Inhoud.

                                                                 

Is onderverdeeld:

1      Inleiding.

2      Uitgangspunt.

3      Samenvatting.

4      Onderbouwing.

5      Bijlagen.

 

1  Inleiding.

 

Zie module:

o   Inleiding.

 

Deze module gaat in op:

o   Soorten atomaire deeltjes.

 

De wet wint aan kracht wanneer het gepaard gaat met toetsbare voorspellingen.

 

2  Uitgangspunt.

 

Niet van toepassing.    

 

3  Samenvatting.

 

3.1    Algemeen.

 

Standaard periodiek systeem heeft als tegenpool:

o   Periodiek systeem volgens Janet.

 

Beiden weerspiegelen de Natuurwet.

 

3.2    Conclusies.

 

Voor meerdere chemisch elementen geldt: Heeft meerdere isotopen [1].

Voor één chemisch element (Uuo) geldt: Heeft één isotoop [2].

 

Voor meerdere nucliden als niét isomeer van chemisch element geldt: Is zowel onstabiel als stabiel [3].

Voor meerdere nucliden als wél isomeer van chemisch element geldt: Is uitsluitend onstabiel [4].

 

Voor één nuclide (Ta-180m) als wél isomeer van chemisch element geldt: Is zowel onstabiel als stabiel [5].

Voor één nuclide (Uuo-294) als niét isomeer van chemisch element geldt: Is uitsluitend onstabiel [6].

 

Voor één (uitsluitend laagst) nuclidegetal (1) geldt: Is gekoppeld aan één chemisch element (H) [7].

Voor meerdere (zowel hoogst als laagst) nuclidegetallen geldt: Is gekoppeld aan één chemisch element [8].

Toelichting:

o   Bijvoorbeeld:

   Nuclidegetal 10 is als wél hoogst getal gekoppeld aan He.

   Nuclidegetal 10 is als niét hoogst getal gekoppeld aan Li.

 

Voor één (uitsluitend hoogst) nuclidegetal (294) geldt: Is gekoppeld aan meerdere chemisch elementen (Uuo en Uus) [9].

 

Voor Uuo-294 geldt: Heeft 118 als hoogst atoomnummer [10].

 

Voor ‘Standaard periodiek systeem’ en ‘Periodiek systeem volgens Janet’ geldt: Is elkaars tegenpool met tegengestelde kenmerken [11].

 

Voor meerdere gemiddelde waarde (≠ atoomnummer) in werkblad ‘Grootst gedeelte van Standaard’ geldt: Is een gebroken getal [12].

Voor één gemiddelde waarde (= atoomnummer) in werkblad ‘Kleinst gedeelte van Standaard’ geldt: ls een geheel getal [13].

 

Voor één gemiddelde waarde (≠ atoomnummer) in werkblad ‘Kleinst gedeelte van Janet geldt: ls een geheel getal [14].

Voor meerdere gemiddelde waarde (≠ atoomnummer) in werkblad ‘Kleinst gedeelte van Janet geldt: ls een gebroken getal [15].

 

Voor gemiddelde waarde (≠ atoomnummer) in ‘Periodiek systeem volgens Janet’ geldt: ls zowel een gebroken als geheel getal [16].

Voor gemiddelde waarde (= atoomnummer) in ‘Standaard periodiek systeem’ geldt: ls zowel een gebroken als geheel getal [17].

 

Voor gemiddelde waarde in periodiek systeem geldt: ls zowel een gebroken als geheel getal [18].

 

Voor chemisch element (Th), gekoppeld aan geheel getal als gemiddelde, in werkblad ‘Kleinst gedeelte van Janet’, geldt: Kenmerk is niét een uiterste [19].

Voor chemisch element (Hg), gekoppeld aan geheel getal als gemiddelde, in werkblad ‘Kleinst gedeelte van Standaard’, geldt: Kenmerk is wél een uiterste [20].

 

Voor meerdere chemisch elementencombinaties geldt: Is niét elkaars tegenpool met tegengestelde kenmerken [21].

Voor één chemisch elementencombinatie (Hg en Th) geldt: Is wél elkaars tegenpool met tegengestelde kenmerken [22].

 

Voor Hg geldt: Behoort tot Niet … niden [23].

Toelichting:

o   Is chemisch element, ≠ actiniden of lanthaniden.

Voor Th geldt: Behoort tot Wél … niden [24].

Toelichting:

o   Is chemisch element, = actiniden of lanthaniden.

 

Voor Hg geldt: Gereduceerd cijfersom(N+Z (laagst)) is niét een Natuurgetal [25].

Voor Th geldt: Gereduceerd cijfersom(N+Z (laagst)) is wél een Natuurgetal [26].

 

Voor Hg geldt: Gereduceerd cijfersom(N+Z (hoogst)) is wél een Natuurgetal [27].

Voor Th geldt: Gereduceerd cijfersom(N+Z (hoogst)) is niét een Natuurgetal [28].

 

Voor Hg geldt: Gereduceerd cijfersom(N (laagst)) is een oneven Natuurgetal [29].

Voor Th geldt: Gereduceerd cijfersom(N (laagst)) is een even Natuurgetal [30].

 

Voor Hg geldt: Cijfersom(atoomnummer) is even [31].

Voor Th geldt: Cijfersom(atoomnummer) is oneven [32].

 

Voor meerdere kenmerken Hg en Th geldt: Is wél elkaars tegenpool [33].

Voor één kenmerk Hg en Th (N (hoogst)) geldt: Is niét elkaars tegenpool [34].

 

Voor Hg geldt: Nucliden zijn zowel onstabiel als stabiel [35].

Voor Th geldt: Nucliden zijn uitsluitend onstabiel [36].

 

Voor Hg geldt: Maakt deel uit van ≠ F-blok [37].

Voor Th geldt: Maakt deel uit van = F-blok [38].

 

Voor Hg geldt: Periodenummer is niét een Natuurgetal [39].

Voor Th geldt: Periodenummer is wél een Natuurgetal [40].

 

Voor betekenis cijfersom vijf in relatie met maximale bezetting elektronen in schil en subschil atoom geldt: Is compleet [41].

Toelichting:

o   Komt overeen met toegekende betekenis in werkmap ‘Natuur (werkblad ‘Bol’)’.

o   Merk op:

   Het aantal neutronen in atoomkern met 118 protonen is 176.

   Gereduceerde cijfersom(176) is vijf.

 

4   Onderbouwing.

 

1   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor chemisch element H en He geldt: Heeft meerdere isotopen [Wikipedia].

2      Is ook waar:

o    Voor meerdere chemisch elementen geldt: Heeft meerdere isotopen.

3      Conclusie:

o    Voor meerdere chemisch elementen geldt: Heeft meerdere isotopen.

2   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor meerdere chemisch elementen geldt: Heeft meerdere isotopen [1].

o    Voor Uuo geldt: Heeft één isotoop [Wikipedia].

2      Is ook waar:

o    Voor één chemisch element (Uuo) geldt: Heeft één isotoop.

3      Conclusie:

o    Voor één chemisch element (Uuo) geldt: Heeft één isotoop.

3   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor H-1, H-2, H-3 en H-4 geldt: Is nuclide als niét isomeer [Wikipedia].

o    Voor H-1 en H-2 geldt: Is stabiel [Wikipedia].

o    Voor H-3 en H-4 geldt: Is onstabiel [Wikipedia].

2      Is ook waar:

o    Voor meerdere nucliden als niét isomeer van chemisch element geldt: Is zowel onstabiel als stabiel.

3      Conclusie:

o    Voor meerdere nucliden als niét isomeer van chemisch element geldt: Is zowel onstabiel als stabiel.

4   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor meerdere nucliden als niét isomeer van chemisch element geldt: Is zowel onstabiel als stabiel [3].

o    Voor Fr-200m en Fr-202m geldt: Is nuclide als wél isomeer [Wikipedia].

o    Voor Fr-200m en Fr-202m geldt: Is onstabiel [Wikipedia].

2      Is ook waar:

o    Voor meerdere nucliden als wél isomeer van chemisch element geldt: Is uitsluitend onstabiel.

3      Conclusie:

o    Voor meerdere nucliden als wél isomeer van chemisch element geldt: Is uitsluitend onstabiel.

5   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor meerdere nucliden als niét isomeer van chemisch element geldt: Is zowel onstabiel als stabiel [3].

o    Voor Ta-180m1, Ta-180m2, Ta-180m3 en Ta-180m4 geldt: Is nuclide als wél isomeer [Wikipedia].

o    Voor Ta-180m1 geldt: Wordt als stabiel beschouwd [Wikipedia].

o    Voor Ta-180m2 geldt: Is onstabiel [Wikipedia].

o    Voor Ta-180m3 geldt: Is onstabiel [Wikipedia].

o    Voor Ta-180m4 geldt: Is onstabiel [Wikipedia].

2      Is ook waar:

o    Voor één nuclide (Ta-180m) als wél isomeer van chemisch element geldt: Is zowel onstabiel als stabiel.

3      Conclusie:

o    Voor één nuclide (Ta-180m) als wél isomeer van chemisch element geldt: Is zowel onstabiel als stabiel.

6   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor meerdere nucliden als wél isomeer van chemisch element geldt: Is uitsluitend onstabiel [4].

o    Voor Uuo-294 geldt: Is nuclide als niét isomeer [Wikipedia].

o    Voor Uuo-294 geldt: Is onstabiel [Wikipedia].

2      Is ook waar:

o    Voor één nuclide (Uuo-294) als niét isomeer van chemisch element geldt: Is uitsluitend onstabiel.

3      Conclusie:

o    Voor één nuclide (Uuo-294) als niét isomeer van chemisch element geldt: Is uitsluitend onstabiel.

7   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor nuclidegetal 1 geldt: Is gekoppeld aan één chemisch element (H) [Wikipedia].

o    Voor nuclidegetal 2 geldt: Is gekoppeld aan één chemisch element (H) [Wikipedia].

o    Voor nuclidegetal > 2 geldt: Is gekoppeld aan meerdere chemisch elementen [Wikipedia].

2      Is ook waar:

o    Voor één (uitsluitend laagst) nuclidegetal (1) geldt: Is gekoppeld aan één chemisch element (H).

3      Conclusie:

o    Voor één (uitsluitend laagst) nuclidegetal (1) geldt: Is gekoppeld aan één chemisch element (H).

8   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor één (uitsluitend laagst) nuclidegetal (1) geldt: Is gekoppeld aan één chemisch element (H) [7].

o    Voor hoogst nuclidegetal He geldt: Is 10 [Wikipedia].

o    Voor hoogst nuclidegetal Li geldt: Is 12 [Wikipedia].

o    Voor laagst nuclidegetal He geldt: Is 3 [Wikipedia].

o    Voor laagst nuclidegetal Li geldt: Is 4 [Wikipedia].

2      Is ook waar:

o    Voor meerdere (zowel hoogst als laagst) nuclidegetallen geldt: Is gekoppeld aan één chemisch element.

3      Conclusie:

o    Voor meerdere (zowel hoogst als laagst) nuclidegetallen geldt: Is gekoppeld aan één chemisch element.

9   Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor één (uitsluitend laagst) nuclidegetal (1) geldt: Is gekoppeld aan één chemisch element (H) [7].

o    Voor hoogst nuclidegetal Uus geldt: Is 294 [Wikipedia].

o    Voor hoogst nuclidegetal Uuo geldt: Is 294 [Wikipedia].

2      Is ook waar:

o    Voor één (uitsluitend hoogst) nuclidegetal (294) geldt: Is gekoppeld aan meerdere chemisch elementen (Uuo en Uus).

3      Conclusie:

o    Voor één (uitsluitend hoogst) nuclidegetal (294) geldt: Is gekoppeld aan meerdere chemisch elementen (Uuo en Uus).

10 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor één (uitsluitend hoogst) nuclidegetal (294) geldt: Is gekoppeld aan meerdere chemisch elementen (Uuo en Uus) [9].

o    Voor Uus-294 geldt: Heeft atoomnummer 117 [Wikipedia].

o    Voor Uuo-294 geldt: Heeft atoomnummer 118 [Wikipedia].

2      Is ook waar:

o    Voor Uuo-294 geldt: Heeft 118 als hoogst atoomnummer.

3      Conclusie:

o    Voor Uuo-294 geldt: Heeft 118 als hoogst atoomnummer.

11 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor ‘Standaard periodiek systeem’ geldt: Atoomnummer chemisch element is gebaseerd op inwendige van atoom (is het aantal protonen) [Wikipedia].

o    Voor ‘Periodiek systeem volgens Janet’ geldt: Atoomnummer chemisch element is gebaseerd op uitwendige van atoom (is het aantal elektronen) [Wikipedia].

2      Is ook waar:

o    Voor ‘Standaard periodiek systeem’ en ‘Periodiek systeem volgens Janet’ geldt: Is elkaars tegenpool met tegengestelde kenmerken.

3      Conclusie:

o    Voor ‘Standaard periodiek systeem’ en ‘Periodiek systeem volgens Janet’ geldt: Is elkaars tegenpool met tegengestelde kenmerken.

12 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor gemiddelde waarde N+Z (laagst) in werkblad ‘Grootst gedeelte van Standaard’ geldt: Is 114,5 [Isotopenlijst].

o    Voor gemiddelde waarde N+Z (hoogst) in werkblad ‘Grootst gedeelte van Standaard’ geldt: Is 139,6 [Isotopenlijst].

2      Is ook waar:

o    Voor meerdere gemiddelde waarde (≠ atoomnummer) in werkblad ‘Grootst gedeelte van Standaard’ geldt: Is een gebroken getal.

3      Conclusie:

o    Voor meerdere gemiddelde waarde (≠ atoomnummer) in werkblad ‘Grootst gedeelte van Standaard’ geldt: Is een gebroken getal.

13 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor meerdere gemiddelde waarde (≠ atoomnummer) in werkblad ‘Grootst gedeelte van Standaard’ geldt: Is een gebroken getal [12].

o    Voor gemiddelde waarde atoomnummer in werkblad ‘Kleinst gedeelte van Standaard’ geldt: Is 80 [Isotopenlijst].

2      Is ook waar:

o    Voor één gemiddelde waarde (= atoomnummer) in werkblad ‘Kleinst gedeelte van Standaard’ geldt: ls een geheel getal.

3      Conclusie:

o    Voor één gemiddelde waarde (= atoomnummer) in werkblad ‘Kleinst gedeelte van Standaard’ geldt: ls een geheel getal.

14 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor één gemiddelde waarde (= atoomnummer) in werkblad ‘Kleinst gedeelte van Standaard’ geldt: ls een geheel getal [13].

o    Voor gemiddelde waarde N+Z (hoogst) in werkblad ‘Kleinst gedeelte van Janet’ geldt: ls 209 [Isotopenlijst].

2      Is ook waar:

o    Voor één gemiddelde waarde (≠ atoomnummer) in werkblad ‘Kleinst gedeelte van Janet geldt: ls een geheel getal.

3      Conclusie:

o    Voor één gemiddelde waarde (≠ atoomnummer) in werkblad ‘Kleinst gedeelte van Janet geldt: ls een geheel getal.

15 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor één gemiddelde waarde (≠ atoomnummer) in werkblad ‘Kleinst gedeelte van Janet geldt: ls een geheel getal [14].

o    Voor gemiddelde waarde N+Z (laagst) in werkblad ‘Kleinst gedeelte van Janet geldt: ls 180,6 [Isotopenlijst].

o    Voor gemiddelde waarde N (laagst) in werkblad ‘Kleinst gedeelte van Janet geldt: ls 101,1 [Isotopenlijst].

2      Is ook waar:

o    Voor meerdere gemiddelde waarde (≠ atoomnummer) in werkblad ‘Kleinst gedeelte van Janet geldt: ls een gebroken getal.

3      Conclusie:

o    Voor meerdere gemiddelde waarde (≠ atoomnummer) in werkblad ‘Kleinst gedeelte van Janet geldt: ls een gebroken getal.

16 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor gemiddelde waarde N+Z (hoogst) in werkblad ‘Kleinst gedeelte van Janet’ geldt: ls 209 [16 (Als waar is:)].

o    Voor gemiddelde waarde N+Z (laagst) in werkblad ‘Grootst gedeelte van Janet geldt: ls 116,4 [Isotopenlijst].

2      Is ook waar:

o    Voor gemiddelde waarde (≠ atoomnummer) in ‘Periodiek systeem volgens Janet’ geldt: ls zowel een gebroken als geheel getal.

3      Conclusie:

o    Voor gemiddelde waarde (≠ atoomnummer) in ‘Periodiek systeem volgens Janet’ geldt: ls zowel een gebroken als geheel getal.

17 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor gemiddelde waarde (≠ atoomnummer) in ‘Periodiek systeem volgens Janet’ geldt: ls zowel een gebroken als geheel getal [16].

o    Voor gemiddelde waarde atoomnummer in werkblad ‘Grootst gedeelte van Standaard’ geldt: Is 52,5 [Isotopenlijst].

o    Voor gemiddelde waarde atoomnummer in werkblad ‘Kleinst gedeelte van Standaard’ geldt: Is 80 [15 (Als waar is:)].

2      Is ook waar:

o    Voor gemiddelde waarde (= atoomnummer) in ‘Standaard periodiek systeem’ geldt: ls zowel een gebroken als geheel getal.

3      Conclusie:

o    Voor gemiddelde waarde (= atoomnummer) in ‘Standaard periodiek systeem’ geldt: ls zowel een gebroken als geheel getal.

18 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor gemiddelde waarde (= atoomnummer) in ‘Standaard periodiek systeem’ geldt: ls zowel een gebroken als geheel getal [17].

o    Voor gemiddelde waarde (≠ atoomnummer) in ‘Periodiek systeem volgens Janet’ geldt: ls zowel een gebroken als geheel getal [16].

2      Is ook waar:

o    Voor gemiddelde waarde in periodiek systeem geldt: ls zowel een gebroken als geheel getal.

3      Conclusie:

o    Voor gemiddelde waarde in periodiek systeem geldt: ls zowel een gebroken als geheel getal.

19 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor één gemiddelde waarde (≠ atoomnummer) in werkblad ‘Kleinst gedeelte van Janet geldt: ls een geheel getal [14].

o    Voor gemiddelde waarde N+Z (hoogst) in werkblad ‘Kleinst gedeelte van Janet’ geldt: ls 209 [14 (Als waar is:)].

o    Voor waarde N+Z (hoogst) is 209 in werkblad ‘Kleinst gedeelte van Janet’ geldt: ls gekoppeld aan atoomnummer 90 [Isotopenlijst].

o    Voor Th geldt: Heeft atoomnummer 90 [Wikipedia].

o    Voor Th geldt: Van alle oxiden heeft ThO2 het hoogste smeltpunt [Wikipedia].

2      Is ook waar:

o    Voor chemisch element (Th), gekoppeld aan geheel getal als gemiddelde, in werkblad ‘Kleinst gedeelte van Janet’, geldt: Kenmerk is niét een uiterste.

3      Conclusie:

o    Voor chemisch element (Th), gekoppeld aan geheel getal als gemiddelde, in werkblad ‘Kleinst gedeelte van Janet’, geldt: Kenmerk is niét een uiterste.

20 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor chemisch element (Th), gekoppeld aan geheel getal als gemiddelde, in werkblad ‘Kleinst gedeelte van Janet’, geldt: Kenmerk is niét een uiterste [19].

o    Voor één gemiddelde waarde (= atoomnummer) in werkblad ‘Kleinst gedeelte van Standaard’ geldt: ls een geheel getal [13].

o    Voor gemiddelde waarde atoomnummer in werkblad ‘Kleinst gedeelte van Standaard’ geldt: Is 80 [13 (Als waar is:)].

o    Voor Hg geldt: Heeft atoomnummer 80 [Wikipedia].

o    Voor Hg geldt: Is het enige metaal dat ook bij kamertemperatuur vloeibaar is [Wikipedia].

2      Is ook waar:

o    Voor chemisch element (Hg), gekoppeld aan geheel getal als gemiddelde, in werkblad Kleinst gedeelte van Standaard’, geldt: Kenmerk is wél een uiterste.

3      Conclusie:

o    Voor chemisch element (Hg), gekoppeld aan geheel getal als gemiddelde, in werkblad ‘Kleinst gedeelte van Standaard’, geldt: Kenmerk is wél een uiterste.

21 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor La en Ce geldt: Is niét elkaars tegenpool met tegengestelde kenmerken [Wikipedia].

o    Voor Pr en Nd geldt: Is niét elkaars tegenpool met tegengestelde kenmerken [Wikipedia].

2      Is ook waar:

o    Voor meerdere chemisch elementencombinaties geldt: Is niét elkaars tegenpool met tegengestelde kenmerken.

3      Conclusie:

o    Voor meerdere chemisch elementencombinaties geldt: Is niét elkaars tegenpool met tegengestelde kenmerken.

22 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor meerdere chemisch elementencombinaties geldt: Is niét elkaars tegenpool met tegengestelde kenmerken [21].

o    Voor chemisch element (Hg), gekoppeld aan geheel getal als gemiddelde, in werkblad ‘Kleinst gedeelte van Standaard’, geldt: Kenmerk is wél een uiterste [20].

o    Voor chemisch element (Th), gekoppeld aan geheel getal als gemiddelde, in werkblad ‘Kleinst gedeelte van Janet’, geldt: Kenmerk is niét een uiterste [19].

2      Is ook waar:

o    Voor één chemisch elementencombinatie (Hg en Th) geldt: Is wél elkaars tegenpool met tegengestelde kenmerken.

3      Conclusie:

o    Voor één chemisch elementencombinatie (Hg en Th) geldt: Is wél elkaars tegenpool met tegengestelde kenmerken.

23 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor Niet … niden geldt: Heeft atoomnummer 1 … 56, 72 … 88, 104 … 118 [Isotopenlijst (werkblad ‘Grootst gedeelte van Standaard’].

o    Voor Hg geldt: Heeft atoomnummer 80 [20 (Als waar is:)].

2      Is ook waar:

o    Voor Hg geldt: Behoort tot Niet … niden.

3      Conclusie:

o    Voor Hg geldt: Behoort tot Niet … niden.

24 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor Hg geldt: Behoort tot Niet … niden [23].

o    Voor Wél … niden geldt: Heeft atoomnummer 57 … 71, 89 … 103 [Isotopenlijst (werkblad ‘Kleinst gedeelte van Standaard’].

o    Voor Th geldt: Heeft atoomnummer 90 [19 (Als waar is:)].

2      Is ook waar:

o    Voor Th geldt: Behoort tot Wél … niden.

3      Conclusie:

o    Voor Th geldt: Behoort tot Wél … niden.

25 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor Hg geldt: N+Z (laagst) is 171 [Wikipedia].

o    Voor gereduceerd cijfersom(171) geldt: Is 9 [Wikipedia].

o    Voor Natuurgetal geldt: Is 1, 2, 3, 5, 7, 12 [Natuurgetallen].

2      Is ook waar:

o    Voor Hg geldt: Gereduceerd cijfersom(N+Z (laagst)) is niét een Natuurgetal.

3      Conclusie:

o    Voor Hg geldt: Gereduceerd cijfersom(N+Z (laagst)) is niét een Natuurgetal.

26 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor Hg geldt: Gereduceerd cijfersom(N+Z (laagst)) is niét een Natuurgetal [25].

o    Voor Th geldt: N+Z (laagst) is 209 [Wikipedia].

o    Voor gereduceerd cijfersom(209) geldt: Is 2 [Wikipedia].

o    Voor Natuurgetal geldt: Is 1, 2, 3, 5, 7, 12 [25 (Als waar is:)].

2      Is ook waar:

o    Voor Th geldt: Gereduceerd cijfersom(N+Z (laagst)) is wél een Natuurgetal.

3      Conclusie:

o    Voor Th geldt: Gereduceerd cijfersom(N+Z (laagst)) is wél een Natuurgetal.

27 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor Hg geldt: N+Z (hoogst) is 210 [Wikipedia].

o    Voor gereduceerd cijfersom(210) geldt: Is 3 [Wikipedia].

o    Voor Natuurgetal geldt: Is 1, 2, 3, 5, 7, 12 [25 (Als waar is:)].

2      Is ook waar:

o    Voor Hg geldt: Gereduceerd cijfersom(N+Z (hoogst)) is wél een Natuurgetal.

3      Conclusie:

o    Voor Hg geldt: Gereduceerd cijfersom(N+Z (hoogst)) is wél een Natuurgetal.

28 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor Hg geldt: Gereduceerd cijfersom(N+Z (hoogst)) is wél een Natuurgetal [27].

o    Voor Th geldt: N+Z (hoogst) is 238 [Wikipedia].

o    Voor gereduceerd cijfersom(238) geldt: Is 4 [Wikipedia].

o    Voor Natuurgetal geldt: Is 1, 2, 3, 5, 7, 12 [25 (Als waar is:)].

2      Is ook waar:

o    Voor Th geldt: Gereduceerd cijfersom(N+Z (hoogst)) is niét een Natuurgetal.

3      Conclusie:

o    Voor Th geldt: Gereduceerd cijfersom(N+Z (hoogst)) is niét een Natuurgetal.

29 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor Hg geldt: N (laagst) is 91 [Wikipedia].

o    Voor gereduceerd cijfersom(91) geldt: Is 1 [Wikipedia].

o    Voor Natuurgetal geldt: Is 1, 2, 3, 5, 7, 12 [25 (Als waar is:)].

2      Is ook waar:

o    Voor Hg geldt: Gereduceerd cijfersom(N (laagst)) is een oneven Natuurgetal.

3      Conclusie:

o    Voor Hg geldt: Gereduceerd cijfersom(N (laagst)) is een oneven Natuurgetal.

30 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor Hg geldt: Gereduceerd cijfersom(N (laagst)) is een oneven Natuurgetal [29].

o    Voor Th geldt: N+Z (laagst) is 119 [Wikipedia].

o    Voor gereduceerd cijfersom(119) geldt: Is 2 [Wikipedia].

o    Voor Natuurgetal geldt: Is 1, 2, 3, 5, 7, 12 [25 (Als waar is:)].

2      Is ook waar:

o    Voor Th geldt: Gereduceerd cijfersom(N (laagst)) is een even Natuurgetal.

3      Conclusie:

o    Voor Th geldt: Gereduceerd cijfersom(N (laagst)) is een even Natuurgetal.

31 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor Hg geldt: Heeft atoomnummer 80 [20 (Als waar is:)].

o    Voor cijfersom(80) geldt: Is 8 [Wikipedia].

2      Is ook waar:

o    Voor Hg geldt: Cijfersom(atoomnummer) is even.

3      Conclusie:

o    Voor Hg geldt: Cijfersom(atoomnummer) is even.

32 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor Hg geldt: Cijfersom(atoomnummer) is even [31].

o    Voor Th geldt: Heeft atoomnummer 90 [19 (Als waar is:)].

o    Voor cijfersom(90) geldt: Is 9 [Wikipedia].

2      Is ook waar:

o    Voor Th geldt: Cijfersom(atoomnummer) is oneven.

3      Conclusie:

o    Voor Th geldt: Cijfersom(atoomnummer) is oneven.

33 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor Hg geldt: Gereduceerd cijfersom(N+Z (laagst)) is niét een Natuurgetal [25].

o    Voor Th geldt: Gereduceerd cijfersom(N+Z (laagst)) is wél een Natuurgetal [26].

o    Voor Hg geldt: Gereduceerd cijfersom(N+Z (hoogst)) is wél een Natuurgetal [27].

o    Voor Th geldt: Gereduceerd cijfersom(N+Z (hoogst)) is niét een Natuurgetal [28].

2      Is ook waar:

o    Voor meerdere kenmerken Hg en Th geldt: Is wél elkaars tegenpool.

3      Conclusie:

o    Voor meerdere kenmerken Hg en Th geldt: Is wél elkaars tegenpool.

34 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor meerdere kenmerken Hg en Th geldt: Is wél elkaars tegenpool [33].

o    Voor Hg geldt: N (hoogst) is 130 [Wikipedia].

o    Voor Th geldt: N (hoogst) is 148 [Wikipedia].

2      Is ook waar:

o    Voor één kenmerk Hg en Th (N (hoogst)) geldt: Is niét elkaars tegenpool.

3      Conclusie:

o    Voor één kenmerk Hg en Th (N (hoogst)) geldt: Is niét elkaars tegenpool.

35 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor Hg-171 geldt: Is onstabiel [Wikipedia].

o    Voor Hg-196 geldt: Is stabiel [Wikipedia].

2      Is ook waar:

o    Voor Hg geldt: Nucliden zijn zowel onstabiel als stabiel.

3      Conclusie:

o    Voor Hg geldt: Nucliden zijn zowel onstabiel als stabiel.

36 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor Hg geldt: Nucliden zijn zowel onstabiel als stabiel [35].

o    Voor Th-209 geldt: Is onstabiel [Wikipedia].

2      Is ook waar:

o    Voor Th geldt: Nucliden zijn uitsluitend onstabiel.

3      Conclusie:

o    Voor Th geldt: Nucliden zijn uitsluitend onstabiel.

37 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor Hg geldt: Maakt deel uit van D-blok [Wikipedia].

2      Is ook waar:

o    Voor Hg geldt: Maakt deel uit van ≠ F-blok.

3      Conclusie:

o    Voor Hg geldt: Maakt deel uit van ≠ F-blok.

38 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor Hg geldt: Maakt deel uit van ≠ F-blok [37].

o    Voor Th geldt: Maakt deel uit van F-blok [Wikipedia].

2      Is ook waar:

o    Voor Th geldt: Maakt deel uit van = F-blok.

3      Conclusie:

o    Voor Th geldt: Maakt deel uit van = F-blok.

39 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor Hg geldt: Valt onder periode 6 [Wikipedia].

o    Voor cijfersom(6) geldt: Is 6 [Wikipedia].

o    Voor Natuurgetal geldt: Is 1, 2, 3, 5, 7, 12 [25 (Als waar is:)].

2      Is ook waar:

o    Voor Hg geldt: Periodenummer is niét een Natuurgetal.

3      Conclusie:

o    Voor Hg geldt: Periodenummer is niét een Natuurgetal.

40 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor Hg geldt: Periodenummer is niét een Natuurgetal [39].

o    Voor Th geldt: Valt onder periode 7 [Wikipedia].

o    Voor cijfersom(7) geldt: Is 7 [Wikipedia].

o    Voor Natuurgetal geldt: Is 1, 2, 3, 5, 7, 12 [25 (Als waar is:)].

2      Is ook waar:

o    Voor Th geldt: Periodenummer is wél een Natuurgetal.

3      Conclusie:

o    Voor Th geldt: Periodenummer is wél een Natuurgetal.

41 Zie conclusie.

Is onderbouwd:

1      Als waar is:

o    Voor maximale bezetting schil N, O, P en Q geldt: Is 32 elektronen [Wikipedia].

o    Voor cijfersom(32) geldt: Is vijf [Wikipedia].

o    Voor maximale bezetting subschil f geldt: Is 14 elektronen [Wikipedia].

o    Voor cijfersom(14) geldt: Is vijf [Wikipedia].

o    Voor Uuo-294 geldt: Heeft 118 als hoogst atoomnummer [10].

o    Voor elektronenconfiguratie schil Uuo-294 geldt: Is 2, 8, 18, 32, 32, 18, 8 [Wikipedia].

o    Voor elektronenconfiguratie subschil Uuo-294 geldt: Is [Rn] 7s2 5f14 6d10 7p6 [Wikipedia].

o    Voor betekenis Natuurgetal vijf geldt: Is compleet [Natuur (werkblad ‘Bol’)].

2      Is ook waar:

o    Voor betekenis cijfersom vijf in relatie met maximale bezetting elektronen in schil en subschil atoom geldt: Is compleet.

3      Conclusie:

o    Voor betekenis cijfersom vijf in relatie met maximale bezetting elektronen in schil en subschil atoom geldt: Is compleet.

5   Bijlagen.

 

o    Isotopenlijst.

o    Natuur (werkblad ‘Bol’).

o    Natuur (werkblad ‘Natuurgetallen’).