengevoegd worden.
15 Zie conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Gsr
~ md≠3D ~ kßy ~ H kan uitsluitend ϗ samengevoegd worden.
o
Er
is gsr ~ md≠3D ~ kßy ~ H(+óf-) ~ e of ß*s [Soorten ruimte].
2
Is
ook waar:
o
Proposities
zijn strijdig met elkaar.
3
Conclusie:
o
Stelling:
‘Gsr ~ md≠3D ~ kßy ~ H kan uitsluitend ϗ samengevoegd worden’, is onwaar.
16 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Stelling:
‘Gsr ~ md≠3D ~ kßy ~ H kan uitsluitend ϗ
samengevoegd worden’, is onwaar [15].
2
Is
ook waar:
o
Stelling:
‘Gsr ~ md≠3D ~ kßy ~ H kan uitsluitend ß
samengevoegd worden’, is waar.
3
Conclusie:
o
Gsr
~ md≠3D ~ kßy ~ H kan uitsluitend ß samengevoegd worden.
17 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Ruimtelijn-gsr
is als rechte lijn zowel een ß als ϗ aaneenschakeling van kß delen [Ruimtelijn-recht
vs. -rond].
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
2
Is
ook waar:
o
Recht
gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+én-) kan zowel ß als ϗ aaneengeschakeld worden.
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
3
Conclusie:
o
Recht
gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+én-) kan zowel ß als ϗ aaneengeschakeld worden.
18 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Recht
gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+én-) kan zowel ß als ϗ aaneengeschakeld worden [17].
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
2
Is
ook waar:
o
Recht
gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+óf-) kan uitsluitend ß aaneengeschakeld worden.
Of.
o
Recht
gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+óf-) kan uitsluitend ϗ aaneengeschakeld worden.
3
Conclusie:
o
Er
is keuze.
Stel:
Recht gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+óf-) kan uitsluitend ß aaneengeschakeld worden.
19 Zie conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Recht
gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+óf-) kan uitsluitend ß aaneengeschakeld worden.
o
Getallenlijn-gsr
is als rechte een ϗ aaneenschakeling van uitsluitend kß delen(+óf-) [Ruimtelijn-recht
vs. -rond].
2
Is
ook waar:
o
Proposities
zijn strijdig met elkaar.
3
Conclusie:
o
Stelling:
’Recht gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+óf-) kan uitsluitend ß aaneengeschakeld worden’,
is onwaar.
20 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Stelling:
’Recht gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+óf-) kan uitsluitend ß aaneengeschakeld worden’, is onwaar
[19].
2
Is
ook waar:
o
Stelling:
Recht gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+óf-) kan uitsluitend ϗ aaneengeschakeld worden’, is waar.
3
Conclusie:
o
Recht
gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+óf-) kan uitsluitend ϗ aaneengeschakeld worden.
21 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Er
is ϗg^3 * lsr ~ md=3D ~ kß ~ (+én-) ~ ϗ*s als gedeelte van lsr ~ zd=3D ~ ϗg ~
(+én-) ~ ϗ*s [3 (Als waar is:)].
o
Lsr
~ zd=3D ~ ϗg is uitsluitend een kubus [Bol vs. Kubus].
o
Lsr
~ md=3D is uitsluitend een kubus [Bol vs. Kubus].
o
Er
is niet een ander lsr ~ md=3D dan lsr ~ md=3D ~ kßy ~ (+én-) ~ ϗ*s [Soorten
ruimte].
2
Is
ook waar:
o
Recht
lsr ~ md=3D kan zowel in één als in meerdere richtingen aaneengeschakeld worden.
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
3
Conclusie:
o
Recht
lsr ~ md=3D kan zowel in één als in meerdere richtingen aaneengeschakeld worden.
22 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Recht
lsr ~ md=3D kan zowel in één als in meerdere richtingen aaneengeschakeld
worden [21].
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
2
Is
ook waar:
o
Recht
gsr ~ md≠3D kan zowel in één als in meerdere richtingen
aaneengeschakeld worden.
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
3
Conclusie:
o
Recht
gsr ~ md≠3D kan zowel in één als in meerdere richtingen aaneengeschakeld worden.
23 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Recht
gsr ~ md≠3D kan zowel in één als in meerdere richtingen aaneengeschakeld worden
[22].
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
o
Recht
ruimtelijn-gsr, wél in elkaars verlengde aaneengeschakeld, is recht [Getallenlijn-gsr
vs. Ruimtelijn-gsr].
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
o
Recht
ruimtelijn-gsr, niét in elkaars verlengde aaneengeschakeld, is krom [Getallenlijn-gsr
vs. Ruimtelijn-gsr].
2
Is
ook waar:
o
Recht
gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+én-) kan zowel in één als in meerdere richtingen
aaneengeschakeld worden.
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
3
Conclusie:
o
Recht
gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+én-) kan zowel in één als in meerdere richtingen
aaneengeschakeld worden.
24 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Recht
gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+én-) kan zowel in één als in meerdere richtingen
aaneengeschakeld worden [23].
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
2
Is
ook waar:
o
Recht
gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+óf-) kan uitsluitend in één richting aaneengeschakeld
worden.
Of.
o
Recht
gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+óf-) kan uitsluitend in meerdere richtingen
aaneengeschakeld worden.
3
Conclusie:
o
Er
is keuze.
Stel:
Recht gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+óf-) kan uitsluitend in meerdere richtingen
aaneengeschakeld worden.
25 Zie conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Recht
gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+óf-) kan uitsluitend in meerdere richtingen
aaneengeschakeld worden.
o
Getallenlijn-gsr
is als rechte een ϗ aaneenschakeling van uitsluitend kß delen(+óf-) [19 (Als
waar is:)].
2
Is
ook waar:
o
Proposities
zijn strijdig met elkaar.
3
Conclusie:
o
Stelling:
‘Recht gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+óf-) kan uitsluitend in meerdere richtingen
aaneengeschakeld worden’, is onwaar.
26 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Stelling:
‘Recht gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+óf-) kan uitsluitend in meerdere richtingen aaneengeschakeld worden’, is onwaar [25].
2
Is
ook waar:
o
Stelling:
‘Recht gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+óf-) kan uitsluitend in één richting aaneengeschakeld worden’, is waar.
3
Conclusie:
o
Recht
gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+óf-) kan uitsluitend in één richting aaneengeschakeld
worden.
27 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Gsr
~ md≠3D ~ kßx ~ H kan zowel ß als ϗ samengevoegd worden [1].
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
o
Recht
gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+óf-) kan uitsluitend ϗ aaneengeschakeld worden [18].
o
Kß
getallenlijn is uitsluitend recht [Recht vs. Rond].
o
ϗk(+óf-)
* ϗg = 1(+óf-) [Som der lijnen].
o
ϗk(+én-)
* ϗg = 0(+én-) [Som der lijnen].
2
Is
ook waar:
o
Het
ϗ samenvoegen van recht gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+óf-) leidt uitsluitend tot het
ronde.
Ø
Is
een massief kß cirkel met neutrale lading.
3
Conclusie:
o
Het
ϗ samenvoegen van recht gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+óf-) leidt uitsluitend tot het
ronde.
28 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Het
ϗ samenvoegen van recht gsr ~ md≠3D ~
kßx ~ H(+óf-) leidt uitsluitend tot
het ronde [27].
Ø
Is
een massief kß cirkel met neutrale lading.
2
Is
ook waar:
o
Het
ϗ samenvoegen van rond gsr ~
md≠3D ~ kßx ~ H(+én-) leidt uitsluitend
tot het ronde.
Ø
Is
een massief kß cirkel met neutrale lading.
3
Conclusie:
o
Het
ϗ samenvoegen van rond gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+én-) leidt uitsluitend tot het
ronde.
29 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Het
ϗ samenvoegen van rond gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+én-) leidt uitsluitend tot het
ronde [28].
Ø
Is
een massief kß cirkel met neutrale lading.
2
Is
ook waar:
o
Het
ϗ samenvoegen van recht gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+én-) leidt uitsluitend tot het
rechte.
Ø
Is
een massief kß vierkant met neutrale lading.
Of.
o
Het
ϗ samenvoegen van recht gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+én-) leidt zowel tot het rechte
als ronde.
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
3
Conclusie:
o
Er
is keuze.
Stel:
Het ϗ samenvoegen van recht gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+én-) leidt zowel tot het
rechte als ronde.
30 Zie conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Het
ϗ samenvoegen van recht gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+én-) leidt zowel tot het rechte
als ronde.
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
o
ϗk(+én-)
* ϗg = 0(+én-) [27
(Als waar is:)].
2
Is
ook waar:
o
Proposities
zijn strijdig met elkaar.
3
Conclusie:
o
Stelling:
‘Het ϗ samenvoegen van recht gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+én-) leidt zowel tot het rechte
als ronde’, is onwaar.
31 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Stelling:
‘Het ϗ samenvoegen van recht gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+én-) leidt zowel tot het rechte als ronde’, is onwaar [30].
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
2
Is
ook waar:
o
Stelling:
‘Het ϗ samenvoegen van recht gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+én-) leidt uitsluitend tot het rechte’, is waar.
Ø
Is
een massief kß vierkant met neutrale lading.
3
Conclusie:
o
Het
ϗ samenvoegen van recht gsr ~ md≠3D ~ kßx ~ H(+én-) leidt uitsluitend tot het
rechte.
32 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Gsr
~ md=3D ~ kßx ~ M kan zowel ß als ϗ samengevoegd worden [7].
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
o
Gsr
~ md=3D ~ kßx ~ H kan uitsluitend ß samengevoegd worden [10].
2
Is
ook waar:
o
Gsr
~ md=3D kan zowel ß als ϗ samengevoegd worden.
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
3
Conclusie:
o
Gsr
~ md=3D kan zowel ß als ϗ samengevoegd worden.
33 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Gsr
~ md=3D kan zowel ß als ϗ samengevoegd worden [32].
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
2
Is
ook waar:
o
Lsr
~ md=3D kan uitsluitend ß samengevoegd worden.
Of.
o
Lsr
~ md=3D kan uitsluitend ϗ samengevoegd worden.
3
Conclusie:
o
Er
is keuze.
Stel:
Lsr ~ md=3D kan uitsluitend ß samengevoegd worden.
34 Zie conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Lsr
~ md=3D kan uitsluitend ß samengevoegd worden.
o
Er
is lsr ~ md=3D ~ kßy ~ (+én-) ~ ϗ*s [Ontstaan gsr ~ md=3D ~ kßx ~ M].
2
Is
ook waar:
o
Proposities
zijn strijdig met elkaar.
3
Conclusie:
o
Stelling:
‘Lsr ~ md=3D kan uitsluitend ß samengevoegd worden’, is onwaar.
35 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Stelling:
‘Lsr ~ md=3D kan uitsluitend ß
samengevoegd worden’, is onwaar [34].
2
Is
ook waar:
o
Stelling:
‘Lsr ~ md=3D kan uitsluitend ϗ
samengevoegd worden’, is waar.
3
Conclusie:
o
Lsr
~ md=3D kan uitsluitend ϗ samengevoegd worden.
36 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Gsr
~ md≠3D kan zowel aaneengeschakeld als samengevoegd worden [6].
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
2
Is
ook waar:
o
Gsr
~ zd=3D kan zowel aaneengeschakeld als samengevoegd worden.
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
3
Conclusie:
o
Gsr
~ zd=3D kan zowel aaneengeschakeld als samengevoegd worden.
37 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Gsr
~ md=3D ~ kßx ~ H kan uitsluitend ß samengevoegd worden [10].
2
Is
ook waar:
o
Planckdeeltje
kan uitsluitend samengevoegd worden.
3
Conclusie:
o
Planckdeeltje
kan uitsluitend samengevoegd worden.
38 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Planckdeeltje
kan uitsluitend samengevoegd worden [37].
2
Is
ook waar:
o
Subatomair
deeltje kan uitsluitend aaneengeschakeld worden.
Of.
o
Subatomair
deeltje kan zowel aaneengeschakeld als samengevoegd worden.
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
3
Conclusie:
o
Er
is keuze.
Stel:
Subatomair deeltje kan uitsluitend aaneengeschakeld worden.
39 Zie conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Subatomair
deeltje kan uitsluitend aaneengeschakeld worden.
o
Foton
kan samengevoegd worden.
2
Is
ook waar:
o
Proposities
zijn strijdig met elkaar.
3
Conclusie:
o
Stelling:
‘Subatomair deeltje kan uitsluitend aaneengeschakeld worden’, is onwaar.
40 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Stelling:
‘Subatomair deeltje kan uitsluitend aaneengeschakeld
worden’, is onwaar [39].
2
Is
ook waar:
o
Stelling:
‘Subatomair deeltje kan zowel
aaneengeschakeld als samengevoegd worden’, is waar.
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
3
Conclusie:
o
Subatomair
deeltje kan zowel aaneengeschakeld als samengevoegd worden.
41 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Subatomair
deeltje kan zowel aaneengeschakeld als samengevoegd worden [40].
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
2
Is ook waar:
o
Atomair
deeltje kan uitsluitend aaneengeschakeld worden.
Of.
o
Atomair
deeltje kan uitsluitend samengevoegd worden.
3
Conclusie:
o
Er
is keuze.
Stel:
Atomair deeltje kan uitsluitend samengevoegd worden.
42 Zie conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Atomair
deeltje kan uitsluitend samengevoegd worden.
o
Molecuul
is een aaneenschakeling van atomen.
2
Is
ook waar:
o
Proposities
zijn strijdig met elkaar.
3
Conclusie:
o
Stelling:
‘Atomair deeltje kan uitsluitend samengevoegd worden’, is onwaar.
43 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Stelling:
‘Atomair deeltje kan uitsluitend samengevoegd
worden’, is onwaar [42].
2
Is
ook waar:
o
Stelling:
‘Atomair deeltje kan uitsluitend aaneengeschakeld
worden’, is waar.
3
Conclusie:
o
Atomair
deeltje kan uitsluitend aaneengeschakeld worden.
44 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Atomair
deeltje kan uitsluitend aaneengeschakeld worden [43].
2
Is
ook waar:
o
Moleculair
deeltje kan uitsluitend samengevoegd worden.
Of.
o
Moleculair
deeltje kan zowel aaneengeschakeld als samengevoegd worden.
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
3
Conclusie:
o
Er
is keuze.
Stel:
Moleculair deeltje kan uitsluitend samengevoegd worden.
45 Zie conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Moleculair
deeltje kan uitsluitend samengevoegd worden.
o
Materie
bestaat uit meerdere moleculen.
2
Is
ook waar:
o
Proposities
zijn strijdig met elkaar.
3
Conclusie:
o
Stelling:
‘Moleculair deeltje kan uitsluitend samengevoegd worden’, is onwaar.
46 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Stelling:
‘Moleculair deeltje kan uitsluitend samengevoegd
worden’, is onwaar [45].
2
Is
ook waar:
o
Stelling:
‘Moleculair deeltje kan zowel
aaneengeschakeld als samengevoegd worden’, is waar.
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
3
Conclusie:
o
Moleculair
deeltje kan zowel aaneengeschakeld als samengevoegd worden.
47 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Moleculair
deeltje kan zowel aaneengeschakeld als samengevoegd worden [46].
Ø
In
de zin van: Het komt beide voor.
2
Is
ook waar:
o
Materie
kan uitsluitend aaneengeschakeld worden.
Of.
o
Materie
kan uitsluitend samengevoegd worden.
3
Conclusie:
o
Er
is keuze.
Stel:
Materie kan uitsluitend samengevoegd worden.
48 Zie conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Materie
kan uitsluitend samengevoegd worden.
o
Meteoren
slaan in op planeten.
2
Is
ook waar:
o
Proposities
zijn strijdig met elkaar.
3
Conclusie:
o
Stelling:
‘Materie kan uitsluitend samengevoegd worden’, is onwaar.
49 Zie
conclusie.
Is
onderbouwd:
1 Als waar is:
o
Stelling:
‘Materie kan uitsluitend samengevoegd
worden’, is onwaar [48].
2
Is
ook waar:
o
Stelling:
‘Materie kan uitsluitend aaneengeschakeld
worden’, is waar.
3
Conclusie:
o
Materie
kan uitsluitend aaneengeschakeld worden.
5 Bijlagen.
o Afkortingen en symbolen.